Het poppetje van Troje III

Het poppetje van Troje III

Angstig had Sjanien in duster de ontwikkelingen thuis op de bank gevolgd. Ondanks dat haar mailbox ontplofte en mobiel finaal leeg getrild was, had ze gedaan alsof ze er niet was, alsof dat ding er niet was. Dat ie woord had gehouden na slechts één rukje had haar verbaasd en ze was zo geschrokken van de ontstane commotie, dat ze zich flink had zitten schamen. Terwijl het bloed naar kaar kaken stroomde, hoorde ze een keihard geluid dat steeds dichterbij kwam. Ze liep naar de keuken en zag door het keukenraam; hoe een donkergroene legerhelikopter boven haar pas gemaaide gazonnetje aan het rondcirkelen was. De piloot was bezig te landen, in haar tuintje! In paniek gooide ze de tuindeuren open en begon driftige gebaren te maken, dat er hier niet zo maar geland kon worden. Stationair in de lucht hangend keek de piloot haar vragend aan van ‘waarom dan wel niet?’.
“M’n border!”, gilde Sjanien in de wind van de wieken, “m’n bloe-men-bor-der!”
De helikopter draaide 360 graden om tot de conclusie te komen; dat zonder gebruik te maken van haar bloemenborder, landen onverantwoord was. Er werd druk overlegd in de helikopter en Sjanien rende de keuken weer in en sloot de tuindeuren. Wat kon ze doen? Bellen ging niet, want haar mobiel was leeg. En ook al had ze volle batterij; dan nog zou deze actie haar positie als minister definitief onmogelijk maken. Ze begon te bidden, hoewel ze niet gelovig was. Heel hard te bidden, dat die helikopter maar snel weg zou gaan. In plaats daarvan echter, kwam er een glimmende paal uit de helikopter zakken. Sjanien herkende die glijpaal uit brandweerkazernes en schrok. Er kon zo ongetwijfeld op ieder moment snel iemand naar beneden komen glijden. Voordat het luik in de buik van die groene chopper open ging, ontvouwde zich luid wapperend een vlag aan het uiteinde van de paal. Daarna kwam een hoge officier van het rode leger naar beneden glijden. Met zo’n uit het lood en verhouding staande officierspet.
Sjanien gilde boos: “kan het nog opvallender!?”
Maar door het gewapper en gewentel  van de bladen hoorde hij niks en liep kaarsrecht, zonder ook maar heel even moeite te doen zijn pet op zijn hoofd te houden. Desondanks bleef die pet stijf op z’n hoofd zitten en Sjanien keek verbaasd naar de officier, die naderbij kwam.

chopperrus1
“Babushka?”, informeerde de officier, toen hij de tuindeuren tegen de herrie achter zich sloot.
“Eh… Ja?”
Hij schroefde linksom de pet los en haalde er een reisflacon met wodka uit.
“Voor U, voor onderweg.”
“Voor onderweg? Waar gaan we dan naar toe?”
“Naar huis. Voor bruiloft”, en hij toverde naast een paar glazen, ook een diamanten trouwring van staal uit zijn pet, tezamen met een keur aan roze verpakte cadeautjes.
“Van de bevelhebber, voor babyregen in de lucht. Dat U vele bevelhebbers mag werpen”, reikte hij haar het juwelendoosje aan en stapelde de cadeautjes op de keuken tafel.
“Heeft U reistas?”
Sjanien was zo overrompeld door het huwelijks- en voortplantingsverzoek, dat ze gewoon niet wist wat te zeggen.
“Reistas, voor cadeautjes? Bevelhebber heeft U liefst zonder schone kleren. Dus U kunt meteen zo in Uw ornaat mee.”
“Nee”, zei ze uiteindelijk. “Ik heb hier mijn leven.”
“Bevelhebber wacht voor honniemoen en neemt geen nee voor antwoord. Wat bevelhebber wil, bevelhebber pakt.”
“Nou, dan pakt hij mij maar even niet hoor. Nee, ik kan echt niet mee.”
De officier zei wat in zijn walkietalkie en liep terug naar de paal. Uit de helikopter werd een hele campinguitrusting gegooid en daarna gleed Putain zelf naar beneden. De officier nam afscheid en klom naar boven, waarna de helikopter oostwaarts begon te vliegen.
“Babushka!”, gilde Putain zo hard, dat de buren het zouden kunnen horen. Snel rende Sjanien naar buiten en zei op het gazon dat dit zo niet verder kon. En of hij even kon dimmen want niet de hele buurt hoefde mee te genieten. Putain begon daarop eigenwijs en stoïcijns zijn tentje op te zetten.
“Wat doe je?”
“Ik zet liefdesnest op voor jou en mij mijn Babushka. Ik zal binnen op je blijven liggen wachten. Ik wil je niet dwingen.”
“Dan kan je lang liggen”, zei Sjanien en liep haar huisje weer in.

“Het was weer heerlijk Bang, dank je. En na het gratis pepermuntje in de gang, liepen ze naar buiten. Op de hoek vroeg Marcos of Sam nog een pepermuntje wilde.
“Ja, maar je gaat me toch niet zeggen; dat je die hele pot hebt meegenomen?”
“Jawel, hahaha! Ondernemers man. Hahaha zo gemakkelijk. Hij merkte niks!”
En zo liepen ze genietend van de gratis snoepjes, voor een steeds langer wordend spoor van verfrommelde pepermuntwikkels uit.
“Zeg”, zei Sammie even stilstaand kauwend voor het zoveelste wikkeltje op zijn pepermuntje, “we zouden haar ook gewoon kunnen bellen.”
“Dat ik daar nie aan heb gedacht!”, en de premier belde direct het nummer van Sjanien.
“Voosmeel man”, zei de premier teleurgesteld. “Motten we toch dat hele pokkenend gaan lopen. Nog een pepermuntje?”
“Ja, lekker.”

Thuis hoorde Alexandertje via een lek over de zinspeling van Jeroentje, dat hij zich wellicht verteld zou hebben. Boos stapte hij van de brancard af en ging foeterend weer op het Binnenhof aan.
“Zijn ze nou helemaal! Ik heb me helemaal niet verteld! Ik ben Alexander de Grote en die kan heus wel tellen!”
Het Binnenhof lag er verlaten bij en steeds bozer wordend, liep Alexandertje naar de toko van Bang.
“Zelfs na deze toestand gaan ze natuurlijk gewoon Chinesie doen. Als ik premier ben, dan…”, gooide hij kwaad de deur van het restaurant open en liep naar binnen.
“Waar zijn ze?”
“Ze zijn net weg Alexandeltje.”
“Meneerrr Alexanderrr voor jou!”, en nu nog bozer liep hij naar buiten. Hij wilde onderweg in de gang nog een greep doen uit de grote glazen schaal met gratis pepermuntjes. De schaal stond er niet. Nog meer gefrustreerd dan anders smeet hij, nu helemaal over de rooie, de deur toe en begon het spoor van al die verfrommelde wikkels te volgen.

Nu de media weer de reguliere programmering hadden hervat, zat Sjanien alleen aan de eettafel tv te kijken. Alles leek als in een vreemde waas zo onveranderd en stiekem hoopte ze; dat alles wel zou overwaaien. Ze liep naar boven en ging op bed liggen maar kon haar ogen niet van haar plafond afhouden. Zelfs niet als ze af en toe heen en weer woelde. Nee, ze kon onmogelijk de slaap vatten. Toen ze ook nog muziek begon te horen, ging ze er uit. Op zoek naar wie op dit tijdstip toch die muziek zat te maken.
De muziek bleek uit het tentje van Putain te komen. Eenmaal dichterbij, hoorde ze hoe Putain zachtjes met onnatuurlijk hoge stem zijn liefde voor haar aan het uiten was. Tja, dat had nog geen enkele man zo voor haar gedaan. Impulsief ritste ze de tent open en sloot zijn mond met een alles verzengende zoen.

Marcos belde aan en ze gooiden hun laatste wikkeltje op het tuinpad van Sjanien. Sam klopte daarna even stevig op de deur, maar niemand deed open.
“Sjanien! Doe open! Wij zijn het!”

“Ze doet gewoon nie open man.”
“Maar er brand ook nergens licht. Zou ze nou al slapen?”
“Misschien kunnen we steentjes gaan gooien tegen haar slaapkamerraam?”
“Prima idee Sam”, en ze liepen achterom. Ter hoogte van het tuinschuurtje van Sjanien begonnen ze verstomde geluiden te horen.
“Sssst!”, siste Sam, “hoor jij wat ik hoor?”
“Gegiechel?”
“Ja, zo lacht Sjanien altijd man!”, en de premier stapte brutaal over het tuinhekje. Midden op het pas geschoren gazon zagen ze een groen legertentje met rode ster. Ze liepen er omheen en het was Sam die de tent snel open ritste.
“Sjanien?!
sjanienslaapt
“Oh, hoi jongens”, probeerde ze, “het was vannacht zo warm, dat ik maar buiten ben gaan slapen.”
Maar het was de mannen duidelijk; dat ze iemand achter zich aan het verbergen was.
“Het is begin april Sjanien! En met wie lig je daar te flikflooien?”
“Eruit! Nu!”, nam Sam het heft in handen. “Jij heb heel wat uit te leggen dame!”
Ze besefte dat ze zich hier niet uit kon lullen, dus kroop ze er maar uit. Nadat Sjanien de tent had verlaten, zagen ze overduidelijk de man, die dit tentje opgezet moest hebben.
“Putain!??”, gilden ze verschrikt en begonnen mekaar instinctief vast te houden, alsof Putain hen onverbiddelijk zou gaan verscheuren.
Hooghartig kroop ook Putain nu de tent uit. In ontbloot bovenlijf rolde hij zijn spieren ter afschrikking en dat werkte.
“Sjesus Sam! Putain! Hier?!”
“Ik zie het man! Potdomme Sjanien, als dit viral gaat meid! Hoe kon je?”
“We hebben het hier wel over de Vijand Sjanien! Die in de tuin van de Minister van onze Defensie bivakkie aan opslaan is! Sjesus meid, hoe kon je?”
Even was er een status quo, waar alle vier zich geen raad mee wisten. Op dat moment sprong Alexandertje over het hekje en begon te gillen: “zij is het paard! Zij is het paard van Troje! Zij! Kijk haar dan, kijk toch!”, wees Alexandertje overtuigd priemend met zijn bekende vingertje.
Rustig gaf Putain hem een elleboogje, waardoor Alexandertje ver bewusteloos achteruit geworpen werd en hard tegen het tuinschuurtje bewusteloos in de border terecht kwam.
“M’n bloemen!”, gilde Sjanien boos naar Putain en gaf hem een harde klap met haar vlakke hand in het gelaat.
“Tja, kom niet aan haar blommen”, zei Marcos in ongeloof; hoe dom Putain dit had kunnen doen.
“Babushka! Nu is het genoeg!” Putain kroop weer zijn tentje in en maakte daar contact in het Russisch. Hij zette een zonnebril op en kroop er weer uit. Niet veel later hoorde Sjanien weer dat oorverdovende geraas aankomen en gilde: “ze komen! Ze komen!”
“Wie Sjanien?”
“De Russen natuurlijk! Wie anders Mark?”
“Oh ja, potdomme.Wat doen we nou?”
Vanuit de bosjes klonk ernstig geblesseerd: “we kunnen niks. Zelfs niet in onze eigen achtertuin. Zien jullie nou niet in, dat we alleen als Europa een vuist kunnen maken? Alexandertje klopte zich af en begon weer te wijzen met zijn vingertje. “Je bent een premier van niks! Hoog tijd dat je plaats gaat maken voor mij!”
“Heren heren”, zei Sam, “het lijkt mij niet de plek en zeker niet het tijdstip om daar nu een debat over te gaan houden. Bedenk liever wat we aan de Russen gaan doen.”
“We kunnen niks doen! Snappen jullie het dan nog niet? Helemaal niks!”
Het gekissebis werd naar de achtergrond gedrongen door de nu stationair boven hen in de lucht hangende legerhelikopter; die een enorm spotlicht op hen zette. Verblind door het felle licht, bedekten ze hun ogen met hun armen, waarvan Putain gebruik maakte en snel via de vlag de paal inklom.
“Ik kom terug Babushka! Dat beloof ik!”, hoorden ze nog door het dichtgaande luik gillen en weg was ie.
tentjeAan de keukentafel van Sjanien werd ze onderworpen aan een meer dan zwaar verhoor. Ze gaf toe; dat zij om de kogels had gevraagd. Ze was wanhopig. Jeroentje hield zo de hand op de knip, dat ze wel wat moest doen. En ja, ook niets vleselijk was haar vreemd. Maar ze zwoor, dat er buiten het geflikflooi om echt nog niks gebeurd was. Ze acteerde naar de ontstane situatie en had als ultiem betalingsmiddel haar eigen lichaam ingezet. Niet alleen uit eigen lust, doch ook voor de Nederlandse Staat.
“Noem het immoreel, onfatsoenlijk voor mijn part. Maar aan het einde van de rit heeft ons leger wel de kogels, die ze al veel eerder hadden moeten hebben. En trouwens, die Putain komt er natuurlijk niet meer in. Hebben jullie al die geknakte stengels wel niet gezien?”
“Ze heeft het wel voor onze veiligheid gedaan Sam. Want eerlijk is eerlijk. De uitkomst is wel, dat we nou weer kogels hebben.”
“Ja, als je het zo bekijkt?”
“Zeg! Jullie gaan hier toch niet in mee?”, riep Alexandertje in ongeloof, waarop hij de tweede elleboog in ontvangst kon nemen. Deze keer van Sam en niemand aan de tafel besteedde enig verdere aandacht aan de slap geworden onder tafel glijdende Alexander.
“Okay, we zijn het er over eens, dat Sjanien niet het paard van Troje is. Hoewel ik het wel van belang vind, dat ze mot beloven dit nooit meer zo te doen”, zei Sam begripvol.
“Dank je Sam en natuurlijk beloof ik dat”, toen er werd aangebeld.
Het had niet uit kunnen blijven natuurlijk. De buren waren het meer dan begrijpelijk beu, al die consternatie in de achtertuin van Sjanien. Dus hadden ze net na het diner de politie gebeld. Er stond één agent voor de deur, die op de fiets de melding na was gegaan.
“Bezuinigingen ziet U, mijn naam is André”, excuseerde hij verder zijn verlate opvolging op de stoep, toen Sjanien open deed.
“Wie is het Sjanien?”gilde Marcos vanuit de keuken.
“De wijkagent, ene André!”
“Tijd dat we weer eens opstappen Sam”, en de premier liep de gang in. Buiten op de stoep legde hij aan André de situatie naar zijn zin zo uit; dat de wijkagent de melding officieel als een vergissing afdeed en zich ook nog eens welgemeend excuseerde voor de storing.
“Is niet erg. Ik ben blij dat je je werk tenminste zo serieus opvat. Van welk bureau ben je moeten komen?”
“Delft excellentie.”
“Nou, als je dan even met ons oploopt, fietsen we wel even met je mee. Wel zo gezellig.”
Zo liepen de premier en Sam samen met de agent op. Ze zagen niet die onopvallende regenjas die hen schaduwde. En Alexandertje al helemaal niet. Die hadden ze in de goot gelegd, om daar bij te komen. Sjanien was eindelijk in slaap gevallen, meer dan opgelucht over de coulant bestuurlijke houding van onze hoofdrolspelers. In de fietsenstalling mocht Sam een reserve-Batavus lenen. En zo fietsten ze, drie man breed dwars tegen de verkeerswet in, naar Delft.
wijkagent

In Delft namen ze afscheid van de wijkagent en bedankten hem voor zijn dienst.
“Ik ga dalijk toch zo hard naar huis fietsen man, dat het nie mooi meer is. Ik zal blij zijn als ik in m’n bed lig zeg.”
“Jij zegt het man, wat een toestand.”
Achter hen werd de agent van achteren bewusteloos geslagen en van zijn dienstwapen ontdaan.
Putain was al schaduwend van portiek naar donker portiek gesprongen. Toen de mannen de Batavussen van het slot deden, had hij er eentje uit het laatste portiek gejat en zo heimelijk zijn moment afgewacht.
Ter hoogte van het Prinsenhof haalde hij de mannen in en dwong hen met gericht dienstpistool, languit, op hun buik te gaan liggen.
“Op je buik!”, en Sam liet zich op zijn buik vallen.
“Jij ook!”, richtte Putain nu het pistool op de premier, die zich ook trillend liet vallen.
Jullie dachten toch zeker zelf niet, dat ik dit ongestraft zou laten? Dus beslis maar. Wie moet ik eerst afknallen? Tenminste één moet vandaag sterven voor mijn eer. Allebei mag ook. Maar in ieder geval komt de kogel uit het dienstpistool van die wijkagent. Ga dat dan maar eens uitleggen aan jullie volk.”
“Verdomme Sam! Weer niks in de gaten gehad!”
“Rustig Mark, rustig. Denk aan dat babbeltje met André”. zinspeelde Sam op het ook bij de Hermandad nijpende tekort aan kogels.
“Hahaha!”, begon de premier hard te lachen, “dat ding hebben ze alleen nog maar voor de show om Putain! Welkom in Nederland!”
De premier maakte moedig aanstalten om op te gaan staan en Putain haalde de veiligheidspal eraf.
“Blijf liggen! Blijf liggen!”, gilde een paniekerige Alexander hijgend hangend over het stuur van een damesfiets vanaf de overkant. “Ik heb me niet verteld! Het waren er wel degelijk 3.175.612!”
“Alexander?”
“Ja! Ik ben het! Ik heb gezien wie die 3.175.613’de kogel heeft. Hij! Putain heeft de laatste kogel! ‘k Heb ‘m zelf die kogel zien doorladen daarzo. Blijf in hemelsnaam liggen!”
“Oh nee, oh nee… Waarom ik, waarom nu?”, jammerde de premier weer plat op de grond.
Putain richtte het dienstpistool op Alexander en dwong hem tussen Sam en de premier in te gaan liggen. En zo lagen ze te wachten op het genadeschot van Putain, die hen in zijn macht had.
Putain besloot van de situatie eens goed te gaan genieten en opende een fles wodka. Hij ging zitten op een bagagedrager en na enkele slokken zei hij gemeen: “en nou? Nou gaan we Russian Roulette spelen!”
Hij zette de loop tegen het achterhoofd van Pechthold, die onmiddellijk luid en stootsgewijs begon te krijsen.
“klik!”
“Deze keer mag je nog even blijven gillen jij. Wie nu? Want iemand moet sterven!”
De mannen knepen hun ogen dicht en deden een laatste schietgebedje, dat op zich wel logisch was. Toch lag de premier ook stiekem te brainstormen; hoe hen hieruit te redden. Sam had de moed opgegeven en voelde het koude staal in zijn nek geduwd worden. Putain gilde hysterisch in zijn oor de meest vreselijke dingen in het Russisch, toen ook hij die ‘klik’ hoorde en gelukkig voelde.
Putain sprong op Marcos en wilde het pistool nu in zijn nek duwen. Net voordat hij de loop voelde, gilde Marcos hard: “Oekraine! Oekraine! De helluft of helemaal niks! Nu of nooit!”
Verbluft over de gewaagde diplomatie van de premier, stond Putain op en vroeg wat hij precies bedoelde.
“Of je mag de helft houwe en dan doen wij net alsof wij de andere hebben. Of je krijgt helemaal niks. En je weet dondersgoed dat we dat kunnen.”
“Ja, dat jullie dat kunnen, misschien wel ja. Maar dat durven jullie toch niet.”
“Denk na Putain. Hoeveel kogels heb jij nog over? Je hebt alles uit verliefdheid cadeau gedaan. Aan ons! En wij durven dan misschien wel niet, maar wat dacht je van Sjanien?”
“Babushka?”, prevelde Putain nu aan de gedachte, hoe ferm zijn grote liefde in het leven stond. Nee, dit was inderdaad niet gelogen. Hij dacht aan de onmogelijke liefde en zette het dienstpistool tegen z’n eigen hoofd. Daarna hoorde hij de roep van Moedertje Rusland en duwde de loop weer in de nek van de premier, die hierdoor onmiddellijk onverstaanbaar begon te wauwelen. Zo werd hij heen en weer gegooid in zijn emotie, maar het begon er wel op te lijken; alsof moedertje Rusland ging winnen. Tenminste dat had ze tot nu toe altijd gedaan.
Sam herkende de innerlijke strijd en gilde: “hij zegt dat als je ons laat gaan, hij bereid is de kogels terug te geven!”
“Luister naar hem Putain!”, gilde ook Alexandertje wanhopig om het laatste woord, “je hebt je munitie terug en dan zullen wij het wel laten om alles te pakken. Hoewel de helft natuurlijk wel realistisch blijft dan.”
“Ja”, deed Marcos een uiterste poging, “de helft is nog altijd meer dan helemaal niks.”
Putain slaakte een dierlijk harde kreet, dat tegen de gevel van het Prinsenhof terug echode en haalde de trekker over.
Deze keer geen klik, maar een doffe knal. De mannen krompen ineen terwijl de kogel dwars door de deur vloog en naast die van Balthasar G. in de oude muur insloeg. Putain gooide het wapen weg en rende zo hard als ie kon weg, helemaal terug naar de schoot van zijn moedertje Rusland. In het echt nam ie die helikopter en daarna één van de onderzeeërs bij Kijkduin, die daar met betere regelmaat langskomen dan het reguliere OV. Maar het verhaal is op dit punt letterlijk overgenomen uit de annalen van de premier.
kogelgaten
Verbaasd, maar ook erg opgelucht, keken de mannen elkaar aan en hielpen elkaar overend. Tegen de oude gevel gingen ze zitten om hun zojuist gewonnen doodstrijd te verwerken.
“Ik kan nie geloven wat er zonet gebeurd is”, stamelde Alexandertje nog helemaal van de kook.
Zo bleven ze lange tijd bij zitten komen en beseften, denkend aan de oude Willem, dat moordaanslagen niet alleen omwille van religieuze voorkeur werden gepleegd. Maar ook uit simpelweg de liefde, gestoord weliswaar doch desalniettemin; dat ook een krachtige drijfveer bleek.
“Dit nooit meer man”, zuchtte Sam als eerste na lange tijd alles te hebben overpeinsd.
“Ik schaar mij geheel achter Sam”, zuchtte ook Alexandertje nog heel oppervlakkig ademend van de shock.
“Mannen”, sprak Marcos uiteindelijk weer met iets van overtuiging in zijn stem, “het maakt me niet uit hoe. Maar bij God, dat referendum motten we nou wel gaan winnen!”
Ze stapten op de fiets en lieten het Prinsenhof achter zich. En hoe verder ze er vandaan fietsten, des te groter hun branie weer werd.
Sam legde trots de marktwerking van zijn Poetinder uit aan Alexander en zo besloten ze dat, koste dat het kost, dat referendum gewonnen moest worden.
Zelfs al zou dat tegen ieder democratisch principe indruisen.
stemja
stemja1

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *