Mayday!

Mayday!

Sjanien stond apetrots te wachten in de verkeerstoren van Volkel. Naast haar stond Alex Schnautzer, Generaal der Nederlandse Luchtmacht, door zijn verrekijker te turen. Eindelijk zou dan het moment daar komen. Na 20! jaar slap oewehoeren had Sjanien het dus maar mooi gefikst! De F35, a.k.a. de JSF, kon ieder moment op Nederlandse bodem landen. Sjanien tuurde en tuurde, maar zag niks. Ze keek naar generaal Schnautzer en vroeg of hij al wat zag.
“Hij heeft de laatste stealth Sjanien. Als het goed is, moet ie onzichtbaar zijn!”
“Maar waarom staan we dan hier te turen?”
“Enerzijds gewoonte, doch anderzijds omdat de radar niet kan spotten. Het toestel heeft namelijk hele speciale verf, waardoor ie onzichtbaar voor de radar is. Maar we moeten ze nu elk moment kunnen zien aankomen hoor.”
Maar niet het zicht was dat als eerste kwam. Het was het geluid van haar mobiel, die tetterde in haar handtasje.
“Met Sjanien.”
“Met mij. En? Is ie mooi?”
“Ik sta hier op Volkel Mark. En ik …”
De ruiten begonnen in hun sponningen te trillen en een oorverdovend lawaai van wel duizend en nog wat vrachttreinen bulderde over de lijn.
“WAT IS DAT VOOR KLEREHERRIE SJANIEN? … SJANIEN?!”
Maar Sjanien antwoordde niet meer. Boos verbrak de premier de verbinding. Hij gooide zijn mobieltje op het bureau en gebaarde naar Sam, dat ie z’n handen voor z’n oren weg kon halen.
Nog behoorlijk beduusd en zeker geschrokken van het geluid, haalde Sam heel voorzichtig zijn handen, één voor één, van zijn oren.
“WTF man? Wat was dat voor teringherrie?”
“Sjanien was totaal onverstaanbaar, maar ik gok onze nieuwe F35’s.”
“Maakt die JSF dan zoveel kabaal?”
“Kennedy heeft hier niks mee te maken Sam”, reageerde de premier geirriteerd en bleef checken of Sjanien al terug belde.

jsf
Niet alleen in dat kleine dorpje van Friesland, maar zelfs in Leeuwarden schrokken de inwoners zich te pletter; toen twee F35’s voor het eerst het Nederlandse luchtruim invlogen. Gehaast stopte generaal Schnautzer oordoppen in en ook Sjanien begreep nu dat ‘complimentary’ plastic zakje met fel oranje dopjes. Ondanks de doppen, was het geluid vrijwel niet te harden; toen de kisten hun daling inzetten. Steeds heviger begon de hele verkeerstoren te trillen. Angstig keek Sjanien naar de generaal, die dit blijkbaar gewend was. Schnautzer stak beide duimen op en wees enthousiast naar de eerste kist die de landingsbaan op knalde, vrijwel onmiddellijk gevolgd door een denderende tweede. Nadat de motoren waren uitgezet en de trillingen weggeëbd, gooide hij zijn doppen uit en rende de toren uit.
“Ze zijn er!”
Sjanien deed ook haar doppen uit. Maar die hele vervelende piep ging maar niet weg. Ze belde ondanks dit ongemak naar Marcos, om te berichten dat ze veilig waren geland, en zei: “THE EAGLES HAVE LANDED MARK.”
“Sjanien! Sjesus meid, ik ben niet doof!”
Maar Sjanien hoorde niet en zei net zo belachelijk hard; dat ze na inspectie van de vliegtuigen verslag zou uitbrengen.
“Ik wil wel uitgebreid rapport Sjanien. En doe in hemelsnaam wat aan je stem”, en ook Sam verbaasde zich erover, dat ie niet op speaker stond.
Sjanien verbrak op goed geluk de verbinding en liep met die piep in haar oren de trap af naar beneden. Ondanks dat ze voorzichtig liep, was het net of ze te snel daalde. Halverwege de trap was het; alsof er een mes door haar trommelvlies sneed.
“AUW!”
“Dat gaat zo over Sjanien”, gilde Schnautzer vanaf de grond en begon zich amicaal met de piloten te onderhouden. De piep werd na die steek een oorsuis van jewelste, die inderdaad met iedere trede beetje minder werd. Op de begane grond hoorde ze heel in de verte de mannen op handafstand vrolijk praten en ze ging tussen hen in staan. Ze keek in opperste verwondering naar de romp van dat enorme vliegtuig en kon niet ontkennen, dat ze erg onder de indruk was.
“Zijn ze niet iets te luidruchtig?”
“We hebben gemeten met akoestisch onderzoek”, zei een piloot, “ze zijn niet luider dan de F16’s, maar anders.”
Schnautzer zei: “Een slordige 130.000.000, maar dan heb je ook wat.”
“Kosten die paar dingen zoveel?”
“Nee, natuurlijk niet”, kauwde die andere piloot op zijn gom, “dat is per stuk natuurlijk.” Waarop de mannen in de lach schoten, ook bij de luchtmacht blijft het een mannencultuur.
“Per stuk?”, zei Sjanien meer verbazing uitend dan vragend en wilde het toestel aanraken.
“Pas op!”, gilde Schnautzer nog, “je nagels!”
“Dank je”, lachte Sjanien vriendelijk om zijn bezorgdheid. “Kunsthars”, zei ze hem geruststellend en beroerde die enorme romp.
“Neeeeeeee!”, gilden de mannen in afschuw, toen ze zagen hoe Sjanien met die kunstharsnagels even over de romp aaide. En er gebeurde wat gevreesd werd. De kleine pink van Sjanien bleef even hangen en een minuscuul stukje verf, van om en nabij de 0,1 vierkante millimeter, werd hierdoor licht beschadigd.
“Sjanien! Wat doe je?!”, gilde Schnautzer helemaal van de kook. “Dat is een 130 miljoen kostend vliegend stukje hoogstaande techniek!”
“Die is dus beschadigd”, zei een piloot, met een air van waarom ze er dan ook aan moest zitten.
“Ja, onherstelbaar”, zei de ander, “kan nou alweer terug.”
“Stel jullie niet aan hoor. Ik zie geeneens een krasje?”
“Daar”, wees Schnautzer met vergrootglas, “nou heeft ie geen stealth meer, totaal waardeloos geworden voor een geheime missie.”
“Dan kopen we toch gewoon een potje verf? Ik zag dat er net even verderop een Gamma …”
“Dat gaat niet werken Sjanien. Deze verf is zo hightech; dat die alleen in de fabriek kan worden aangebracht.”
“Dus hij moet helemaal terug? Voor zo’n krasje?”, vroeg Sjanien in ongeloof.
“Ja”, antwoordden de mannen met rolbevestigende blik en er werd alvast gebeld voor een urgente onderhoudsafspraak. Ondertussen haalde Schnautzer een platvink vanachter zijn uniform vandaan en schonk ieder een cupje met heel stevig spul in.
“Tegen de eerste schrik”, zei hij zich excuserend. Ze dronken vrijwel meteen het vinkje ook letterlijk plat, waarna Sjanien naar die enorme fles champagne ging staren.
“Dus, als ik het goed begrijp; kunnen we die ook niet gebruiken”, informeerde ze.
De mannen keken naar die enorme fles en begonnen ondanks de tegenslag te lachen.
“Het is geen boot Sjanien!”, lachte Schnautzer.
“Gelukkig dan!”, zei de minister en ontkurkte de fles, opdat ze die ook soldaat konden maken. Om de schok verder te boven te komen.

jsf-vlieger-2
“Het was echt een hele langdurig zware schok hoor. Ik zeg je; dit gaat mis!”
“Nou nou Henk”, zei Marcos tegen zijn minister van economische zaken, “zo’n vaart zal het wel niet lopen hoor. En trouwens, de NAM zegt zelluf dat het echt nog niet vaststaat; of het wel door die gaswinning komt.”
“Wat kan het dan zijn geweest? Ik heb nu al zeker dertig verontruste bellers gehad en al mijn lijntjes knipperen! Wat moet ik ze dan zeggen?”
“Zeg dat we de onderste steen boven zullen krijgen, werkt altijd”, en de premier verbrak de verbinding met Henk
“Wat had ie?”
“Iets over het einde der bestuurlijke tijden en zo. Het schijnt dat ze in Groningen weer ergens van geschrokken zijn.”
“Waar zei je?”
“Hahaha, jaja! Die Sam! Geen idee man. Echt geen idee! Hahaha!”
Die ontkenning viel in goede aarde. En even was Marcos vergeten; dat ze op hele belangrijke rapportage van Sjanien zaten te wachten.

sjanienf35
Sjanien lag, tussen de piloten in, onder het nog wel gave exemplaar. Ze lagen op hun rug, want die fles was leeg. Schnautzer legde zijn telefoon neer en ging er ook naast liggen.
“Zo, die afspraak staat. Over twee maanden hebben ze een plekje vrij voor nieuwe paintjob.”
“Da’s best snel toch?”, vroeg Sjanien en ze begonnen te giechelen als een stel ondeugende kinderen. Maar Sjanien was niet voor niets helemaal naar Volkel gekomen. Ze vroeg, weer in ministeriele rol, of ze een demonstratie kon krijgen; wat dit vliegtuig wel allemaal niet kon doen.
“Alleen als je belooft overal vanaf te blijven.”
“Ik ben wel jullie minister ja”, maar ze stak toch twee kustnagels omhoog.
“Scouts’ honour?”
“Boyscouts’ honour!”, en ze stonden beetje moeilijk op, waarna de piloot begon met uitleg. Ze liepen om het vliegtuig heen en Sjanien werd ingelicht, over wat dit nieuwe vliegtuig van de Nederlandse luchtmacht al wel niet allemaal kon. En dat bleek best veel.
“Dus, als ik je goed begrijp; kunnen er geen bommen aan de vleugels worden gehangen?”
“Kan wel, maar dan heb je geen stealth meer. Dan ziet de vijand je al van mijlenver aankomen.”
Sjanien noteerde alles nauwkeurig in haar roze poesiealbum en informeerde hoe het zat met de wendbaarheid ten opzichte van de verouderde F16’s.
“De … de F16 is veel wendbaarder…”, moest de piloot toegeven. Die andere knikte meewarig; “geef mij maar een F16 in any dogfight.”
“Maar state of the art en boordevol technische snufjes”, probeerde Schnautzer er overheen te lullen.
“Dan wil ik die wel eens zien”, zei Sjanien, want ze begon zich nu best wel een ietsepietsie zorgen te maken.
“Dan moeten we de lucht in”, zei de piloot en overhandigde haar een gigantisch grote en loodzware bol staal.
“Wat is dat?”
“Dat is Uw helm minister. Anders kunt U niks zien.”
Schnautzer en die andere piloot waren nodig om Sjanien die helm op te doen en meer dan topzwaar balanceerde ze op het laddertje naar boven. Op de tast vond ze het passagiersstoeltje, waarna de kogelvrije kap automatisch dicht begon te schuiven. Toen die hermetisch dicht was, begon Sjanien te gillen. Ze kon niet meer ademen!
“Vijf, vier, drie, twee en één!”
Een persluchtkoppeling klikte hard open en verbazingwekkend snel kreeg Sjanien weer lucht.
“Gaat het nu weer beter met U?”
“Eh ja, ik kan weer ademen. Dank je. Maar, ik kan m’n kop niet draaien? Ik zit helemaal klem! Heb je geen andere helm voor mij?”
“Dat is de bedoeling minister. Tegen de G-krachten weet U. En dit vliegtuig is met oogkleppen op de toekomst ontworpen, dus hoeft U alleen nog maar vooruit te kijken.”
Een tweede klik en de head-up display sprong aan. Sjanien had weer beeld.
“Met het tipje van Uw neus kunt U van zender wisselen en als U Uw tong uitsteekt en naar rechts likt,  komt U weer op de live-feed.”
Terwijl de piloot begon met de, verkorte, drie kwartier vergende safety-check voor oorlogstijd, bewoog Sjanien nog beetje onwennig haar neus.
“Welkom bij Koffietijd!”, hoorde en zag ze kraakhelder. Het duurde niet lang, of ze begon de intuïtieve neusbediening door te krijgen. Deze helm had nog meer zenders dan bij haar thuis! Ze was zo druk bezig, met het volgen van haar favoriete soap; dat ze even schrok van de stem van de piloot in haar oor.
“Ready for take off?”
“Eh, ja ja, ready!”, en ze stak haar tong uit om naar rechts te likken. Onder het speeksel zag ze de landingsbaan heel snel steeds korter worden. Zo snel dat ze haar ogen dichtkneep in afwachting van de onvermijdelijke crash. Maar in plaats daarvan, schoot haar keel in haar maag en was ze voor een moment gewichtloos. Nadat ze hieraan gewend was, genoot ze van het voorbijschietende landschap. Het IJsselmeer leek zo klein en de hoofdstad net Madurodam. Alleen het weer was niet geweldig.
“Joehoe Piloot? Zeg; kunnen we niet even langs St. Tropez vliegen of zo?”
“Nee, sorrie, dat gaat echt niet.”
“Oh ja, geen vluchtplan natuurlijk. Ik begrijp het.”
“Nee nee, dat is het niet. We hebben niet genoeg brandstof.”
“Ben je vergeten te tanken?”
“Nee nee, we zijn vol vertrokken hoor, dus hebben we zeker 45 minuten vliegtijd.”
“Den Haag dan! Hoe lang kan je over Den Haag vliegen?”
“Zes rondjes minister en als ik clearance van Schiphol kan krijgen misschien wel zeven!”
Sjanien stak haar neus richting het telefoonsymbooltje van haar head-up display en zei: “call! Mark!”
fyravlieg
“Met mij, eindelijk bel je me! Nou, vertel!”
“Als je even naar het raam loopt, kan je ‘m zelf bewonderen.”
Sammie hoorde als eerste al die herrie en schoof de gordijntjes opzij. Ze gingen voor de al beginnend trillende raampjes staan en keken naar een lege grijze lucht.
“Zie jij al wat Sam?”
“Nee. Maar ik hoor wel weer die vreselijke teringherrie, ALLEEN WORDT HET NOU NOG HARDER!”
Het kleine stipje werd groter en daar vloog de F35 als een streep over het Torentje en leek sneller uit het zicht te verdwijnen, dan dat het er in was gekomen.
“ZO! DIE IS SNEL MAN!”
“BENEDEN SAM! BENEDEN OP HET PLEIN MOTTEN WE NOG BETER KUNNEN ZIEN!”, en de heren renden de trap af. Ze gingen midden op het plein staan en zagen onder het vreselijke kabaal de F35 zijn rondjes vliegen. Hoog boven in de lucht praatte Sjanien honderduit, maar dat was tegen de dovemans oren op de grond. Beneden stonden Marcos en Sammie heel hard te zwaaien en de piloot zei, dat Sjanien in moest zoemen door haar tong naar links te vegen. Na een forse lik zag Sjanien ze ook. Maar hoe ze ook probeerde, ze zat simpelweg te klem om terug te kunnen zwaaien.
De piloot gaf waarschuwing dat zijn lampje van reserve ging knipperen.
“Nog één rondje, toe nou.”
“Het spijt me, maar we moeten nu echt terug.”
“En als je vanavond met me mee mag, wat dan?”, en de piloot vergat  plotsklaps z’n hele intensieve training in Arizona. Dat meer dan begrijpelijk was, want als Putain voor Sjanien kan vallen; dan zou een beetje piloot zeker voor haar vallen. En dat was dan ook precies wat er gebeurde.
“Okay, nog eentje dan”, en de piloot begon geconcentreerd zijn neus naar links te bewegen; waarop het vliegtuig meteen reageerde met het ingaan van het volgende rondje.
“WAT IS IE MOOI MAN!”, gilde Marcos en ook Sam gilde; “WEET NIE VAN JOU, MAAR IK VIN ‘M WEL HEEL MOOI MAN!”
Ze bleven zwaaien en een donkere wolk knalde uit de F35 met een enorme klap.
“SJESUS SAM!”
“WAT GEBEURT MARK?!”
Een tweede knal volgde en het toestel begon zowaar te sputteren.
“Mayday! Mayday!”, stak de piloot zijn tong uit en begon te kijken waar ie de minste burgerslachtoffers zou maken voor noodlanding.
“Wat gebeurt er?”, gilde Sjanien erg geschrokken.
“Going down! Going down!”, en allemaal alarmbiepjes met felle ledlichtjes gingen af en aan.
“Ik wil nog niet dooooood”, begon Sjanien te huilen, waarop de piloot haar ejectionseat activeerde. Boven haar helm ontplofte het schuifdak, dat met een noodgang weg wapperde. Zelf schoot ze vrijwel onmiddellijk daarna de lucht in met een geweld, dat ze niet eerder had meegemaakt. Net op het hoogtepunt kneep ze in de leuning om haar onvermijdelijke val tegemoet te zien, toen de enorme fel oranje parachute met Nederlands fluorescerende leeuw openklapte. Verbazingwekkend comfortabel zag ze prinsesheerlijk; hoe de piloot onder haar met zijn tong de F35 richting zee wist te manoeuvreren. En boven de pier vloog ook hij de lucht in.
“Al-le-mach-tig Sam! Is dat onze Sjanien?”
“Ik denk het wel man. Kijk maar naar die schoenen, die had ze toch maar pas nieuw?”
“Je heb gelijk.Het is ‘r echt. Joehoe! Hiero Sjanien! We staan hieroooo!”, begon de premier te gillen.
Sjanien keek nog steeds door haar helm en zag onderaan het display twee poppetjes staan zwaaien onder transparant opstijgende tekenballonnetjes. De laatste ballon met ‘hieroooo’ begon ze met haar neus te volgen en alsof ze het al jaren deed, landde ze zo perfect zachtjes midden op het plein. Ze stak haar armen in de lucht en gilde heel hard; “YES!”
“Wat zegt ze?”
“Ik hoor alleen maar verstomd gemompel man. Maar volgens mij zegt ze inderdaad iets.”
“Die hellum man! Die hellum mot af”, en gezamenlijk lichtten ze die loodzware last van haar schouders.
“Sjesus Sjanien!”
“Sjan-nien! Meid! Sjesus!”, herhaalden ze maar keer op keer in hun opwinding over de veilige landing.
“Dat dit vliegtuig dit kan zeg?”, verwonderde Marcos zich over deze werkelijk perfect gelukte dropping. “Toe meid, vertel me alles!”
Ze liepen naar boven en nadat Sam drie glazen wijn had ingeschonken, gingen ze er echt voor zitten.

headup
“Dus Sjanien? Hebben we nou wel eindelijk een succesvol overheidsproject in handen?”, vroeg de premier naarstig een succesje nodig hebbend.
“Vertel ons wat ie allemaal kan”, verzocht Sam net zo verlegen, of misschien wel meer, om zo’n succesje.
“Nou”, zei Sjanien nippend en opende haar poesiealbum, “eigenlijk kan hij … niks.”
“WAAAAT!!!???”, gilden de vrienden nu, ondanks die goede fles wijn, toch redelijk in paniek. “Dat meen je nie!”
“Rustig heren. Ik heb van de generaal zelf vernomen; dat het wel een stukje state of the art is. Om je vingers bij af te likken, kunstnagels uitgezonderd. ”
“Kunstnagels?”
“Laat maar. Ik ben verheugd jullie te rapporteren, dat dit vliegtuig echt onwijs snel kan vliegen. Zo snel, dat ie alle vliegtuigen ver achter zich laat”, zei Sjanien niet zonder enige trots. “Hij kan moeilijk wenden, maar dat komt omdat ie zo onwijs snel is natuurlijk.”
“Ja! Natuurlijk!”
Hij heeft wel een hele korte vliegrange moet ik bekennen. Maar dat hebben jullie zonet zelf kunnen zien.”
“Omdat ie zo snel gaat natuurlijk!”
“Inderdaad. En ook niet onbelangrijk; in geval van spoedreparaties, is de wachttijd net geen twee maanden.”
“Maar dat is ook retesnel!”
“Ja, ik dacht wel dat jullie daar blij mee zouden zijn. Alleen er is één maar.”
“…?…”
Hij kan dus heel snel terug de fabriek in vliegen en dat is lekker. Maar dat is wel de fabriek waar we die Fyra hebben laten maken.”
“Verdomme Sjanien! Ik wist ’t wel! Kennen we, en vooral jij dus, nou helemaal niks meer goed doen? Ik ga hier niet voor opdraaien hoor! Ze zien me al aankomen zeg!”, en de premier zakt boos terug in zijn stoel.
“Sorrie Mark, maar dat ken ik ook nie doen hoor. Ik heb net Ab zover gekregen, dat ie zich geen kandidaat gaat stellen. Als ik dit echec op me neem; dan zijn die poten al vanonder m’n stoel vandaan, eer ik pap ken zegge.”
“Heren, heren! Hebben jullie niet naar me geluisterd? Ik zei dat ie dus wel heel erg snel kan. Heel anders dan die Fyra dus. Niemand en niks kan dit vliegtuig nog bijhouden.”
Maar de premier hoorde Sjanien niet meer. Hij dacht aan hoe hij de geschiedenisboeken zo kon gaan manipuleren; dat ie er nog een beetje gezellig in kwam te staan. Sam daarentegen had Sjanien wel gehoord en zei: “leg ’t aan ‘m uit in lekentermen Sjanien. Je was te specifiek. Hij begrijpt je zo niet.”
“Oh natuurlijk. Mark? Luister je naar me?”
Ze schoof aan, aan het bureau en liet vertrouwelijk haar hoofd op haar ellebogen rusten. Hierna begon ze de premier diep in zijn ogen te kijken. Marcos zag haar en zei: “jawel. Maar sjesus Sjanien, een vliegende Fyra?!”
“Ja Mark, een vliegende Fyra. Maar wel eentje die heel snel gaat. Kan jij je nog die waterijsjes van vroeger herinneren?”
“Ja. Natuurlijk kan ik dat. Ik ben niet helemaal achterlijk.”
“En wat was jouw favoriete ijsje? Welk ijsje vond je het aller aller lekkerste?”
De ogen van Marcos begonnen te glinsteren toen ie zei: “als het echt heel warm was, ik heb het over tropenroosterwarm, dan was het mooiste moment van de dag, als ik samen met m’n moeder een ijsje mocht gaan kopen” en de blik van de premier ging langzaam op stealth. Hij zag zichzelf lopen aan de hand van z’n moeder op zo’n mooie warme zomerdag.
“Okay. En dat favoriete ijsje van je was?”, onderbrak Sam hem ongeduldig.
“Sssst Sam, hij is net in z’n eigen wereld!”
“Lieve Mark. Ik zie je staan met je moeder”, zei Sjanien en bleef hem strak in de doffe ogen aankijken. “Je staat met je moeder bij de diepvriesafdeling en dan?”
“Nee! Niet bij de diepvriesafdeling! Ik sta samen met mams bij de groenteboer op de hoek. Daar, onder die roodgroene luifel staat de ijskist met allemaal mooie plakplaatjes op de stoep. Van die plaatjes waar je al van gaat watertanden bij eerste aanzicht.”
Sam gooide snel een doekje op het bureau, want inderdaad zat de premier helemaal in zijn eigen wereld.
“Eindelijk mag je een ijsje uitkiezen Mark”, zei Sjanien zachtjes. “Welk ijsje wil je hebben?”, hoorde Marcos zijn moeder vragen.
“Die Mam. Oh die! Mag ik die?”
“Welke is ‘die’ Mark?”, vroeg Sjanien op puntje van haar stoel, om de premier nog dieper aan te kunnen kijken.
Verbaasd keek Marcos nu Sjanien aan, die wel heel dichtbij zat en wendde zijn blik tot Sam; “dat mens spoort niet joh.”
Teleurgesteld dat het moment voorbij was, ging Sjanien weer gewoon parmantig zitten. Ze wist niet meer hoe ze nu uit moest gaan leggen, opdat hij het volk uit kon gaan leggen dat het allemaal best wel goed was. Maar de premier zei serieus: “raket. Mijn favoriete ijsje was, is en zal altijd blijven de raket.”
Opgelucht sprong Sjanien op en zei: “geen vuiltje aan de lucht Mark. Want zie je niet dat je nou echt hebt, wat je altijd al wilde? Een heuse raket!”
Even moest de premier dit op zich in laten werken en Sam zei: “een raket voor die prijs is eigenlijk spotgoedkoop.”
“Hahahaha! Ik heb een raket? Ik heb een echte racket!”, joelde de premier, als een kind zo blij en begon zelfs te juichen. “Jes! Jes! Jes! Wie did it! Eindelijk succes!”
“Zullen we daar dan maar wat op drinken?”, informeerde Sjanien, nog niet helemaal zeker of ze haar premier wel voldoende had weten te overtuigen.
“Of wij daar wat op gaan drinken!? Je mag zellufs mee naar de Chinees! Wat jij Sam?”
“Na zo’n meesterlijk stukkie politiek, heb ze dat wel verdiend”, en ze stonden direct op om naar Bang te gaan.
“En weten jullie wat ik dan als toetje neem?”, vroeg Marcos op de trap.
“Een raket?”
“Ja! Hahahaha! Een raket! Joepie!”, duwde de premier Sam opzij en rende het plein op, “laatste bij de Chinees betaalt!”

raket
Raket, 130 miljoen, in diepvries bewaren.

 

mayday

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *