De nieuwe schoenen van de premier.

De nieuwe schoenen van de premier.

Marcos las de brief op zijn bureau en zoals gewoonlijk ging dat met horten en stoten. Niet dat de inhoud hem parten speelde, want dat maakte hem door de bank genomen niks uit. Maar aan die verschrikkelijk moeilijke termen had hij een enorme hekel en keer op keer bleken dergelijke brieven een worsteling. Ook nu zat hij meer in Van Dale te bladeren dan daadwerkelijk in die paar alinea’s op dat A4-tje voor hem. Maar hij had zich er bijna doorheen geslagen en de laatste zin was eindelijk daar; ‘en daarom rekenen wij op uw empathie‘.
“Verdorie! Hoe verzinnen ze het? Echt het laatste woord!”, en hij bladerde naar de E van empathie.


Gefrustreerd sloeg hij met de vlakke hand hard op het mahoniehouten bureau. “Nou dat weer!”, en diep zuchtend bladerde hij naar ‘gevoelens’, toen Hugo zonder Boekenkast binnenkwam.
“Hoi Mark.”
“Hé Hugo, ik ben helemaal kapot man. Net als je denkt dat het weekend is, krijg je zo’n procedure op de valreep!”
“Procedure?”
“Ja man, over die kinderen die we willen herenigen met hun bloedje eigen moeder in Armenië. Ik snap er niks van man, je doet toch je best om de gezinshereniging te bewerkstelligen!”
“Oh dat gedoe.”
“Zeg dat wel! Gedoe! Maar nou je er toch ben, die advocaat rekent op mijn empathie. Nou ben ik al zover dat het iets met gevoelens van doen heeft. Maar van Dale is ook maar een vage klant hoor, ‘dat wat je voelt’?! Ja duh! Dat had ik ook wel kennen verzinnen!”
“Empathie zeg je … Nee, sorrie man, daar kan ik je niet mee helpen, ik ben namelijk van Welzijn en zelfs daar ben ik nog niet helemaal achter.”
“Ja dit vak vergt echt het uiterste van je”, en moedeloos sloeg hij van Dale dicht. “Ik mag hopen dat je met iets leuks komt!”
“En of! Ik heb twee kaartjes voor Anouk.”
“Anoek!”
“Ja, Anouk en nou dacht ik dat je misschien wel mee wilde.”
“Meen je dat Huug?”, had de premier even nodig om zijn emoties te verbergen. Want hoe lang was het niet geleden, dat hij door iemand mee uit was gevraagd? Natuurlijk lag het niet aan hem maar aan de klus die hem zowat aan het opslokken is.
“Jeetje Huug, dat vind ik nou alleraardigst. Maar ik schijn toch echt nog eerst over die kinderen te moeten beslissen. Wil je wel geloven dat ik als zowat enige in dit hele land moet beslissen?”
“De kwestie sleept dan ook al jaren Mark. Het is hoog tijd dat iemand hier een knoop door gaat hakken.”
“Precies! Maar dan mot ik wel eerst weten wat die vent bedoelt met empathie. Voordat je het weet pakt ie me op een juridische voetnoot. Dus ik mot echt weten wat het betekent.”
“Misschien dat je erover kan nadenken? Bij Anouk?”
“Hahahaha! Beste idee van de hele loodzware werkweek man. Ja! Ik ga mee! Maar niet om je verkeerde ideetjes van mij te geven hoor, want ik ben een veel gevraagd persoon.”
“Ik vroeg het ook niet uit beleefdheid man, maar gewoon voor de gezelligheid. Fijn dat je meegaat, maar dan moeten we wel eerst even langs de schoenenwinkel hoor.”
“Schoenenwinkel?”
“Ja, jij denkt toch niet dat die klassieke veterschoenen van je zo lekker dansen?”
“Wat is er mis met mijn van Bommels?”
“Om te beginnen dit!”, en Hugo zwaaide pontificaal zijn rechtervoet op de rand van het mahoniehouten bureau.
“Sjesus!”
“Ja, handgemaakt uit Portugal! Dus wij gaan eerst effe geschikte stappers voor je kopen! Kom, dan motten we nu gaan, werken we verder in de auto aan die procedure okay?”

In de auto naar Rotterdam pijnigden beide bewindslieden hun hersenen of er juridische addertjes in de brief verstopt waren.
“Dus empathie gaat over gevoel, zoveel weten we al.”
Dus eigenlijk gaat die brief over jou als persoon”, zei Hugo en klapte het kleine drankenkabinetje in de middenconsole open.
“Over mij?”
“Ja, want de eerlijkheid gebiedt mij”, schonk Hugo zonder Boekenkast twee stevige borrels in, “je te zeggen, dat ik nooit iemand eerder heb ontmoet; die alles zo op gevoel doet. Proost.”
“Jaja, santjes Huug”, sprak de premier nippend, “dus jij denkt dat dit een gevoelskwestie is?”
“Ja, zo kan je dat eigenlijk ook wel zien.  En ja! Dat is de adder man! Hij probeert in te spelen op je gevoel!”
“Zou jij denken?”
“Ik weet het wel zeker! Wat dat empathie ook echt moge betekenen, duidelijk is dat ie op je gevoel in probeert te spelen.”
“Maar”, sprak Marcos hooglijk verbaasd, “waarom zou ie dat doen?”
“Ik heb werkelijk geen idee.”
“Hahahah! Nee, ik ook nie! Nou doe er nog maar één dan.”
De auto stopte ter hoogte van de Nieuwe Binnenweg en al redelijk aangeschoten liepen ze naar de schoenenwinkel. De bediende was uiterst behulpzaam met de lepel en na zich zowat in de gehele collectie te hebben geperst, was de premier er niet over uit.
“Ik weet het niet hoor. Maar dit is niet hoe ik ben”, keek hij naar de laatste trendy Portugese puntschoenenlook in felle regenboogkleuren onder zich.
“Hoe zitten ze premier?”, vroeg de verkoper.
“Ze voelen goed, alleen ze zien er niet uit.”
Mark!”
“Ja, sorrie hoor, maar zo voelt dat nou eenmaal.”
“Ik heb ook gevoelens hoor”, sprak de verkoper met schoenlepel, “iets meer empathie mag wel.”
“Jij!”, greep de premier die schoenlepel naar z’n revers. “Hebbie dat gehoord Huug?!”
“Overduidelijk! Vooruit, biecht op, wat bedoelde je daarmee?”
“Ik wilde alleen maar laten weten dat ik ook gevoelens heb. Het spijt mij als ik jullie heb beledigd, maar het was eruit voor ik er erg in had.”
“Die!”, liet Marcos de verblufte schoenenverkoper los en wees naar de etalage. “Dat zijn ze!”
In de etalage stonden moederziel alleen twee schoenen in Delftsblauw. Snel pakte de verkoper de schoenen en de premier probeerde ze aan.
“Hoe voelt het?”
“Dit voelt echt onwijs goed! Ik neem ze!”
Helemaal in de ban van die nieuwe stappers, vergat ook Hugo de opmerking van de schoenenverkoper. Dat lag sowieso wel in hun lijn der verwachting en vrolijk liepen ze verder naar de auto.
“Ik snap je nou pas”, bekende Marcos trots kijkend naar z’n nieuwe schoenen.
“Ja toch?”
“Ik voel me gewoon, hoe zal ik het zeggen? Verheven! Dat is het, ik voel mij gewoon verheven!”
“Ik ben blij dat je ze mooi vindt”, en apetrots liepen ze terug naar de auto. Ter hoogte van Delft aaide Marcos zowaar zijn nieuwe stappers en fluisterde zo liefkozend; “ja, hier komen jullie vandaan.”

Ter hoogte van Leiden pikten ze de draad weer op.
“Armenië is gewoon een veilig land.”
“Ja, dat vind ik nou ook Huug. Dus wat doe ik nou met die brief?”
“Je zou gewoon kunnen doen zoals je het al die lange lange jaren al hebt gedaan. Kijk, je hebt die brief gelezen en dat is toch wel het meeste dat de mensen van ons mogen verwachten. Dus daar kan je het gewoon bij laten volgens mij.”
“Je bedoelt? Ik hoef geeneens geschokt te gaan doen?”
“Nee, waarom zou je?”
“Nou, ik dacht dat de mensen dat wel op prijs zouden stellen. Maar waarom ook niet eigenlijk? Want eerlijk is eerlijk, al die volkse drama’s man. Ze komen onderhand ech wel m’n neus uit!”
“Precies Mark en nou je nieuwe schoenen hebt, kan je er gewoon overheen stappen.”
“Ja, dat kan ik gewoon. Verdomd kerel, ik ken dat gewoon doen!”
“Heb je al die tijd al gedaan toch?”
“Hahahaha! Ja, maar heb me dat nooit zo gerealiseerd. Het is dat ik nou nieuwe Delftsblauwe schoenen heb, anders had ik dat dus nooit zo helder voor ogen kunnen hebben. Ja, dat ga ik doen. Ik stap er gewoon overheen!”
“Ik noem Maastricht, Brussel, gedoe met de Oekraïne, btw, massaontslagen in de zorg, wegbezuinigde Hermandad …”
“Zo!”, onderbrak Marcos hem, “heb ik dat allemaal gedaan joh?”, met een onderdrukt gevoel van trots.
“Man je doet het al zo lang zo. De mensen weten niet beter.”
“Ja, hahahaha! Ze zijn er nou simpelweg al aan gewend! Ik ken alles maken! Want ze zijn er al aan gewend! Geweldig Huug, doe mij nog zo’n bel.”
“Met of zonder ijs?”
“Zonder natuurlijk en tot het randje graag hahahaha! Jaja, we zijn eruit! Heb ik me helemaal voor niks druk lopen maken!”
En toen Anouk even later haar nieuwe repertoire live ten gehore bracht, gaf Marcos een vette knipoog aan Huug en gilde dwars door de akoestische performance heen: “dit ken geen toeval meer zijn Huug! Dit maakt het echt af man! Bedankt voor deze fantastische avond!”
En het bleef nog heel lang onrustig.

De volgende ochtend werd Marcos wakker gebeld door de nationale Grapjas op Justitie. Het nieuws kwam geeneens meer aan dus laat staan hard. De kinderen waren in het holst van de nacht ondergedoken, vertelde Grapjas dus wat nu te doen.
“Klopjacht natuurlijk! Razzia desnoods! Wat denken die ettertjes wel niet?”
“Weet je dat wel zeker? Ik bedoel laten we hier niet een te groot gebrek aan empathie zien?”
“Hebbie dat woord weer! Joh, la me met rust!”, en boos gooide Marcos de hoorn erop. Hij had het helemaal gehad met die moeilijke woorden. Had ie trouwens helemaal geen tijd meer voor, besefte hij nu helder zo starend naar zijn voeteneinde. Daar staken vanonder zijn MickeyMouse-dekbedovertrek uit, twee prachtige puntschoenen in Delfstblauw die hem met nationale trots vervulden. Patriottisch liep hij zo de zoldertrap af naar beneden en zette in de badkamer de douche en daarna de radio aan. Nobody’s wife schalde door de kleine badcel en nadat het water op temperatuur was gekomen, stapte hij met puntschoenen en al onder de douche. Steeds harder stampte hij mee en begon luid mee te zingen dat ie niemands wijf was. Het geëmailleerde gietijzer klonk machtig en voor het eerst in al die jaren ontstonden er scheurtjes in. Steeds harder stampte hij en kleine schilfertjes sprongen er vanaf. Rondom het afvoerputje begon het gevaarlijk ruw aan te voelen, maar daar had hij geen last van. Hij had nieuwe schoenen en dat mocht de hele badkamer weten!
Een appje kwam binnen en hij keek door de druppels heen naar het waterdichte schermpje van zijn mobiel. Hugo zonder Boekenkast had hem een selfie gestuurd van het concert en hij kon alleen nog maar lachen. Hij was zo blij premier te zijn van dit machtig mooie land; dat het laatste restje empathie, mocht hij die nog überhaupt bezitten, met het gebroken email mee door het afvoerputje verdween.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.