Het poppetje van Troje II

Het poppetje van Troje II

De zaterdag na die geinige eerste stond Marcos al bijzonder vroeg op zijn trappers. Hij had gisteren zo weinig kunnen doen, dat ie vandaag extra vroeg van huis was gegaan. Moeders had zelfs nog vast liggen slapen. En nu reed hij zonder lunchbox op z’n bagagedrager door een stil Den Haag, waar voorzichtig enkele zangvogeltjes zachtjes tjilpend wakker werden. Het gaf hem een vrij gevoel, die lege bagagedrager. Hoewel alle stoplichten nog in de knipperstand van de nacht stonden, moest hij toch even stoppen voor een hele grote vrachtwagen die richting de snelweg ging.
“So, wat een joekel zeg. Goeiemorrege”, mompelde hij onder de indruk en zette even later weer stevig aan. In de verte zag hij de Hofvijver al en….
“W.. w.. wat is dd dah?”
Geheel in zijn kinderlijk motorische reflexstand teruggeworpen trapte Marcos, wezenloos starend naar dat grote ding, hard op de achteruittraprem; die zijn Batavus niet had. En hij knalde pardoes tegen een volle vuilcontainer, die pas over een paar uur geleegd zou worden. Dat was echter niet tegen zijn zere been, want tegenwoordig liggen die dingen daar onder de grond. Het was die ergonomische vuilchute van metaal zonder afgeronde hoeken, waar hij hard mee in aanraking was gekomen.
Beduusd van de klap zat hij na de val op het wegdek. Maar hij kon zijn ogen niet meer afhouden van dat ding, dat een schaduw wierp over zijn Torentje. Trillend greep hij naar zijn mobieltje en belde Sam.
“Je mot nou meteen komen Sam. Er staat hier zo’n groot ding joh. ‘k Durruf nie alleen naar binne.”
“Mark! ’t Is nog geen zes uur geweest man!”
“Nou Sam, verdomme nou! En snel!”
vuilcontainer

De eerste tram kwam tingelend de hoek omgereden en inmiddels was er al enig volk op straat. Doch niemand hield zich met de gebruikelijke zaken bezig, die gewoon voor de zaterdag waren. Nee, iedereen stond met lege boodschappenzakken gebiologeerd in stilte te kijken naar dat enorme ding op het Binnenhof.
Sam stapte beetje chagrijnig uit, want het was veels te vroeg voor hem. Maar du moment hij naar het Torentje keek, viel zijn bek open van verbazing. Zonder deze te sluiten, liep hij als een zombie verder. Pas onder het poortje zag hij zijn makker en vroeg na een poosje: “Marrek, WTF! is dit?”
Nu pas zag Marcos dat zijn vrind naast hem was komen staan. “Ik heb geen flauw idee man. Maar wat is dat ding groot.”
Zo stonden ze enige tijd onder het poortje bij te komen van hun verbazing. Inmiddels hadden de meeste leden van het huis zich, ondanks de vrije dag, ook rondom het Binnenhof verzameld want dit nieuws was als een lopend vuurtje door het land gegaan.
BOING!
“Dit is een speciale live-uitzending van de NOS a.k.a. NPO in samenwerking met de RTLs, SBSsen en Net 5”, klonk het om de vijf minuten integraal op alle zenders en mobieltjes via NL-Alert. “U kijkt en ziet hier live-beelden van een gigantisch groot ding, dat vannacht op het Binnenhof geland is. Niemand heeft nog een idee waar dit ding vandaan is gekomen. Laat staan waarom. Maar dat we hier met een wellicht wereld veranderend ding te maken hebben, zou zo maar eens waar kunnen zijn. De premier staat op dit moment onder het poortje de best mogelijke strategie uit te stippelen en de grote vraag blijft; is het vriendelijk of vijandig? Wij brengen U bij meer nieuws direct op de hoogte. Heeft U ook wel eens last van dat rare gevoel in de kruisstreek, dan is er nu….”
De invloeden van de commerciëlen kon zelfs bij deze liveuitzending niet uitblijven en naadloos werd er overgeschakeld naar een reclameblok van 15 minuten dat ook continu werd herhaald.

Je kon een speld horen vallen, toen Marcos na een uur eindelijk weer wat zei: “WTF Sam?”
“Dat zei ik al man.”
Voorzichtig liepen ze het pleintje op. En daar precies symmetrisch in het midden, torende dichterbij nog indrukwekkender, hoog boven hen uit; dat enorme ding. Maar nu pas zagen ze dat, dat ding voorzien was van een enorme rode strik, waaraan een klein kaartje in zachte zeebries bungelde.
“Mark, dit lijkt wel… Ja, dit lijkt verdomd veel op zo’n Russisch poppetje man. Maar dan wel echt een hele grote.”
“Je hebt gelijk Sam. Wat zou er op dat kaartje staan?”
“Iemand een ladder?”, schreeuwde Sam commanderend. De mannen waren een beetje over hun eerste verbazing heen en begonnen nu zelfs een beetje boos te worden. Welke onverlaat had het aangedurfd dit ding hier te dumpen? Op zaterdag!? Achter hen kwam de oude conciërge met een uitschuifladder aangelopen. Samen zetten ze deze tegen de pop aan en Sam klom omhoog. Op de op één na laatste trede strekte hij zich uit en wachtte, totdat de wind het kaartje naar hem toe blies. Met een korte ruk scheurde hij het kaartje van het grote lint af en klauterde weer naar beneden.
“Hier man”, gaf hij het kaartje aan Marcos, dat geparfumeerd rook.
“Wodka? Het ruikt naar wodka Sam.”

“Het ruikt naar wodka!”, schreeuwde Sam naar achteren en een algemene uitroep van verbazing ging zachtjes door de menigte. De premier opende de enveloppe en las het geschrevene aan Sam voor.
Mijn lieve Babushka, hier je eigen Babushka zoals beloofd. Omdat ik van je hou.
Voor altijd de jouwe! P. XXX
“P.?” 
“WTF is P.?”
“Putain!”, gilde Buma geschrokken naar de premier en Sam. “Dat ding mot van Putain afkomen! We gaan allemaal doooood!”
“Buma! Beheers je een beetje man!”, sprak de premier vermanend.
“Ad! Laat de boel afzetten! We zouden weleens met een bom te maken kunnen hebben!”
Toen het woord ‘bom’ viel, stoof de menigte uiteen en iedereen rende naar huis, familie en al dat hun lief was. De menigte was vastbesloten de deur niet meer uit te gaan komen, eer die pop van Putain ontmanteld was. En zo zat heel Nederland gespannen aan de buis gekluisterd. Als schrale troost gold, dat ze nu weer wel konden zappen. De nationale uitzending bleef integraal weliswaar dezelfde. Maar nu berichtten ook de grote internationale nieuwszenders zoals o.a. CNN en de BBC ook continu over de pop; dat al snel tot het Poppetje van Troje werd gebombardeerd, nadat de schrijver van het kaartje bekend was geworden. Hoewel Al Jazeera bleef beweren dat dit de moeder aller bommen was, was het Trump die met regelmaat door de ether brulde; dat hij hier al jaren voor gewaarschuwd had. Kortom de wereld stond even stil samen met Marcos en Sammie en volgde hun doen en laten op de voet. Waarna de wildste theorieën losbarstten.
poetin2

Ze waren over de initiele schok heen en Marcos zei boos: “nou, ik weet nie van jou Sam. Maar ik ga hier eens een stevig debat over aanvragen! En ik zweer je; de onderste steen gaat boven komen!” Boos schopte hij een steentje tegen de pop. De inslag ketste met een nauwelijks hoorbare zachte tik het steentje terug en Sam zei: “jeminee man, dat ding zit propvol. Als dat de lucht in gaat, zijn we het haasje.”
“Niet alleen wij Sam. Maar het hele Westen zal er aan gaan vrees ik. Hoe is dit in Godsnaam mogelijk geweest? Waarom heeft dit zo onder onze neus kunnen gebeuren verdomme!?”
Ineens ging Ad van de Kleurscheur, zich achter de rug van de mannen om, opzichtig druk bemoeien met afzetlinten en dranghekjes. Maar de positie van Ad had nu geen prioriteit. De pop moest veilig ontmanteld worden, maar hoe? De mannen liepen een paar rondjes om de enorme pop en kwamen tot de conclusie dat; dat ding potdicht gelast zat.
“De strik! We moeten die rooie strik eraf halen!”, gilde Gee onder de angstig toekijkende Kamerleden die niet naar huis konden. Want als ze ergens voor aangesteld waren, dan was vandaag de dag er wel voor.
Marcos en Sam keken elkaar aan en besloten met oogcontact tot actie. Terwijl Marcos de ladder beneden fixeerde, klom Sam weer naar boven. Het losse uiteinde van de strik waaide tegen hem aan en instinctief greep hij deze vast.
“Nee Sam! Pas toch op jongen!”, schreeuwde Marcos naar boven, toen Sam van de ladder af werd geblazen. Maar Sam was vastberaden niet meer los te laten en gooide de zwaartekracht in de strijd. Langzaam zakte hij schoksgewijs naar beneden; zo de strik steeds verder ontwarrend. Op de grond begon Marcos mee te helpen. Samen trokken ze zo het laatste stukje van de knoop, die de strik vormde, los. Een volgende windvlaag deed de rest en het enorme lint dwarrelde gracieus neer, de Hofvijver vrijwel volledig bedekkend.
“Zie je wel!”, gilde Gee, die wees op een nu duidelijk zichtbaar perfect horizontaal rondom lopende groef. “Het is een echt Russisch poppetje! In het groot! Die kop mot eraf kunnen!”
Hoopvol over deze vordering, riep Sam om nog meer ladders; die met vereende Kamerkracht naast elkaar schuin en rondom tegen de pop werden gezet. Het wonderlijke dat de wereld aanschouwde was nu niet meer zozeer de pop. Maar hoe er daar op het Binnenhof, zonder aanzien des persoon noch partij, eendrachtig gedraaid ging worden aan de pop. Slechts heel even was er verwarring toen Marcos gilde:  “we gaan rechtsom!”, en de kop muurvast bleek te zitten. Daarna gilde Sam aan de andere kant: “we motten linksom!”, en zowaar begon heel langzaam, centimeter voor centimeter, de kop te draaien!
“Ja! Hij doet het!”, en na een uur draaien was een duidelijke schroefdraad te zien en begon de kop vervaarlijk anders te bewegen.
“Hij zit los! Wegwezeh!”
De Kamerleden renden deels naar de veiligheid van het poortje en de rest dromde opeen in het zuilengalerijtje. De kop begon steeds meer uitslagen te maken in de wind, totdat het moment daar was; dat de kop van de pop met een donderend geraas naar beneden viel en hard tegen de Ridderzaal tot stilstand tolde. De Kamerleden hielden elkaar beschermend ineen gedoken vast en de wereld hield de adem in bij het zien van de puinrook, dat als een paddenstoel hoog boven het Binnenhof opsteeg. Iedereen verwachte een verwoestende knal, dat alles zou wegvagen. Maar in plaats daarvan, dreef de paddenstoel zachtjes weg in de wind.

Na de puinrook kwamen de Kamerleden weer vanonder hun schuilplaatsen vandaan. Onder het stof, maar dit hadden ze overleefd en nieuwsgierig keken ze naar de onthoofde pop.
“Wat zit er in? Wat zit er in?”
Reporters gilden in de ether om het hoogste woord, want de paddenstoel was weg. Daarvoor in de plaats steeg er een mysterieus licht op uit de pop, dat het Binnenhof een Goddelijke uitstraling leek te geven.
Het was Sam die als eerste een nog staande ladder opkroop en hoog in de lucht het licht bereikte. Voorzichtig keek hij over de rand en zag een gigantische mêlee aan glimmend pas gepoetst koperwerk, dat het zonlicht naar alle kanten deed reflecteren.
“Wat zit er in Sam? Wat zit er in?”
“… Kogels! … Echt heel veel kogels! … Zulleke man! … Van die hele grote!”
“Hoeveel?”, rende Marcos nu ook een ladder op. Eenmaal boven hoorde hij Sammie zachtjes stamelen: “geen idee hoeveel man, het zijn er zo veel, zo onwijs veel veel, gewoon te veel eigenlijk …”
Marcos keek over de rand en zag dat Sammie geenszins overdreef en gilde naar beneden: “we hebben echt geen idee. Het zijn er echt heel veel. Ontelbaar schat ik in. Heeft iemand een calculator bij de hand?”
“Laar mij dat varkentje maar wassen!”, stapte Alexandertje met zijn telraam naar voren. “Als er iemand kan tellen, dan ben ik dat wel! En als jullie willen weten hoeveel? Dan ben ik de man om jullie te vertellen hoeveel!”
Dapper klom nu ook Alexandertje omhoog. Maar hij stopte niet bij de laatste tree. Hij klom over de rand heen en klom zo als eerste in de pop zelf.
“Hij klimt er in! Hij klimt er in!”
Alexandertje installeerde zich dicht tegen de rand aan en haalde zijn telraampje tevoorschijn. Hij pakte één kogel op en hield deze tegen het licht.
“Groot kaliber!”
Daarna overhandigde hij deze eerste kogel aan Sam en tikte met zijn vrije hand een rood balletje hard tegen de rand van zijn telraam aan en zei: “en dat is één!”
Het leger werd ingeschakeld, want de stapel kogels die uit de pop kwam groeide en groeide. Vrachtwagens begonnen af en aan te rijden, terwijl Alexandertje heel geleidelijk steeds holler begon te klinken.

kogels2

De media berichtten enthousiast over de zo op het oog ogend succesvolle ontmanteling van de pop. Met deze actie was het Binnenhof uren achtereen wereldnieuws. Maar in deze tijd worden zelfs de meest schokkende gebeurtenissen door de media bepaald en hier en daar begon al een zender over te schakelen op de regionale weersverwachtingen. Tegen de avond leek het mondiale leven zijn sleur weer te hebben herpakt. Ook rondom het Binnenhof normaliseerden de zaken zich weer enigszins. De kop van de pop werd in vele gedemonteerde delen afgevoerd alsook een deel van de gevel van de Ridderzaal. Jeroentje eiste aan de chauffeurs wel een bonnetje voor het oud ijzer, dat in absurd grote hoeveelheden ingeleverd ging worden. Toen de kop volledig was afgevoerd en de kogels nog immer werden doorgegeven, klonk er diep van binnen in de pop een hol bedompte Alexander, die tellend hier en daar al de bodem kon voelen.
“De laatste kogels zitten aan mekaar vast in iets van een stevig lintje.”
kogels 3Ondanks deze tegenvaller was de pop wel bijna leeg en de laatste kogels werden per lint opgeteld en doorgegeven via het menselijke lint van Kamerleden naar beneden. Vermoeid lieten Marcos en Sammie deze laatste loodjes van koper over aan hun fractieleden. Bekaf liepen ze de trap op naar boven en namen in een doordringende geur van metaal plaats in het ronde kamertje. Sam in art deco stoeltje bij het raam, waar de pop nog groter leek dan ie al was. En Marcos achter zijn bureau, want ze waren nog lang niet klaar. Een groots onderzoek werd gestart, want wie had de aanleiding tot deze pop gegeven?
“Eerst het ‘wie’ Sam! Daarna het ‘waarom’ en het ‘hoe’ interesseert me eigenlijk geen bal meer.”
“Als we maar achter die ‘wie’ en ‘waarom’ komen inderdaad. Dan vinnik het ook wel best. We zijn aan een ramp ontsnapt man!”
“En of! Ik zie jou nog als eerste die ladder opgaan. En Jezus, toen je zo aan die strik hing man!”
“We hebben het samen gedaan Mark. Samen zijn we die pop de baas geworden. Dus waar gaan we beginnen?”
“Ik heb eigenlijk geen idee man.”
“Ikke ook nie. Wijntje?”
“Ja, lekker!”
Rozig hingen ze in hun stoeltje en probeerden door slap te ouwehoeren tot een mogelijke oplossing van het mysterie te komen. Achter het raam klonk hol en monotoon het tel- en raamwerk van Alexandertje. En beneden op het pleintje kwam een wellicht laatste lege ammunitie-vrachtwagen aanrijden. De Kamerleden gooiden de kogels in kratten, die vervolgens weer dicht opeen gestapeld werden in de laadbak van de truck. Er waren steeds minder handen nodig nu het per kogellint ging. Velen stonden nu te wachten op de uitslag van Alexander, dat ieder moment in de lucht leek te hangen.
“Hé, hij gaat steeds harder tellen Mark!”, zei Sam, nu weer bij de kippen door de holle stemverheffing van Alexander.
“Het zal mij benieuwen hoeveel. Krijgen we nou eindelijk eens een absoluut antwoord?”

“En dat is… DRIE MILJOEN HONDERDVIJFENZEVENTIGDUIZEND EN ZES HONDERD EN TWAALF! EXACT!”, gilde Alexandertje triomfantelijk. Helemaal onder de vlekken zagen de Kamerleden een trotse Alexander uit de nu lege pop klauteren. Zijn vingers waren ondanks de eeltvorming op de toppen behoorlijk ernstig beschadigd door de ketsende balletjes van zijn telraampje. Liefdevol werd hij bezorgd opgevangen met verkoelende doeken en steriele bandages.
“3.175.612, hebben jullie dat?”, waarna hij even zijn bewustzijn ook praktisch verloor.
“Zo veel? Wie doet zoiets toch?”, was de heersende stemming, toen de demonterende lasdienst weer aan het werk ging. Sam hing uit het raam en gilde dat iedereen zijn rust verdiend had. Uit het andere torenraampje gilde Marcos, dat hij trots op ze was en wenste iedereen welterusten. En ze hoefden zich geen zorgen te maken. Hij en Sam zouden doorwerken om tot de bodem van die pop te komen. En zelfs werd een zuinig complimentje aan Alexandertje gegeven, die per brancard naar huis moest worden vervoerd.
Onder het flikkerende laswerk reed de laatste munitievrachtwagen weg en gingen de Kamerleden druppelgewijs ieder zijn en haar weegs. Onder het poortje echter, draaide Jeroentje zich plotseling om starend naar zijn mobieltje. Tegen de stroom in rende hij naar het Torentje de trap op. Hijgend kwam hij het kamertje binnen gerend.
“Kijk! Kijk hier eens naar. Dat kan toch geen toeval zijn? Dit kreeg ik gisteren meerdere keren in mijn mailbox.”
Uitvergroot staarden ze naar het getal van 3.175.613.
Vragend keken ze Jeroentje aan.
“Okay, het scheelt er maar één. Maar verder is het toch precies hetzelfde aantal?”
Marcos keek nog eens even goed naar het getal van Jeroentje en begon deze geconcentreerd te vergelijken met die van Alexander.
“Potverdrie Sam. Wat als Alexandertje zich verteld heeft? Dan is dit inderdaad precies hetzellufde aantal!”
“Hoe kom jij daaraan Jeroen?”, vroeg Sam nu ook alert en meer waakzaam geworden.
“Hebben jullie even?”, schoof Jeroentje een art deco stoeltje van het raam en nam plaats tussen de mannen in. Sam schonk hem een extra glas in. Jeroentje nam een flinke nip en begon uiteen te zetten dat uiteindelijk tot het ‘wie’ moest gaan leiden. Marcos en Sammie hingen aan zijn lippen toen Jeroentje begon.
huishoudb
“Aan het einde van iedere week werk ik, zoals jullie weten, ons huishoudboekje bij. Het is dan ook op de vrijdag, dat mijn mailbox overspoeld wordt door allerlei ministeries vragend om meer budget. In het begin nam ik nog de tijd om ze allemaal persoonlijk te beantwoorden. De begintijden waren goed en ieder departement kreeg, ondanks of juist dankzij de crisis, zijn deel.
Sinds ik sinds een tijdje ook nog voor Europa werkzaam ben echter, heb ik daar simpelweg geen tijd meer voor. Toch?”
De mannen knikten iets te snel en begripvol van ja. Jeroentje werd als Europese liaison, net als Franske, erg gewaardeerd.
“Natuurlijk snappen we dat. Ga verder Jeroen.”
“Dus als oplossing heb ik een extern IT-bureau in de arm genomen, om al die mails automatisch negatief te beantwoorden.”
“Negatief? Waarom negatief?”
“Dat heb ik jullie toch al eerder uitgelegd? Al het geld hebben we voor de Unie nodig, duh.”
“Oh ja, natuurlijk. Sorrie Jeroen, ga vooral door.”
“Dat ging even goed. En toen kwamen hier en daar toch weer lastige vragen. En eerlijk gezegd, heb ik een paar keer keihard moeten liegen om me eruit te lullen. Echt waar hoor. Maar ook dat heb ik door weer een ander IT-bureau laten oplossen. Extern vanzelfsprekend, we kunnen ons geen financieel lek veroorloven. Zo krijg ik nou al een tijdje door hen keurig en netjes geforward, in één zin; wie, wat en hoeveel welk departement wil. Zo kan ik dus in één oogopslag zien; wie er nou weer om meer zit te zeuren. Gisteren was het, mede door een dringend bezoek aan het ziekenhuis, te laat geworden om m’n mailtjes te checken en dus…”
“Ziekenhuis? Toch niets ernstigs Jeroen?”, sprak de premier bezorgd.
“Nou ff niet afdwalen man, laat ‘m nou z’n verhaal afmaken.”
“Okay, nou komt het. Zojuist, op weg naar huis, checkte ik mijn mail. Door dat gedoe met die pop, was ik daar vandaag niet aan toegekomen. Ik heb hier nou zeven emails van dat externe bureau staan, die gisteren verspreid in de loop van de dag zijn verzonden. En allemaal, alle zeven, vragen om het getal van 3.175.613!”
“Wat? Zeven keer nog wel! Mark, ik denk dat Jeroen een punt heeft hier hoor.”
“Helemaal met je eens. Vier of vijf keer okay, maar zeven?”
“Zeven keer ja. Kijk maar. Hier staan ze”, en Jeroen liet zonder digitale agenda de zeven binnengekomen mails zien van dezelfde afzender.
“Van wie Jeroen? Van wie?”, vroeg de premier nu naarstig.
Jeroentje schraapte even zijn keel en zei zachtjes: “van Sjanien.”
“Waaaaat! Van Sjanien!!!??? Weet je dat wel zeker?”
“Hier, hier staat het:
verzoek om verhoogd budget
doel: 3.175.613 kogels
afz. Min. v.Def.

Ze konden daar moeilijk omheen. Het stond er zwart op wit, zeven keer bovendien.
“Allemachtig Mark. Zelfs al zou Alexandertje zich verteld hebben, dat maakt allemaal niks meer uit. Het staat er man, kogels! Ze schrijft letterlijk kogels man! En wat hebben wij eruit lopen halen?”
“Echt heel veel kogels ja. Maar Sjanien? Verdomme zeg. Is het ‘wie’ hier dan onze eigen Sjanien?”
Jeroentje zette uit respect zijn mobieltje uit en even moesten de mannen dit verwerken. Doch met name de premier, het was zijn partijgenote die het ‘wie’ leek te worden.
Marcos stond ingehouden rustig op en verdween in de gang. Even later hoorden Jeroen en Sammie, dwars door de houten lambrisering heen, het neo-liberalisme in de praktijk. Buiten zinnen zat Marcos keihard te vloeken. Hij gooide zelfs boos drie volle en ongebruikte wc-rollen uit het kleine raampje, die schril afstaken tegen het rode lint op de vijver. Het was dat het bekertje op de wastafel aan de muur van plastic was, want die werd keihard tegen de spiegel gegooid zonder ster te vormen. Nadat hij nog een laatste trap tegen de pedaalemmer had gegeven, trok hij door en kwam na de ontlading weer terug in het kamertje.
“Gaat het een beetje Mark?”
“Nou weer wel ja. En potdomme mannen! Ik vond het al zo gek, dat ik ‘r vandaag nergens gezien heb! Dat ik haar totaal niet gemist heb, vind ik misschien nog wel het meest ergerlijke aan dit hele ding.”
“Daar was het de dag niet naar Mark. Wees niet zo hard voor jezelf. We hebben allemaal als één man keihard doorgewerkt. Niemand heeft tijd gehad, om de presentielijst bij te houden.”
“Klopt Sam, ik heb daar ook helemaal niet aan gedacht.”
“Natuurlijk niet! We hadden veel belangrijkere dingen aan ons hoofd. Dus stop daarmee Mark. Steek die energie liever in het ‘waarom’.”
“Daar kan maar één iemand ons een antwoord op geven Sam.”
“Sjanien!”
Nog nauwelijks zichzelf realiserend; dat het meer dan waarschijnlijk Sjanien was die het poppetje van Troje aan het dansen heeft gekregen, liepen ze het pleintje over. De laatste stukken van de pop werden in vrachtwagens geladen en Jeroentje liep op de uitvoerder af om alle bonnetjes in ontvangst te nemen.
Marcos en Sammie stonden met hun handen diep in de zakken zwijgend te wachten op Jeroentje, die hen weg wuifde. “Gaan jullie maar alleen, ik heb hier veel werk aan. En morgen heb ik weer Brussel, okay?”
“Bedankt Jeroen!”, en de mannen liepen automatisch verdoofd naar hun favoriete Chinees. Voor de zaak van Bang zagen ze zichzelf in de weerspiegeling van het raam staan.
“Hier woont ze helemaal niet man.”
“Verrek, hoe zijn we hier nou beland?”
“Geen idee, maar ik heb wel honger hoor.”
“Een kleine tafel dan. Lopen we na het eten naar Sjanien okay?”
“Mijn idee man… Hee Bang! Goeieavond man. Een kleine vanavond alsjeblief en twee bier pronto.”
“Kleine Lijstafel vool twee en twee biel!”, gilde Bang maar de bar en even later zaten ze achter een heerlijk koud biertje.
“Dat wijf heb ech wel wat uit te leggen hoor.”
“So! Dat dach ik wel ja!”
“Proost!”
“Proost man.”
bierchinees

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *