Tafelheren in oorlogstijd

Tafelheren in oorlogstijd

“Eh, als de Kamer mij permitteert, zal ik daar later op terugkomen… En waar ik FBI zei, moet NYPD zijn. Of was het andersom? Ik moet dat ook even meenemen voor later. Hoeveel tijd heb ik nog over?”
Het was tenenkrommend, hoe Ad van de Kleerscheur aan het stamelen was. In de wandelgangen stond de minister van Justitie al bekend als de Hakkelaar. Maar dit debat ging over de afdeling Veiligheid van Nederland. En sinds dat poppetje het Binnenhof onveilig had gemaakt, brokkelde het laatste restje zelfvertrouwen van de Hakkelaar met ieder woord uit zijn mond af.
“Hij heb het gewoon niet voorbereid joh”, fluisterde Sam tegen Marcos.
Marcos zei niks en beende boos de Kamer uit. Als blikken hadden kunnen doden, dan was Ad meteen af geweest.
De premier liep met grote boze passen over het pleintje en maande de conciërge tot hem.
“Koos, ik wil een nieuwe deurmat. Ken jij daar voor zorgen?”
“Het is oorlog excellentie, alles is schaars.”
“Dat hoef je mij niet te vertellen Koos. Maar je hebt toch nog wel ergens een geheime voorraad of nie?”
Koos keek betrapt en vroeg: “kokos of zo eentje die afwasbaar is?”
“De dikste.”
“Kokos dan. Ik zal er meteen achteraan gaan excellentie.”
“Wanneer krijg ik ‘m?”
“Als ik nou naar de kelder ga, dan kan ie er over vijf minuut liggen.”
“Uitstekend Koos, dank je”, en met een beetje meer vertrouwen in zijn medewerkers, liep hij de trap op. Achter zijn bureau appte hij Ad. Of ie meteen na het debat even naar hem toe wilde komen.
“Hij ligt er hoor!”, hoorde hij Koos op de gang zeggen, toen hij op ‘send’ duwde.

kokosmoat

“Zo zeg! Da’s een nieuwe mat nie?”, zei Sam even later en plofte op zijn art deco stoeltje neer.
“Pijnlijk Mark, gewoon pijnlijk die Ad. Duidelijk geen oorlogsminster hoor.”
Er werd geklopt en Ad kondigde zijn binnenkomst aan.
“Welkom Ad. Maar laat de deur maar open en blijf daar staan. … Precies daar ja.”
Ad begon nu een beetje te zweten, want hij was duidelijk ge-appt om op het matje te komen. En inderdaad, Marcos ging helemaal los en dat hij zo’n gebrekkig politiek gevoel had voor de dingen die zo gevoelig lagen. Of ie niet wist dat het oorlog was en meer van die voor de hand liggende dingen.
“Binnenkort hebbie debat dat er echt toe gaat doen Ad. Als je slim ben, dan bel je nou alle fractievoorzitters persoonlijk op, om je excuses aan te bieden. Je zat gewoon harstikke fout man. En nou oprotten!”
“Ja, wegwezen!”, voegde Sam er nog aan toe, toen Ad zwijgend door het stof weg liep.

“Sam, ik ben toe aan wat anders!”
“Hoe bedoel je?”
“Nou, de lente is volop bezig en eigenlijk heb ik nou geen zin om naar de Chinees te gaan.
“Wat? Geen Chinees!?”
“Ik wil ergens anders gaan zitten, in de frisse buitenlucht. Wat dacht je van Scheveningen of zo?”
“Je bedoel in zo’n strandtent?”
“Ja, gewoon ff met m’n toeter in de zon. Dat wil ik.”
“‘k Snap je man. Maar mannen als wij kunnen daar nou eenmaal nie naar toe.”
“Hoezo nie?”
“Kijk, bij Bang kennen we lekker anoniem nassen. Maar zo’n strandtent? Dat zit altijd stampvol met volk man!”
“Ook nou?”
“Zeker nou man. Met zo’n zonnetje gaat toet Nederland daar zitten.”
“Verdomme Sam. En toch wil ik het! Ik ben er echt an toe nou. Heb echt behoefte aan een frisse wind.”
“Misschien is er een kleine mogelijkheid. Maar we motten die lui dan wel als de vijand beschouwen.”
“Wat is daar zo vernieuwend aan?”
“Je heb gelijk. Wat zit ik nou toch moeilijk te doen? Komaan, laten we gaan! Maar laten we in hemelsnaam wel voorzichtig doen hoor.”
“Dan gaan we toch in kog niet dan?”
“Incognito ken werken man!”, en de mannen gooiden hun strop los en colbert uit. In wit t-shirtje liepen ze de trap af. Bij Koos haalden ze een petje en ouwe spijkerbroek. En zo liepen ze, gewoon onder de mensen, naar Scheveningen.

“Je zei het al. Maar dat het zo errug was?”
“Zelfs ik kijk ervan op man. Alles stampvol met die lui.”
“‘k Zie ook nergens een plekkie vrij. Maar laat ik toch even zo’n ober aanschieten.”
Marcos ging zo platvloers mogelijk vragen, of er nog een plekkie vrij was.
“En?”
“100% bezetting Sam, schijnt al dagen zo te zijn.”
Plotseling greep Sam Marcos bij de arm en begon hem de duinen in te trekken.
“Wat doe je nah Sam?”
“Ssst man, vertrouw me”, en even later lagen ze in een duinpan verborgen achter helm.
“Zei ie dat echt Mark?”
“Watte?”
“Dat van die bezetting natuurlijk!”
“… Sjesus Sam! … We zijn bezet! En weer hadden we niks in de gaten!”
“Dat bedoel ik dus”, zei Sam spiedend tussen het helmgras door. “Die Ad valt echt nie meer te handhaven hoor.”
“Zou jij denken dat Ad dit wel wist dan?”
“Maakt nie uit man. We moeten het gelijk het verzet benaderen Mark. We blijven hier net zo lang liggen, totdat er een paar vertrekken. Dan rennen we zo hard we kunnen, als er geen andere vijand op de loer komt aanlopen dan, naar dat tafeltje toe.”
“Spannend Sam!”, keek Marcos nu ook gespannen door het gras naar de overbevolking in de verte.
Ondanks de bij lange na niet echt zomerse warmte, laafde het volk zich te kust en te keur en ieder stoeltje was bezet. Af en toe stapte er een paar op. Maar meteen vlogen er dan weer andere voorbijgangers uit die lange gestage rij erop af.  Ze waren zo getuige van vele schermutselingen, totdat achter het dichtstbij staande raam, stijf tegen de gevel aan, een familie zich klaar maakte op te gaan stappen.
jets

Sam ging gelijk een sprinter, wachtend op het startschot, achter het gras zitten. Marcos probeerde hem na te doen. Maar hij had zoveel moeite zijn evenwicht te bewaren en kreeg bovendien zoveel pijn in z’n duimen, dat ie maar gewoon op z’n hurken ging zitten wachten. Het volk was al minder aan het paraderen en voor heel even, ontstond er een gat in de stroom van mogelijke nieuwe bezetters.
Pa zette zijn dochter in de buggy en Ma ging afrekenen.
“Nu!”, gilde Sam en zette zich in opstuivend zand af en vloog de helling af. Marcos probeerde hem bij te houden, maar was lang niet zo atletisch aangelegd als Sam. Zandhappend probeerde hij hem bij te houden en zag in zijn ooghoek links, een over het hoofd geziene vijand naar de boulevard lopen!
Als deze de hoek zou bereiken, moest hij wel het vrije plekkie zien. Dat zou dan precies naast hem liggen en erger nog, binnen handbereik!
Achter de vijand liep waarschijnlijk zijn vrouw, dus werd 1+1=2 voor de premier.
“Vijanden op 11 uur Sam….”, maar Sam rende en rende. En de premier buitelde en buitelde.
“Sam! Vijanden nou al op tien uur!”
Sam hoorde niks. Sam was in volle vaart en had maar één doel. En dat was het tafeltje bij het raam te bevrijden. In zijn loop merkte hij dat hij extra adrenaline kreeg van het feit, dat dit vroeger zo vanzelfsprekend was. Hij kon gewoon naar het strand gaan, wanneer ie wilde. Zonder zich druk te hoeven maken om al dat volk. De tijden waren veranderd. Maar hij zou Sam niet zijn, als dat tafeltje niet voor hem was!
Halverwege de helling moest de premier in een splitsecond beslissen wat te doen.
Zou hij in het spoor van Sam blijven met vrijwel zeker gênante overgave op dat volle terras tot gevolg ?
Of afwijken en zich in volle vaart dapper op de vijand storten?
Toen de vijand zo tegen halftien liep, was het hem duidelijk; dat zij zelf nooit eerder bij het tafeltje konden komen. Hoe hard Sam ook rende.
Hij sloeg af! En dat voelde bevrijdend aan. Zonder in het zand van Sam te hoeven happen, zag hij nu heel scherp in beeld de vijand; die nog niets vermoedend over het vrije tafeltje even inhield, om op zijn vrouw te wachten.
“Ze zijn met twee! Over mijn lijk!”, gilde de premier hard in zichzelf, toen hij als een bommenwerper zich in een alles vernietigende duikvlucht stortte.

Achmed, de vader van Memmed, had de hele dag kozijnen staan schilderen, op ladder zonder safety met oplosmiddelen. Hij was doodmoe naar huis gelopen en dacht alleen nog maar aan wassen, plassen en naar bed.
Maar het zonnetje had hem nieuwe energie gegeven. In spontane bui had ie beneden op zijn vrouw staan wachten. Nadat ie door de intercom van de flat had gemeld; dat ze wat op de boulevard konden gaan eten. Djuna was onmiddellijk blij geworden. Ze verheugde zich hier enorm op en zei; dat hij vast vooruit moest gaan voor een tafeltje. Zij zou het eten dan even in tupperware doen en zich daarna bij hem voegen.
Zo gezegd, zo gedaan.
Achmed voelde de verfrissende zeebries, toen hij het laatste bebouwde blok bereikte. Hij hield even in, om hiervan te genieten en zag dat zijn vrouw ook al bijna daar was. Hij zou gewoon even op haar wachten. Ze zouden dan samen een tafeltje gaan uitzoeken. Ze hadden toch alle tijd.
Even dacht de premier, dat hij het niet op tijd meer zou halen. Maar harder dan dit rare hard kon hij simpelweg niet rennen. Tot zijn opluchting zag hij dat de vijand even inhield om te hergroeperen.
Sam merkte nu pas, dat Marcos de formatie had verbroken. Vrijwel meteen daarna zag hij ook die onverwachte vijand om de hoek staan. Als die maar heel even stevig door zou stappen, zou hij nooit op tijd kunnen komen! Heel even stond hij zichzelf toe, licht in te houden; opdat hij zijn vliegmaat kon zien.
Hij zag Marcos schuin achter hem ongemakkelijk naar beneden stuiven, recht op die vijand af. Marcos had formatie zelf verbroken, dus Sam moest nu alleen door. Hij besefte; dat Marcos zichzelf desnoods zou opofferen. Opdat hij het tafeltje dan als eerste kon bereiken. Zijn zicht werd plotsklaps wazig en op instinct rende hij zo hard als hij kon door. Deze geweldige actie van ultiem kameraadschap maakte zijn ogen vochtig en des te meer vastberaden, vloog hij nu als een bezetene op zijn doel af.

“Dag lieve goede vrouw”, groette Achmed zijn vrouw.
“Dag lieve goede man”, reageerde Djuna.
Ze waren lang geleden tot elkaar veroordeeld en zonder liefde getrouwd. In de loop der jaren echter was er een diepe liefde en respect ontstaan tussen hen twee. En de laatste jaren hadden ze zich erbij neergelegd, dat ze zo samen helemaal niet zo slecht af zijn. Na de verschrikkelijke vlucht hadden ze hier in Nederland een veilig bestaan op weten te bouwen. Dat vervulde hen met een zekere trots. Kinderen konden ze niet krijgen, dat in het begin zwaar was. En Memmed dan? Tja, die was afgereisd naar Madurodam en het was beter geweest voor hen allebei, om net te doen alsof. Maar nu na al die jaren aanpassen, voelden ze zich echt thuis met elkaar. Zo zeer zelfs dat Djuna haar man een teder kusje gaf en zo liepen ze stevig arm in arm de boulevard op.
“Oh Achmed, hoor de zee eens”, zei Djuna gelukkig.
“En hoor de meeuwen mijn lieve vrouw”, zei Achmed, een paar meter van het terras achter glas verwijderd. Niet meer dan een paar stevige stappen tot het enig vrije tafeltje.

Sam landde keihard op de betonnen stoep. Hij zag, dat hij nooit eerder aan de overkant kon geraken dan die vijand; die inmiddels met twee was, ter hoogte van de zij-ingang. En daar precies naast, stond het lege tafeltje!”
Marcos landde ook stuitend hard op het trottoir. Met een van pijn vertrokken smoel en uiterste krachtinspanning, rende hij nu loodrecht de straat over en zette het op een gillen.”

“Nou, kijk nu toch eens Achmed. Precies hier een vrij tafeltje zeg!”, en ze lachte toen ze hem weer dolgelukkig een kus gaf.
In de verte hoorden ze meeuwen gillen. Het gegil kwam steeds dichterbij en voordat ze hun ogen open deden, was het gegil heel erg hard geworden en leek het niets meer op een meeuw in de lucht.
“BAAAAAAN-SAAAAAAAAAI!!!”, gilde Marcos en vloog met vol gewicht en vaart tegen het zoenende stel aan.
Terwijl ze genadeloos tegen de gevel aan werden gesmeten, sprong Sam over de bloembakken naast de hoofdingang, als waren het horden. Tegen meerdere tafeltjes aan botsende, stortte hij zich met de borst zo ver mogelijk vooruit; om maar als eerste in fotofinish dat tafeltje te kunnen bereiken.
Achmed stootte zijn hoofd zo hard; dat hij het bewustzijn al verloren had, voordat hij op de stoeptegels viel. Djuna sloeg nog een kreet van schrik en werd onverbiddelijk snel tegen haar man aangedrukt en door de ademnood, viel ook zij bewusteloos over hem heen.
Marcos had met de beide vijanden zijn impact min of meer toevallig weten te verzachten, doch viel wel hard op zijn snufferd. Maar eigenlijk het enige dat hij mankeerde, was een verwarde haardos en een blik, dat een onmenselijke focus verried.
Sam zette zich af en in de lucht wist hij al dat hij ging overwinnen. De vijand was nog niet in zicht, terwijl het lege tafeltje snel naderbij kwam. Op zijn buik landde hij onnoemelijk hard op het nog niet afgeruimde blad en schoof zo, met de left-overs op tafel en drie vrije stoelen, nog een meter door. Totdat hij met een onverwacht zachte klap tegen de gevel van die strandtent eindelijk tot stilstand kwam.
Trots gilde Sam hard: “BUUT VRIJ!”
En op straat hoorde hij zijn makker gillen: “YES!”

De overrompelingsactie was zo snel verlopen, dat niemand eigenlijk van al dat volk in de gaten had; wat er nou eigenlijk gebeurd was. Marcos stond snel op en rende naar het door Sam bevrijde tafeltje en ging hijgend, maar heel erg trots, zitten wezen.
“Wie did it Sam”, bracht hij er na lange tijd fluisterend uit.
Sam was inmiddels snel weer gaan zitten, de stoelen weer keurig gearrangeerd en een ober vriendelijk verzocht tot afruimen van de tafel. “En de kaart graag”, had hij er met de grootst mogelijke moeite nog beheerst uit kunnen brengen, alsof ie loom was komen aanslenteren.
“Hehe, ja. Nog bedankt dat je m’n rug had man. Zonder jou hadden we hier niet kunnen zitten. Hoe is het trouwens met de vijand?”
Marcos keek opzij en zei dat er al mensen omheen stonden.
“Ze ademen nog. En trouwens, die ehbo-post is niet heel ver lopen.”
“En dan nog man? Wij waren hier eerst!”
“Ja! Verdomd ja! Hahahahaha!”, lachte zo’n aso in gescheurde spijkerbroek en bevlekt t-shirt.

De buren van Achmed en Djuna hadden niks van de strijd gemerkt. Maar ze stapten op, omdat ze zich zaten te ergeren aan die twee nieuwkomers op het terras.
“Alsof ze alleen op de wereld zijn”, sprak zij afkeurend.
“Dit land gaat hard achteruit”, sprak hij bevestigend.

schevni

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *