Een poppenkast

Een poppenkast

In de regen fietste Marcos naar zijn werk. Hij was diep in gedachten verzonken en was miraculeus drie rode stoplichten doorgereden, toen hij veilig de Hofvijver rondde. De afgelopen week was een nare geweest. Vooral het topoverleg over ’s lands veiligheid zat hem dwars. Dat overleg was zo geheim, dat hij geen der experts meer kende. Hij wist geeneens meer waarover het allemaal ging. En zelfs het volk, waar hij het allemaal toch voor deed, herkende hij niet meer.
Hoe anders was dat in die altijd zo gezellige Commissie Stiekem, waar iedereen mekaar kende? In Europees verband was het een stuk serieuzer geworden en zelfs bij de premier was iets van angst ontstaan, nadat aanslagen realiteit waren geworden. Achteraf had hij zich al eerder druk lopen maken over die geheimzinnige man met dat hoedje. Hoe iemand, met een zo niet agressieve hoofddracht, dergelijk walgelijke aanslagen kon plegen; ging zijn pet ver te boven. Maar het was de fluisterende opmerking van Sam in zijn oor, dat hem echt van slag had gemaakt; “ik ken die vent man”.
Boven in de gang hing hij zijn regenpak boven de radiator en ging kurkdroog achter zijn bureau zitten. Net toen hij zijn thermos wilde opendraaien, ging die telefoon die eigenlijk nooit ging. Voorzichtig nam hij op en zei: “met mij”.

ptttel

“Awel zenne, hoe gaat het?”
“Paul! Je gaat me toch niet vertellen, dat je me weer wil strikken? Dat gaat dus niet gebeuren Paul!”
Als in een flits ging het door zijn hoofd. Die reportage ruim twintig jaar geleden met Paul. En hoe hij echt alles in het werk had moeten stellen; die uitzending uit de lucht te krijgen. Hij werd destijds geportretteerd in al zijn facetten, zoals overeengekomen met de Vlaamse reporter. Maar toen hij vernam; dat hij op band weggezet werd als een zeldzaam raar soort van zakkenwasser, had hij zijn medewerking boos opgezegd. De uitzending is nooit uitgezonden geworden en de rest is geschiedenis.
Al die tijd had Marcos de politiek ladder beklommen en nooit meer aan Paul gedacht. Totdat hij vanochtend zijn moeder een recente herhaling ’20 jaar later’ zag zitten kijken aan de keukentafel. Dat en die man met dat hoedje, hadden hem ongewoon onzeker gemaakt. Zijn flits eindigde met: “Paul? Nee zenne; ’t is den Charles Michel! Uwen collega.”
“Ah! Charles of Michel!”, slaakte Marcos opgelucht. “Het gaat ineens een stuk beter nu, dank je. Wat kan ik voor je doen?”
“Ik wilde U op de hoogte stelen van onze laatste geheime operaties. We hebben ‘m!”
“Wie?”
“Awel, de man met het hoedje natuurlijk. Goed weekend Mark, dat hebben we wel verdiend.”
“Geweldig nieuws Charles of Michel! Dank je man en ja, jij ook goed weekend. Nogmaals dank hoor!”
“Wat klink jij vrolijk man”, zei Sammie net binnenkomend toen Marcos de verbinding verbrak.
“Ga zitten Sam! Ga zitten!”, zei de premier enthousiast. “Zit je al?”
“Effe wachte man… Ja, zeg ’t maar; wat nieuws?”, maakte Sam zich gemakkelijk in het art deco stoeltje bij het raam.
“Ze hebben ‘hem’! Wijntje?”, vroeg Marcos al graaiend naar de kurketrekker in de la.
“Het is net na achten Marrek, in de ochtend man. En wie heeft wie?”
“Charles of Michel man. Hij heeft die man met dat hoedje te pakken!”
“Oh… die, nou mooi. Maar luister nou effe maar mij Mark. Ik heb de hele nacht liggen woelen. Ik zei je gisteren toch, dat ik die vent kende?”
“Ja! Hoe zit dat eigenlijk?”
“Ik ken hem. En jij ook!”
“Huh?”
“Ja. En erger nog, hij loopt nog steeds onder ons man. Zij kunnen hun man wel opgepakt hebben, maar onze man loopt hier nog vrij rond. Hier man, op Ons Binnenhof!”
“Zeg, doe ’s effe normaal man. Wil je nou beweren…”
“Kijk zelluf maar man”, en Sam gooide een foto op het bureau waarop Marcos een kreet van afschuw slaakte.
manmethoedje“Sjesus Sam! Dat is toch die aandacht trekkende straatzanger van de wandelgangen! Maar dat is Ronnie toch? Verdomme man, je heb gelijk! Ook wij hebben er één met het hoedje! En we hebben het weer niet eerder gezien!”
“Da’s mijn schuld Mark. Ik ben je excuus schuldig man, hij komt uit mijn koker. Als ik van tevoren geweten had, wat een dandy Ronnie was; dan was ie gewoon hoogleraar gebleven. Veilig in de luwte van z’n stoel. In plaats daarvan, loopt ie nou hier los rond. En is ie van plan een bom te gaan leggen onder het proces tegen Gee.”
“Wat?!”
“Ja man, hij wil maar al te graag gaan getuigen! Hebbie nie gehoord dan?”
“Die aandachtsgei…”
“Snappie nou waarom ie me zo bekend voor kwam?”
“Jaja. Komaan Sam! We moeten ‘m vinden voor het te laat is!”
Haastig renden ze het Torentje uit en klampten iedereen in de wandelgangen aan waar Ronnie was.

“Verdomme man, we hebben alle gangen gehad en geen Ronnie!”
“Niet allemaal Mark. Eentje motten we nog door. De gang naar de bezemkast, die hebben we nog niet gehad.”
En zo renden ze langs de conciërge de hoek om en stonden plotseling oog in oog met Paul!
Paul riep haastig: “teek wan!”, en kwam met cameraman als back-up zelfverzekerd op ze aflopen.
“Het is nou alweer twintig jaar geleden, dat ik een nog jeugdige Mark in zijn zolderkamertje heb mogen interviewen. En nu staat hij daar voor mij. Een man voor het volk en ik ben reuze benieuwd, hoe het leven hem sindsdien is afgegaan.”
Paul keek amicaal naar de mannen en verwachtte een emotionele groet van herkenning. Niet meteen met tranen, maar die zou hij zeker en vast kunnen trekken uit deze confrontatie.
In plaats daarvan keek Marcos zijn maat verschrikt aan en gilde: “wegweze!”
Waarop ze beiden het hazenpad kozen en Paul met cameraman erachteraan.

paul jambers
Buiten adem stoven ze gelijk kwajongens na belletje trekken het pleintje op.
“We hebben voorsprong, renne man, renne!”
“Waar naar toe man?”, weifelde Marcos even halverwege het plein.
“De stad in!”, trok Sam hem aan zijn jasje. En zo renden ze het poortje door en begonnen de stad in te rennen op zoek naar de anonimiteit. Pas om de hoek bij Bang durfden ze eindelijk om te kijken. Ze constateerden tot hun genoegen, dat Paul met zware camera en leeftijd hen niet had bij weten te houden. Ze liepen door en stonden voor een dichte deur bij hun geliefde Chinees.
“Geen wonder ook man. ’t Is veels te vroeg natuurlijk.”
“Achterom dan”, besloot de premier, om op het kleine binnenplaatsje met volle vuilcontainers op de achterdeur te gaan staan bonzen. Na enkele minuten deed een slaperige Bang open.
“Zo Bang, je lijk nou net een Chinees. Hahaha, net wakker of zo?”
“Ik ben Chinees, een dichte Chinees.”
“Dan maak je jezelluf maar open Bang! We hebben onze tafel nodig.”
Binnen rook het er naar de avond tevoren, waar het zoals gewoonlijk een volle bak was geweest. Een nieuw kleedje werd door Bang uit de kast gehaald. En zo zaten ze veels te vroeg aan hun favoriete tafeltje bij te komen van het ongebruikelijk gehaaste begin van deze dag.
“Zeg, waar ken jij die Jambers van Mark?”
“Hebbie even?”
En Marcos vertelde Sam, hoe hij als jovd-lulletje rozenwater was weggezet op band, zo lang geleden.
“Je begrijpt, dat ik die uitzending dus niet door kon laten gaan. Ik heb meteen zijn stekker eruit getrokken.”
“Dus daarom. Hij wilde nieuwe aflevering maken. Zo! Goed dat je zei; ‘wegweze’. Die exposure was wellicht nog schadelijker geweest dan die van Ronnie man!”
“Dat dacht ik ook dus. Maar hoe gaan we dit nou oplossen man?”
Inderhaast kwam Bang met vers gezette kop thee aanzetten en vroeg of ze ontbijt bliefden.
“Zie ik zo bleek Bang?”, zei Sam dreigend en Bang antwoordde dat ie niet begreep.
“Bier man! Twee bier!”
“Hahaha, jaja Bang, ik zou maar naar ‘m luisteren hoor. Er is ‘m al een fles wijn door de neus geboord vanochtend. Dus thee gaat ‘m ech nie worden. Hahaha! Thee! Voor Sam?! Bier Bang! En snel een beetje!”
Achter zijn pijpje zat Sam even later druk op zijn mobieltje te drukken.
“Wat zit je nou te drukken man?”
“Sjonnie Mark. Sjonnie weet wel hoe we die Belg van je rug motten krijgen.”
“Natuurlijk! Sjonnie! Die heeft sowieso nog appeltje van doen met die Belgen. Prima idee Sam.”

John de Mol

Paul liep door de straten van Den Haag op zoek naar Marcos. Maar toen ze het poortje door vluchtten, wist ie al aan z’n water hoe laat het zou worden. Maar Paul zette door. Het maakte hem niet uit tot hoe laat. Hij moest en wilde nog eenmaal een sensationeel spraakmakende aflevering uitzenden. Het zolderkamer-interview van toen was aan privacy gebonden. Maar gewoon op het Binnenhof, of op straat, zou hij hem openbaar kunnen confronteren met zijn levensloop. Niemand die hem dan nog tegen kon houden. Het werd hoog tijd, dat de man achter de eerste man commercieel tranen ging doen trekken. En die insteek alleen al was een inkoppertje. Nu de beelden nog. Hij was zo dichtbij zijn bedenkelijke scoop, dat ie stevig de pas erin begon te zetten.

“Hij neem nie op?”
“Probeer het nog eens Sam. En Bang twee bier hiero.”
In huize de Mol ging de telefoon. Sjonnie had daar nog even geen oren naar. Hij had het in de serre veels druk met naaien van poppen. Hij was briljant bezig. De poppen waren zijn laatste ingeving, waar hij veel geld in zag. Hoe hij het, na al die platvloersheid, al die tijd over het hoofd had gezien; was hem nog een raadsel. In zichzelf praatte hij deze misser goed. Want de innovatie van het medium van televisie was onder zijn leiding zo snel gegaan, dat ie simpelweg vergeten was; dat alles eigenlijk voort was gekomen uit de poppenkast. Na brein dodend jarenlang avondvullende programma’s te hebben gemaakt voor het volk, was de tijd nu rijp om definitief het amusement aan louter bekende Nederlanders te vergeven.
Niet gewoon zoals altijd. Nee, als karikaturen van henzelf! Hij had het zelf niet beter kunnen verzinnen. De idee kwam van Jeroentje, niet die van ons, maar ook zo’n bekende Nederlander; Jeroentje van de B. Eerst zag Sjonnie het niet zitten, om amusement door BN’rs louter voor BN’rs te gaan financieren. Maar uiteindelijk was het zijn mentor, die hem over de streep had getrokken. Jopie had hem uitgelegd, dat als bekende Nederlanders een programma verzinnen over zichzelf; dan had ie dat maar serieus te nemen. En eerlijk is eerlijk, nou ie zo in de poppen zat; begon ie het nog echt leuk te vinden ook. Weer helemaal blij, herstelde hij zijn laatste pop. Daarna nam hij tevreden z’n telefoon op.
“Met Sjonnie.”
“Sjonnie! Eindelijk heb ik je. Met Sam!”
En Sam vertelde hem over de dreiging, die hen boven het hoofd hing.
“Tegen Ronnie weet ik even niet direct wat te doen. Maar laat die Belg maar aan mij over. Waar zitten jullie?”
“Bij Bang.”
“Blijf daar. Ga vooral niet de straat op en zeg Bang de zaak gesloten te houden. Ik kom zodra het veilig is naar jullie toe.”

“En? Wat zei ie Sam?”
“Sjonnie gaat het afhandelen. Paul in ieder geval, Ronnie weet ie nog nie. Maar kom, laten we wat eten man. Op een hongerige maag kunnen we niet denken. Bang! Rijsttafel voor twee! En als je toch bezig ben, twee bier!”

vuurpeloton

Paul liep langs de zaak van Bang en wist even niet meer waar te zoeken. Hij had de hele stad doorgelopen zonder gewenst beeld.
“Daar Paul!”, zei zijn cameraman, “daar zitten ze!”
En het rode rec-lampje sprong aan, toen hij zijn lens en Paul zijn neus tegen de glazen pui aan duwde.
“Welkom in de Gouden Kooi van Utopia!”, hoorde Paul achter zich door megafoon versterkt roepen. Direct daarna hoorden ze het geluid, van wat wel heel veel camera’s moesten zijn, dat hard zoemend het straatje van Bang begon te vullen. Paul en cameraman draaiden zich langzaam om en keken in een spervuur van draaiende camera’s. Sjonnie stond als een generaal naast zijn artillerie en zei in zijn beste tv-stem: “een jaar lang… Ach, wat kan mij het schelen ook. Tien! jaar lang gaan wij twintig jaar na dato de man zelf volgen! Het belooft een mediaspektakel te worden dat zijn weerga, na mijn poppen uiteraard, niet zal kennen! Ik geef U; ‘de nadagen van Jambers!‘, aflevering 1!”
En Sjonnie hief na zijn intro zijn arm op ten teken ‘live’ te gaan.
“Fo-cus!”, gilde hij naar zijn mediageile artillerie. Maar net voordat hij ‘vuur!’ kon roepen, gilde Paul: “kut! Kut! In Godsnaam kut Sjon!”
“In pau-ze”, commandeerde Sjonnie zijn mensen, waarna het stil werd in het straatje van Bang. Spannend stil. De tientallen cameralieden waren intensief opgeleid om onder alle omstandigheden te filmen. Maar in deze stand-off met die der Zuiderburen, hoefde er maar één te zijn met een rec-happy-vinger, of de televisie zou zo maar definitief kunnen veranderen.
“Leg je camera neer Paul en schop ‘m van je af!”, gilde Sjonnie door zijn megafoon.
Paul knikte naar zijn cameraman. Pas toen de camera buiten hun bereik geschopt was, daalden ook alle lenzen van de tegenpartij naar beneden.
“Well done mensen. Deze take zit erop! Hartelijk bedankt en ik zie jullie weer op de volgende set”, stuurde Sjonnie zijn manschappen weg en liep op Paul af.
“Je begrijpt Paul, dat ik dat dus niet kan hebben. Dit is mijn achtertuin, begrijp je?”
“Jaja, okay. We gaan wel naar huis”, zei Paul sip, wetend dat hij niet tegen deze Sjonnie op kon.
Sjonnie bonsde op de pui van Bang en zat even later complimentjes te vangen van Marcos en Sammie. Vooral Marcos was lyrisch opgewekt en bood spontaan aan een happie mee te eten.
“Dat sla ik niet af”, zei Sjonnie. Want de culinaire kunsten van Bang mochten weliswaar angstvallig geheim worden gehouden, er waren lekken genoeg, die hem hadden weten te overtuigen; dat als ie ooit eens in Den Haag was…

De rijsttafel was uitbundig. Doch de meeste tijd ging zitten in het natafelen.|
“Dus je begrijp wel Sjon, dat Ronnie onze man met het hoedje is.”
“Levensgevaarlijk Sjon, echt heel gevaarlijk. Die knakker flapt er zomaar van alles uit joh. En nou gaat dat getuigen? Een geladen pistool is het gewoon. Geen idee wat ie nou weer gaat laten ontploffen. We zijn je echt enorm dankbaar dat je Paul hebt opgelost. Maar wat te doen met Ronnie?”
“Hmm”, zei Sjonnie diep nadenkend en haalde een papierclip met een onmenselijk dikke geldstapel uit zijn binnenzak.
“Nee, ik betaal!”, zei Marcos nog drie bier gebarend, “ik sta er op.”
“Dank je”, zei Sjonnie, maar haalde een klein potloodje tussen zijn biljetten vandaan en begon op een servetje te tekenen.
“Zeg Sam! Dat lijk wel…”
“De man met het hoedje”, fluisterde Sammie gespannen kijkend naar de tekening van Sjonnie op het servetje.
“Zo! Hij lijk ech wel”, zei Marcos.
“Alleen mist ie dat hoedje. Maar voor de rest, sprekend Sjon.”
“Ik doe tegenwoordig in poppen mannen. Ik vind dat onwijs leuk gewoon. Ik denk, dat als we Ronnie een rol geven in mijn programma; dat zijn getuigenis met grote korrels zout zal worden genomen. Iedereen zal kijken natuurlijk. En als je eenmaal een karikatuur van jezelf bent geworden, dan is het voor mij nog maar een kleine peulenschil om dat verder te exploiteren. Zo krijgen jullie die korrels zout er dan vanzelf gratis bij.”
Gedachteloos tekende Sjonnie toch een hoedje op zijn poppetje.
“Een hoedje van papier”, fluisterde nu ook Marcos erg onder de indruk van het talent van Sjonnie.
“Ja, dat lijkt zo wel. En? Wat denken jullie daarvan?”,  vroeg Sjonnie, toen hij het servet voor de mannen omdraaide.
Ze keken naar een servet, waar leven in leek te zitten. En Sammie siste tussen zijn lippen: “een spitting image Sjon. Ik ken nie anders zeggen, een spitting image!”
“Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!”, sprong Sjonnie op en balde het servet tot een niets zeggend propje, dat ie in een half vol glas bier mikte.
“Neee!!!”, gilden Marcos en Sam graaiend naar het verzopen propje.
“Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!”, zei hij nogmaals en beende gehaast de zaak uit.
“Verdomme Sam. Nou is het gewoon een nat propje man!”
“Sjesus Mark. We zullen het dan maar het beste van moeten hopen. Verdomme.”
“Oh nee toch”, kromp de premier ineen. “Houdt dat regeren nou eens nooit op?!”

spitting

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.