Da’s logisch.

Da’s logisch.

Bezorgd lag de oude man op zijn bed te sterven. Onbewust voelde hij zijn einde naderen, het zou een zachte dood worden zo wist hij en hij voelde zich al warm van binnen worden. Deze klap was die van de genade, hij bloedde langzaam maar zeker intern vol. Hij had een vol en rijk leven gehad maar merkwaardigerwijs was dat nu niet dat speelde in zijn laatste gedachten. Terwijl zijn vrouw op zo’n tien centimeter zijn pijnlijke plekken aan het behandelen was kon hij aan niets anders denken dan aan die verdomde wankelheid waar hij de laatste tijd alleen in bed geen last van had.

Het moet zo’n drie jaren geleden zijn begonnen. Al jaren liep hij met pijn totdat hij de knoop door had gehakt en zijn heup had laten renoveren met titanium. In het verpleeghuis waar hij toen enkele weken heeft moeten verblijven was er geen vuiltje aan de lucht maar du moment hij thuis kwam begon de ellende. Om onverklaarbare redenen begon hij zo maar uit het niets spontaan uit het lood te vallen. In het begin dacht hij aan evenwichtsstoornissen doch met zijn coördinatie was zelfs tijdens de ontelbare valpartijen eigenlijk niets mis. Na verloop van tijd begonnen de irritaties in zijn altijd goede verstandhouding met zijn vrouw. Keer op keer moest ze haar patiënten in de steek laten om hem weer uit de plantenbak of gewoon van de vloer te hijsen.

Zijn pensioen was te mager om zich een betere huishouding te veroorloven maar dankzij zijn lieve vrouw, die met haar praktijkje aan huis nog wat bij kon verdienen, was een verpleeghuis nimmer aan de orde geweest. En God weet hoezeer hij daar de laatste tijd aan toe was. Na een half jaar forse buitelingen te hebben ondervonden was zijn andere heup aan renovatie toe en voelde hij zich langzaam een man van metaal worden, zeker toen zijn beide knieën aan de beurt waren. En na iedere operatie viel hij zienderwijs achteruit. Er was nu geen enkel plekje meer waar hij niet was gevallen en waar hij geen litteken had. Zolang hij in zijn fauteuil bleef zitten was er niets aan de hand en zelfs hele periodes van meer dan enkele uren gingen dagelijks voorbij maar iedere dag viel hij wel minstens één keer. Trots voelde hij zich wanneer hij eens gewoon langs de krantenbak kon lopen in plaats van erin te pleuren en dan die snerpende pijnen, oh jee, langzaam werd het hem allemaal te veel, dit was toch geen leven meer.

Vele schroeven en platen verder was zijn relatie met zijn vrouw er nog louter eentje van oppakken en neergooien. Gesproken werd er niet meer, beiden stompten af, zij figuurlijk maar hij tevens letterlijk. De finale klap was gekomen toen hij voor hun pronkkast stond te kijken naar oude foto’s in nog oudere lijstjes. Zijn vrouw was aan het werk in de zijkamer en daar ging hij weer. Alsof een onzichtbare kracht zijn onderdanen abrupt van onder zijn ook niet geheel evenwichtig aanvoelende torso vandaan rukte. Het hoofd ging na de laatste plaat in de kop ook nu raar doen en met een halve radslag als het ware belandde hij dwars door de glazen deurtjes heen in het Delfsblauwe servies dat al jaren in de familie van zijn vrouw verkeerde. Tussen het bont en blauw lag hij daar nu geschokt in scherven. Hij voelde het direct, er was van binnen iets geknapt en nu zou het niet lang meer gaan duren.

Boos doch zwijgend had zijn vrouw hem naar het bed bij de vensterbank gesleurd en hem daar toegedekt. “Nee” had hij nog uit kunnen brengen, “nog niet, nog even schatje” terwijl hij de loodzware deken van zijn gelaat tilde. Zijn vrouw ging op de rand van het bed zitten en zag dat hij pijn had op de borst. Een steeds groter wordende blauwe plek deed zelfs zijn vele littekens verkleuren. Om hem zo te laten gaan vond ze ondanks haar boosheid over het eeuwenoude familieservies toch iets te ver gaan. Ze begon zachtjes zijn pijn te bewerken en zo hadden ze voor het eerst sinds jaren weer een normale conversatie.
“Schat, ik heb het je nooit durven vragen maar wat doe je nou eigenlijk met al die mensen in het zijkamertje?”
“Nou, de laatste tijd eigenlijk niet zo veel, iedere keer als ik een sessie start pleur jij weer ergens in, op of tegen…. de mensen zeggen dat ik magnetische krachten heb, magnetiseur  zeggen ze ook wel eens…zo, nu geen pijn meer toch?”
Hij moest haar zijn laatste antwoord schuldig blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *