De moord van Tattoo Lonnie, hoofdstuk VI: verser kan het niet bloeien

De moord van Tattoo Lonnie, hoofdstuk VI: verser kan het niet bloeien

In gedachten hoorde ze Toedeledokie kukelen. Hoewel ze besefte dat Toedeledokie niet meer was, werd ze er toch wakker van. Ze kreunde toen ze van de bank op wilde staan, want ze had in een wel heel onnatuurlijke houding liggen slapen. Routinegetrouw wilde ze haar haren bijeen binden, maar al dat ze bond was lucht?
“Hè?’, zei ze en voelde op haar hoofd en gilde; “oh neeeee!”
Ze rende naar de hal en daar schrok ze zich zeven sloten tranen en nog veel meer ongeluk.
“Oh Lonnie, wat heb je me toegetakeld! En wat is dat?”, en ze voelde aan haar slaap, dat als een rare Siamees aan dat ei op haar hoofd hing. En wat deed die Siamees een pijn! Nog meer zelfs dan die verse tattoetoet op haar kop en die deed al heel veel pijn.
“Douchen! Ik moet gaan douchen”, zei ze meer dwangmatig tegen zichzelf dan anders en liep de trap op naar boven. Lonnie lag uitgeput op bed te snurken en even speelde ze met de gedachte van dat kussen, maar al snel verdrong ze die. Daar hield ze toch te veel van hem voor en heel stiekem dacht ze, toen ze naar die Calimero in de spiegel keek; ‘eigenlijk zo gek nog niet. En nu ik er zo naar kijk, meer perfect kan een slachtofferrol eigenlijk niet vertolkt worden!’
Ze besloot de casting director vandaag te gaan bellen, want nu pas realiseerde ze zich dat haar 06 op haar andere bil stond. Of beter nog, ze zou hem een appje sturen en maakte meteen een selfie. Hij zou haar ongetwijfeld vast al talloze malen geprobeerd hebben te bereiken op dat afgesloten nummer, maar geen nood. Nee, zij ging hem contacten, vandaag en zei zachtjes; “alles gaat goed komen Calimero, dat beloof ik je.”

Op het bureau kwam Hollestelle tot de conclusie; dat hij nu zijn adjudant al erg begon te missen. Hij had meerdere keren geprobeerd het bedrijf Outdoorio te bellen. Maar ondanks dat hij echt de juiste contactgegevens had, kreeg hij maar niemand aan de lijn. Hij werd keer op keer in de wacht gezet, waarna hij na drie muziekjes er gewoon steevast werd afgegooid. De laatste keer was hij erg boos geworden op die dame die opnam, maar ze bleef bijzonder stoïcijns en zei; “dit gesprek kost U 1 Euro per minuut. Wilt U een naaisetje bestellen? Druk 1. Hebt U een probleem met het naaisetje? Druk 2. Wilt U één van onze medewerkers spreken? Druk dan 3. Wilt U dit bericht nog eens horen? Belt U dan gerust nog een keer.”
Hij had zowat blauwe vingertoppen van het drukken op 1 t/m 3. Doch hoe hij ook drukte, niks hielp hem verder. Uiteindelijk gaf hij het op en begon redelijk agressief met zijn duimen te draaien. Totdat hij op een ander idee kwam en hij het nummer van de vuilverwerking vond.
“Met vuilverwerking Zeeland.”
“Ja, met Hollestelle hier, hoofdcommissaris van Serooserke en omgeving.”
“Commissaris Hollestelle? Ik ben vereerd, wat kan ik voor U doen?”
“Ik ben met een zaak bezig en nou vroeg ik me af; of jullie de laatste tijd garen aangeboden hebben gekregen, naaigaren om precies te zijn in van die kleine klosjes.”
“Nou, dat is nu ook toevallig. Mijn medewerker zei vanochtend nog bij de koffie; dat ie wel vier zakken vol kleine klosjes garen en knoopjes had zitten sorteren. Allemaal ongebruikt en dat zien we niet vaak hier. En oh ja, ook een berg aan kleine ongebruikte schaartjes.”
“Juist ja. En weet de medewerker toevallig ook, waar die zakken vandaan komen?”
“Eh nee, ze komen met de vrachtauto mee.”
“Weet u dan toevallig welke route die vrachtwagen heeft gereden?”
“Ja, even kijken … Ja, dat was de route Zuid.”
“Okay, dus dat betekent, dat die zakken in Rilland tot Wolphaartsdijk kunnen zijn aangeboden?”
“Inderdaad commissaris, of te wel van Wemeldinge tot Borsele.”
“Mag ik U vriendelijk danken voor Uw tijd?”
“Maar vanzelfsprekend, altijd bereid om U te woord te staan hoor.”
“Fijn, goedendag.”
“Goedendag commissaris.”
Hollestelle keek naar een foto van dat naaisetje van Outdoorio en het werd hem langzaam duidelijk. Lonnie was een beginner, maar wel eentje van het kwaaie soort. En slim bovendien, want buiten het reguliere tattoonaaldencircuit om had hij geraffineerd 500 naaisetjes bemachtigd voor een spotprijs. En die telden tezamen 1500 knopspelden, 1500 naainaalden met oog en 500 veiligheidsspelden. De kleine klosjes garen en knoopjes, die ook in die setjes zaten, had hij natuurlijk niet nodig en die had ie als gescheiden afval aangeboden. Het kon bijna niet anders. Want wie had nou zoveel knoopjes vast te zetten? Dat was gewoon te toevallig en hoewel hij alle opties open wilden houden, kon dit bijna geen toeval meer zijn.
Hij pakte de telefoon en belde naar de eerste de beste Tattoo Studio in Vlissingen.
“Met Tattoolandia, met Shamilla.”
“Dag Shamilla, je spreekt met Kamiel. Zeg, als ik nou een tattoo wil laten zetten; hoe kan ik er dan zeker van zijn, dat jullie schone naalden gebruiken?”
“Oh, maar daar hoef je je hier geen zorgen om te maken hoor Kamiel. Wij houden ons hier strikt aan de landelijke richtlijnen. En die schrijven voor 1 setje naalden per klant. Na de tattoo worden die naalden in de naaldencontainer gedaan. Dus jij krijgt altijd schone naalden hier.”
“Ah zo. En over hoeveel naalden hebben we het dan?”
De setjes gaan per vijf. Voor iedere kleur een naald waarmee onze tatoeëerder alle kleuren kan tatoeëren die u maar wilt hebben. Wanneer wil je komen?”
“Ik wil er nog heel even over denken. Mag dat?”
“Maar natuurlijk Kamiel, ik hoor heel graag snel van je hoor, doei!”
“Ja eh, doei.”
Nadat hij de hoorn had neergelegd, liep hij naar het schoolbord en pakte een krijtje uit de goot.
1500 + 1500 + 500 = 3500 : 5 = 700
“Zevenhonderd tattoos!”, sprak Hollestelle tegen het schoolbord bij gebrek aan Rinus. “Hij kan minimaal 700 tattoos zetten, mits hij alle kleuren gebruikt en als hij zich aan de landelijke richtlijn zou houden. Maximaal 3500 als hij maar één kleur zou gebruiken. 3500? Maar? …”
Hij liep weer naar het bureau om zijn aantekeningen door te kijken en het stond er duidelijk; ze was van top tot teen getatoeëerd met inktzwart inkt. Met één kleur dus.
“Oh mijn Heer. Wat als hij al die naalden besluit te gaan gebruiken?”, viel hij terug in zijn stoel en sloeg boos op het bureau; “Rinus! Waar blijf je nou?”

Toen hij die ene boa vast aan haar kruk had gebonden, duwde hij die andere van zich af en zette het op een rennen. In de gang kwam hij eindelijk de al veel eerder verwachte de Raaf tegen, die een zakje van de Lidl in zijn handen hield.
“De Raaf! Heb je het?” De Raaf knikte ongewoon wezenloos voor hem. Doch Rinus had geen tijd om zich daarover te verwonderen, want daar kwam Leo al aangelopen die het rumoer had gehoord.
“Wat is hier aan de hand? Zeg hallo? Jullie willen toch niet weg zonder te betalen?”, begon Leo meteen dreigend, op heel andere toon als toen hij eerder die deur voor hen open had gehouden.
“Ik ga helemaal niks betalen!”, sprak Rinus en pakte zijn politiepasje uit zijn vestzak en toonde die hem en zei; “politie!”
Dat had Rinus beter niet kunnen doen. Dat werkte bij Leo namelijk als die spreekwoordelijke rode lap en Leo haalde zonder nadenken uit. Rinus bukte en voelde de wind van die uithaal door zijn haren gaan, toen hij zich uit alle macht naar voren wierp en met zijn schouder hard tegen de ribbenkast van Leo aankwam, die daarop zwaar naar adem begon te happen.
“Kom nou toch de Raaf! Wat scheelt je toch kerel?”, trok hij de Raaf aan zijn mouw de gang door. Achter hem hoorde hij Leo hijgen, maar zijn schoudertactiek gaf hen net voldoende tijd om naar buiten te geraken. Snel trok hij de nog steeds wezenloze de Raaf de hoek om.
“Kom op, vlug naar het parkeerterrein. Kom op nou toch de Raaf, een beetje doorlopen graag.”
Maar de Raaf had een blik van nul en liet zich weliswaar voortslepen, maar meer dan dat zat er niet in. Veilig bereikten ze de camper aan de bebouwde kom en Rinus vroeg om de sleutels. Daarop duwde de Raaf hem dat zakje van de Lidl in de handen.
“Zitten ze daar in?”, en ongeduldig graaide hij in die zak en zei; “gadverdamme! De Raaf! Kievit zei een gebruikte, niet een pas gebruikte!”
Hij doorzocht de zakken van die almaar apathisch staande de Raaf en vond uiteindelijk de campersleutels. Hij hielp de Raaf in the Raven en zelf nam hij op de bestuurdersstoel plaats. Pas toen hij bij de rotonde rechtsaf sloeg, kalmeerde Rinus weer wat en vroeg; “de Raaf, wat scheelt er nou kerel?”
De Raaf keek Rinus aan met een blik, alsof hij zojuist water had zien branden en stamelde; “ik … al die tijd Rinus … nooit geweten … en toen op het end pas zei ze het …”
“Wat zei ze op het end de Raaf?”
“Nou, dat …”
“Wat zei ze nou kerel? Wat zei ze dan op het end?”
“Verdomme Rinus, al die tijd … maar al die tijd niet dus.”
“De Raaf, we zijn bijna thuis. Dus als je ‘het’ nog kan zeggen?”
Maar de Raaf schudde moedeloos van nee en zakte diep in zijn stoel weg.
Stil reed Rinus the Raven naar huis en parkeerde netjes op het achtererf van de Raaf. Daar hielp hij hem uit de camper en vroeg of hij wel alleen kon zijn.
“Ja Rinus, dank je. Het gaat wel weer en hier; vergeet die zak van de Lidl niet.”
“Weet je het zeker de Raaf? Want als je wilt, blijf ik bij je hoor.”
De Raaf haalde een paar keer heel diep adem en zei toen; “echt Rinus, ze zei het gewoon. Ik heet helemaal geen Lola! Ze zei het alsof het niks was! Kan je je voorstellen? Al die jaren aan fijne herinneringen aan Lola. En nou heet ze geeneens Lola! Ben er echt helemaal stuk van.”
Rinus keek zijn vriend verbaasd aan, maar toonde toch de benodigde compassie en zei: “mensen doen soms de gekste dingen de Raaf. Zo wilde Boa met mij dingen doen … Brrrrr! Maar, uit nieuwsgierigheid, hoe heette ze dan?”
“Dat is ’t ‘m nou net. Dat heb ik haar ook gevraagd en ze zei; ik heet hoe jij wil dat ik moet heten. Anita, Karolientje of zelfs mama. Ja, ze zei dat echt!”
“Zullen we dan nu afspreken, voorlopig niet meer naar Club Barberella te gaan de Raaf?”
“Ja, dat lijkt mij inderdaad het beste. Dank je dat je me weer veilig naar Serooskerke hebt gebracht.”
“Geen dank Rinus. Dus het gaat weer?”
“Het gaat weer”, grijnsde de Raaf zijn vertrouwde grijns en hij duwde Rinus de poort uit.
“Vooruit, naar het bureau Rinus. Ik heb nog een boel te doen hier.”
“Later dan.”
“Ik kom dalijk zeker nog even aan, tot later.”


“Chef!”, glimlachte Rinus trots en zette de zak van de Lidl op het bureau.
“Is dat wat ik denk dat het is?”
“Jawel. Met dank aan de Raaf en verser kan je nergens op het eiland krijgen. Daar ben ik wel van overtuigd!”
“Je bedoelt?”
“Dat wil ik zelf geeneens weten Chef. Laten we het er maar op houden dat de Raaf ene Lola zo vriendelijk heeft weten te krijgen.”
Hollestelle gooide het pakje Javaanse Jongens naast die zak van de Lidl en even keken ze er stil naar.
“Chef”, fluisterde Rinus als eerste, “we hebben alles voor de trek&Trees.”
“Ja Rinus, je hebt dit kunststukje maar mooi volbracht. Ik ben enorm trots op je.”
Tegen complimentjes konden ze gewoonlijk beiden slecht en dus werden die zeer zelden gegeven. Maar het vooruitzicht op de trek&Trees die hen naar Molly zou gaan leiden, had gewoon even tijd nodig; dus accepteerden ze beiden graag even een moment van wederzijdse complimentjes.
“Okay Rinus, op naar Kievit”, stond Hollestelle op en ze verlieten het bureau. Onderweg praatte Hollestelle Rinus bij over de 500 naaisetjes en hoeveel tattoos daarmee wel niet gezet konden worden. Daarop keek Rinus trots zijn Chef aan, die zei: “geen complimentjes meer nu, werk aan de winkel!” En hij klopte een paar keer op het rolluik van Kievit.
“Ik ben er niet!”
“Kievit, het is Hollestelle hier. Ik ben met Rinus en we hebben de bescheiden voor de trek en Trees!”
Ongewoon snel voor zijn doen ging het rolluik open en hij liet de mannen binnen. Ze moesten mee naar achter en werden daar een kopje koffie aangeboden, terwijl Kievit de vibrator checkte onderwijl een Javaanse Jongen rollende. Verbaasd over hoe snel Kievit ter zake kwam, aanschouwden ze; hoe hij het saffie vuur gaf met het waakvlammetje van de geiser boven de kraan.
Hij kuchte zwaar, toen hij inhaleerde en Rinus vroeg of dit de trek van de Trees was.
“Ben je gek Rinus?”, reageerde Kievit verbaasd. “Was gewoon zo lang geleden, dat ik eerst zelf weer eens een trekje wilde nemen.”
“Je gaat me nu toch niet vertellen, dat je die vibrator ook niet nodig hebt?!”, zei Rinus nu boos wordend.
En Hollestelle vulde hem aan met; “als je dalijk met dat ding gaat doen, omdat je het zolang gemist hebt; arresteer ik je ter plekke!”
“Weest gerust heren, ik heb zowel de Javaanse Jongens nodig als deze …. alsjemenou! Is deze vers? Hij’s nog warm?””
“Je had toch een gebruikte nodig?”, zei Rinus, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
“Ja dat klopt. Maar zo vers heb ik ze zelf nog nooit in mijn handen gehad”, en zonder rillingen liet Kievit dat apparaat door zijn handen glijden. “Wat gaat dat soepel. Bijna net zo soepel als een pas gesmeerde naaf. Ik ben erg onder de indruk, maar genoeg daarover. Aan de slag!”, en kordaat liep hij naar de werkplaats waar hij de vibrator in de bankschroef klemde. De Javaanse Jongens werden even op de plank daarboven gelegd en Kievit zei; “die hebben we op het laatst pas nodig.”
Daarna pakte hij de soldeerbout, die hij in het stopcontact deed. Uit een kist pakte hij een waterpomptank en een stanleymesje waar hij een nieuw mesje in zette.
Secuur zette hij een circulaire incisie overdwars en begon daarna met de waterpomptang het jasje van de vibrator af te rollen. Het rubber kwam er onverwacht gemakkelijk vanaf en Kievit sprak: “dit kan dus alleen met een gebruikte. Zou je dit met een nieuwe doen? Het zou onherroepelijk scheuren, hoe voorzichtig je het ook doet. Dit is het meest perfecte exemplaar, dat ik ooit onder handen heb mogen nemen.”
De rubberen buitenkant werd volledig verwijderd, waardoor het binnenwerk van de vibrator bloot kwam te liggen. Voorzichtig hing Kievit het rubber met behulp van een wasknijper aan een lijntje boven hem en wees op het binnenwerk.
“Zien jullie dat? Dat zijn nou allemaal kleine elektromotortjes, Zeg maar een Tesla avant la lettre voor dames. Of heren”, grinnikte hij.
“Ja dat zien we Kievit. Maar wat heeft dat nou met een trek en Trees te maken?”
“Alles. Het gaat om de elektromotortjes en om die allemaal op voldoende spanning te krijgen. Kijk, mijn blender heeft een dusdanig sterke motor, dat deze ook na gebruik op spanning blijft staan. Daar merk je zelf natuurlijk niets van, maar hij is altijd stand-by. Zelfs als hij uit het stopcontact wordt gehaald. En het is juist die elektromagnetische straling, waardoor ik deze elektromotortjes aangetrokken kan doen laten voelen. Maar dat gaat natuurlijk niet met die lullige triple-a batterijtjes.”
“Dus je bent van plan die vibrator op hoogspanning te zetten?”
“Dat is het principe”, en secuur begon hij de bedrading van het eerste elektromotortje los te maken. “Ik heb nu privacy nodig. Dit is een nogal secuur zaakje”, zei Kievit.
“Maar natuurlijk Kievit. Wij zullen je niet langer ophouden. Hoe lang denk je nodig te hebben?”
“Het scheelt echt enorm dat het een verse is, zoals jullie zelf hebben kunnen zien. Dus ik hoop nog voor middernacht, maar pin me er niet op vast.”
“Okay Kievit. Dan komen we later nog even aan”, maar Kievit reageerde niet meer en ze liepen de fietsenzaak uit.
Op straat besloten ze dat het echt hoog tijd was voor koffie, want het was nu al ver in de middag.

Molly had de casting director een appje gestuurd en was vrolijk naar de bushalte gelopen. Ze was er vast van overtuigd, dat ze al aan het filmen waren. En dat ze uiteraard vol ongeduld op haar zaten te wachten. De buschauffeur deinsde instinctief even terug, toen hij Molly de bus in zag komen. Vrolijk groette ze hem en ging verwachtingsvol achterin zitten.
Lonnie werd eindelijk ook eens wakker en zag het briefje op haar kussen liggen, dat hem liet weten dat ze een opname had. Boos frommelde hij het tot een propje en gooide het in de hoek. Hij liep de trap af naar beneden en ging voor zijn schetsblok zitten bladeren.
Zoveel geweldige ontwerpen en nou zat ie zonder canvas! Hij pakte drie setjes, waar hij naald en inkt in verdeelde en stopte die in zijn zak en liep nijdig naar buiten. Op het tuinpad siste hij; “jij laat me dit doen Molly! Door jou moet ik dit nou gaan doen.”
In zichzelf pratende liep hij naar de bushalte, waar hij even later de eerste de beste bus in stapte die hem naar Goes bracht.
Daar struinde hij de straten af en hield even in bij een privéclub. Na een vluchtige inspectie van het pand zag hij dat er camera’s aan de voorgevel hingen. Daarom liep hij achterom en gooide eerst zijn naaisetjes over het hek en klom er daarna zelf overheen.
Hij verleende zich toegang door een open raam van het souterrain en liet zijn ogen even wennen aan het donker. Hij vond daarna snel de houten trap die naar boven leidde. In de gang herkende hij meteen de deuren van al die kamertjes, die je per uur kon huren. Hier kon hij zeker een canvas vinden, die toch niemand zou missen.
Hij sloop door de gang, af en toe zijn oor tegen een deur duwend. Toen ging er plotseling een deur even verderop open en hij schoot een kamer in. De kamer was gelukkig leeg en door de reet van de deuropening hoorde hij een doorrookte stem zeggen; “ik kom zo schatje. Lola moet zich even opfrissen.”
Een schaduw in morsig negligeetje passeerde hem, die naar de wc tegenover hem ging. Zachtjes deed hij de deur open en keek vluchtig naar links en naar rechts. In de verlaten gang hoorde hij Lola zachtjes kreunen, die aan de lucht te ruiken niet zomaar een klein plasje aan het doen was. Hij bedacht zich geen moment en stormde de wc binnen. Snel graaide hij de wc-borstel uit de houder en drukte die snoeihard in de van pure schrik opengevallen mond van Lola. Het was snel gedaan met Lola en terwijl ze slap en bewusteloos op de bril zat, haalde Lonie zijn naalden tevoorschijn en begon te prikken en te prikken.
Wel twee setjes naalden gebruikte hij. En als laatste finishing touch drukte hij een veiligheidsspeld langs de zijkant van haar linkerborst diep naar binnen en een klein pulserend straaltje bloed begon eruit te spuiten, steeds harder.
“Deze noem ik de roos die bloed bloeit! En wat ben je mooi mijn roos.”
Hij begon oprecht te huilen. Het was zoveel mooier, dan hij ooit had durven dromen. Die roos, die hij getatoeëerd had, kwam echt tot leven en dat was gewoon een heel emotioneel moment voor Lonnie, vooral omdat hij dat alleen echt zo graag wilde.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *