We gaan naar Mali!

We gaan naar Mali!

“We gaan naar Mali, holladijee, we gaan naar Mali…” zong Marcos vrolijk op deze vrijdagavond vanachter zijn bureau in het torenkamertje. Hij was waarlijk goed gemutst dat in deze tijden van antimijter een veilig nationalistisch gevoel gaf, hij laafde zich in een zekere euforie. Na die mislukte zomervakantie op de camping was hij wel toe aan een verzetje en keek dus reikhalzend uit naar de Kerstvakantie. “Gristmus in Mali” zong hij nu krom op merkwaardig niet toepasselijk Hawaiiaanse wijze en in gedachten zag hij zich door wuivende hoelarokjes omringd. Verder wegzwijmelend kreeg hij een droge keel en gespannen broek want die gespierde negers in stro wonden hem stiekem onomwonden op.

Bij de deur klonk zwoel; “we’ll have a blue, blue Christmas in Mali” en Sammie kwam met zijn sleutelhanger als microfoon binnen gezongen.
“Zo Marrrekieeee, nog effe en wij zitten op die plane naar Mali man, yes we can!”
“Hahahaha” lachte de premier nu anders opgewonden “kom binnen kerel, ja man, Mali heer wie kom! Toe, kom; pak eens even die oude fles cognac uit de kast, daar moet op gedronken worden…we gaan naar Mali…hahahooladijee haahaha.”
Sammy schonk twee gigantische bellen in en greep naar zijn borstzak, “cigaartje?”, en zo luidden onze twee nationale kameraden dit weekend zuipend en zwaar paffend in.

Het was nog net geen etenstijd toen Alexander langs de hofvijver liep. Het gele licht uit het torentje weerkaatste in het water van de vijver en hij zag twee hossende figuren achter de kleine raampjes heen en weer dansen. Hij maakte rechtsomkeert door meer dan eens links te draaien en tippelde snel over de keitjes naar de trap en kwam buiten adem boven. Binnen gekomen inhaleerde hij zware Cubaanse luchten en zag hij Marcos en Sammie aangeschoten dansen op exotische klanken komend uit de I-Phone van Sammie. Zwaar kuchend en hevig met zijn handjes voor zijn neus heen en weer zwaaiend gilde hij: “kaps ’s effe jongens…uche uche…..”, waarop hij direct werd onderbroken door Marcos met: “het stikt in Mali van de mugge..hahaha, komaan we nemen er nog eentje, Alexandertje ook een neut?”
Dit raakte Alexander diep in het hart, want zo’n uitnodiging kreeg je alleen van hele, hele goede vrinden.
“Uche-uch, nou,..vooruit dan maar” en hij dronk het volle glas Napoleon in een enkele teug leeg. Vrijwel direct kreeg hij een roze bril op rood hoofd en begon onbedaarlijk te giechelen.
“Hihihi, ik drink nooit jongens, hihihi”
“We gaan naar Mali…we gaan naar Mali” werd direct dronken gerijmd. Waarna ook Alexander in een dronken waas van vergetelheid belandde toen hij zich zelf nog een glas inschonk.

“Chinesie pakken?” gilde Sammie uitbundig en Alexander stond op met zijn wijsvingers zijn buitenste ooghoeken naar achteren trekkend, “lol, ja, laten we een Chinesie pakken doen….hihi, hoe vonden jullie mijn accent, gaaf niet? Ja, op de sociëteit stond ik ook altijd al bekend als die poepchinees, hihihi, oh …hihi. Oh jeetje, hihi… ik zie dat ik mijn pinpasje thuis heb laten liggen …nou ja, dan betaal ik jullie morgen wel terug…hihihi” en hij liet zich plotseling op zijn hurken zakken.
“Je gaat nou toch niet…?”, keken Marcos en Sammie minzaam afkeurend naar beneden naar Alexander die nu echt sappel was.
“Oh…nee joh, hihihi. Hoewel deze poepchinees er best wel wat van kan hoor. Hihihi, nee jongens ik bedoelde deze. En gehurkt met zijn ogen in spleetstand kierde hij: “let’s go, grasshoppers…hihihi, weet je nog met die David Care…hik…Cara…eh..oh ja.Karatekid…… jaja, grasshopper, hihihi, oh ik hou het niet meer jongens. Ja Sammie, jij lijkt echt wel op die kungfu-acteur, zo zeg, hihihi”
Maar hierna werd het doodstil en over de drempel draaide Alexander zich met hoopvolle grote ogen om en zei “komaan lui, de lijst wordt koud.”
“Ben jij helemaal” zei Sammie nu boos en greep de gehurkte vertegenwoordiger bij de broekriem en riep tegen zijn maat: “hellup me effe Mark, hij’s te zwaar nu, die vent heeft dat telraam nog op zich.”
Met vereende krachten werd Alexander nu opgetild en na drie forse zwaaibewegingen lieten ze hem los en tolde hij met een onstuimige vaart de trap af.
“Tabee en de groeten, uitzuiger!” riepen ze hem nog na.
“Kom Mark, we laten wel gewoon bezorgen” en ze liepen naar binnen, schonken nog een glaasje in en Sammie zei door zijn Iphone : “Glote Lijsttafel voor twee en snel een beetje!”

Kleine Kim reed in zijn tuktukje naar dat grote gebouw aan die vijver want de baas van het land wilde eten had zijn vader hem gecommandeerd. Kim was daar nog nooit geweest, normaal tuktukte ie in het Transvaalkwartier heen en weer maar vanavond moest ie een echt hele andere kant uit. Hij belde aan met twee grote witte plastic zakken. Er werd na een poosje open gedaan door een man onder de verse schaafwonden met beide ogen vrijwel dicht gezwollen.
“Alsjeblief” fluisterde hij daar praten onmogelijk bleek, “bel 112… haast je..” en die rare man viel achterover. Kim herkende wel het telraam, zo eentje had zijn vader ook, maar verbaasde zich erover dat een deel daarvan uit het rechteroor van de man stak. Snel belde hij zijn vader en begon in het Mandarijns te ratelen maar hoe meer hij ratelde des te bozer leek zijn vader te worden.
“Hoezo heb jij geld niet, bel 112 en bemoei niet mee, level af en ontvang, niks meel.”
Vrij snel daarop scheen nu ook blauw licht op de vijver en  de zwaar gewonde Alexander werd gierend afgevoerd. Na deze commotie liep Kim naar boven en klopte op de eikenhouten deur. Marcos deed open en nam de zakken aan. Hij zette ze op het dressoir en stak er zijn middelvinger diep in en wachtte vervolgens. Na enige tijd keek hij Kim boos aan en zei: “dit is koud!”
Kim probeerde zich te verdedigen dat hij werd opgehouden door een ernstig toegetakeld slachtoffer beneden maar dit was aan hele dove mansoren gericht.
Sammie greep de kleine Chinees vanachter bij de broekriem en kletterde nu zonder hulp soepeltjes de bezorger naar benee.
“Zijn ze nou echt van de pot gerukt, wat denken die gasten wel zeg….daar gaan wij dus niet voor betalen!” gilde hij de arme Kim nog na.
“Nou Sam, ’t valt eigenlijk best wel mee hoor” zei Marcos smekkend aan dikke bami-slierten.
“Best wel te kanen zelfs, hier…je zakkie” en met volle buik vielen de drankmaatjes daarna in een diepe slaap.

“Meneer Pechtold, hoeveel vingers steek ik op?”, vroeg de specialist aan de zwaar reutelende Alexander.
In een waas greep hij instinctief naar zijn rechteroor maar de rode balletjes zaten klem en hoe hij ook probeerde, er was geen beweging in te krijgen.
“Ik…ik weet het niet”, gaf hij het uiteindelijk op.
“Okay, breng meneer P. onder zeil en direct naar de OK, we moeten zo spoedig mogelijk opereren anders overleeft hij het niet” hoorde hij nog waarna alles stil werd…….
Plop!….tingeling!      Plop!…..tingeling!  Serieus werd in de OK gewerkt aan het leven van Alexander. De specialist trok uiterst voorzichtig het ene na het andere rode balletje uit de gehoorgang van de patiënt waarna hij deze in het glanzende nierbekkentje deed vallen.
Bij iedere ‘Plop!’ gingen de ogen van Alexander raar heen en weer maar na viereneenhalf uur ploppen leek de operatie geslaagd. Bij het natellen bleken er nog wel twee balletjes te mankeren. Na een blik op de monitor te hebben  geslagen zei de geneesheer: “hij is nu stabiel, verder zoeken zou onherstelbare schade kunnen betekenen dus rij ‘m maar naar de verkoeverkamer, bel zijn vrouw en morgen zien we dan verder.”

In de vroege ochtend schrok Marcos wakker van een enorme knal gevolgd door een misselijk makende lucht.
“Verdomme Sammie, wat kan jij meuren zeg..”
“Heu”, opende Sammie slaperig de ogen, “zijn we er al?”
Buiten klonken protestgeluiden en toen Marcos door zijn raampje keek zag hij een enorme menigte staan met protestspandoeken.
“Wat is dit? Sammie, mot je kijken. Wat doen die lui daar?”
Sammie wreef in zijn ogen en tuurde mee naar buiten.
“Jezus, een opstand Mark. Hoe ken dat nou, we hebben iedereen nu toch al zo onderhand monddood bezuinigd?”
“Ja, dat dacht ik ook”, tuurde Mark gespannen verder, “maar…dit zijn helemaal geen Hollanders man, kijk, ze zien er allemaal hetzelfde uit joh.”
“Verrek Mark, ik zie het ook, het zijn Chinezen! Kijk maar; ze kijken net als Alexander deed voordat we hem een toontje lager hebben laten zingen.”
“Tweeëndertig treetjes lager, hahaha, maar dit oogt wel ernstig. Wat doen die lui hier?”
“Geen idee, is er een achteruitgang hier?”
De oude bakelieten telefoon op het zware bureau rinkelde en Marcos liep er naar toe en nam op. Na enige “och’s” en “ah’s” legde hij neer en zei: “Vingertje P. is in orde hoor, ze missen nog twee balletjes maar denken dat ie daar wel mee kan leven. Maar inderdaad denk ik dat we moeten aftaaien hier want ze kijken niet vrolijk .”

Voorzichtig verlieten ze in tijgersluipgang het torentje via de uitgang die alleen de premier kent en kropen ze verder door de bosjes langs de vijver. De woedende menigte was nu duidelijk hoorbaar maar het lukte ze om zich aan hun zicht te onttrekken.
“Verdorie, dat moet het zijn” zei Sammie nu geheel wakker, die stomme Chinees met hoogtevrees! Die heeft natuurlijk z’n vriendjes gebeld.”
“Haha, oh ja, haha, had ie maar niet te laat moeten komen; maar voorlopig moeten we ons gedeisd houden hoor.”
“Ja, maar hoe dan? Iedereen kent ons in dit land.”
“Dat weet ik nog even niet maar kom, verder kruipen, ver weg van hier”, zei de premier en probeerde zich door de takken te worstelen. Zo waren de bewindslieden de ganse dag met zwiepende takken in de weer. Snel renden ze over het af en toe open beangstigende asfalt en doken keer op keer het veilige gemeentelijke plantsoenloof in.
Totdat ze in een heel groot bos kwamen waar ze pardoes in verdwaalden.

Door het dichte bladerdak leek het eerder nacht te worden maar verwoed liepen en kropen ze als echte junglecommando’s dieper en dieper  het dichte woud in. Na vele dagen en nachten, ze wisten echt niet meer hoe lang ze nu al aan het vluchten waren, kwam tegen het einde van weer een vermoeiende dag de lokale biotoop letterlijk hun neus uit.
“Hoe lang nog zo verder Marc? M’n knieën zijn kapot man, er kruipt van alles door m’n goed, ik sterf van de dorst want honger heb ik al lang niet meer…ik kan niet meer joh, ik ga dood zo.”
“Haha, Sammie, ik zie licht… kijk; daar!”, en ze begonnen met hun laatste krachten aan een laatste kruipsprint door de immens dichte vegetatie.
Het werd lichter en lichter en ze raakten in vervoering door het sterker wordende licht en bij het breken van  de laatste twijgen keken ze stil voor zich uit over een enorme grasvlakte.
Stram kreunend stonden ze op en liepen voorzichtig de vlakte op. Het werd donker maar in de verte leken ze toch een paar tenten te ontwaren. Daar moest water zijn en door deze hoop konden ze verder.
“Sammie!”, gilde Marcos opeens enthousiast, “kijk, …kijk man, we zijn er!”
De premier bukte zich en trok een gebroken naambord uit de grond.
“Wat een land is dit toch zeg, hahahaha; ze begraven hier zelfs de grensbordjes! Hahaha, hier man, kijk! Hij ken dan wel gebroken zijn maar zie jij wat ik lees?”
Sammie begon nu ook te stralen, “hehehe, ja hoor; Mali!”
Sammie gaf zijn makker een zoen; “we zijn in Mali, verdulleme, ’t is ons gelukt, we hebben het overleefd!”
Ze sloegen de armen nu vol goede hoop om elkaars schouders en liepen zo de nacht in, al maar verder het veld in op zoek naar de all-inclusive, hoopvol zingend: “we zijn in Mali…we zijn in Mali holladijee.”

 studentendemonstratie Malieveld

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *