deletePiet

deletePiet

Grand Dragonlady of the Klan

De Tweede Kamer was werkelijk tot de nok toe gevuld. Medewerkers stonden zelfs op de trappen want vandaag hing er iets in de lucht dat een ieder tot hun democratische opkomstplicht had gemaand.
De Draak sprak haar volgelingen toe en eindigde groots met trots te verkondigen dat de vrijheid per wet en tevens per direct zou worden ingebonden. Geen der klanleden had verdere aandacht voor de Draak want het was nu Gee die de aandacht opeiste. Hij had zich uitgedost in een olijke Pietenoutfit met nostalgische kraag en durfde het als enige aan de Draak van repliek te dienen door het indrukken van de interruptiemicrofoon.
“Ik zeg; minder haatbaarden!”
De Draak reageerde furieus en viel uit haar rol van weerloze deerne. Ze wees prangend met haar klauw naar Gee en spuwde vurig opzwepend: “delete Piet!”
De gehele Kamer ontplofte en vrijwel alle klanleden begonnen “delete Piet!” te scanderen.
De Draak keek vergenoegd naar de reactie van de zaal en na de verstomming zei ze: “Piet, jouw tijd is om want we hebben simpelweg geen kadootjes meer om uit te delen. Dus neem je achterlijke traditie mee en rot op.”
Deze harde woorden maakten indruk op de zaal en zoals zo vaak in dergelijke confrontaties besloot de meerderheid op veilige afstand te blijven toekijken hoe dit zich zou gaan ontwikkelen. Beheerst drukte Gee standvastig het knopje weer in en zei: “En daarmee, voorzitter; bedoel ik ook minder hulphaatbaarden!”

Marcos ondertussen volgde het debat live thuis op zolder met nog minder dan een half oor want hij had zichzelf een welverdiend dagje vrij gegund. Geconcentreerd klikte hij de koperen railsdeeltjes in H0 aan elkander en tegen de tijd dat hij het ovaaltje klaar had, ging zijn mobiel. Het was Sammie die ongewoon haastig en ongerust op hem overkwam.
“Mark.. met mij…je mot komen man… loopt hier helemaal uit de klauwen.”
“Hoezo dat dan man? Volgens mij stond er niets belangrijks op de agenda, dus waarom zou ik dan moeten komen? ‘k Ben trouwens errug druk bezig dus ik kan niet.”
“Edith man! Ze staat hier met puntmuts tegenover Gee die zich als een rare neger heeft verkleed. Edith heeft hem net een veeg uit de schoorsteen gegeven en je weet als Gee pissed is, komt er trammelant.”
“Wat heeft ie dan precies gezegd?”
“Hij wil minder haatbaarden … en ook minder hulphaatbaarden, maar wat ie daar nou weer mee bedoelde….”
De paniek sloeg op het zoldertje in als een bom en Marcos viel zowat van het wankele vlieringtrapje naar beneden.
“Hij bedoelt Sinterklaas Sam! Hij wil de Sint gaan afschaffen! Ik kom er aan!”

Buiten adem trapte Marcos zijn Batavus vooruit en in het zicht van het Binnenhof begon het zwart van de mensen te zien. Angstig trapte hij verder en naderbij gekomen zag hij een grote massa van Pieten heel hard pepernoten gooien, dat zich een weg naar binnen aan het duwen was. De beveiligers waren niet opgewassen tegen dergelijk snoepgeweld en net toen Marcos zijn broekspijpsclipjes afdeed, stonden honderden Pieten in het regeringsgebouw hard gillend te protesteren. Vele spandoeken dansten boven de geveerde mutsen met zware termen als; ‘dit is genocide‘, ‘wij eisen onafhankelijkheid‘ en ‘wij hebben ook rechten‘. Via de achteruitgang zag Marcos een dame met witte puntmuts zich meer dan haastig uit de voeten maken. Sammie had niks te veel gezegd. Het liep gigantisch uit de hand.
Hulpeloos stond de premier daar zo bij de fietsenstalling de landelijke onrust gade te slaan en met niets anders gewapend dan een fietssleuteltje pijnigde hij dat deel waar normaliter ideeën uitkwamen. Maar nu kwam er, weer, niets. Het was prima dat er wildvreemde buitenlanders de kern van de nationale democratie bestormden, maar dat nu zijn eigen autochtone allochtonen zich een weg naar binnen had gebaand, was niets minder dan een uitgebroken pleuris die heel wat lastiger te controleren zou blijken. Hij keek naar zijn torentje en vroeg zich af of ie daar wel veilig zou zijn. En was het niet beter om zich terug te trekken naar het zwaar beveiligd landelijke crisiscommandocentrum… maar waar was die dan? Hij wist zelfs niet waar ‘de bunker’ was gelokaliseerd voor als de bom viel en dat er nu eentje was gevallen was duidelijk hoorbaar.

Zo onopvallend mogelijk rende hij in de schaduw van de galerij naar zijn kamertje. Bij het torentje aangekomen zag hij nog net hoe Ivo achter een pilaar propjes aan het schieten was om de nu in razernij ontstoken Pieten in te tomen. Maar dapper hoe zijn partijgenoot ook trachtte te handhaven, de Pieten begonnen hem te bekogelen met een regen aan pepernoten en een half aangevreten stuk taaitaai bleek uiteindelijk voldoende om Ivo te vellen.
Snel trok hij de deur achter zich dicht en rende de trap op. Binnen zat Sammie al op hem te wachten gelijk een dood vogeltje en het besef dat ie gewoon te laat was, doemde in Marcos angstaanjagend op.
“Verdomme Sam, dat gaat niet goed hoor.”
“Dat zei ik toch, maar wie hebben we nog die op de barricades kunnen en willen gaan staan om dat zooitje tegen te houden?”
“Geen idee…, dit is zwaar kleauten man.”
Ze werden onderbroken door een snel toenemend kabaal buiten op het plein. Hypocriet verscholen achter de vitrage, keken de kameraden naar buiten. De hysterische Pieten kwamen met hamers, spijkers en balken  het plein opgelopen en begonnen het zaakje hard in mekaar te timmeren.
“Wat zijn ze nou an het doen?”, fluisterde Marcos fluisterend.
“Geen idee man, het lijkt wel… een podium?”
Voor de Grote Zaal werd inderdaad langzaam een enorm groot podium zichtbaar en na de laatste nagel liepen de Pieten weer naar buiten en gilden: “de stad in, ze zitten in de stad!”
Verbaasd keek Marcos voor zich uit en daarna via zijn spionnetje aan de gevel naar de voordeur waar vier fors uitgedoste Pieten stonden.
“We kennen niet weg Sam, we zullen het hier moeten uitzingen vrees ik”, en hij wees naar de kleerkasten in spiegelbeeld. 

De telefoon ging en het rode lampje blinkte repeterend snel.
“Je wordt gebeld man.”
“Ja… maar niemand heeft ‘dat’ nummer, die is namelijk voor als de bom valt.”
Licht bevend bracht de premier de hoorn naar zijn oor.
“Met de eerste man der lage landen”, probeerde hij indrukwekkend op te nemen.
“Met Piet!”
Snel legde Marcos zijn hand over het spreekuiteinde en zei: “’t is Piet!”
Sammie begon te ijsberen en Marcos vroeg gespeeld niet onder de indruk: “Piet wie?”
“Dat weet jij dondersgoed mannetje! Maar laat ik het dan anders formuleren, je spreekt met mij, Gee… die racist die jij altijd de zwarte Piet toeschuift…gaat er dan nou een belletje?”
“Jaja, maar Gee; wat is er aan de hand man?”
“Ik, namens alle Pieten eis de afschaffing van Sinterklaas. Wij willen onze vrijheid terug!”
Nu weer boos wordend over zoveel gebrek aan vaderlandse geschiedenis antwoordde Marcos: “ben je nou helemaal man, dat gaat niet gebeuren, over mijn lijk!”
“Als je niet wil luisteren ga je het zien hoor.”
“Hoe bedoel je?”
“Zoals ik het zeg en sla je geschiedenis er maar op na, tabee!”
De verbinding werd verbroken en Sammie vroeg razend benieuwd naar het laatste nieuws.
“We hebben een eis Sam. Gee wil Sinterklaas het land uit…”, en zuchtend ging hij in het art deco stoeltje zitten. Sammie ging naast hem zitten en zei: “maar Sinterklaas? Dat kan echt niet man, die Gee is nou helemaal losgeslagen. Is ie nou helemaal zeg.”
“Precies wat ik ook dacht Sam en vanzelfsprekend heb ik dat dan ook geweigerd.”
“Hoe reageerde ie daarop?”
“Hij zei nog dat ik de geschiedenis erop na moest slaan, want ‘dat’ zou er dan gebeuren?”
“….?….”
De mannen vroegen zich in al hun ernst af wat Gee daar nou mee bedoelde toen ze gestommel op de trap hoorden. Onwillekeurig drukten ze zich zo diep mogelijk in hun stoeltjes en hielden elkaars hand vast in een onbewuste uiting van instinctief zelfbehoud. Gespannen keken ze naar de deurklink die langzaam naar beneden bewoog.

De deur draaide open en onder de blauwe plekken en stukken kapot geslagen roe, viel Ivo luid kreunend naar binnen en landde met een doffe dreun op de houten vloer.
“Oooooh mannen, ik ben kapot …”, kreunde de omvangrijke minister, “…heb ze niet tegen kunnen houden…excuses daarvoor…. de proppen waren op…. ik moest een boodschap overbrengen…”, waarna hij zwaar bewusteloos begon te ronken.
“Dit, is ernstig man”, zei Sammie nu eindelijk ook in paniek.
Marcos gooide wat van zijn beste whiskey over Ivo die na een minuut of vijf tevreden likkend leek te ontwaken. Buiten was het nu muisstil geworden en Ivo hees zich in het derde art deco stoeltje en begon de staat der staat uit te leggen.

“Gee heeft alle Pieten verzameld, hij moet daar al een hele tijd mee bezig zijn geweest. Ze hebben zich in een soort van vakbond georganiseerd want ze schijnen onafhankelijk te willen worden. Hier, hier is het nummer dat je moet bellen”, en Ivo overhandigde zijn laatste propje.
Na het ontwarren viel een pepernoot verrassend op de grond en een 06-nummer viel hem gewoon op. Hij drukte het nummer en kreeg een geautomatiseerd voicemailbericht.

Het begin van de monarchie was het einde van de democratie. 
Nou zijn we het beu en draaien de rollen om
en komen wij het zelluf terughalen met luide trom.
Dus gaan wij ook doen gelijk toen, bij deze een hint; zestiennegentien.
Marcos legde de hoorn op de haak en keek verbaasd naar Sammie en Ivo maar ze werden wreed verstoord in hun verbazing door terugkerende Pieten. Op het plein zagen ze verwilderde Pieten hulpeloze Sinten aan hun mijter over de keitjes slepen. Onder luid gejuich werden de vele Sinten op het podium gegooid waar maar geen eind aan leek te komen.
“Geen idee wat dit nou weer mot betekenen”, fluisterde Marcos vanachter de vitrage.
“Jemig man, wat een boel Sinterklazen zijn dat.”
“Hij had het over 1619, bedoelde hij dan 1619 hulpsinten?”
“Hebben we er dan zoveel? Moet je nagaan hoeveel Pieten er daar dan wel niet los moeten lopen. Hemeltje we gaan naar de mallemoer!”, sprak Ivo trillend.
“Zestienhonderdnegentien Sinterklazen? En wat gaat ie daarmee doen dan?”, vroeg Sammie zich hardop af. 
De ene na de andere hulpeloze grijsaard werd zonder meelij op de ander geworpen en de Pieten begonnen steeds harder te juichen. Niemand had ooit kunnen vermoeden wat de deletePiet-opmerking van de Draak aan het begin van de dag zou veroorzaken. Niemand, behalve Gee die druk gebarend het transport der Sinten in verontrustende banen aan het leiden was.
“Ik tel er nu al zo’n kleine twintig Mark, denk dat we veilig kunnen gaan zitten want dit gaat zo nog wel even duren.”
“Hij had het ook over de geschiedenis Sam, waar doelt die gek nou op?”
“Ja hallo, daar heb jij toch voor gestudeerd?”
“Verrek je heb gelijk”, en vlug gooide Marcos alle boeken uit de kast en gaf opdracht het antwoord daarin te gaan zoeken. 
“We moeten wat mannen, want kennis is macht en nu heeft Piet een voorsprong. Maar als we deze weten in te halen, kunnen we misschien nog iets doen aan deze….”
“Revolutie”, maakte Ivo serieus zijn zin af die de ernst nog maar weer eens benadrukte.
De mannen doken de boeken in en vele opgestapelde Sinten later, schrok Ivo op vanachter een in oud leder gebonden ‘Groot Prentenboek der Vaderlandsche Geschiedenis‘.  
“Hier”, stamelde hij, “kijk… hier deze plaat… gewoon een copie van wat er nu buiten gaande is!”
De mannen keken in opperste verbazing naar de opengeslagen prent van eeuwen terug.
“Verrek Mark, kijk nou man. Daar staan ook een boel Pieten, tenminste ze zien er net zo uit alleen ik zie geen Sint.”
“Verdomme!”, gilde de premier nu, “geen klazen maar jaren bedoelde ie! 1619; onthoofding van Oldenbarnevelt! En dat podium is geen podium, dat is een schavot! Verdomme verdomme! Hij gaat de Sint onthoofden!”
Een enkele blik op de eeuwenoude prent was genoeg om de stukjes aan elkaar te knopen en snel legde hij in enkele zinnen de bedoeling van de huidige revolte uit.
“Dus”, vatte Sammie zijn betoogje samen, “Oldenbarnevelt werd vermoord omdat de macht anders te veel naar het gepeupel zou verschuiven. En nou neemt datzelfde gepeupel weer de touwtjes in handen? Dat mag dus nooit gebeuren Mark, je mot wat doen! Dat gajus mag ons boeltje toch niet overnemen?!”
Je kon een speld horen vallen in de Kamer, toen Marcos een slokje water van zijn kansel nam waarna hij zich wendde tot Anoes. Anoes hing voor het eerst meer dan aandachtig luisterend als een uiterst geboeide en meer dan geëngageerde  kamervoorzitter aan zijn lippen alsook de gehele kamer, min één. 
“En daarom voorzitter….. Gelet op bovenstaand geschetste en meer dan reële vertelling, kan ik als premier van dit fantastische land niets anders concluderen dat we echt niets anders kunnen doen dan dat we Piet, Pietermans’ knecht, alle hulppieten en wat heb je nog niet meer; in zijn huidige vorm voor eens en voor altijd moeten afschaffen! Het is beter de helft van je waarden, hoe bevreemdend ze dan ook moge zijn, op te geven want voor je het weet zijn we het allemaal helemaal kwijt en dat wil niemand hier in deze kamer. Bij deze dien ik dan ook de motie ‘deletePiet’ namens het voltallige kabinet in volle overtuiging in. Ik dank U voor Uw aandacht.”
Nog steeds meegesleept door het meer dan pakkende relaas van de premier viel het hamertje uit haar handen en sloeg zij met vlakke hand op haar bureautje niet afhamerend doch meer als zijnde een rare uiting van applaus. Alle kamerleden, min één, begonnen instemmend mee te slaan en een oorverdovend victoriaans aandoend applaus viel de premier ten deel. 
Gee zat stuurs voor zich uit te staren maar leek toch niet geheel gebroken, want minder Pieten was hoe je het draait of keert uiteindelijk hoe dan ook minder. Stilletjes pakte hij zijn biezen en liep onder hautaine collegiale blikken de kamer uit. De motie werd unaniem minus een enkele onthouding aangenomen en trots op deze democratische procesgang, klopte Anoes de jubelstemming tot de orde. 
“En dan nu het volgende punt op de agenda beste mensen. De volgende spreker gaat zich buigen over de gevaarlijke dreiging van Ebola-Isis-en alweer-een-dreigende-crisis en wat de fundamentele gevolgen kunnen, en wellicht zullen, zijn voor onze welvaartsstaat in het licht bovendien van het bekende energievraagstuk in relatie tot de global warming, of te wel het zich al vele decennia voortslepende broeikasteffect in een wereld die ook figuurlijk in brand lijkt te staan.”
Terwijl de afgevaardigde zich naar het spreekgestoelte begaf, liep de kamer, op wat in slaap gedommelde kamerleden na, volledig leeg waarna het weer business as usual bleek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *