De opkomst van de Gerbils

De opkomst van de Gerbils

Het ondergrondse koninkrijk in de verouderde krochten van het Binnenhof floreerde als nimmer tevoren. Met bestrijdingsmiddelen aan Europese banden en dankzij een niet eerder zo uitbundige aanvoer van pure shit, was het een drukte van belang geworden in de grote verzamelput onder het Torentje. De grote opperrat hield een vurige toespraak over hoe eindelijk, na eeuwen geduld, weer hun tijd gekomen was. Alle ratten waren uit alle hoeken en gaten van het overvolle en het zichzelf versnipperende rioleringssysteem gekropen, om hun leider aan te horen. Ze voelden het allemaal al een tijdje. Hun geboortecijfers zaten al jaren in de lift en nu alle oude grenzen leken te verdwijnen, voelden ze zich meer zeker worden van hun zaak.
“Ik beloof jullie, dat onze tijd nou daar is. En als jullie me niet geloven, dan wijs ik jullie op de komst van de Gerbils! Al jaren zijn ze bezig het fundament van die lui boven ons over te nemen. Op dit moment zelfs, nestelen ze zich nu in het openbaar onder het grote stadion van de stad en we weten allemaal dan wel hoe laat het is! Deze wedstrijd gaan wij fiksen!”
Een overweldigend gepiep vulde de grote verzamelput, want iedereen wist uit overlevering van de fameuze Gerbils.

Kreunend zat Marcos op de pot te lezen over de laatste wetenschappelijk historische inzichten. Verbaasd las hij, dat het niet de eigen bruine rat was, die voor de opeenvolgende pestgolven in de middeleeuwen had gezorgd. Het was de woestijnrat daarentegen uit Azië, die door klimaatsveranderingen oorzakelijk voor dood en verderf had gezorgd. De bruine rat was in dat licht slechts een carrier? Maar verder kwam hij niet en aan klimaatsverandering had ie helemaal geen grote boodschap. Nu hij weer aan zijn updatepuntjes had voldaan,  trok hij met een van persende wee vertrokken gezicht door. Maar het eerder zo geruststellende gegorgel, liep nu vast en het resultaat liet zich raden.
“Verdomme, verdomme!”, vloekte de premier en hij moest zelfs zijn toevlucht zoeken, tot de grote handdoekrol aan de muur naast het fonteintje.
“Gaat het Mark?”, vroeg Sam bezorgd over de nat wordende oude lambrisering achter de lege stoel van de premier. Ook Sam had het te kwaad. De bami van Bang was hen beiden slecht gevallen. De hele nacht waren ze heen en weer gelopen en hadden niet aangedurfd de trip naar huis aan te vangen. Het Torenkamertje rook danig en Sam klopte nogmaals op de oude lambrisering, waarin een eeuwenoude deur naar een klein privaat was ingezaagd.
“Nee man! De stront gaat niet meer weg man!”, hoorde hij de premier zich paniekerig afvegend. Even later kwam Marcos weer het Torenkamertje in en wees naar de pot achter hem. “Die zit vol man, niks gaat meer weg.”
“Hoe mot dat nou verder man? Ik mot ook nog?!”
“Ik heb zitten zoeken, maar nergens die rubberen ontstopper gezien man. Heb jij ‘m mee naar huis genomen?”
“Nee, wat mot ik nou met dat ding thuis doen?”
“Vroeg ik me ook al af man. Maar wie heeft ‘m dan man?”

“Het gepiep werd nog luider, toen achter de opperrat de buisuitgang van het Torentje definitief potdicht slibde. De opperrat wees naar achter en zei: “dit is ‘het’ teken!”, en hij trok er rebels een stukje papier uit en begon hiermee te zwaaien. “De mens denkt alles af te kunnen betalen met papier dat ze geld noemen. Ze hechten daar zoveel waarde aan, dat ze zich er zelfs mee afvegen. Hele oerbossen zijn verdwenen om hun geldzucht te stillen. Maar daar komt binnenkort een einde aan! Gaat heen en vermenigvuldig jullie nog meer, opdat de comeback van de aloude Yersinia Pestis niet meer gestuit kan worden! Leve de revolutie!”
De Ratten renden en buitelden enthousiast over elkaar heen en een eeuwenoud bacchanaal werd in volle glorie hersteld. Nu de Gerbils kwamen, was het slechts een kwestie van tijd; dat hun tijd daar was gekomen. En zij zouden er met velen klaar voor staan. De revolutie was aanstaand!

20160423_100300
Ondanks hun hoge nood zaten de vrinden even later in de Kamer, stijf onder de Norit, te luisteren naar het betoog van Jesse. Jesse gilde het uit. Dat het een schande was; dat al het geld van giro555 nog steeds niet juist werd besteed. Na al die jaren corruptie bleken ze nog steeds niet in staat, de nationale inzamelingsacties op humane wijze te rechtvaardigen.
“Wat nou?”, interrumpeerde Gee boos, “wat kan mij jouw heilige huisjes in Verweggistan nou schelen, terwijl mijn Ingrid hier gescheiden van Henk haar kinderen in pure armoe moet opvoeden. Maak je daar eens druk over! Eigen volluk eerst!”
“Voorzitter, dit kan toch niet?”, zei Jesse hulp zoekend bij Ariba.
“Eigenlijk niet Jesse. Maar vrije meningsuiting en zo. Bovendien, in dit veranderende klimaat ben ik de laatste wel die hier wat van mag zeggen. Maar ga vooral door, je bent op de goede weg. En Gee, iets minder mag ook wel. Ik ben ook volluk hoor”, zei ze objectief en drukte haar microfoon weer uit.
“Mijn vraag is dan ook; hoe het kan, dat ons geld niet wordt besteed aan hen die het zo enorm hard nodig hebben?”
Daarop volgde een lange stilte en geen der Kamerleden kon daar een antwoord op geven. Marcos ging in zijn mobieltje zitten en appte naar Sam:
“Sam! Is dat echt waar? Staat al dat geld nog steeds op rekening?”
“Geen idee man. Maar als dat zo is, dan hebben we appeltje man!”
“Mot jij ook zo nodig?”
“Hou op, hou op man!”

Onder het oude stadion van de stad stonden alle autochtone ratten te wachten op de aankomst van de nieuwe Gerbil. Net op het moment dat alles tegen de vlakte dreigde te gaan, was het een tot voorheen onbekende Aziaat; die de boel overend had weten te houden. Op het laatste moment waren ze van de ondergang gered. Iedere rat kende de verhalen over de hoogtijdagen van alweer zoveel eeuwen geleden. Hoe golf na Aziatische golf, alle mensen van boven bijna had weten uit te roeien. Ze waren zo dichtbij geweest. En ook nu leek hun totale wereldheerschappij geen droom meer. Ondanks dat de ratten beseften; dat ook zij de Yersinia Pestis niet konden overleven, zouden ze deze in volle overtuiging trots met zich mee gaan dragen naar het alles overwinnende einde.
Diep onder de indruk zagen ze de grote Gerbil uit die verboden buis kruipen. Niemand wist namelijk waar die heen ging. Al vele ratten waren daar in verdwaald en nimmer was meer van ze gehoord. Dus die buis werd gemeden als de pest. Dat juist uit die enge buis Gerbil kwam kruipen, was meer dan indrukwekkend.
Gerbil liep op het spreekgestoelte af en de plaatsvervangende rat van schaamte, zei: “en dan geef ik nu graag het woord aan Gerbil Wang!”
Gerbil kroop op het stoeltje en ging op zijn achterpoten staan en begon te praten. Eerst zachtjes, maar daarna steeds harder. Na een half uur gepassioneerd te hebben rede gevoerd, klom hij weer van het stoeltje en verdween verder zwijgend in de bewuste buis.
Nadat Gerbil was verdwenen, werd de wanorde compleet.
“Wat zei ie nou?”
“Ik begreep er niks van!”
“Ik helemaal niet. We hebben tolk nodig!”
“Waar dan?”
“Bang!”, gilde er eentje van achter, “in de put bij Bang, zullen er vast wel een paar gerbils wonen die kunnen vertalen!”
En een bode werd gestuurd, die heel hard begon te trippelen door de Haagse riolering richting het etablissement van Bang.

“Het moet afgelopen zijn met de tweedeling in onze samenleving”, hervond Jesse zijn stokpaardje. “Ik pleit voor een nieuwe toekomst, een toekomst met een morgen!”
“Oh”, interrumpeerde Gee hem weer, “en hoe ga je dat dan doen? Ga je weer onze Jantjes in een oorlog sturen, waar ze niet mogen schieten?”
“Voorzitter?”
“Laat Jesse nou eens uitpraten Gee. Daarna krijg je alle tijd om jouw punt te brengen, afgesproken?”
Gee droop af en ging stuurs met zijn pen op zijn bankje zitten spelen.
“We moeten de handen ineen slaan. Na Paars en na de laatste jaren achtereenvolgend neoliberaal beleid, is het echt tijd voor een ander geluid. Een geluid van hoop op een betere toekomst voor ons allemaal. En juist dat wil ik zo graag. Ik ben bereid met iedereen samen te werken, om daar vol voor te gaan. Iedereen, behalve met de PVV.”
“Gee ontplofte nu zowaar en rende naar de interruptiemicrofoon.
“Oh, en waarom sluit je mij dan uit?”
“Nou, gewoon omdat je hele bevolkingsgroepen weg zet als oud vuil.”
“Nieuw vuil bedoel je. Maar jij doet nou echt niet anders!”
“Wat wil je dat ik daarop zeg?”
“Gewoon erkennen dat je een landverraaier bent!”
“De woorden van een racist dames en heren, dit zijn de woorden van een pure racist!”, gilde Jesse overtuigd van zijn visie.
“Jij domme vmbo-er, wie denk je wel eigenlijk dat je ben?”
“Verwijt de blonde pot de voedselketel! Ik ben Jesse van Klaveren”, en hij nam uitdagend een bokshouding aan.
Dit was de druppel voor Gee, die over de microfoons begon te klimmen om eens een stevig partijtje te gaan matten.
Ariba had deze ordinaire scheldpartij met afgrijzen aangehoord. Maar nu dreigde het tot een daadwerkelijk fysiek onderhoud te gaan uitlopen en dat kon dus niet. Heel hard begon ze met haar hamertje te slaan en gilde de mannen tot orde.
“In dit Huis is er maar eentje die mag slaan! En dat ben ik!”, zei ze dreigend haar hamer omhoog houdend, waarop beide heren inbonden. Jesse zei dat ie zijn punt wel had gemaakt en Gee; dat ie er nou geen punt van wilde maken.
Alle Kamerleden begonnen druk te tweeten over de laatste rel met Gee. Marcos echter begon verwoed te appen met Sam.
“Zie jij wat ik zie?”
“Ja! Natuurlijk man! Zij had ‘m dus al die tijd!”

aribplunger
In de consternatie van de afloop van het debat tussen Jesse en Gee, liep de premier naar het spreekgestoelte.
“Voorzitter, mag ik een motie indienen?”
De Kamerleden sloten hun twitter af, want dit was hoogst ongebruikelijk. Niet eerder was een premier spontaan uit vak K gekomen om een motie in te dienen.
“Eh ja, natuurlijk. Als premier van ons land mag U dat vanzelfsprekend. Wat is Uw motie?”
“Hoe lang bent U al in het bezit van mijn plunger?”
“Plunger?”
“Ja, plunger voorzitter. Dat is Engels voor een stokkie om de pot te ontstoppen met een rubberen zuignap.”
“Excuses premier, maar het is voor het eerst dat ik U een Engels woord daadwerkelijk juist hoor uitspreken. Dit is trouwens een hamer hoor. Heb ik van Anoes gekregen, bij de overdracht.”
“Het is ‘onze’ plunger!”, gilde Sam vanachter zijn bankje opstandig, zonder gebruik te maken van de interruptiemicrofoon.
“Ik zweer jullie; dat Anoes gezegd heeft, dat dit ‘de’ voorzittershamer is.”
“Kijk nou zelluf meid”, zei de premier vaderlijk, “ziet dat eruit als een hamer?” Snel scrolde hij door zijn mobiele galerij. “Kijk. Dit is een hamer”, en de premier toonde het scherm van zijn mobieltje als voorbeeld.
“Mag ik even?”, vroeg Ariba en commandeerde de klerk het mobieltje van Marcos tot haar te brengen.
“Maar natuurlijk”, zei Marcos en overhandigde de klerk zijn mobieltje.
“Ik vrees inderdaad dat U gelijk hebt. In mijn verdediging; ik was er echt in alle oprechtheid van overtuigd, dat dit ‘de’ hamer was.” En ze keek nog eens goed naar de plunger; die bij nader inzien inderdaad niks van een hamer weg had. De randen waren zelfs viezig, zo zag ze nu pas voor het eerst. Snel gooide Ariba de plunger van haar bureau. “Getverdikkie, U heeft gelijk! Heeft iemand hier een echte, doch bovenal, schone hamer?”
“De klerk overhandigde haar een ouderwets degelijk stuk handvaardigheid en zo kon ze eindelijk zonder gezichtsverlies dit debat afsluiten.
“Bij deze steun ik de motie van de premier. Ik denk, dat heel het Nederlandse volk de plunger graag terug wil zien in zijn handen. Heeft iemand hier bezwaar tegen?”
Geen der Kamerleden protesteerde en eindelijk kon Ariba deze schaamtevolle vertoning afhameren zoals het hoorde.
“Dan is de plunger-motie unaniem aangenomen. De plunger is van jullie.”
Sam rende hals over kop met plunger de Kamer uit en Marcos wist niet hoe snel hij hem achterna moest.

voorzittershamer
In de grote verzamelput zaten alle ratten uit Den Haag te wachten op wat Wang nou eigenlijk gezegd had. Twee tolken, uit de keuken van Bang, kwamen nog met koksmutsjes op uit een buis gekropen.
“We hebben niet veel tijd, maar het was belangrijk? ”
“Ja, bijzonder. Kijk eens even mee naar dit filmpje, die onze vrienden vanonder het stadion hebben meegenomen.”
Samen keken de twee tolken, die de taal van Gerbil machtig waren, naar het opgenomen filmpje van Gerbil Wang en vatten de speech samen.
“Beste ratten! Dit is werkelijk een baanbrekende speech. Dit zal de wereld voorgoed veranderen! Ik durf het bijna niet te vertalen.”
“Alle ratten hingen nu ademloos aan de tolkse lippen, zo ze die überhaupt hadden. Eindelijk zou de boodschap van de grote boodschapper vertaald worden en zouden ze eindelijk gaan horen hoe de wereld definitief zou gaan veranderen.
“Hij zegt, en ik vertaal letterlijk; …”
Op dat moment klonk er een luid onheilspellende plop vanachter het spreekgestoelte en een tsunami van al dan niet half verteerde resten, begon door de grote verzamelput te kolken. Voordat ze het vege rattenlijf konden redden was 80% van de rattenpopulatie al gedecimeerd door deze overdosis aan voeding. Het laatste wat één der vertolkers dacht, was dat ie toch echt duidelijk zijn bami kon proeven. De andere redde het, wonder boven wonder, tot de buis en rende half verzopen de allengs snel voller lopende riolering in. Voor de resterende populatie zat er niks anders op dan te blijven zwemmen en zwemmen en zwemmen.

“Ja! Hij loopt man!”, gaf Marcos zijn maat een enthousiaste klop op de linkerschouder. Sam zette de plunger in de hoek en vroeg om even gebruik te mogen maken van het privaat in privacy.
“Hahaha, ja natuurlijk man! Zo, gelukkig man, het loopt weer door. Onze pot draait weer doorrrrr! Hahaha! Goed man!”, en de premier liet Sam even alleen, om eindelijk ook zijn hoge noodding te kunnen doen.
Opgelucht zaten ze even later weer tegenover elkaar, om de ontstopping met welverdiend wijntje te vieren.
“Ouwe leidingen hè?”, mompelde de premier genietend van zijn wijntje.
“Hoog tijd dat ze de zaak hier gaan verbouwen. Maar tot die tijd houden wij die plunger achter slot en grendel hoor.”
Zo, dat dacht ik ook. Trouwens, hoorde ik dat laatst nou goed van Jeroentje?”
“Wat man?”
“Nou, dat over die verbouwingskosten.”
“Ja, natuurlijk. Jeroentje is nie gek.”
“Dus we mogen nooit de daadwerkelijke verbouwkosten openbaar maken?”
“Natuurlijk niet Mark, … zo die is echt lekker zeg”, en Sam genoot even extra van de zijne.
“Maar, moeten we daar niet transparant over zijn?”
“Ech nie! Wat denk jij nou, als ze dat te weten komen?”
“Dat dit voor onze democratie is?”
“Marrek! Je ben toch geen mietje?”
De premier schudde opzichtig macho van nee.
“Die lui werken zich het schompes om hun schulden af te betalen man. Zolang ze daar al hun tijd voor nodig hebben, kunnen wij gerust van ons wijntje genieten. Want als ze het echte bedrag horen, dan zouden er wel eens echt hele enge dingen kunnen gebeuren. Zou zo maar revolutie kunnen worden.”
“Wat? Ssssst man! Nee, dat kennen we echt nie gebruiken. Okay, ik snap het. Ik zeg niks meer. Nog flesje opendoen dan?”
“Ja natuurlijk! Ik hoor dat mens nog zo zeggen dat het haar ‘hamer’ was, hehe.”
“Hahahaha! Zo! En dan echt nie in de gaten hebben hè? Hahaha! Proost man, hahaha!”
“Hehe, proost man. Chinesie dalijk?”
“Want denk jij dan?!”

Buiten stopte een patrouilleauto van de Hermandad aan de Hofvijver. Ze hadden melding gekregen van onmenselijke stankoverlast dat rondom het Binnenhof zou heersen. Bij uitstappen roken ze inderdaad onraad, want het waterpeil van de Hofvijfer leek verontrustend snel te stijgen. Snel werd een gemeentelijke rioolwagen ingeschakeld en zo stonden de agenten even later de zuigwerkzaamheden van de putjesscheppers te aanschouwen.
“Hoe kan dat zomaar ineens?”, vroeg een agent geïnteresseerd aan de voorman van de putjesscheppers.
“De Hofvijfer is indertijd aangelegd als overloop. Met de komst van de modernere gesloten riolering hebben ze er maar een vijver van genaakt. Was goedkoper. Maar nou die rioleringen verstopt raken, gaat ie weer als overloop dienen. We weten het al jaren. Maar nog niet eerder is het waterpeil zo snel gestegen. Er moet daar ‘iets’ zijn gebeurd”, wees hij naar het oude regeringsgebouw aan de overkant.
“Zeg, wij willen nog voor sluitingstijd wat donuts scoren. Hebben jullie hier nog lang nodig?”
De voorman dirigeerde een tweede wagen naar de kant van de vijver en gooide de afzuigslang er in.
“Volgens mij, hebben we overstroming wel voorkomen. We hebben nog wel twee dagen nodig om na te zuigen. Want anders staan we hier morgen weer.”
“Twee dagen?”
“Ja, twee volle dagen. Zorgen jullie voor de afzetting?”
De agent belde naar het bureau met de mededeling dat de Hofvijver twee volle dagen afgezet moest worden en zijn collega begon vast de zaak af te zetten.

hofvijver
Aan de bar bij Bang gilde Marcos of de tv aan kon. Ze hadden net heerlijk gegeten en wilden nog even aan de bar hangen, voor ze op huis aan gingen. Bang zette met afstandsbediening de tv aan en schonk weer twee glazen bier in.
“Hé Sam! Kijk! Dat is Devit Ettenburrugers, die vent maakt van die onwijs gave natuurfilms. En echt al heel lang man.”
“‘k Ben er ook mee opgegroeid man. Eindelijk weer eens wat inhoudelijks op de buis. Bang, zet het geluid wat harder wil je?”
Devit sprak in zijn onmiskenbare tongval over de moost kommon of all rets, de bruine rat. Hoe intelligent deze knager wel niet was, ondanks zijn voortplantingsdrift. Sam dacht ‘dankzij’ en de mannen zaten verder ademloos te kijken naar deze gedramatiseerde natuurreportage. De verhaallijn werd gedragen door de bruine rat, die naarstig op zoek was naar soortgenoten. In het geheim waren verborgen camera’s geplaatst in hun nesten; diep onder oude gebouwen, waar zij een waar koninkrijk runden. Zo kregen de mannen een niet eerder vertoond en fascinerend beeld van het leven van de bruine rat. Ze zagen hoe ze bijeen dromden in enorme putten en aan het einde schrokken ze van die plotselinge overstroming, waar de meeste ratten in verzopen.
“Tjee man, wat een drama”, zuchtte Sam na 45 minuten intensieve documentaire.
En ook Marcos pinkte vanachter zijn nieuwe glas bier stiekem een traantje weg. Maar Devit zou Devit niet zijn; als er niet altijd iets van een sprankje hoop over de menselijke natuur werd uitgesproken.
“Ondanks de toedoen van de mens is de bruine rat nog immer onder ons. En zelfs deze tsunami mag dan weliswaar de meeste hebben gedood. De bruine rat kan, met het grootste gemak, wel twee volle dagen lang onafgebroken zwemmen om het droge te bereiken. Dan begint deze cyclus weer opnieuw. Maar het blijft wel de vraag; hoelang dit tere evenwicht zo nog voort kan duren.”
Hierna kwam de BBC-aftiteling in beeld en onder de indruk liep Sam naar de WC. Ook Mark zat er met een knoop in zijn maag bij.
Pas eenmaal terug, vroeg Sam boos aan Bang; hoe het met zijn keuken-hygiëne gesteld was. Bang liet protocollenlijstje met vinkjes zien en gerustgesteld verlieten ze na pepermuntje de toko van Bang.
Onder hen kroop een dodelijk vermoeide Gerbil zijn nest in, waar zijn vrouw in verwachte hereniging lag te wachten tot het donker werd.

bruine-rat
webcam Hofvijver, 23-04-2016, 14:48hr

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.