Tuig in achtervolging.

Tuig in achtervolging.

“Verdomme, verdomme!”, foeterde Marcos als een verwend kind boos in het Torentje. Sammie kon hem zelfs niet meer tot bedaren brengen.
“Stelletje onnozelaars! Ik doe dit niet voor m’n lol zeg! Ik doe dit voor mij en niemand anders! En dan, … Hoe durven ze? Die motie Sam! Die motie! Ik zou ze het liefst allemaal…”, hij barstte uit in een zielloos gehuil. Dit gejammer ging geeneens door de mergpijpjes, die op het bureau lagen.
“Neem nog een mergpijpje man en denk aan de komende feestdagen. Je mot het los kunnen laten Mark.”
Marcos griste buiten zinnen drie mergpijpjes van het glazen schaaltje, die hij alle drie tegelijk in z’n mik duwde en zonder te malen probeerde door te slikken.
“Marrek nee! Nie doen!”, en Sam sprong in paniek op. Het was duidelijk dat de premier de ultieme depressie had en nu voor het eerst in zijn loopbaan daadkrachtig zat te doen. Zijn adem stokte en hij begon wild met zijn armen te zwaaien. Sammie begon heel hard op zijn rug te slaan en na enkele harde beuken schoot een kleffe brok tegen de lambrizering aan, meteen gevolgd door een hard snakkende ademteug.
“Jezus man! Ik wilde er een end aan maken Sam?!”
“Je was dan ook erg overstuur man. Het was een loodzwaar debat, dat denk ik weinigen zo zouden hebben kunnen doorstaan. Gaat het weer?”
“Ja ja, hoewel ik ze nog steeds het liefste allemaal…”
Hij keek even dwaas voor zich uit om zich het volgende moment af te vragen; wat er op televisie zou zijn.
Sam drukte op de remote en een samenvatting van het debat kwam in beeld. Geschrokken wilde Sam van kanaal wisselen. Maar Marcos zat als gebiologeerd en vooral rustig te kijken naar zichzelf. Vervolgens kwam Klaas in close-up in beeld die zijn standpunt onmenselijk kalm vertolkte.
klaas1
“Eigenlijk heb ik het best heel erg goed gedaan.”
“Je was en plein forme man.”
“Ja, maar Klaas deed het ook uiterst beheerst hoor.”
“Ja, die hadden we vantevoren helemaal plat gespoten man. Hij heeft de hele dag zitten rillen als een rietje. Dankzij de dokter kon ie alsnog functioneren. Maar inderdaad, naar behoren man, naar behoren. ”
“Nou je het zeg Sam! Haha, hij kijk wel echt loom voor zich uit zeg. Ech wel, hahaha.”
De samenvatting eindigde met een absurde sisser, waarop Sam de tv uitzette. In die stilte greep Marcos plotseling weer naar de mergpijpjes en begon nu het hele schaaltje naar binnen te duwen.
“Marrekie, nie doen man, stoppe nah!”
Deze poging werd kantje boord en de premier zag pas weer het licht tijdens de mond-op-mondbeademing. Snel stak hij zijn tong tegen die van Sam.
“Gadverdamme man!”, wierp Sam zich van zijn makker af. “Ik probeer je leven te redden en dan ga jij vies liggen doen!”
“Sorrie man. Ik weet dat het vies is. Kon er niks an doen… heu? WAAR ZIJN DE MERGPIJPJES!”
Sammie begon zijn vriend tot positieven te slaan. Pas nadat ie besefte dat ie die nooit gehad had, hees hij hem weer op zijn bureaustoel.
“Hou nou ’s op Mark. Het is voorbij. Je zit nog steeds stevig in het zadel.”
“Weet jij wel niet wat zo’n motie met een mens doet?”
“Jemig man, kap nou toch eens. Ik mot dalijk weg, maar wil je zo niet achterlaten.”
“Oh? Waarom mot je weg dan?”
“Je weet toch Mark, zaterdag is date-night.”
“Oh! En jij wel vieze dinge doen zeker! Ik wil mergpijpjes, NU!”
Sam besefte dat ie voor oppas moest zorgen. Om de premier zo alleen te laten, zou echt onverantwoordelijk zijn. Dus belde ie Ad.

Even later kwam Ad van der Kleerscheur brallend binnen en vroeg wat het probleem was.
“Kijk zelluf maar Ad. Hij is de weg kwijt, heeft er al twee keer een einde aan willen maken.”
“Nee?”
“Ja.”
“Maar Mark kerel? Hé, zeg eens wat.”
“Ik wil ook vieze dingen doen!”, mompelde de premier pruilend om niet te zeggen morrend.
“Nou, dan doe je dat toch?”, lachte Ad joviaal.
“Nee Ad”, fluisterde Sammie vlug en trok hem even de gang op.
“Hij heeft ‘het’ nog nooit gedaan man. Ik denk eerder; dat dat hem nu aan het opbreken is.”
“Wat zeg je me daar kerel? Bedoel je nou; nog nooit geneukt?”
“Dat bedoel ik.”
“Onmogelijk. Dat houdt geen normaal mens vol.”
“Dit is Marcos Ad. Maar ik mot zo weg, zou jij effe op ‘m kunnen…”
“Ik kan wel wat beters, we gaan neuken!”
“Pardon Ad? Ik wist niet dat jij…”
“Hahaha, oh nee hoor, niet wij natuurlijk. Stel je voor zeg. Nee, ik zal ‘m meenemen naar een feestje met bijzonder select gezelschap. Ga jij maar rustig, ik zorg wel voor ‘m.”
“Zeker weten?”
“Meer dan dat, fijne avond.”

Ad liep weer naar binnen en bralde weer joviaal: “wat hoor ik nou Mark? Nog nooit geneukt?”
“Nou, nou. Natuurlijk wel Ad. Zo had ik laatst nog een mooi ding op m’n zolderkamer hoor. Nee, het zijn meer die echt vieze dingen; die ook ik stiekem wel eens wil doen.”
“Aha!”, begon Ad te twinkelen. “Daar kan ik wel voor zorgen. Alleen niet meer op de manier van vroeger, tenminste voorlopig niet dan. Maar daar wordt aan gewerkt. Weet je het zeker?”
“Ja, ik wil die dingen ook eens doen.”
“Maar dan blijft het wel tussen jou en mij hoor. Anders is het klaar met ons, versta je?”
“Jaja, laten we nou maar gaan. Ik heb al zolang moeten wachten.
In regenjassen schuimden ze de straten af op zoek naar vieze dingen en Ad wist de weg.
“Daar Mark, daar is het.”
In de regen liepen ze naar een slecht verlichte gevel in de voor de rest onverlichte steeg.
“Okay Mark. Zie je dat hotel op de hoek?”
“Ja.”
“Huur jij daar vast een kamer op naam van Jansen of zo. En hou die capuchon goed vast en laat die sjawl niet zakken, vooral dat niet laten zakken.”
“Spannend Ad. Zie ik je daar?”
“Ja, wacht bij de receptie op me. Ik ga hier die vieze dingen kopen en dan zie ik je zo.”
Niet veel later zaten ze allebei op het tweepersoonsbed druk te blazen in opblaaspoppen.
“Is dit nou vieze dingen doen Ad?”
“Ja”, zei Ad geil, die snel met zijn opgeblazen pop in de badkamer verdween.
Marcos keek naar de zijne en zag een klein emotieloos kijkend knaapje, waarvan hij niet begreep hoe dit vies kon zijn. Ad bleef zo lang weg, dat de premier in zijn Mickey Mouse onderbroek en uit pure verveling in slaap viel.
opblaaskunderen

De volgende dag werd Marcos wakker en optimistisch als altijd het verleden negerend, rende hij het foezelig verlaten hotel uit. Om de hoek had hij alles alweer verdrongen en vrolijk rende hij de trambaan over richting zijn steun en toeverlaat. In het Torentje struikelde hij over Sammie, die in de gang in slaap was gevallen.
“Jemig man. Ik lig hier ja. Wat ben je vroeg man. Gaat het trouwens alweer een beetje met je?”
“Zo, latertje geweest? En het gaat meer dan uitstekend met me. Geen idee waarom je dat vraagt, maar kom binnen Sam.”
“Ik ben blij dat je weer de ouwe bent. En inderdaad; laten we het daar niet weer over hebben. Ik zat laatst te denken Mark en ik denk dat ik het vertrouwen kan herstellen.”
“Vertrouwen? Waar hebbie het over man?”
“Nou, om te beginnen denk ik dat we het vertrouwen in onze rechtstaat moeten terugwinnen. Als mensen daar weer in geloven, hoeven we ons nergens meer zorgen over te maken.”
“Dat klinkt goed Sam, vertel.”
“Laat de waarheid naar buiten komen. Erken gewoon, geschokt natuurlijk, dat justitie er nogal wat kinderlijke gedragscodes op na heeft gehouden. Stel een daad; veroordeel Joris en een kind ken de was doen.”
“Daar vraag je me nogal wat man.”
“Ik heb het over Joris man. Die heeft het gewoon te bont gemaakt en bovendien; zoveel heb jij niet van hem te vrezen man.”
“Je weet zeker dat hij geen belastende informatie heeft over mij, of over jou?”
“Geen enkele.”
“Dat heb ik er wel voor over dan. Regel het Sam, dan ga ik me vast nergens zorgen over zitten maken.”

Na een meer dan zorgeloos ochtendje begonnen ze stiekem al aan de borrel te denken toen Ad van der Kleerscheur, brallend comme d’habitude, woest het Torenkamertje binnenstormde.
“Ik kom net van de sociëteit en wat ik daar hoorde kon ik niet geloven! Dit kunnen jullie niet maken! Laat Joris met rust!”
“Of anders?”, vroeg Sam uitdagend.
“Of anders lek ik deze naar de pers!”, en Ad gooide hem een bruine kantoorenveloppe toe. Sam keek naar de inhoud en schrok zich een hoedje.
“Vuile…, waarom hebbie me niet verteld Mark!”, en boos gooide hij de foto’s op het bureau van de premier. Terwijl Marcos verbaasd naar zichzelf zat te kijken met die opblaaspop, begon Ad hard te lachen.
“Dat dacht ik dus ook. En nu mijn tweede en tevens laatste voorwaarde en dan zorg ik ervoor dat die foto’s veilig bij mij in de kluis blijven.”
“Zeg maar”, berustte Sammie in dit voldongen feit.
“Geen educatie voor de vluchtelingenkindertjes. We hebben ze liever zo dom mogelijk.”
“Sam beet zijn lip kapot en de premier stemde toe.”
“Tot genoegen heren, tot genoegen”, en Ad verliet het kamertje met vermetel brede glimlach.
“Sam? Alsjeblief, het is niet wat het lijkt.”
“Hoezo niet wat het lijkt? Je hebt vieze dingen gedaan man!”
“Ja en? Dat doe jij toch ook?”
“Niet met kinderen man! Dat is simpelweg not done Mark, begrijp je dat nou niet?”
“Ik had dat ding nooit moeten opblazen. Ik vond het zo spannend, dat ik geeneens meer precies weet wat er allemaal gebeurd is. Maar ik weet zeker dat ik niks anders dan geblazen heb hoor. Ik ben daarna in slaap gevallen, want Ad bleef maar in die badkamer.”
“Ja ja.”
“Kijk naar me Sam. Je kent me: ik heb alleen maar geblazen. En ja, zelfs dat had ik, zo besef ik nu terdege, nooit moeten doen. Maar Ad zei dat die poppen zo’n goeie deal waren, dat ik hem blind heb vertrouwd. Maar ‘ik’ ben niet in de badkamer geweest! Dat moet je echt geloven!”, sprak Marcos zeldzaam open en indringend.
“Okay, ik geloof je. Maar het was wel ongelooflijk stom van je hoor.”
“Die foto’s Sam!
“Je heb gelijk!”
Ze sprongen op en renden hals over kop de trap af.

“Daar gaat ie”, wees Sam naar het poortje en ze zetten het op een rennen.
Buiten op de meer openbare weg stopte een grijze BMW waar Ad instapte. Op de stoep zagen ze hem nog net wegrijden. In paniek rende Marcos de weg op en hield een klein rood Renaultje staande.
“Ik ben de premier van dit land en wij hebben hele snelle lift nodig.”
Vanuit het passagiersraampje werden haastig vele zakjes naar buiten gegooid, die Sam weer opraapte.
“Daar gaat het ons niet om jongens. We hebben echt jullie hulp nodig”, en gaf de zakjes weer netjes terug.
Hooglijk verbaasd maar meer dan trots dat ze eindelijk ook eens nuttig hun steentje mochten bijdragen, stapte een getinte jongen uit; die zijn stoel voorover klapte. Marcos en Sam sprongen achterin en gilden ondertussen: “volg die auto daar!”
Het Renaultje trok irritant economisch op en in de verte sloeg de BMW de hoek om.
“Jongens! We hebben jullie hulp nodig! Doe waar je goed in bent en wij betalen alle boetes!”
“U weet zeker?”
“Zo waar als ik de premier van jullie land ben”, zei Marcos nog; voordat ie achterover in de achterbank werd gedrukt.
“Dat bedoelen we”, zei Sam tevreden.
Gespannen gaven ze vanaf de achterbank aanwijzingen, die de jongens echt niet nodig hadden. De drukte keihard voorbij versnellend over de busbaan, leidde hen snel via die der tram, naar de hoek waar Ad achter was verdwenen. Tegen het verkeer in reden ze slalommend met brandend rubber over het autovrije deel van het Spui en kregen, na enkele harde trappen te hebben genomen, de grijze BMW van Ad weer in zicht.
“Wat nou Sam?”
“Klem rijden. Kunnen jullie hem klemrijden jongens?”
Verdere conversatie was even niet mogelijk toen ze in duizelingwekkende vaart een voetgangerstunneltje indoken. Hard toeterend vlogen ze aan de andere kant weer naar boven. Met een wilde ruk aan het stuur kantelde het Renaultje dusdanig; dat ze op twee wielen een haakse bocht namen en hevig slingerend achter de BMW weer de straat op scheurden.
De jongen gaf nog meer gas en ze kwamen naast de BMW te rijden. Die andere jongen probeerde al die tijd zijn drugs te slijten op meer dan aanhoudende wijze. De BMW raakte hier duidelijk van in paniek en gaf een dot gas. En zo ging hij niet alleen letterlijk door het rooie. Achter hun knalden meerdere voertuigen hard tegen elkaar en spiegels van geparkeerde auto’s vlogen achter hen de lucht in.
“Respect man!”, kraaide de bijrijder van plezier en de chaufffeur draaide zich koeltjes om en informeerde: “zeker weten? Klemrijden?”
“Wel veilig kerel, we willen niet dat jullie wat overkomt”, zei de premier schokkerig af en toe tegen het dak aan botsende.
Vervuld van dit niet eerder ervaren onbekend gevoel zei de passgier trots: “Mo rijdt altijd veilig, pak ‘m Mo!”
De BMW schoot net voor hen langs het volgende stoplicht, waarna hij hen probeerde af te schudden door een zijstraat in te schieten. Het Renaultje had een veel snellere en kortere draaicirkel en Mo nam die bocht op bijna één wiel nu. Sneller dan verwacht deed deze levensgevaarlijke manoeuvre hen naast de BMW uitkomen. Vol gas bleef het Renaultje eigenwijs naast de BMW rijden.
Ze zagen allemaal dat de straat een scherpe bocht ging maken. Maar geen van twee wilde gas loslaten. De BMW niet om ballen te tonen. Het Renaultje niet omdat die de buurt gewoon goed kende. Voordat ze het zich goed realiseerden, zaten ze al in de bocht.
Mo wist deze op anderhalve band te nemen. Echter kon hij niet voorkomen; dat ze kantelden en in een regen van vonken met veel kabaal tegen de stoeprand knalden. Hard kwam het Renaultje zo tot stilstand. Maar nog veel harder was de BMW net even eerder tot stilstand gekomen. In het gemeenteperkje, tegen een boom. Wonder boven wonder wisten Sammie en Marcos uit het Renautje te klauteren met behulp van de jongens. Ze renden naar de BMW, waar ze het ruitje van insloegen die nog niet total loss was. Uit de binnenzak van Ad viste Sam zijn mobieltje. De memorycard werd eruit gehaald en blij opgelucht wilde Sam de telefoon terug doen.
“Wij weten niet wat jullie met die witte man aan het doen zijn. Maar als je hem die cel (‘mobiele telefoon’ red.) zo terug geeft, staat alles er nog gewoon op. Kom, geef hier.”
Verbaasd overhandigde Sam de cel die door de jongens aan een kabeltje werd gehangen. Na een paar seconden hadden ze alle informatie gewist en alles weer teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
“Is hele mooie meneer.”
“Weet je wat? Houden jullie ‘m maar. Zie het maar als voorschot voor die auto.”
“Oh die… die was toch niet van ons man.”
“Man? Zei ie nou man, man?”, vroeg Marcos aan Sam; die dit bevestigde.
Enthousiast stak Marcos zijn gebalde vuist uit en zei aarzelend: “boks?”
“Boks man en respect!”
In de verte klonken sirenes en de jongens zetten het op een lopen.
“Nog bedanks mannen, zal dit niet vergeten, respect!”, gilde de premier het straattuig nog na.
“Zag je dat Sam? Hahaha, ik zei ‘boks’, en het werkte man!”
“Hehe, ‘tuurlijk man, tuig is tuig niet?
“Hahaha! Jij zegt ‘t!”
Op hun beurt renden ze hard weg net toen Ad en chauffeur ook bij kwamen. De deuren zwaaiden open en minder soepel wisten ook zij buiten het blauwe schijnsel te blijven van de hard aan komen rijdende politieauto.
“Meldkamer; 12-7 ter plaatse. Het tuig is al gevlogen over…”

bmwgrijs

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.