De moord van Tattoo Lonnie, Hoofdstuk IV: trek en Trees

De moord van Tattoo Lonnie, Hoofdstuk IV: trek en Trees

“Als we de Raaf moeten geloven Chef, dan hebben we niet veel tijd”, zei Rinus die ochtend, toen hij de deur van het bureau opende. Ze liepen naar binnen, waar ze hun jas aan de kapstok hingen en daar er geen post was; ging Hollestelle meteen achter het bureau zitten.
“Ervan uitgaande dat Molly hier het slachtoffer gaat worden Rinus. En dat is in het geheel nog niet zeker.”
“Dat weet ik Chef. Maar wat als we er niet vanuit gaan? En dan achteraf blijkt; dat we er wel vanuit hadden moeten gaan? Wat ik me hier eigenlijk afvraag is; kan het eigenlijk kwaad om er wel vanuit te gaan?” En Rinus zette twee heerlijk verse bekertjes koffie uit de automaat neer.
Hollestelle liet de woorden van zijn adjudant even op zich inwerken. Na een paar slokjes koffie zei hij bedachtzaam; “je hebt een punt Rinus. Laten we er daarom maar vanuit gaan. Dan zitten we tenminste aan de veilige kant.”
“Meent U dat Chef?”, keek Rinus zijn Chef als een kind zo blij aan. “Dus we hebben een zaak?”
“Het werd tijd Rinus. Ja, we hebben een zaak.”
Enthousiast sprong Rinus op en liep naar het oude schoolbord aan de wand achter zich. Daar schreef hij in sierlijk krijtschrift ‘Molly’ in het midden van het bord en begon zijn vergelijking verder uit te werken zoals alleen Rinus dat kon.

Molly + Lonnie = Tattoo
Molly + Tattoo = slachtoffer
Lonnie + Tattoo = Tattoo Lonnie

Hij legde daarna het krijtje in het gootje en floot zachtjes tussen zijn tanden.
“Tattoo Lonnie Chef! Tattoo Lonnie gaat de dader worden. Tenminste, als we niet snel genoeg zijn om hem tegen te houden.”
“Waar denk je te beginnen dan? Want hoe lang zijn die lui al niet aan de machtige arm der wet ontsnapt? We hadden haar eens hier in de cel en zelfs wij wisten haar niet vast te houden. Dus dit lijkt mij een zo goed als onmogelijk zaak aan het worden.”
“Maar, zo hebben wij het toch het liefst Chef?”
“Dat dacht ik wel Rinus. Toe, doe nog eens een kopje koffie. Dan beginnen we daarna met alle inktleveranciers na te gaan. Wie wat waar levert en of er daarin iets valt te ontdekken.”
“Hier heeft U de laatste Gouden Gids Chef”, schoof Rinus de laatste druk van het naslagwerk over het bureau naar zijn Chef toe. “Dan ga ik op Google en hier is Uw koffie.”
“Dank je Rinus”, en stil begon de commissaris te bladeren en Rinus te surfen. De hele ochtend werkten ze in stilte en maakten korte notities. Tegen de lunch sloeg de commissaris de Gouden Gids toe en rekte zich uit. Rinus maakte ook een laatste aantekening, toen de Raaf binnen kwam waaien. Hij liep blind naar de koffieautomaat, maar hield halverwege het oude schoolbord in.
“Wat krijgen we nou? Is dit wat ik denk dat het is?”
“Morgen de Raaf, ja; we hebben er een zaak van gemaakt”, zei Rinus en overhandigde hem over zijn schouder de twee lege bekertjes van het bureau.
“Oh, ik help mezelf wel”, nam de Raaf de bekertjes aan en verzorgde voor deze keer de koffie.
“Dus we hebben een zaak?”
“In feite meer een erezaak de Raaf”, sprak Hollestelle. “We kunnen het mis hebben. Maar als we het niet hebben, zou dat veel erger zijn.”
“Dat snap ik. Van wat jullie me ervan hebben verteld, denk ik dat het goed is dat jullie er achteraan gaan. Want een serie-tatoeëerder gaat echt door tot ie klaar is. Of beter gezegd tot het af is.”
“Tot wat af is de Raaf?”

“Een serie-tatoeëerder schept er genoegen in om zijn werk af te maken. Door zijn, of haar natuurlijk, slachtoffer steeds verder onder te tatoeëren, geeft hem, of haar dus, een kick. Zelf zou ik het meer psychologisch zoeken.”
Rinus knipte zijn duim en wijsvinger hard tegen elkaar en zei: “profiling! Je hebt het over profiling?”
“Een daderprofiel de Raaf? Denk je aan een daderprofiel?”
“Ho ho, dat zeg ik niet hoor. Ik ben maar een simpele dorpsslager.”
“Maar ook een zeer gewaardeerd forensisch expert de Raaf!”, zei Rinus en vroeg verder. “Wat bedoel je met het meer psychologisch zoeken?”
“Het is maar een theorietje hoor. Maar ik denk, dat door het steeds verder tatoeëren het slachtoffer; met iedere tattoe elke keer een stukje van zijn of haar identiteit verliest. En dat geeft macht begrijpen jullie?”
“En die macht smaakt altijd naar meer tot?”
“Tot de identiteit volledig bedekt is, onzichtbaar gemaakt voor de buitenwereld. Dan kan de identiteit niet meer ademen en zal onherroepelijk stikken door gebrek aan eigenwaarde.”
“Tot de dood erop volgt?”
“Doorgaans wel ja. In ieder geval; wie zou er zonder identiteit verder kunnen leven? Want dat is een ellende hoor.”
“Dan wel ‘verder willen leven’ de Raaf”, zei Hollestelle en hij keek naar zijn notities. “Ik zie hier niks opvallends Rinus. Heb jij wat ontdekt?”
“Nee Chef, ik heb ook niks kunnen ontdekken.”
De Raaf zag dat de mannen vast zaten en ging verder met; “wat ik van die andere zaak nog weet, is dat de dader wel trots op zijn werk was. Hij zag het echt als een ambacht en zie je deze?”
De Raaf rolde zijn rechtermouw op, waar ze een kleine ankertatoeage zagen op zijn biceps.
“Je hebt gevaren?”
“Op een blauwe maandag. Deze heb ik laten zetten in Singapore door een liefhebber, die dit anker zetten nog als een echt ambacht zag. Zo maakte hij bijvoorbeeld zijn eigen inkt nog. En kijk maar naar …”
“Eigen inkt?”
“Ja, eigen inkt. Een beetje tattoo-specialist maakt zijn eigen inkt. Dat weet toch iedereen?”
“Dus dat zou een serie-tatoeëerder dan ook doen?”
“Natuurlijk. Maar dat had ik het niet over, kijk hier …”
“Hoe maak je inkt zelf de Raaf?”
“Maar kijk nou hoe dat anker wordt gelicht”, en de Raaf spande zijn biceps zo aan, dat het inderdaad leek of het anker omhoog bewoog. “Hehehe, zie je nou? Nou mannen, mijn pauze is over en nou het anker toch is gelicht; ben ik weg!”
Lachend om zijn eigen grapje liep de Raaf het bureau uit en zwaaide nog even toen hij langs het raam liep.
“Rinus?”
“Steriele blender Chef”, zat Rinus alweer op Google. “En steriele flessen om de inkt in te bewaren. Veel chemische rommel en veel verschillende pigmenten, maar overal komt die blender terug.”
“Wie op het eiland doet in dat soort blenders?”
“Bij mijn weten niemand en toch …”, Rinus tuurde over de lijst met lokale elektronicazaken. “Nee, allemaal voor thuisgebruik Chef.”
“Als het een echte tatoeëerder is, en dat moeten we wel aannemen, dan maakt ie zijn eigen inkt en dan heb je dus een steriele blender nodig. Nou zie ik die Lonnie niet direct het eiland afgaan. Dus is de vraag nu; waar heeft ie dan die blender vandaan? … Ach, potverdikkie Rinus. Dit is wel heel veel giswerk hoor.”
“Chef! Wat als U een apparaat nodig hebt, het maakt even niet uit waarvoor. Maar stel; U hebt een apparaat nodig, dat nergens te koop is. Waar zou U dan eerst naar toegaan hier?”
“Je bedoelt hier? In Serooskerke?”
Rinus knikte heftig, waarna beiden tegelijk opsprongen en als uit één mond gilden ze: “Kievit!”

Na een stevige huilbui raapte Molly de eitjes en liep naar binnen. Ze negeerde Lonnie, die aan de keukentafel zat te schetsen.
“Gaat het weer een beetje met je?”
Woedend draaide ze zich om en ze liet pardoes de eitjes kapot vallen.
“Sjeses Molly! Wat moet ik nou op m’n brood?”
“Dit!”, spuugde ze vol nijd en maakte met haar vingers de langste nijdige neus die ze maar kon maken. De roos deed geen pijn meer en uit alle macht duwde ze haar linker duim stevig tegen haar neus, om die nijdige neus nog meer kracht bij te zetten.
“Je hebt me echt pijn gedaan Lon!”, krijste ze en boog zich dreigend naar hem toe; alsof ze met die neus hem ook pijn kon doen. Maar dat deed helemaal geen pijn. Nee, het tegenovergestelde was het geval. Want ineens werd Lonnie zo geil van haar woede, dat ie zich niet meer kon inhouden. Met een snelle judokaworp lichtte hij haar linker been omhoog en ze viel op de keukenvloer. Nog voor ze daar van was bijgekomen, lag hij al hijgend op haar en rukte driftig aan ondergoed. Molly wilde tegenstribbelen, maar door het eigeel had ze geen grip en woest nam hij haar.
Hij hijgde; “ik … doe … het .. alleen … als …. je … dat … echt… graag … wil.”
“Ik wil dit …  niet … Lon!”, kon ze toen ook niet meer helpen te hijgen. Want hij wist als geen ander ondanks al haar geheime plekje te raken.
“Verdorie Lon … ja, doe maar.”
Nadat de eieren echt goed geklutst waren, liet hij zich van haar af vallen en staarde naar het plafond.
“Ja, dat is het”, hijgde hij nog, toen hij glibberend opstond en achter zijn schetsblok plaats nam. “Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb?”, was hij haar nu helemaal vergeten.
Molly zag dat hij in een zone zat en wist dat ie dan niet meer aanspreekbaar was. Ze duwde met haar benen tegen een keukenkastje en gleed zo de keuken weer uit. Met behulp van de hervonden grip op de kokosmat buiten voor de keukendeur stond ze op en trok haar broek weer omhoog. Ze opende de ren en ging tussen haar kippen liggen. Ze voelde zich leeg en ook een klein beetje vies. Maar bovenal leeg door het gemis aan Toedeledokie. Als een foetus kromde ze zich en huilde zichzelf in slaap.

“Hij heeft nog pauze Chef”, stonden ze voor het dichte rolluik van de fietsenzaak van Kievit.
Hollestelle bonkte op het luik en gilde; “politie! Doe open!”
“Ga weg! Ik ben er niet!”
“Hij zal ook niet veranderen Chef.”
“Kievit! Doe open! We hebben een zaak!”
“Ik ook! Ga weg!”
“Kievit!”, probeerde Rinus op zijn beurt, “we willen een blender kopen, een hele speciale!”
“Jij ook al? … Nee, ik ben dicht. Ga weg!”
“Wat zei je daar Kievit?”, brulde de commissaris nu in autoriteit, “doe onmiddellijk open, anders verschaffen we toegang met gepast geweld! Je zegt het maar!”
Ratelend ging het rolluik omhoog en na de blote voeten kwam die eeuwig met olie en vet besmeurde stofjas, tot Kievit in vol ornaat zei: “kom dan maar binnen.”
“Dank je Kievit.”
“Een blender zei je? Een steriele blender?”
“Verdorie Chef! Dit is geen toeval meer! Vertel Kievit, wie heeft er recentelijk een steriele blender aangeschaft?”
“Een rare snuiter, niet van hier.”
“Hoe zag die snuiter eruit en heb je een kenteken?”
“Ik heb een fietsenzaak Rinus, dus hij was op de fiets. En ik ben helemaal niet goed in beschrijven van mensen, dat weten jullie toch. Het was een rare snuiter en niet van hier, meer kan ik mij niet herinneren.”
“Wanneer kwam die snuiter dan om die blender? En heb je die dingen op voorraad?”
“Nee, natuurlijk niet. Ik heb er eentje voor hem gemaakt. Hij had een lekke band en terwijl ik ‘m plakte, vroeg hij waar hij steriele blenders kon kopen. Ik zei dat ie dan van het eiland af moest. Maar dat ik er wel eentje kon maken voor een beste prijs.”
“Okay, en?”
“Nou, ik heb er eentje gemaakt.”
“Wanneer is ie die komen halen?”
“Dat moet een kleine maand geleden zijn geweest. Het was een mooie dag en ik heb de blender nog zelf in zijn fietstas gedaan.”
“Verder nog iets opgevallen?”
“Nee, hoewel? Ja! Toen ie wegreed, zou ik toch zweren dat ik een string in zijn naadje zag? Ik dacht nog zo van achteren lijkt het wel een lekker ….”
“Jaja Kievit. Dat is ‘m hoor Chef! Dat was Lonnie!”
“Kievit, heb je toevallig niet een adres van die snuiter?”
“Nee.”
“Hoe heeft ie betaald?”
“Cash.”
“Potverdikkie. En hij heeft nooit laten weten, waar ie vandaan kwam?”
“Nee. Maar die blender moet regelmatig geserviced worden, dus hij komt zeker nog terug.”
“Wanneer Kievit? Om de hoeveel tijd?”
“Mijn blenders moeten toch gauw om de vijf jaar een smering krijgen.”
“Vijf jaar?!”
“Ja, ik maak alleen hele goede blenders.”
“Verdulleme Chef! Hij was dus hier! In ons dorp! De brutaliteit …”
“Niet om het één of ander hoor … Maar waarom vragen jullie niet verder?”, sprak Kievit genietend van een stukje zoethout.
“Hoe bedoel je Kievit?”
“Zoals ik het zeg”, spuugde hij wat nat gekauwde splinters op de vloer.
“Als wij die snuiter nu eens zouden willen vinden, kan jij ons daar dan mee helpen?”, vroeg Rinus hoopvol.
“Nee.”
“Verdorie Kievit! Stop met die spelletjes en zeg ons wat je dan wel voor ons kunt doen”, zei de commissaris nu zich duidelijk inhoudend.
“Die snuiter niet, maar die blender? Die kan ik wel traceren.”
“Fantastisch Kievit!”
“Maar daar moet ik wel een trek en Trees voor in mekaar zetten.”
“Een track en trace bedoel je.”
“Nee, een trek en Trees. Alleen daar heb ik niet alle spullen voor in huis.”
“Wat heb je nodig?”
“Een rookwalm van Javaanse Jongens en een gebruikte vibrator van een dame die Trees heet.”
“Kievit!”
“Doe even gewoon kerel!”
“Okay, ze hoeft geen Trees te heten. Maar hij moet wel gebruikt zijn. Geeft me die twee producten en na wat noeste arbeid mijnerzijds kan ik zeggen waar die blender staat. Tot op de meter nauwkeurig!”
“Maak je nu een grap?”
Maar Kievit keek ernstig terug en hoe volslagen gek ze het ook vonden, er zat niets anders op.
“Hoe lang heb je nodig dan?”
“Als jullie de trek en Trees brengen, dan schat ik een uurtje of vier tot drieëndertig, afhankelijk van de ouderdom van die Trees. Zo, en laat me nou met rust. Ik moet m’n boterhammen nog gaan eten”, en hij duwde de agenten de zaak uit en liet het rolluik hard dichtvallen.
Buiten schraapte de commissaris zijn keel en zei ernstig: “we zullen omwille van de tijd de taken moeten verdelen Rinus. Ik denk trouwens, dat je daar als adjudant nu wel aan toe bent. Dus ik ga op zoek naar die Javaanse Jongens en dan ga jij die vibrator halen.”
“Chef?”
“Succes Rinus”, en de commissaris stak kordaat het kerkplein over. Hij liep richting de sigarenboer op de hoek naast het café en kon niet helpen een kleine glimlach te onderdrukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *