Feest op het Binnenhof I; de zwarte Piet-kwestie

Feest op het Binnenhof I; de zwarte Piet-kwestie

Marcos legde net de telefoon neer, hij had zich kostelijk geamuseerd met ‘kom..hoe heet die gast ook al weer…oh ja Oboema’. Oboema had hem gevraagd naar Pete en hij had oprecht verbaasd geantwoord dat ie geen Pete kende, hij zat natuurlijk gewoon weer te dollen die gek en zonder gewis te zijn van zijn eigen geïndoctrineerde parallel ging hij voor de grote spiegel aan de wand staan.
Zo begon hij hardop tegen zijn spiegelbeeld, met kinderachtig zwaar overdreven Surinaams accent, te praten. Hij was nu echt druk aan het oefenen voor de jaarlijkse Sinterklaasintocht in de Kamer. Tussen zijn overdreven naar buiten puilende lippenoefeningen door, smeerde hij de laatste nog niet bedekte gelaatsdelen met dikke klodders zwart schoensmeer weg.
‘Kijk, dat was nog eens een glanzend Pietermansknechthoofd’ dacht ie tevreden glimmend terwijl hij de strakke pruik over zijn iets te groot schedeldak trok. Hij was er klaar voor.
“Hahaha, zo…net echt!” Hij zag er niet alleen zo uit maar hij voelde zich nu ook werkelijk Hoofd-Piet”

Een zware stem klonk door de deuropening; “zijn er hier ook stoute kindertjes?”
“Hahaha, Sammie man, wat zie jij er gewwwweldig uit man, die mijter staat je echt goed!”
“Ja, maar jouw kop vind ik wel wat mat hoor, wat heb je in Godsnaam gebruikt als schminck man?”
“Nou, gewoon schoensmeer, hahaha, waar anders denk je dat ik die glimmende kop van heb gekregen, niet van de begrotingen hoor hahahaha.”
Toen hij dat zei wierp hij nog een blik in de spiegel en stond verstijfd van de schrik. Inderdaad was er geen hoogglans meer te bekennen, hij staarde naar een dof matte kop waar niemand om zou kunnen lachen.
“Verdomme Sam, ‘k zie nu wat je bedoelt, zo kan ik niet naar beneden man…ik zie er gewoon niet uit.”
“Daar” wees Sammy naar de automatische schoen-polijstmachine tegen de hoge houten plint, “daar moet je met je kop doorheen man, gewoon politoeren die handel en dan blijf je zelfs nog in de regen blinken hoor.”
Marcos keek naar de hangende polijstlappen rechts en ronde borstels links. In het midden een fel rode bakelieten schakelknop met aan/uit.
“Je hebt gelijk, natuurlijk, ’t is net als met m’n van Bommels…” en hij ging languit op zijn rug op de grond liggen, sloot de ogen en tastte een poosje naar de rode schakelaar. Het apparaat klikte uiteindelijk met een trillend gezoem aan en hij schoof dieper en dieper onder en tussen de roterende borstels en lappen. “Hahaha Piet’s Wwwwasstraatje…kleine was…gro…sjes…..hahah…gurrp..” klonk het verder stil toen de roterende lappen hem toch nog onverwacht de bek vulden. Na een stief kwartiertje adembenemend gekronkel stond hij op en opende de ogen. Hij werd verblind door zijn eigen spiegelbeeld, want daar; voor hem, zag hij een kop waar Al Jolson nog jaloers op kon wezen. Spontaan begon hij ‘Mammy’ te zingen met zijn witte handschoentjes trillend draaiend in de lucht. Maar snel werd hij tot de orde geroepen door zijn Meester; “toe Piet, doe nu eens niet zo oliedom, we zingen vanaf nu alleen maar lieve Sinterklaasliedjes ja?”
Natuurlijk begreep onze nationale Zwarte Piet dat ook wel en samen liepen ze de trap af naar beneden.

Ze hadden het hele protocol al maanden van tevoren doorgenomen. Sammy zou alle cadeautjes weggeven en Mark zou als recalcitrant gespeelde Hoofd-Piet zogenaamd echt tegenwerken. Gek genoeg hadden ze daar beiden weinig inlevingsvermogen voor nodig.
Ze zouden met de gouden koets een rondje om de vijver rijden en dan net doen alsof ze zojuist uit Spanje kwamen. De Kamerleden zouden als vanouds verrast zijn en dan kon het feest beginnen.
Bij de zij-ingang aangekomen werden ze opgewacht door een beteuterd kijkende ietwat al te forse Hulp-Piet. Met neergeslagen blik wendde deze zich tot de Sint en zei zachtjes met donkere stem: “oh goede en heilige man…eh..Sint Niceaulaes, het spijt mij zo enorm u te moeten mededelen dat uw koets voor het moment niet beschikbaar is……”
“Wat zeg je me nou Ivo?” antwoordde Sammy dreigend vragend.
“Jajaja, dit vindt Sinterklaasje helegaar niet tof hoor Ivootje” zei Piet er nog dreigender achteraan nonchalant met zijn nog lege zak spelend en opgeheven roe.

“Nee, oh nee, ik wil niet in de zak..ik heb er echt alles aan gedaan wat in mijn volle vermogen lag maar ze willen er gewoon niet uit……net toen ik uw schimmel had voorgespannen kwamen ze aan en riepen dat ze naar Rusland wilden, naar Moskou om precies te zijn…..zij gilde enthousiast iets over lekker shoppen en hij; over een feestje waar ze voor waren uitgenodigd…….”
“Waar hebbie het in hemelsnaam over man” vroeg Piet nu lichtelijk geïrriteerd met zijn roe zwaaiend want hij had zich zo verheugd op het aanstaande ritje.
“Nou, Willem-Alexander en Maxima. Ze willen niet uit de koets” zei Ivo nu zijn tranen bedwingend en angstig naar de zak kijkende; “ze zeiden dat die al eeuwen van hun was en niemand anders.”
Sammy keek naar zijn maat en deze ontplofte zowaar.
“Nou, dat zullen we dan nog wel eens even zien” zei Piet en hij stormde naar buiten. Hij opende woest de koetsdeur zei op commanderende toon; “errrr uit!”

“Waaaaaaaaaaah” slaakte Maxima in paniek een angstkreet, “een neger!…een echte neger!….Willy, we worden gekoetsjacked….Willy…doe wat!”
Maar Willem-Alexander zat in eigen uitwerpselen angstig voor zich uit te staren want hij had die juten zak ook al gezien en instinctief liet hij zich niet uit gelijk zijn vermaarde voorvader. Maxima bleef de hele koets bij elkaar gillen en probeerde aan de andere zijde uit de koets te springen. Net toen zij zich wilde afzetten voor haar afsprong bleef haar witte muiltje haken in de bandoleon die op de vloer was gevallen met haar schrik. Deze passionele blaasklanken lieten Willem-Alexander onbewust zijn voeten bewegen en in een vreemdsoortig uitziende tango begeleid door nostalgische geluiden van de pampa vielen beiden ingehaakt uit de koets en zetten het op een rennen.
“In naam der Koning …. en eh…Koningin…Ssssstop!” gilde Ivo waardoor de beveiligingsagenten werden getriggerd die het royale paar door jarenlange training afgestompt begonnen achterna te zitten.
“Oh Willy, ze zijn queck queworden…waar moeten we heen?”
“Daar”, riep Willem-Alexander zichzelf vermannend, “naar de Russische ambassade, daar zullen we veilig zijn.”
Voor de lange en hoge poort aangekomen klommen ze op de dubbel en fout geparkeerde bolides en begonnen hard te roepen om hulp en verwoed met hun uitnodiging te zwaaien. De beveiligingsagenten waren hen nu dicht genaderd en in blinde paniek wierpen ze zich over het hek. Maxima sprong lenig met een halve radslag door de lucht maar Willem-Alexander stortte zich iets te log over de spijlen waaraan hij bleef hangen toen Maxima veilig op vertrouwd vreemde bodem landde. De koning bungelde stilletjes aan het meters hoge hekwerk waar zijn bevuilde derriere prominent tegen de blauwe lucht afstak. Maxima keek verschrikt op naar haar man die haar aan dat slavernijplaatje uit haar oude schoolboek deed denken en viel gillend in een diepe shock. Een diplomatieke rel van internationaal allure was geboren.

De zak van Piet begon te trillen en na wat gegrabbel nam Marcos zijn mobiele telefoon op. “Ik weet niet waar jullie allemaal mee bezig zijn maar dit pikken we dus echt niet hoor” klonk een meer dan boze Poetin door het kleine apparaatje.
“Er zijn wel drie, ik herhaal drie spijlen verbogen van m’n hek en dan heb ik het nog niet over die smeerboel die jullie hebben achtergelaten! Ik eis excuses en genoegdoening en ik zou maar snel handelen anders draai ik eigenhandig de gaskraan dicht. Dosvedanya!”
Trillend bracht Marcos de boodschap over aan de Sint. Sammy zette zijn mijter af en haalde zijn mobieltje eruit.
“Er zit maar één ding op Marc, we motten dat hek laten maken en sorry zeggen.”
Hij belde naar BZ waar vrolijk werd opgenomen: “met de Timmer-Piet.”
“Frans je mot dat hekkie van Poetin gaan maken en rap een beetje en als je bezig bent met timmeren, doe dat dan ook even aan de weg en breng onze welgemeende excuses over.”
“Ja, hallo; ik heb nergens spijt van hoor”, klonk het nog steeds vrolijk maar Sammie legde hem de ernst van de situatie uit waarop Frans terstond vertrok met hamer en beitel, bij gebrek aan een sikkel, in een opgerold boetekleed.
Vermoeid door de tumultueuze diplomatieke ontwikkelingen ontdeden de gezworen kameraden zich van hun kledij. Op één of andere manier leek een feestje hen nu ongepast ondanks de eeuwenlange traditie. Ze liepen langs hun postvakje naar binnen.

“Oh, kijk Sam, ik heb post, hahaha eindelijk post!”
Opgewonden opende Marcos de brief van Un.
“Who de fuk is Un man?”
Sammy las snel mee en zuchtte diep. “U.N. Marc, as in Verenigde Naties…ze willen ons gaan onderzoeken …. weet je dat hele Pietding…is het dit wel allemaal waard?”
Beiden vielen vermoeid in hun ondergoed neer op de donker geverniste houten bank tegen de muur. “Zou jij denken Sam? Nog even en je gaat me vertellen dat je niet in jezelf gelooft? Nee, dat kan dus niet. Dit schreeuwt om daadkrachtig optreden!”
“Ja, maar welke sukkel durft nou tegen Poetin in te gaan man, zulke staatsmannen worden eenvoudigweg niet meer geboren, tenminste niet in ons landje. Wij zijn van slap ouwehoeren toch, overleggen en schikken in den minne terwijl we met de plussen onze zakken vullen. Iedereen houdt zich aan de regeltjes; we weten gewoon niet anders meer man… dat weet je toch. Zie jij maar eens iemand te vinden met zo’n straatmentaliteit als die Rus.”
Marcos veerde op en rende naar boven naar zijn kamertje. In zijn ouderwetse telefoonklapper zocht hij onder de B. Na alle b-nummers doorlopen te hebben klapperde hij in paniek verder. Hij wist toch zeker dat ie onder de B stond vermeld, maar misschien was ie al verwijderd uit het systeem…nee, dat kon niet want hij was het systeem …. Bij de K slofte Sammie binnen en vroeg waar ie nou mee bezig was.
“Eureka Sammie, denk na; slavernij, geld, Zwarte Piet.
De eerste hebben we afgeschaft, de tweede aangeschaft en de derde is uit beiden voortgekomen. Dus moeten we met ons eigen product die Russen gaan weren, die zal wel van wanten weten”, terwijl hij zich verbaasd afvroeg waarom ie nog handschoentjes aan had.
“Verdomme Mark! Ik zeg het niet gauw…maar deze keer ben je Mijn Premier…hij staat onder de Z, de Z van Zwarte Piet!”
“Oh ja, hahaha, natuurlijk wat stom van mij, hoe kon ik dat nou vergeten”, en snel trok hij het gezochte tab-blaadje uit de carrousel. Hij drukte trillend het internationale nummer in en hij hoorde verbinding tot stand komen. “Aaaaaaai, hallo?”
“Desi! Fawaka mang! Met Marc spreek je…we moeten eens babbelen kerel!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *