Klaverjassen met Jesse.

Klaverjassen met Jesse.

mist fiets

De dag begon voor Den Haag in dichte mist, waar Marcos nog immer veel te stevig in zijn fietszadel zat. Hij was onderweg naar zijn Torentje en was best wel een beetje zenuwachtig of ie deze nog kon vinden. Hij was ruim op tijd weggegaan na het lezen van de mist-alert. Het zicht was minder dan 50 meter, dus had hij de verstraler van het tuinhuisje geschroefd en op zijn bagagedrager gemonteerd. Want de ANWB had gezegd juist dan een mistachterlicht te voeren. En zo fietste hij, zijn achterliggers volledig verblindend, voor zijn lange spoor van ernstige vernielingen en zware ongevallen uit. En kortzichtig bereikte hij helaas ook deze maandag weer veilig zijn werkplek. In de laaghangende mist van het Binnenhof botste hij tegen iemand op en viel op de kinderkopjes.
“Wel potverdr…!”
“Auw!”, gilde Wilma geschrokken, toen haar tas met vele dossiers de lucht invloog.
Sammie kwam aanlopen die zijn partijgenote weer op de been hielp en toen pas z’n vrind zag liggen. Hij wilde hem overend helpen. Maar Marcos lag druk te lezen in de losgeslagen papierwinkel van Wilma.
“Wat krijgen we nou? Kijk nou toch eens man. Hier! Dit, dat en dat; dat heeft ze ons nooit eerder verteld!”
Sammie kon de feiten; die nu hard verspreid op de openbare keitjes lagen, niet langer ontkennen. En hij stelde voor dat ze de eer aan zichzelf ging houden. Balend van de botsing, raapte Wilma wat paperassen op en verliet met geheven hoofd in tranen het Binnenhof. Had ze maar naar de mist-alert geluisterd. Dan was ze vandaag wel met de trein gekomen en was deze eigen eer nergens voor nodig geweest.

wimlaa

Sam hielp zijn makker nu overeind; die nog steeds kortzichtig naar de nog steeds niet opgeruimde rommel van de zojuist ontslagen medewerkster staarde.
“Zeg, waarom zit jij niet eigenlijk al boven Sam? Of is het OV er nog erger aan toe, dan ik zojuist pijnlijk onder ogen heb moeten komen? Je weet dat ik dergelijke surprises helemaal niet op prijs stel.”
“De tram man. Ik weet niet welke idioot dat verkeer vanochtend regelde; maar jesus man! Op ieder kruispunt, gezien vanaf het huis van je moeder; niks anders dan extreem zware ongelukken. Nog niet eerder zo ernstig meegemaakt, alles stond vast.”
“Bij mij op de fiets was het ook levensgevaarlijk man. Ik zag niks joh”, liepen ze de trap op naar boven. “Maar ’t is maandag man! Begin van een nieuwe week!”, en ze namen plaats op hun vaste stek in het ronde kamertje.

sherry zoveel
Nee? Moi?

“Nou ik de mijne heb moeten laten gaan, lijkt me voor wat hoort wat Mark”, begon Sam meteen zaken te doen.
“Oh? En hoe bedoel je zo?
” Nou, Melanie. Je kan niet ontkennen dat door al dat extra asfalt het OV minder dan verwacht in het laatje brengt.”
“Melanie is lief!”
“Ja, Wilma ook als je haar eenmaal kent. Dat is geen reden man.”
“Als je van de trap afvalt?! Hahaha! Ik wist wel dat je me zat te stangen!”
“Hehe, okay, okay. Je hebt me nou al door. Nu ik toch je volledige aandacht heb, wil ik de volgende kandidate naar voren schuiven.”
“Ik ben één en al oor Sam.”
“Sherry.”
“Sherry? Je bedoelt die dikke?”
“Nou, nou Mark, Sherry heeft een verbrandingsprobleem, daar kan ze niks aan doen.”
“Ha, en of! Volgens mij heeft ze heel wat schepen achter zich verbrand!”
“Dat gedoe van de haven hebben we toch al achter ons gelaten?”
“Je heb gelijk, sorrie. Maar even serieus. Je wil haar naar voren schuiven voor die zojuist ontstane vacature?”
“Precies.”
“Dat gaat je nooit lukken man.”
“Ik heb mensen genoeg in de fractie die willen helpen, wij zijn nog altijd van de arbeid.”
“Tja, als ze allemaal willen helpen? Dan heb ik er geen problemen mee, maar wij duwen niet mee. We zullen het toestaan, maar duwen nie mee. Deal?
“Deal man. Zo de week begint slagvaardig Mark. En ik durf dit bijna niet te vragen.”

“Je weet toch dat je alles aan me mag vragen man!”
“Nou, ik weet niet of het jou is opgevallen. Maar ik zag laatst Edith op tv. Die heeft een pukkel bovenop haat lip man!”
“Nee! Ga weg Sam!”
“Ik zweer het man. Hoe langer ze op gezondheid zit, des te slechter gaat ze eruit zien. Kan dit niet negatief afstralen op ons?”
“Wat stel je voor dan?”
“Nou, Wilma voor Edith. Als er iemand de bureaucratie om zeep kan helpen; is het onze Wilma wel. Je heb zelluf gezien.”
“Ik ben bang dat je dat verkeerd ziet Sam”, wijzend naar de nog immer dichte mist. “Edith doet prima werk. Ze windt de hele zorg in één keer om haar middelvinger. Geef ‘r nog heel even en wij hebbende  totale macht in ons zorgstelsel. Miljarden extra Sam! Mil-jar-den!”
“Je heb gelijk. Maar je mot wel bijna een heks zijn om zo gewetenloos te keer te gaan man. Maar inderdaad, als het om echt zoveel geld gaat, dan doe ik graag een stapje opzij.”
“Snappi nou die pukkel pas? Hahaha! En vergeet niet dat ze die bezem ook gebruikt om ons straatje schoon te houden.”
Voortvarend liepen ze zo de lopende zaken af en zaten verlangend naar de grote wijzer van de klok te kijken, die pas net over negen aanwees. Voor de maandag iets te vroeg om aan de borrel te gaan, dus begonnen ze met hun duimen te draaien. Eerst alleen en daarna met elkaar. Ze hadden de grootste pret, toen er op de deur werd geklopt, eerst zacht, daarna hard.

“Wie klopt daar?
“Ik ben het, Klaas.”
“Nou al?”, vroeg Marcos hooglijk verbaasd. “Nee, dat kannie, je ben te vroeg! Wij zijn bovendien nog helemaal niet toe aan dat pietengedoe.”
“Nee, ik ben het. Klaas! Klaas van de Asiel!”
“Oh Klaas! Kom binnen man!”
Klaas kwam binnen en op één of andere manier waren de mannen altijd een beetje bang van Klaas. Of het aan zijn zak lag of dat echte mannen altijd baarden hebben? Ze wisten het niet, maar de cum laude afgestudeerde staatssecretaris was toch een beetje vreemde eend in hun bijt gebleken. Klaas zei namelijk waar het op stond en dat was niet zoals zij gewend waren.
“Het gaat niet goed.”
“Wat gaat niet goed? De week had niet beter kunnen beginnen man! Je raaskalt! En ik als baas van onze club, eis dat je daar onmiddellijk mee stopt!”
“Ik wil niets liever dan dat premier. Maar de aantallen groeien boven onze vele petten, om niet te willen denken aan de aanslag op ons eindelijk efficiënte zorgbudget. Het gaat echt niet goed en ik wil overleg.”
Zo, daar had Klaas een enorme bermbom onder hun goede humeur gelegd. En Marcos zat chagrijnig met zijn eigen duimen te draaien. Sam probeerde de ochtend te redden en zei: “over de zorg hoef je je niet druk te maken Klaas. Daar staat namelijk een heks aan het roer, heb ik net gehoord. Dus je kon dat niet eerder weten.”
“Dat is een pak van m’n hart. Maar die aantallen zijn toch immer verontrustend toch?”
“Over hoeveel praten we?” keek Marcos weer wat vrolijker.
“Veel, maar in absolute getallen durf ik geen uitspraken te doen.”
“Daar hebben we dus helemaal niks an! Denk jij wat ik denk Sam?”
“Alexandertje!”
Als er iemand de juiste cijfers naar boven kon halen, dan was het Alexander wel. Ze mochten hem absoluut niet. Maar hij had als enige in de Kamer dat telraam tot zijn beschikking. Dus besloten ze hem erbij te halen.
“En niet te vergeten de verharding heren. Gemeentes hebben steeds meer moeite om de mensen te plaatsen.”
Ook Jesse werd erbij gehaald en ondanks het toch eerdere prima begin van de week; waren ze nog voor de borrel in niets minder dan een serieus crisisoverleg beland.

“Ik verveel me”, sprak Marcos helemaal ziek wordende van het getik van die rode balletjes van Alexander.
“Ik ook!”, zei Sam.
Maar na een laatste ferme tik schreef Alexander zijn absolute getal op een klein geel stick-it-papiertje, die hij rond liet gaan. De verwarring over dat getal was enorm. Iedere keer als de bewindslieden het getal wilde doorgeven, bleef dat ding mateloos irritant kleven. Vooral aan de duimen van de premier, waar het getal zelfs hem begon te duizelen.
“Zoveel?”
“Per week.”
“Wat?! Nee, dan ken je nie menen man!”
“Ik ben bang van wel en ik zie dan ook maar één oplossing in deze crisis heren”, sprak Alexandertje trots dat hij aan mocht zitten. “Europa!”
“Corrigeer me als ik dit verkeerd zie”, zei Klaas serieus, “maar hebben we dit juist niet te danken aan het Europese open-grenzen-beleid?”
“Precies Klaas, dat heb je heel goed gezien!”, en Alexandertje was best wel een beetje verbaasd, dat iemand in het Torentje de dingen bijna net zo snel zag als hij. “Open grenzen heren, dat is tegelijkertijd de oplossing. Zonder grenzen hebben we geen?”
“Vluchtelingen! Inderdaad, waar maken we ons druk om?”, veerde de premier optimistisch op. “Dus dat getal is helemaal niet absoluut?”
“Niet in Europees verband, dat heb ik toch altijd al gezegd?”
“Hehe, zo zeg. Nou Klaas! Hebbie nou je zin? In een stief kwartier al je zorgen opgelost. Wijntje heren?”, vroeg Sammie nu ook weer helemaal tevreden.
“Ik zie dat iemand zijn vinger opsteekt”, bleef de premier nog geheel in zijn karakter. “Ja, jij Jesse. Wat wil je zeggen?”

“Nou, ik maak me nog steeds ernstige zorgen over de verharding.”
Dat hadden ze helemaal over het hoofd gezien en teleurgesteld legde Sam de fles weer in het rek.
“Ja”, viel Klaas hem bij, “dat gaat ook niet in mijn kouwe kleren zitten hoor. De mensen slaan een taal uit, dat echt heel naar is.”
“Wat stel jij dan voor Jesse?”
“Ik zou een stevige open brief kunnen schrijven, die wij dan met z’n allen ondertekenen.”
“Wat?! Open?? Als in transparant?! Zeg, ben jij helemaal door de ratten besnuffeld!”, tierde Sam nu echt boos wordend.
“Snotneus!”, sneerde de premier, “in de hoek jij! Voor straf ga jij maar een half uur in de hoek staan!”
Zoveel tegenstand had Jesse niet verwacht en daar nog niet tegen opgewassen, begon hij de hoek op te zoeken.
“Hahahaha!”, kraaide de premier van plezier en ook de rest kon hun lachen niet inhouden. “Hahaha! Wij hebben hier helemaal geen hoek joh!”
“Nee! Het Torentjes is rond Jes, helemaal rond!”
“Ik vind dit wel heel flauwe ouwe politiek hoor. Ik vind dit helemaal niet aardig”, pruilde Jesse tussen boos en onwetend in.
Sam zette Jesse weer op zijn plek en zei: “wij willen in Nederland niemand in de hoek zetten Jes. Begrijp dat nou toch eens een keer. Maar als jij wil gaan praten met het volk, dan heb je onze zegen.”
“Echt?”
“Ik zou het niet doen”, zei Klaas denkend aan zijn nare ervaringen door het land.
“En toch doe ik het! Dus, wat zetten we er allemaal in!”
“Daar hebben we de rest ook voor nodig Jes. Waar zijn die eigenlijk?”
“In de Kamer Mark.”
“Wat? Is het al zo laat? Komop, naar de Kamer!” En Marcos ging het selecte crisisteam voor en even later kwamen ze de Kamer binnen.

chaosparlement

Ze vielen midden in het Grote Vluchtelingendebat waar de chaos compleet leek. Anoes zat verwoed als een kleuter hamertje tik zit te spelen. Zoals zo eentje onder de leeftijdsgrens van het spel en ze hamerde erop los, dat het niet mooi meer was. De Kamerleden zelf waren totaal niet onder de indruk en vochten, buitelend over mekaar heen, om een plaatsje voor de interruptiemicrofoons terwijl Gee stond te gillen over nepparlement. Kortom; het was één grote democratische bende.
“Jezus man, ik had geen idee dat het zo errug was?”, zei Marcos.
“Laat mij maar effe”, en Sam liep naar beneden zijn mouwen opstropend. Hij liep naar Anoes toe en rukte haar hamertje uit haar bont en blauw geslagen vingers en tikte met een enkele tik op haar bureaublad.
Bij het zien van een man met de hamer zakten de Kamerleden, dodelijk vermoeid van hun inspanningen, in stilte terug in hun bankjes. Zelfs Gee hield zijn mond.
“Beste leden van ons geweldige huis”, begon Sam.
“Nou, zo geweldig is het nie hoor! Een kaarten-huis is het! Het staat op instorten hoor. Heb je die bouwrapporten nog niet gelezen of zo?”, begon Gee weer te ratelen.
“Doe je mee met klaverjassen Gee? We hebben nog één man te kort”, gaf Marcos de benodigde spreekruimte aan Sam, “om guldens spelen we.”
Gee vloog verheugd het spreekgestoelte af.
“Om echte guldens?”
“Jij je zin Gee. Alleen hebben wij die, dacht ik, niet meer.”
“Ik heb thuis nog een hele sok vol hoor, ‘k ben zo terug!”, en Gee stoof de Kamer uit, want deze kans kon hij niet lagen liggen.
“Beste Kamerleden, dan wil ik nu het woord aan Jesse geven. Hij heeft jullie wat te vertellen.”

De idee van de open brief viel goed en slecht. Iedereen was er wel van overtuigd dat ze iets moesten doen om eendracht uit te stralen. Alleen wat er in moest komen en hoe; daar waren ze nog lang niet over uit. De één was faliekant tegen openheid, de ander wilde de vrijheid van meningsuiting eerst laten testen door het Hof en weer een ander was pertinent tegen iedere vorm van mogelijke consequenties. Ze besloten na een stevig debat uiteindelijk tot een democratisch compromis, ons stelsel meer dan waardig. Ferme taal werd eruit gefilterd, de handhaving werd heimelijk vermeden en pas toen Jesse zijn brief in een gesloten enveloppe likte, kwamen alle Kamerleden naar beneden, om de belangrijke brief te ondertekenen. Ze waren apetrots op het resultaat, dat ze toch mooi met z’n allen hadden bereikt.
Gee sloot als laatste in de rij met zijn sok aan en begon, toen ie aan de beurt was, te fulmineren dat ie dat over zijn lijk zou tekenen. Marcos begon opzichtig te schudden met kaarten en gilde: “komen jullie mee? Sam, Buma, Jesse? Dan gaan we naar het Torentje om te klaverjassen. Dat hebben we wel verdiend!”
Sam zei dat ze nog één man tekort kwamen en gilde of Alexander dan mee mocht doen; want die had toch ook getekend.
“Jesse protesteerde hevig dat het toch echt zijn idee was geweest en gewoon mee wilde spelen.
“Strak plan Sam, strak plan!” En de heren liepen al ruziënd met Jesse, over die man extra, de trap op naar boven. Al die tijd zag men Gee staan in hevige tweestrijd. Spelen om de guldens was al lastig genoeg om principieel te blijven. Maar over zijn lijk zou hij Alexandertje dit pleziertje kunnen gunnen en na heel lang twijfelen; krabbelde hij als laatste lid zijn handtekening dwars door de gesloten enveloppe heen en rende het kaartclubje achterna. Door de gang, de deur uit om, na het hele hof overgerend te hebben, bovenaan de trap van het torentje buiten adem te gillen: “wacht op mij! Wacht op mij!”. Gee hield zijn sok in de lucht: “ik heb de guldens mannen. Ik heb de guldens!”
“Nee, dat kan zo maar niet. Wij spelen om Euro’s in dit land. Toch premier?”, vroeg Alexandertje hielenlikkend zeker van zichzelf.
De premier zijn geduld raakte op en nu zijn leidinggevende kwaliteiten wederom bevestigd waren door die unanieme ondertekening; gaf hij Sam een knipoog.
Arme Alexandertje werd hoog de lucht in gehesen en na lange tijd, heel lange tijd; begon Sam de Eurofiel zo hard te jonassen; dat zijn telraampje eerder beneden was dan hij zelf.
De mannen gilden van plezier: “één, twee, drie! In Godsnaam!”
En Alexandertje zag zijn telraampje, veel te snel dan hem lief was, op zich afkomen.
Sam klapte wrijvend tevreden een paar keer in zijn handen en de mannen liepen lachend naar binnen.
“Wijntje!”
“Ik dacht dat je het nooit zou vragen Sam! Hahaha! Ik zie ze nou al vliegen, hahaha!”
Heel even leek het alsof Buma de grote pret alsnog ging drukken. Hoewel ook Jesse probeerde met; “ik wil ook meedoen hoor.”
“Ik hoorde net van Sam, dat Wilma de laan uit is gestuurd”, zei Buma wel de aandacht opeisend, “hebben we al een opvolger dan? Het lijkt mij dat dit eerst opgelost moet worden. Mijn hele familie, om niet te zeggen het hele land, is wel van het spoor afhankelijk.”
“Klaver, ik kies klaver”, zat Jesse al in zijn eentje aan het bureau.
“Sherry Buma”, zei Sam.
“Nee, dat ik nu nog niet aan de wijn wil, zegt niet dat ik anderszins mij wil gaan bezatten Sam.”
“Nee, dat bedoel ik nie. Sherry man, die dikke.”
“Maar heeft die wel verstand van het spoor? Dit vraag ik mij in alle ernst af. Is dit wel de juiste persoon voor dit moeilijke dossier?”
De premier gaf een laatste teken van leiding deze maandag en zei resoluut: “open de fles Sam! en Jij Jesse, jij mag meedoen, voor spek en bonen.”
Jesse was al lang blij. Maar wat waren toch die spek en bonen? Dat moest wel iets heel erg ouwerwets zijn en reuze benieuwd; mocht hij in de laatste zetel aan het raam als vijfde man plaatsnemen.
“Wanneer beginnen we nou? En wat doet nou een vijfde man?”
“Hetzelfde als dat vijfde wiel Jes”, en Gee gaf hem een oude dinky-toy die ie in zijn sok tussen de oude guldens had gevonden. Jesse begon zich meteen te verliezen in dit wagenspel, doch Buma bleef maar mokken.
“Bumaaaaah! Kijk nog toch ’s goed uit je doppen man!”, en Sam draaide de zijne er alvast vanaf en begon in te schenken.
Marcos gaf Buma een vol glas rode wijn en zei ernstig: “wijntje voor dat treintje dan?”, en wees naar het personeelsformulier van Sherry.
Iets was hier dat Buma miste. Maar hij zou de laatste zijn, om dat te laten merken.
“Wijntje voor treintje!”, toostte Gee luid en ze sloegen het eerste glas van die dag in één keer achterover en Buma durfde niet achter te blijven. Jesse kreeg een pakje chocomelk en zo had een ieder het best wel naar z’n zin.

Buma had nog niet gegeten en zat afwezig naar de kaarten te staren, toen hij aan zijn zoveelste glas begon. Gee zette 25 cent in en toen pas viel zijn kwartje.
“Wijntje voor treintje! Hihihihi! Wijntje voor treintje! Geniaal, jaja geniaal! Hihihihihi!” en Buma begon ongegeneerd te giechelen, zoals alleen leden van dat Huis kunnen. En hij giechelde maar door: “zeg, kunnen jullie Edith niet langs vragen, ik eh…. hihihi.”
“Zeg Buma! Je bent getrouwd man!”, schrok zelfs Marcos van deze onverwachte omslag.
“Oh ja…. hihihi… Mag ik er dan nog eentje?”
Sam schonk Buma bij en zei: “het is het Torentje man. Buma kennie helpen, het ligt aan ons geweldige Torentje.”
“Dan doe ik er nog drie guldens bovenop!”, brak Gee de losse sfeer en al snel verliep de maandag verder in een meer dan serieus potje kaarten. Ze zaten er per slot van rekening niet voor niets.
“Vroemvroem!”, blies Jesse zijn eerste belangrijke meeting in het Torentje uit.

kaartenhuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *