Het sleutelgatschandaal.

Het sleutelgatschandaal.

Marcos liep door de lange gang langs gesloten deuren op weg naar het ultieme peeskamertje. Hij hield even in bij de deur waarnaast A.Pechtholding ltd. stond vermeld. Hij hoorde het irritante hardop tellen al aan het begin van de gang. Maar nu klonk er, anders dan anders; iets van hoop. Nieuwsgierig bukte hij zich naar het kleine sleutelgat dat door hem, gelijk een verworven recht, als spionnetje werd gebruikt.
“Tik!”, met een laatste ferme uithaal zwierde Alexander verbeten zijn laatste balletje naar de andere kant van zijn telraampje.
“Zo, en dat is vijfduizend, jaja, hihihi, hij heeft zijn eigen graf gegraven”, en tevreden noteerde hij het aantal in zijn notitieblokje waarna hij opstond en in zichzelf een toespraak begon samen te stellen. Binnenkort zou hij naar Brussel gaan, of Straatsburg, afhankelijk van de waan van het moment of begroting; die oncontroleerbaar mocht variëren. Dat werd namelijk pas op het laatst vastgesteld en meestal pas achteraf. En hoe lang het dan zou duren, wist slechts een happy few. Maar, hij zou Europa gaan toespreken en hij was blij dat hij nu een ander Nederland kon presenteren. Een land dat nu ook achter burgemeesters aan kan lopen, ja; het doel was bijna bereikt en een zekere trots maakte zich van hem meester. Hardop begon hij aan zijn toespraak te werken die hij handig mobiel opnam.


“My dear friends, Meine Kameraden, mes amiesies. I stand hiero, ici dus, before you, und Ich kann ihnen sagen wir haben es nu echt wel gewusst hoor. Oui, le peuple d’Hollande (nu duidelijke knipoog naar de Franse delegatie) se trouve sur les barricades! Et avec tous pour vous dire; we, die Holländer, want une Europa! Et naturellement ohne some sort of an estimate!”

Voor hij zijn volgende polygone zinsconstructie kon formuleren, werd hij onderbroken door de tussendeur die openging. Zijn secretaresse kwam met de uitdraai van zijn elektronische agenda naar binnen. De groet die zij bezigde deed Marcos zo mogelijk nog verder in het gaatje kruipen tot hij de eerste oliedruppel in zijn neus voelde lopen.

Ze stak haar linker wijsvingertje hoog in de lucht en zei: “heilig Alexander, hier de planning van deze week”, waarna zij hem het velletje overhandigde.
“Heilig mezelluf lieve Eva en dank je wel.”
Marcos viel bijna om van verbazing over waarvan hij zojuist getuige van was geweest. Verward liep hij licht in het hoofd verder en na de trap, die hij iedere keer weer met Sammie associeerde, nam hij plaats achter het grote bureau in zijn kamer waar hij begon te malen.

‘Vijfduizend wat?’, dacht ie in zichzelf. ‘Euro’s? Zou ie een gemakkelijk acceptabele belastingverhoging hebben gevonden die wij hebben gemist? Nee, onmogelijk. Maar wat bedoelde Alexander daar dan nou mee? Hij was zo opgewonden dat hier wel een adder in moest zitten. En dan die groet?’
Hij had een dergelijke begroeting wel eens eerder gezien doch kon er maar niet op komen waar. Maar dat er iets van belang speelde dat voelde hij aan alles in zijn politieke vaarwater en zijn nieuwsgierigheid begon hem parten te spelen. De twijfel kwam weer in hem op. Dat weeë gevoel van het niet weten maakte hem bijkans misselijk. Zo kon het niet langer en hij belde Sammie.
Er werd onder stevig gehijg opgenomen en na een passioneel “oh, didi toch”, kreeg hij eindelijk een reactie van Sammie zelf.
“Met Sammie, wie daar?”
“Hoi Sam, met mij… of moet ik DidiDoedoe zeggen, hahaha, ouwe viespeuk!”
“Ja, je weet toch dat het lunchpauze is man”, reageerde Sammie ietwat geïrriteerd.
“Jaja, ik weet, maar waar ik voor bel Sam. Die Alexander voert wat in zijn schild man”, en hij verhaalde over zijn getuigenis door het sleutelgat.
“Wel potverdrie Mark, dat klinkt inderdaad ernstig. Ik kom er meteen aan.”
Even later stapte Sammie nog met verwarde stekels naar binnen, waar Marcos hem tactisch op attendeerde.
“Sammie …. dat, ja …wat is het eigenlijk… op je hoofd, eh… je tapijt ziet er verlopen uit zeg maar.”
Snel spuugde Sammie in zijn handen en streek alle stekels de juiste politieke richting op.
“Kaal was gewoon praktischer Mark, maar ja… beeldvorming man, ellende joh”, en gefatsoeneerd door eigen speeksel nam hij plaats.
“We moeten hem hierop pakken en het best in het openbaar.”

“Ja, maar”, zei Marcos, “dat wil ik ook… maar waarop kunnen we hem pakken eigenlijk?”
“Mark! Je hebt toch geschiedenis gestudeerd?”
“Ja hallo, ik geef alleen nog maar les man. Dus heb het al jaren niet meer nodig gehad, vind je het gek dat ik dan wat kan missen zeg. Wel weet ik, dat het redelijk serieus is wat ik heb aanschouwd. ‘k Ben al een uur bezig om het van mijn tongpunt af te schrapen en dat lukt me maar niet joh. Gewoon tot het nerveuse af man, en die twijfel, verdomme die twijfel.”
“Nou, steek ‘m dan maar eens uit”, en Sammie pakte een opengeslagen boek over eind jaren dertig en begon hiermee, met langzame halen, over de uitgetrokken tong van de premier te schrapen maar pas nadat hij een kwartje op zijn neus had gebalanceerd. Marcos zag de geschiedenis komen en gaan om weer te komen en weer te gaan. Na een klein kwartiertje begon zijn tong te bloeden maar viel zijn kwartje en heel hard gilde hij uit: “dat nooit meer!”

Donkere wolken hadden zich gevormd boven het Torentje waaruit druiligere druppels zachtjes op het leisteen vielen. Binnen echter, overheerste het geluid van het rondtollende kwartje op het mahoniehout. Sammie ging verbaasd weer zitten dat zijn aanpak zo goed had gewerkt en Marcos zat nog verbaasder te wezen over zijn tamelijk lastig hervonden inzicht. Met nog immer geopende mond, begon hij primitieve klanken uit te slaan waar Sammie geen touw aan vast kon knopen.
“Ar-ti-cu-le-ren Mark! Je vergeet te articuleren!”, en hij sloeg met vlakke hand het kwartje stil dat Marcos weer tot zijn negatieven bracht.
“We…eh, hier moet wat aan gedaan worden hoor, nee…, dit kan zo niet langer!”
Besluitvaardig nam hij zijn mobieltje in de hand en belde naar het Jeugdjournaal.
“Met de premier, ik wil vanavond in de uitzending want……”
Met een ferme tik sloeg Sammie zijn mobieltje dwars door het raam.
“Ben je nou helemaal besodemieterd man! Ik waardeer dat je actie onderneemt maar doe het dan wel goed. Jezus man, ben je nou helemaal! Jezus Christus man!”
“Hoor ik daar de naam van de Heer?”, en Arie Verslobt kwam hoopvol het kamertje binnen. Hij zat onder de witte kalk en kon de Naam eenvoudigweg niet niet horen. Hij legde zijn schilders-afplakfolie op het lege stoeltje naast Sammie en ging zitten met een meer dan optimistische blik.

“Jezus redt heren, eindelijk zien jullie het ook, Jezus redt!”
“Dus jij denkt dat een schietgebedje zal helpen? En waarom zit je onder de verf?”, vroeg Sammie verbaasd tegen deze vreemde eend in het Torentje.
“Oh ja, zeer zeker. De Heer kijkt en stuurt ons de juiste kant op en ik ben verheugd dat ik Zijn naam nu eindelijk weer eens hier mag horen. Oh ik hoop toch zo op de terugkomst der tijden waar wij als wijze regenten in de naam van onze Heer ons land hebben bestuurd. En stelt jullie eens voor heren, we hebben vandaag de dag zelfs meer dan zeven provincien! Ja, onze vooruitzichten zijn nu eindelijk weer ten goede gekeerd. Kom, laten we bidden. En ik kom net van de moeder alle daken af”, knipoogde Arie geheimzinnig maar Sammie. Hij vouwde vervolgens zijn handen samen en sloot zijn ogen en begon zijn dankbaarheid voor het leven te uiten terwijl Marcos en Sammie, gedwongen door de situatie, nog verbaasder naar elkaar keken.
Na het “amen” van Arie werd het buiten nog donkerder en binnen stil.

Een heldere Stem, van wie geen van drieën kon duiden waar die vandaan kwam, klonk plots duidelijk en bijzonder helder in het kamertje.
“Ik heb jullie gehoord en ben blij dat het gebed als wapen is gekozen tegen het duivelse pact!”
Na de verbazing kwam nu een zekere angst en Sammie fluisterde: “who the fuck is dit?”
Marcos keek als een meer dan zenuwachtig stokaapje om zich heen maar zag weer niks. Maar Arie wees naar boven; “daar, het komt van boven… het is de heer!”
Arie gooide zich op de grond en begon na het tellen van zijn zegeningen op zijn knieën zijn handen in de lucht te strekken en gooide, als in trance, zijn hoofd achterover. Onder een luid “halleluja oh Heer, halleluja U zijt wellekome, oh U zijt nu zo verdomd wellekome!”, begon hij nu snel buigende en ja-knikkende bewegingen te maken die men normaal alleen in de Moskee kan aanschouwen, aldus de gelijke oorsprong van het geloof in een notendop demonstrerende.
“Neen, Arie Verslobt! Ik ben niet ‘die’ Heer!”
Nu was het Arie’s beurt om verbaasd voor zich uit te staren om deze wending onmogelijk in zijn perspectief trachten te plaatsen.
“Sammie!”, klonk de Stem nu streng, “pleur ‘m de trap af!”
Als een robot voldeed Sammie aan dit commando en na een tam uitgesproken ‘1,2,3 in Godsnaam’, werd Arie naar beneden gelazerd zonder het gebruikelijke voorspel van Jonas. Maar dit was geen gebruikelijke situatie. Marcos zou normaal in een bulderende lach niet meer zijn bijgekomen maar nu kon hij slechts nerveus giechelen. Sammie ging weer zitten en vroeg met licht bevende stem: “maar eh, wie ben je dan man?”
“Ik, ik ben het Nationaal Geweten!” 

Buiten begon het met donderen en de gestage druppels werden nu striemend door de aangewakkerde wind tegen de kleine ruitjes geslagen. De Here konden de matties wel aan. Maar het Nationaal Geweten; dat was andere koek. Hier konden ze door worden afgerekend. Marcos kreeg een spontane tic en Sammie pijn in zijn buik.

“Marcos! Kap ’s ff met knipogen man!”
Hevig ongecoördineerd stevig samendrukkend zei Marcos verblind: “kkkk kan nie helluppe, ggggg gaat vanzelluf… oh dd dd duizen maal excuus oh Nasionale.” De abnormaal snel stuiperig samentrekkende gelaatsspieren gaven de premier een nog potsierdelijkere uitstraling.
“Internasionale Mark, In-ter-nasionale!”, verbeterde Sammie met trillende stem zich volledig onbewust van zijn verval in oude waarden.
“Mmm … mmaar.. wwwwat www… wilt U van ons?”
“Wat ik wil wil het volk ook! Jullie moeten de Trias beschermen potdomme! Jullie gaan nu direct al die 5000 aangiftes door de shredder halen! Het is toch niet normaal dat de politiek zich nu moet gaan verantwoorden in de rechtszaal! Waarom doen jullie daar niks aan? Waarom voeren jullie in deze verkeerde volgorde het debat om deze dan door een enkeling in een rare jurk te laten beslissen? Kunnen jullie dan helemaal niks meer?”
Stilte.
“Na eeuwen het juk van ongeloof te hebben moeten verdragen, wil het volk nu zijn vrijheid heren”, klonk het nu weer vermanend streng en als kleine kleuters luisterden ze nu aandachtig naar het Nationaal Geweten.
“We waren er bijna potdomme! We waren zo dichtbij; de volledige vrijheid en wat doen jullie?”
Stilte.
“Dan zal ik dat dan maar weer eens voorkauwen. Jullie laten je nu wederom als lammetjes ringeloren door weer een ander ongeloof! Eindelijk, na ontelbare generaties, hadden we alles gescheiden om meer dan teleurstellend terug te vallen in het duistere verleden. Alsof het jullie geen reet interesseert dat we de tijd hebben om er weer eeuwen over te moeten gaan doen. En dat moet nu maar eens klaar zijn dus ik zeg minder ongeloof! Wat zeg ik?”
Wederom stilte.

“Ik zei dus, wat zeg ik!”, klonk het nu dreigend en de vraag was geen vraag meer.
“Mmm mm minder?”
“Precies, eindelijk! Dus ik zei?”
“Minder”, zeiden de vrienden nu gelijktijdig iets harder.
“En ik zei?”, klonk de stem nu opzwepend.

“Minder! Minder! Minder!”, slaakten de kameraden nu als één man in lichte vervoering geraakt.
“Eindelijk snappen jullie het. Ga nu heen en vermenigvuldig!”
Blij dat ze aan de toorn konden ontsnappen renden Marcos en Sammie de trap af en buitelden over elkaar heen, neder op de natte straatsteentjes van het pleintje. De nu weer gestage regen koelde de gemoederen en stiekem begonnen ze te denken dat de Stem slechts een enge droom was.
“Ik ga naar huis hoor Mark, ’t is zo wel mooi geweest voor vandaag.”
Marcos beaamde dit ook. Snel stonden ze op en renden de hoek om, naar huis.

Krom van het lachen en onder het stof hing Gee aan het vlieringluikje van het Torenkamertje. Na de landing klopte hij het stof van zich af en plukkend aan het spinrag in zijn overgesoigneerde haar, liep hij even later door de gang naar zijn kamertje. Onderweg kwam hij Alexander tegen en de heren keken even om zich heen om te zien of ze alleen waren. Ze staken hun wijsvingers schielijk omhoog en na een kort “heilig Alexander” en een nog kortere maar zeer minzame “heilig Gee”, vervolgden ze ieder weer hun eigen weg door het wirwar van gangenstelsels; in de volksmond nog immer nostalgisch doch onterecht bekend staand als het Binnenhof.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *