Captain Orga

Captain Orga

Na het ontbijt buiten in de tuin liep ik naar binnen om even online wat uit te gaan buiken toen de telefoon ging. We hadden ons verheugd op een relaxte zondag en het zonnetje was al lekker warm aan het schijnen.
‘Gewoon negeren’, dacht ik, want het antwoordapparaat mag ook best wel even wat doen. Pareltje was buiten aan het afruimen en lette niet op de nummerweergave en nam uit routine gewoon blind op. En toen hoorde ik die doordringend snerpende stem, ondanks dat ze diep in de tuin buiten stond. Het was Orga met zijn bekende recept. We moesten weer komen… want mooi weer, koelboxje was gevuld en hij had zelfs aan brandstof gedacht deze keer dus we hadden geen excuus. Pareltje kwam naar binnen en keek mij licht panikerend vragend aan en zei door de hoorn: “dat moet ik wel even overleggen hoor….”, en liet het aan mij om nee te zeggen.
Mijn reactie was duidelijk, geen haar op mijn hoofd tenzij ‘iedereen’ mee zou komen.
Maar toen ontplofte hij helemaal. Het zogenaamd krasvrije schermpje van haar nieuwe mobieltje begon te barsten onder het protesterende gegil aan de andere kant. Hij kwam zowaar door de telefoon en tussen de spontaan ontstane sterren in het saffier door, ratelde ie aan één stuk en puur om materialistische redenen gaven we toe en vertrokken richting Utrecht. Want het scherm was nu nog bruikbaar doch zou zeker en vast versplinteren met alle levensgevaarlijke gevolgen van dien.

Bij aankomst begon ie al. Waarom we niet konden begrijpen dat niet iedereen in de boot mee kon en verder mopperend stapte het wel uitgenodigde gezelschap beduusd over zoveel razernij gelaten in de SUV van Orga met trailer. We zouden even moeten rijden want hij had via satellietbeeldmateriaal van googlemaps de avond van tevoren een bootramp ontdekt op rijafstand en daar zouden we te water gaan. Per kilometer asfalt nam de bewolking toe en de gunstige weersvoorspelling waarop Orga zijn missie had gestoeld, bleek een echte Hollandse. De autorit verliep eerst joviaal maar allengs sloeg de stilte meer in als een bom en bij het oprijden van het kleine pleintje waar de helling zich moest bevinden, kon je een speld horen vallen. Het eerst zo uitgelaten humeur was tot een bedenkelijk laag peil gedaald maar om dit nu alsnog aan ons te bekennen dat was simpelweg geen optie.
“We gaan er toch voor!”, onderbrak Orga de ijzige stilte en knalde zijn SUV zover in zijn achteruit dat de reizigers achterin met natte voeten uit moesten stappen maar niemand durfde hier wat van te zeggen. Iedereen weet zo onderhand wel hoe irrationeel Orga kan reageren en zeker iets van mogelijke kritiek zou tot een ontoerekeningsvatbare confrontatie kunnen leiden. Eenmaal buiten, delegeerde Orga de taken en zelf moest ik half onder water het kentekenboord los van de trailer schroeven. Geen woord reppen over dat deze dingen vastgeroest zaten, ik moest maar zien hoe ik het redde. Met kapot gedraaide vingers kon ik uiteindelijk hem zijn plaat overhandigen. Jim werd ook de waterlijn over gedirigeerd om in een zo mogelijk nog moeilijkere positie de boot los te gaan koppelen van de auto. Toen de rondvaartboot, waar niet iedereen in mee kon dus, het water in gleed scheurde Orga snel weg want hij had een vrije parkeerplek gespot. Zelf droog gebleven, nam hij even later vrolijk plaats achter het stuurwiel en draaiden we al snel de Vecht op.

Nu het open water was bereikt, zaten Jim en ik te rillen op het achterbankje en vielen we bijkans om de minuut om van de ingeademde vluchtige benzinedampen en zware donkere uitlaatgassen ware het niet dat er een stevige bries stond die ons iedere keer weer net op tijd wakker blies.
De dames zaten op de punt met alle proviand en hadden het buitengewoon gezellig. Orga stond te genieten van zijn conservatieve dogma; dames op de punt en de mannen, uitgezonderd hemzelf uiteraard, in de milieubedreigende machinekamer. En aan dit beeld was niets overdreven.
Zo af en toe werd er een leftover naar het achterdek geworpen, maar geen van ons twee durfde het aan deze op te pakken, hoewel de honger aardig begon toe te slaan. Orga hield ons namelijk nauwlettend in de gaten want we waren verstaan gegeven dat we moesten letten op alle touwtjes die los door de boot lagen en dat waren er nogal wat. Een vluchtige telling kwam op zeker zevenenveertig dat Orga kennelijk nodig had om zijn enorme boot, waar niet iedereen in mee kon dus, veilig vast te sjorren wanneer dit vereist was. Door de wind kwam het zo regelmatig voor dat zo’n aanmeerlijntje overboord sloeg en dan was het aan ons om deze snel uit het koude water te vissen, want als dat in de prop zou komen dan zwaaide er wat….
Op mijn vraag waarom wij; reageerde de kapitein uiterst stug in de zin dat wij al nat waren en dat we niet zo moesten zeuren, maar genieten van deze heerlijke tocht want wij waren wel the happy few? Op gegeven moment, het was in de buurt van Breukelen dat steevast Broeklin genoemd werd door Orga, viel een stukje leftover in het water. Orga zag dat en gaf ons de opdracht deze binnen boord te brengen maar hij vaarde stevig door. Jim vroeg nog “hoe dan?”, toen hij ontplofte.
Zelden heb ik Orga zo boos zien worden want het was toch gewoon een bewijs van vriendschap om even in het water te springen … het zompige stukje deeg op te pikken en om dan de boot zwemmend weer in te halen tegen de wind in… met dat stukje omhoog gehouden kersenflap?
Jim zat verbouwereerd voor zich uit te staren en ik moest wel reageren.
“Doe ff normaal man… je verzamelt ons allemaal vanuit onze zonnige oorden genietend van een heerlijke zondag om hier, in de regen nota bene, een paar kilometer te gaan crawlen met windkracht zoveel tegen?”
De Vecht deed zijn naam eer aan en de ene na de andere keiharde sneer ketste over het winderige wateroppervlak. Het resultaat was dat Orga stuurs ging sturen en deze toon hield hij vol tot het punt van keren.

“Dus”, vroeg ik na de draai, “nou gaan we weer dezelfde route terug en dan moeten wij doen alsof we de andere oever nog nooit hebben gezien?”
Maar Orga gaf geen krimp meer en toen zijn we aan het bier gegaan.
Na enkele ijskoude flesjes raapten we onze moed en leftovers bijeen toen Orga weer enigszins praatzaam werd. Hoewel, het was eigenlijk één grote klaagzang van een vol uur lang over zijn buurman. Want dat ie nou weer dit had geflikt en wat vonden wij daar nou van. En dat het toch niet normaal was dat ie geeneens toestemming had gekregen om een heipaal dwars door de fundering van buurman te heien …want hoe anders kon hij zijn tuinhekje bevestigen? Nee, gezellig was anders en Anaula leek opeens wel heel lang geleden, want de zon verschool zich bij iedere zeemijl nog verder en zo af en toe werden we gegeseld door striemende buitjes.

 Bij iedere bui gilde Orga gelijk Captain Ahab hysterisch “is this the best you’ve got?”, en liet de motor over zijn toeren draaien. Daar zaten we dan, geheel murw geslagen door de situatie en de rook en als Moby Dick bij Maarsen uit het water was gesprongen, hadden we dat gewoon helemaal normaal gevonden. We waren aan het einde van ons latijn, maar Orga bleef maar gillen in T-shirtje van dat het zo’n prima weertje was. Uiteindelijk, zijn we onder het onveranderd dikke wolkendek bij de boothelling aangekomen. Net redelijk droog werden we weer het water in-gecommandeerd en wederom kletsnat reden we op zijn minst klam naar huize Orga. We werden daar buiten op het balkon gezet want de ontkenning van het huidige weer was ondertussen een manische en we moesten en zouden gaan bbq-en. Het vlees werd op de roosters gegooid en na een klein uurtje rillen, mochten we eindelijk aan tafel. Snipverkouden ondertussen, niesten we ons door de lappen vlees heen en of we nog een kopje koffie wilden? Onder inmiddels tranende ogen en hier en daar zelfs iemand met een loopoor waar verdacht gelig vocht uitliep, dronken we stilletjes het opgeloste warme toetje in gebrande bonen-formaat. Na het afruimen, dat van haar niet hoefde maar wel onder goedkeurende blikken van Orga zelf, namen we boven op het bordes afscheid. Orga, door onze afruiminspanningen weer wat bijgedraaid, gilde ons nog vrolijk na: “het was toch goed te doen mensen, nou .. tot de volgende keer hoor!”
De autorit verliep snotterig en de fan moest op full-power blijven draaien om nog iets van zicht te behouden. Net onder Breda begonnen onze ingewanden op te spelen en Pareltje kromp ineen van de kramp. Zo zijn we thuis aangekomen en stapten moeilijk en lekkend uit. Alsof de loopneuzen niet hinderlijk genoeg waren, werd nu de maaginhoud door krachtige en spastische peristaltiek in meerdere golven kreunend geleegd op de pot die net op tijd gehaald was. Het ach was niet meer van de wee te onderscheiden en algehele malaise begint het geeneens te omschrijven. En nou lees ik van die berichten dat het achtergebleven reisgezelschap zich ietwat achtergesteld voelde….
Nou, beste mensen; Orga zei dat het best goed te doen was…. I rest my case.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *