cry cry cry

cry cry cry

Hevig schokkend van emotie werd Marcos kletsnat wakker in zijn bedje op het zolderkamertje van z’n moeder. Hoewel hij net zijn ogen open deed, keek hij slechts in een troebele en dikke waas van ongekend veel emotie. Gisteren was ie zwijgend naar huis gefietst. Stil had ie een broodje pindakaas voor de helft weg kunnen krijgen en met een brok was ie naar boven gegaan. Hij was gaan liggen in een soort van poging om dat verschrikkelijke nieuws weg te gaan slapen. Het nieuws was zo enorm, dat ie het simpelweg niet meteen kon bevatten; laat staan accepteren. Uiteindelijk was ie in slaap gevallen, om rond de klok van vijven huilend wakker te worden. Toen pas drong het besef van die catastrofale mededeling echt goed tot hem door. En toen kon ie zich niet meer inhouden. Hij verbaasde zich erover, dat ie zoveel tranen in zich had. Maar desalniettemin kon ie niet meer stoppen. Na de douche bleven ze maar komen en jankend was ie voor deze dag en dauw naar het Binnenhof gefietst en kwam nu in een doodstil Torenkamertje aan. Bij het zien van het lege art deco stoeltje bij het raam gilde ie het uit; “NEEEEEEE!!! Oh Sammie! Nee man! Neeee!”, en viel overmand door een muur van emotie op zijn bureaustoel en begon nog harder te janken. Zo hard dat ie meer dan onrustig collabeerde.

Net na zevenen kwam Sammie binnen en ging bij het raam zitten. Terwijl hij de ochtendkrant ontvouwde, zei ie terloops of -vouwend een goeiemorgen en verdiepte zich in zijn eigen nieuws.
Tenminste daar op de voorpagina las Marcos duidelijk de reden van zijn verdriet. Sammie had er de brui aan gegeven. Na zoveel succesvolle jaren zouden hun wegen gaan scheiden en daar kon de premier niet mee overweg.
“Sammie!”, herpakte Marcos zich en sprak tegen de voorpagina; “waarom hebbie mij nie eerder gezegd?”
“Wat bedoel je man?”, sloeg Sam zich een weg naar een andere pagina.
“Nou, dat je gaat. Dat je de handdoek in de Kamer hebt gegooid. Je meende dat? Je kapt ermee?”
Zachtjes hoorde Sam zijn vriend snikken en keek over de krant naar het hoopje ellende achter dat enorme bureau, dat nu nog groter dan anders oogde.
“Oh dat? Ja man, weet je Mark? Ineens was ik het zat. Kon er niet meer tegen, al dat gekonkel en ja, ik had je eerder moeten zeggen misschien. Maar zou dat hebben geholpen?”
“NEE! TUURLIJK NIE! Ik ben gewoon kapot man! Heb de hele nacht liggen janken in m’n nest en nou begin ik weer.”
“Sorrie man, sorrie”, legde Sam de ochtendkrant neer en wist zich niet zo goed met de situatie.
“Maar, ik ga weg uit de politiek, maar niet uit je leven hoor”, probeerde ie.
“Meen je dah?”
“Waarom niet? Als je zoveel als wij hebben meegemaakt schept, dat een band hoor.”
Marcos keek met een beginnende twinkeling zijn maat aan, maar die werd net zo snel weer dof in de realisatie dat politiek zijn leven was.
“Hoe dan man? Je stapt uit de politiek, hoe dan?”
“Ja, dat weet ik nog niet hoor. Het kwam ook voor mij ook best wel onverwacht hoor”, en toen kwamen de tranen ook bij Sam.
“Kom hier man”, en ze vielen in elkaars armen en begonnen me daar zo’n potje te janken en zo lang, dat deze in dat zoute water is gevallen. Want ook ik ken hier nog effe nie mee om hoor. Maar aan alles lijkt een end te komen en dat heeft tijd nodig …

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *