Oorlog in de gang

Oorlog in de gang

Sjanien stond voor de Commissie Stiekem.
Sjanien had heel wat uit te leggen, want de geloofwaardigheid van de Staat stond op het spel. Na de indrukwekkende herdenking was Halbe ziek naar huis gegaan met een serieus zwaar geval van grote mond. Het land verkeerde meer dan ooit in een mentaal verbale crisis. Niemand kon elkaar meer vertrouwen, zelfs niet achter die gesloten deuren. De geheime commissieleden hielden zich vast aan het enige lichtpuntje van de afgelopen nacht. Want een grote mond was gelukkig nog geen lek op internationaal niveau. Tenminste niet eentje dat in het straatje van het Binnenhof viel. In het openbaar was fatsoen gelukkig nog altijd de norm. Maar het leek slechts een kwestie van tijd, eer dat deze van de helling af zou glijden. Om dit meer dan verafschuwde gevaar van onfatsoenlijk lekken te voorkomen, was de Commissie genoodzaakt in de nacht bij elkaar te komen, om geen verder kostbare tijd meer te verliezen.
Marcos had zijn plaats ingenomen en zei: “lieve Sjanien, we hebben je tot ons geroepen omdat we … Tja, eigenlijk omdat we ons de pestpokken zijn geschrokken.”
Iedereen knikte instemmend. Want het nieuws dat onze F16’s zonder deugdelijke navigatieapparatuur de lucht in moeten, was ingeslagen als een bom. Buma knikte niet alleen, maar zei ook geagiteerd: “wij willen nu wel eens weten, waarom we geen bommen gooien. Want volgens mij hadden we dat echt wel duidelijk afgesproken.”
“Ja!”, zei Alexandertje verhit terwijl hij keek naar zijn telraampje. “Geen enkel balletje Sjanien, niet één, heb ik tot nu toe naar rechts kunnen tikken. Het aantal bommen is, hoe ik ook schuif, nul? Hoe wil je zo onze beschaving waarborgen?”
Sjanien stond beteuterd voor de commissie. Dat het de commissie menens was, was een understatement. Ze moest dus ieder woord gaan wegen nu.
“Nou?”, vroeg Sammie, “komt er nog wat van?”
“We hebben ons noodgedwongen moeten beperken tot Oost-Syrië. En daar vinden nu eenmaal minder bombardementen plaats”, begon Sjanien haar defensie.  “Maar het is echt niet zo dat Nederland stil zit in Syrië hoor. Nee, we vliegen daar zelfs ver boven onze macht. Echt al onze F16’s vliegen overuren, geloof me. Ik ben trots op onze luchtmacht.”
“Dat kan wel zo zijn. Maar waarom vliegen ze dan niet waar het hommeles is?”, ergerde Sam zich aan dit gepruts in zijn ogen.
“Omdat ze blind moeten vliegen Sam. Dat is de reden. Dat vind ik een onaanvaardbaar hoog risico voor onze piloten.”
“Dus laat je ze maar gewoon vrij rond vliegen zonder doel? Gooien we dan maar onze bommen waar het niet hoeft? Dit gedoe kost ons een Godsvermogen hoor! Heb je daar wel eens aan gedacht?”, vroeg Buma.
“Nou, nou. Het is niet zo, dat we er niks aan verdienen hoor.”
“Verdienen?”, legde Marcos alert de klemtoon op de Euro. “Dus hoor ik jou zeggen; dat we hier helemaal niet op leeglopen?”
“Dat hoor je goed Mark. Ik ben het met de commissie eens; dat het doel nog niet gehaald wordt. Maar daar werken we met z’n allen keihard aan.”
“Daar gaan we weer!”, zei Gee met stemverheffing boos.
“Kom, kom Gee”, zei Marcos, “we zitten hier allemaal om de boel op de rit te houden. Wel beetje constructief blijven Gee.”
“Net zo constructief als die miljarden aan schooltjes bouwen zeker?! We motten daar vliegen om destructief te zijn! Daar is het leger voor! En daar is niks constructiefs aan.”
“Op dit punt moet ik Gee beetje gelijk geven”, zei Sjanien zelfverzekerd. “Alleen ons motto hier is; eerst opbouwen, voordat je alles echt goed kunt gaan afbreken. Dat weet iedereen die Schoevers heeft gedaan. Gelukkig is dat de norm van ons gehele onderwijs geworden en dat is op Defensie dus niet anders, wens ik te benadrukken.”
“Lariekoek!”, gilde Gee impulsief. “Complete lariekoek! Onze minister is knet-ter-gek geworden!”
“Toe toe heren. Zo komen we nergens en vervallen we weer in de oude stellingen”, zei Jesse om zijn steentje bij te dragen. “Het is tijd voor een nieuw geluid.”
“Sam!”, zeiden ze allemaal vrijwel tegelijk en Jesse kreeg me daar toch een muilpeer van jewelste; dat ie er heel stil van werd. Dit had niks met partijbelang te maken, noch met die van het land; doch alles met anciënniteit. En dat, ondervond Jesse op harde wijze, weegt zwaarder in elke commissie dan ieder ander nieuw geluid.
“Ik hoor Sjanien zeggen, dat we ons doel niet kunnen bombarderen. Ik zou van de minster daarom wel eens willen weten; waarom ze die informatie niet eerder en dus voor het bommendebatbesluit, heeft gedeeld met ons. Dat was volgens mij namelijk best handig geweest”, wilde Buma terecht weten.
“Jullie hebben me niet gevraagd”, zei Sjanien hierop.
“Marcos zag nu ook Buma zich intern opwinden en voelde instinctief aan, dat hij leiderschap moest tonen.
“Sjanien bedoelt, dat onze jets niet goed uitgerust zijn. En dat het daarom onverantwoord is om bommen te gaan gooien waar we willen. Maar, ik hoor de minister ook zeggen; dat ze er keihard aan werkt. Want ook Sjanien weet heus wel dat we in oorlog zijn.”
“Wat is dan in hemelsnaam onze strategie?”, vroeg Gee zich verbouwereerd af. “In de lucht hebben we bij mijn weten geen scholen nodig.”
“Dat, is dus precies waar onze strategie wel op gebaseerd is”,  informeerde Sjanien de Commissie en iedereen begon nu aandachtig te luisteren. Want hadden ze nou goed gehoord; dat ze wel een plan hadden? Dat klonk alsof ze goed bezig waren en Sjanien had hiermee de volledige aandacht van de commissie gekregen. Alleen Buma bleef nog dwars doen.
“Dit zaakje stinkt!”, zei hij demonstratief en bond opzichtig een monddoekje voor en wees op zijn partijprogram. “Maar ik luister”, gaf ook hij de minsister deze kans om haar strategie toe te lichten. “Ik ben reuze benieuwd naar ‘onze’ strategie, want die van hun kennen we al eeuwen”, mokte hij wel nog wat na.
bumamonddoek
“Scholen is de sleutel ook hier”, begon Sjanien. “Samenscholen bedoel ik daarmee.”
“Samenscholen? Mens, waar hebbie het over?”, was ze Sam al na twee zinnen kwijt.
“In de lucht Sam. Samenscholen in de lucht.”
“Zie je wel dat ze knetter is? Gebakken lucht voorzitter! Scholen in de lucht? Komaan zeg! We zijn toch allemaal volwassen hier, hoop ik?”, vroeg Gee zich verbijsterd af.
Jesse stak onmiddellijk zijn vinger op ter bevestiging. Dat was de druppel en Sam gooide hem het toilet in en deed de knip erop.
“Zo!  En nou effe als echte volwassenen onder mekaar!”
“Dank je Sam”, zei Alexandertje; die vond dat hij het alleenrecht op die vinger had.
“Zoals ik zei, samenscholen Gee. Ik laat sheiks samenscholen in de lucht. En ik kan niet anders zeggen, dan dat dit uiterst lucratief is. Zo zeer zelfs, dat ik binnenkort verwacht dat we al onze F16’s kunnen updaten!”, zei Sjanien trots.
“Maar”, zei Alexandertje hevig met zijn balletjes schuivend, “daar hebben we helemaal geen ruimte voor! Geld is op! Op! Wat we nog hebben moeten we onmiddellijk naar Brussel doen, daar ligt onze toekomst.”
“Dat is nu het mooie. Dit model verdient zichzelf terug”, zei Sjanien minzaam glimlachend over die wel heel ononderdrukt eurofiele neigingen van Alexandertje. Naar Defensie moest dat geld, vond Sjanien en nergens anders. In plaats van boos te worden, lachte ze diplomatiek haar liefste lach, ze moest ook hem overtuigen.
“Okay, mij heb je”, zei Buma en gooide zijn doekje af. “Hoe dan? In hemelsnaam, hoe dan?”
“De troepen op de grond hebben inmiddels de logistiek van de kaartverkoop uitstekend opgezet en het begint nu echt goed te lopen.”
“Wat begint te lopen mens? Komaan; we willen allemaal nu helderheid!”, zei Gee boos, maar toch geïnteresseerd.
“Ramptoerisme heren. De rijke sheiks weten van gekkigheid niet meer wat ze met hun geld moeten doen. Vluchtelingen willen ze niet en Lamborghini’s en helikoptervluchtjes over kunstmatige eilandjes in uitgedroogde woestijn kennen ze onderhand wel. Ze vervelen zich stierlijk. Die verveling is een gat in de markt. Daar moet onze marketing meer dan succesvol door en van worden.”
“Dat weten we Sjanien. Maar kom tot je punt vrouw!”, maande Sam haar ongeduldig.
“Wij verkopen kaartjes. Kaartjes om mee, mee te kunnen vliegen in echte F16. Dat loopt nou zo goed, dat we tegen de zomer eindelijk verantwoord die bommen kunnen gaan gooien.”
“Dus”, vroeg Alexandertje zich hardop af, “je vliegt de vijand rond boven eigen slagveld van de buren? En van die centen kunnen wij alle F16’s van gratis TomTom voorzien?”
“Dat is precies wat ik zeg en wat er nu gebeurt.”
“Briljant!”, begon de premier nu keihard te lachen. “Nou? Hahaha, deze komt uit onze koker hoor! Echt wel! Lik daar maar eens een puntje an. Hahaha! Sjanien! Geweldig meid!”, en Marcos stak beide duimen in de lucht met die raar uitgevoerde knipoog van ‘m.
De commissieleden keken de minister goedkeurend aan en Alexandertje begon te tellen. Deze recette was een onverwachte meevaller. “Ja, als het zo doorgaat; kunnen we in de zomer echt beginnen. Ze heeft gelijk! Kijk maar!”, terwijl hij wees naar zijn telraampje en vele rode balletjes opzij tikte.
Sjanien lachte ook, maar waarschuwde voor hosanna.
“Het blijft wel een uiterst gewaagde en gevaarlijke missie. Tegenwoordig ben je juist als toerist je leven niet meer zeker. Dus ja, voor nu gebruiken we deze sector om geld te verdienen. Zoals het er naar uitziet, weten we tegen de zomer wel prima de weg daar. Niet alleen krijgen onze F16’s dan allemaal eigen TomTom, maar ook nog eens met de laatste software. Zo zal onder andere Aleppo uit die laatste navigatie-update zijn geveegd, om maar wat te noemen. Geen enkele toerist zit namelijk te wachten op saaie puinhopen. De sheik van nu wil actie bij de buren zien en willen daar grof voor betalen. Ik ben ervan overtuigd, dat we op zeer korte termijn precies weten wat de points of interest daar zijn. En ik wens te benadrukken; dat we dan de ticketprijzen nog meer dan drie keer of zo  kunnen verdubbelen. Als we de ramptoerist gegarandeerd waar voor dat geld kunnen bieden, dan is eigenlijk alleen the sky nog the limit.”
“Sjeesus Sjanien!”, zei nu ook Sammie enthousiast. “Stiekem toerisme als wapen inzetten? Meid, je bent inderdaad geweldig!”
De leden stonden op en begonnen spontaan te applaudisseren. Ze waren gerustgesteld. Meer dan dat zelfs, de wapenhandel was hiermee niet alleen veilig gesteld. Maar deze zou binnenkort naar ongekend grote hoogte kunnen stijgen.
Sjanien nam het applaus in dank aan en Marcos zei dat het tijd voor een wijntje was, toen er hard op de deur geklopt werd.

tomtom
“Jesse! Kappen!’, gilde Sam boos. Maar Jesse gilde brutaal terug: “dat was ik niet!” En er werd weer geklopt.
“Wie ken dat nou zijn?”
“Niemand weet dat we hier zitten.”
“Hebben we het lek toch nog niet boven?”, en meer van die vertwijfelde vragen en constateringen. Maar al die consternatie deed niets af aan het feit, dat er nu continu geklopt werd op de deur.
Marcos stond op en zette teleurgesteld de wijnfles terug op het dienblad van de dranktafel.
“Wie daar?”, probeerde hij streng luid en zo mannelijk mogelijk te vragen.
“Ikke! Koezoe! Ik wil ook meedoen!”
“Koezoe?! Potverdikkie! Het is Koezoe!?”
“Ja, en DENK maar niet dat jullie daar stiekem mee weg kunnen komen. Ik wil ook meedoen! Doe open!”
“Waarom?”, vroeg Gee hautain.
“Omdat dat mijn democratisch recht is!”, gilde Koezoe hard terug en begon nog harder te kloppen.
“Gek wordt een mens van dat geklop”, zei Sam zijn oren bedekkende. “Kenne we nie iemand bellen?”
“Er wordt helemaal niemand gebeld, voordat ik ook binnen zit!”, gilde Koezoe vanuit de gang.
Het was duidelijk dat hij meeluisterde. Buma schreef derhalve op geel memoblokje; ‘Ad! App Ad!’, en plakte deze snel onder de neus van de premier.
Iedereen knikte bevestigend naar het hangende memoblaadje. Dit was een zaak voor justitie. Binnen hadden zij het weliswaar voor het zeggen, buiten was het nog altijd die dame met weegschaal. De leden waren ervan overtuigd; dat de vijand aan het aankloppen was. Die stond nu nog buiten en dat moesten ze vooral zo houden. Alleen Jesse probeerde vanuit het toilet water bij de wijn te doen. Maar die fles bleef voorlopig ongeopend op tafel staan.
Marcos stuurde snel een App naar Ad, waarin hij de status quo buiten voor de deur uitlegde. En dat die vooral daar moest blijven. De leden gingen weer zitten en begonnen in spanning af te wachten onder dat vreselijke geklop. Zenuwachtig fluisterden ze zich af; of Ad dit varkentje wel kon wassen? En stiekem begonnen naar de stelten van de oude Ivo terug te verlangen. Die zou daar Koezoe helemaal de puntjepuntje mee hebben geslagen. Maar wat had Ad van der Kleerscheur eigenlijk voor wapen? Hete aardappels? Tot nu toe was alles wat ie presteerde ver onder de maat gebleken. Toch moesten ze op Justitie vertrouwen. Ze hadden eenvoudigweg geen keus.
Na een meer dan angstig uur kloppend wachten, hoorden ze Ad van de Kleerscheur eindelijk aankomen. Een keihard gebral van hete aardappels klonk door de gang: “ik ben er luitjes!”, en een ongekend verhit debat ontstond in de gang.
“Zo! Die gaan me daar tekeer zeg!”, zei Buma verontrust.
“Daar gaan dooien vallen hoor!”, zei Gee.
En inderdaad, oorlog leek een understatement en Marcos sprong op. Juist in tijden van oorlog voelde hij zich geroepen, deze te pas en te onpas te verklaren. Maar stel je voor, dat die daad eens bij dat woord gevoegd zou worden? Dat kon hij als premier niet toestaan en opende de deur met gevaar voor eigen leven. Maar vooraleer hij Ad bij kon gaan staan, met alle middelen van Staat; was het direct duidelijk. Daar op de gang was het meest ultieme wapen ooit al ingezet!
Gespannen keken de leden naar de oorlog in de gang. Jesse had eindelijk met een muntje het slot open weten te murwen en stapte boos naar buiten. Hij was vastbesloten een stevige brief te gaan schrijven. Maar ook hij kon door die open deur niets anders meer doen; dan apathisch als ramptoerist het slagveld in de gang gade te slaan.
De leden keken naar een onmenselijk hevige strijd waar geen stelten werden gegooid, noch anderszins fysieke objecten. Neen, deze oorlog was veel erger. Hier werd gevochten met een grote bek! En Ad zette me daar even die scheur open, dat iedereen dacht dat Koezoe daar ter plekke het leven zou laten. Maar in plaats daarvan zette hij me daar ook een grote mond op, dat de uitkomst van de strijd meer dan onzeker maakte.
grote mond
“Rot op hier!”, begon Ad te gillen.
“Rot zelf op!”, gilde Koezoe strijdbaar terug.
“Ik weet waar je woont!”, gilde Ad echt heel hard.
“Nou en? Ik wil meedoen! En als ik niet mag, dan ga ik klikken!”
“Jij vuile vieze!”
“Hond!”
“Varken!”
“Dat neem je terug!”
Het was duidelijk dat het wapen van Ad meer dan een weerwoord in die van Koezoe had gevonden.
“Zeg ’t Ad! Zeg ‘t!”, gilde Gee nu voor het eerst een minister steunend. Ook Marcos viel hem fluisterzacht bij en Buma begon voorzichtig te verzinnen, wat ie zou gaan zeggen. De rest zweeg. Ze waren te veel onder de indruk van dit verbale geweld.
“Zo gaan wij hier niet met elkaar om Koezoe!”, gilde Ad, gesterkt door Gee en de zwijgende meerderheid.
“Ik heb ook rechten!”, gilde Koezoe verhit.
“Niet als je je hier stiekem probeert binnen te werken! Wij leven hier in open samenleving, voor het geval ‘jullie’ dat nog niet wisten!”
“Dat is stigmatiseren wat je daar doet! En dat op Bevrijdingsdag! Denk ook eens aan ons! Vele Turken hebben hun leven gegeven voor hun geloof ja! Waarom herdenken ‘jullie’ die niet dan?”
Dit was een onverwachte manoeuvre. Want opeens gooide Koezoe er zo maar een vraag doorheen? Ad wist even niet wat te gillen, want antwoorden was niet zijn beste eigenschap.
“Wat weet jij nou van onze oorlog man!?”, mengde Sam zich nu in de strijd. “Enig idee hoeveel fietsen er zijn gejat toen?”
Nu was het Koezoe, die met deze vraag geschiedkundig onwetend bleek. Hij begon nu heel hard gefrustreerd te gillen. Hij wierp zich als een steen op de grond en sloeg wild met het gebrek aan kennis om zich heen. “Ik ga zeggen! Ik ga zeggen! Zo kunnen jullie niet met ons omgaan! Wij willen ook Bevrijdingsdag!”, verviel Koezoe weer in zijn aloude strategie.
“Jullie willen ‘jullie’ Bevrijdingsdag!”, gilde Ad en gooide hard zijn blazertje op de maaiende Koezoe. Ad voelde dat hij hem neer had en ging vol voor de KO. “En daar mogen wij dan niet aan meedoen zoals ‘wij’ willen, zoals ‘wij’ gewend zijn. Dus wie is hier fout bezig? Wie is hier nou aan het stigmatiseren?”
In ongeloof hoorden de leden Ad wel twee vragen achter elkaar stellen! Deze combo bleek een winnende. In ieder geval voor nu.
Koezoe stond op en rende hard de gang uit. Fout zijn in de oorlog, al dan niet terecht, was teveel voor zijn eergevoel. Om de hoek gilde hij nog; dat ie wel terug zou komen als ie met meer was. En dat dat sneller zou zijn, dan ze konden vermoeden. Maar in de euforie van de victorie hoorde niemand meer en verzwolgen ze in nationalistische gevoelens. Oranje boven werd gezongen en er werd zelfs een bode erop uitgestuurd om nog meer wijn te kopen. Ze waren meer dan eens vast van plan deze Bevrijdingsdag te gaan vieren, als ware het hun laatste.
Ad genoot enorm van dit moment. Eindelijk had hij wezenlijk een bijdrage kunnen leveren en wat voor één!? Hij probeerde boven de feestvierders uit te komen. Maar als de zwijgende minderheid eenmaal los gaat, is dat niet meer te doen. Ad vond het niet erg. Hij balde zijn vuistje in het besef; dat hij eindelijk eens echt belangrijk was geweest.

vuistje ad

“Hé mannen, en Sjanien natuurlijk, Be-vrij-dings-daaaaag!!!!!”, gilde Marcos het uitzinnig uit en wees haar het vroege uurwerk aan de muur. “We hebben de heeeeeele dag om te feesten!”
Even na achten renden de leden enthousiast de wandelgang op.  De eerste zonnige stralen vielen door het daklicht en ze begonnen naar buiten te rennen. Buiten adem hielden ze na een half uur in. Ze waren de weg kwijt?
“Hoe kan dat nou man?”, vroeg Sam verbaasd happend naar lucht.
“Geen idee man”, antwoordde de premier niet minder verbaasd.
De Commissie kwam tot de eenduidige conclusie, dat ze wel heel stiekem was geweest. Verloren in het labyrint van de Haagse wandelgangen gingen ze wanhopig lopend verder op zoek naar de uitgang.
“Wacht eens even!”, zei Sjanien en haalde uit haar tasje een gloedjenieuwe TomTom.
“Wat?! Loop jij al die tijd nou met TomTom op zak?”
“Excuses heren. Ik was helemaal vergeten dat ik het prototype mee had genomen. Ik wilde die nog demonstreren, maar door de strijd en zo. Kijk!”, en ze zette de TomTom aan. Op het schermpje van Sjanien zagen de mannen midden in een wirwar aan gangen een heel klein rood stipje. “Dat zijn wij.”
Marcos was blij dat er licht aan het einde van die tunnels bleek te bestaan en Sam dat het stipje rood was. Slechts twee gangen bleken vermeld met naam, Hof16 en Toren35. In de legenda bleek dat beide gangen naar een uitgang leidden. Draaiend met haar TomTom begon Sjanien voorop te lopen. Na een uur lopen, kwamen ze bij een T-splitsing in het gangenstelsel. Links zagen het bordje Hof16 en rechts Toren35.
Daar namen ze afscheid van elkaar en eindelijk kwamen Marcos en Sammie aan het einde van hun gang, Toren35. Terwijl ze zich baadden in de eerste zomerzon van het jaar, liepen ze naar hun Torentje. Daar zouden ze zich even op gaan frissen, om daarna de stad in te gaan.
“Wat een mooi weer man”, zei Marcos op de trap.
Sam zei niks, maar schoot in slappe lach.
“Hahaha, daar wordt een mens vrolijk van niet Sam?”
“Hehehe, hou hop hou op”, en Sam bleef maar lachen. Zo zeer zelfs dat Marcos er een beetje moe van werd en dat zegt wat.
Na de aftershave liepen ze weer naar buiten en onder het poortje klonk die lach van Sammie dubbel van de echo.
“Zeg, waarom mot jij eigenlijk zo lachen?”
“Wil je echt weten?”
“Ja, natuurlijk man.”
“Okay”, herpakte Sam zich, toen ze langs de Hofvijver liepen. “Weet je wat nou zo geinig is aan jullie?”
“Wie is ‘jullie’?”
“Nou, je weet toch? Jullie liberale ideetjes en zo. Ik bedacht me net, dat we het wel erg uit de hand hebben laten lopen man. En vooral, het was niet nodig geweest.”
“Niet nodig geweest? Niet nodig geweest? Het was oorlog Sam! Of zat je te maffen?”
“Jaja, ik weet. Maar ik heb het over de aanleiding van deze vergadering.”
“Deze ‘vergadering’, was er wel eentje in landsbelang Sam!”
“Stel nou, we hadden geen aanleiding gehad om Sjanien aan de tand te voelen. Dan had Koezoe toch gewoon voor dichte deur ,oeten blijven staan?”
“Hypothetisch misschien. Maar we zijn in Oorlog Sam! Of was je dat vergeten?”
“Neenee, maar tegen de zomer hebben ze TomTom toch?”
“Ja. Dan kunnen we eindelijk bommetjes gaan doen. En dat werd hoog tijd!”
“Wanneer krijgen we die nieuwe?”
“Nieuwe wat?”
“Nou, die opvolger van de F16.”
“Oh, je bedoelt de F35?”
“Ja, die ja. Met alles erop en er an. Nou? Wanneer denk je?”
“Van de … zomer! Verdomme! Die krijgen we van de zomer! Hebben we de hele nacht voor niks oorlog zitten voeren?”
“Hehe, ik zeg het je toch?”
Het voeren van een oorlog behoorde tot zijn takenpakket. Maar de idee van een foute te hebben gevoerd, ging er bij de premier niet in. Zwijgend liepen ze onder de vlaggen door en Marcos zei geen woord meer.
“Komaan man, zo errug is het toch niet?”
Maar de premier was  onvermurwbaar en durfde, wilde niks meer te zeggen. Was het schaamte? Gezien het beleid onder zijn leiding erg onwaarschijnlijk. Of was het, dat hij simpelweg geen idee meer had? Na een hele poos niks gezegd te hebben, zei ie zachtjes: “en toch in oorlogstijd vallen slachtoffers man.”
“En die herdenken we dan ook man. Maar ook de bevrijding die er dan op volgt!”, zei Sam en rende op een kraam met suikerspinnen af.
“Suikerspin Mark?”
De gedaantewisseling verliep abrupt zoals altijd, toen de premier breeduit begon te lachen.
“Suikerspin zeg je? Hahaha, ben ik de premier van het land? Ik dacht het wel!”
“Hier man.”
En in een web van suiker liepen ze te genieten van hun Bevrijdingsdag. Voor heel even leefden ze niet in de Toren, maar gewoon onder het volk dat feest vierde.
“Heerlijk Sam, Bevrijdingsdag!”
“Ja! En wij gaan echt wel hard feesten man!”
“Hahaha, je heb gelijk Sam! Je heb gelijk! ‘k Bedenk me net; dat ik me eigenlijk geen feest meer zonder suiker voorstellen kan!”
“Zie je wel, dat hele gedoe was allemaal nie nodig joh.”
Ze liepen verder de stad in en zouden ongetwijfeld later uitkomen bij hun favoriete Chinees. In een donker portiek zat Koezoe op de stenentrap aan zijn suikerspin te happen. Hij zag Marcos en Sammie zo verdomd zelfingenomen voorbij komen. Koezoe ging steeds sneller in het rag happen en onder de kleverige draden werd hij weer boos.
Hij belde resoluut naar de ambassade, dat dit echt niet kon.
Die spinnen waren namelijk wel van ‘hun’ suiker gemaakt! En daar hadden alleen zij toch recht op?

f35
Na 7 jaren zuur, nu 7 jaren van suikerzoet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.