Flarden uit Zuid II

Flarden uit Zuid II

3230-2 Chinese kok in Rotterdam 1922
3230-2 Chinese kok in Rotterdam 1922

Vroeger in mijn jeugd werden we wel eens gewaarschuwd voor het Chinese gevaar. Want dat ze zouden komen, dat stond voor iedereen in de stad als een paal boven de Maashaven. Hoewel dit toen best wel indrukwekkend op mij overkwam, maakte ik mij toch meer zorgen over m’n petje. Op weg van school naar huis liep ik in de Tarwewijk langs de speeltuin, toen ik Bartje Mudde tegenkwam. Bartje was de meest grote aso van onze generatie. In ieder geval zo eentje die je nooit aan zou kunnen. Dan had je namelijk simpelweg geen leven meer, want Bartje had familie met andere standaarden dan de mij aangeleerde.
Ik kon hem niet meer ontwijken en dus was confrontatie onvermijdelijk. Bartje kwam niemand gewoon tegen zonder ruzie uit te lokken en te krijgen.

Hij ging voor me staan en ik bereidde me voor op een handgemeen met de wetenschap hiermee een familievete te veroorzaken. In mijn twijfel nu wel die daalder uit te delen of niet, verraste hij me door mijn petje af te pakken en heel hard weg te rennen. Dat petje was niks voor mij, doch mijn moeder had deze speciaal voor mij gekocht en hechtte wel een zekere waarde aan mijn hoofddeksel. Zelf had ik dat helemaal niet.Het petje was in het geheel niet cool, maar als oogappel heb je dat ervoor over. Verbaasd over dat ik er zo vanaf was gekomen, kwam ik thuis maar mijn moeder vroeg meteen waar m’n petje was.
“Oh, die heeft Mudde van me afgepikt.”
“Wat? En waar woont die jongen?”
“Op de Pleinweg, hier schuin achter.”
“Dan gaan we zijn moeder daar even op aanspreken, wat denkt die jongen wel niet?”, en moeders trok kordaat haar jas aan. Ik probeerde nog te zeggen dat ze dat beter niet kon doen want moeder Mudde had toch echt hele andere standaard. Maar zo jong als ik was durfde ik het niet aan een volwassen vrouw van goede raad te voorzien dus wij de straat op.

Onderaan het portiek belde ze aan en zagen we beneden de deur bovenaan de donkere trap opengaan en keken we tegen een nog donkerdere trap aan.
“Wat mot je?”, vroeg ma Mudde poeslief voor haar doen.
“Ik ben de moeder van Jean-André mevrouw”, en ik dacht nog oh nee, niet die dubbele voornaam alsjeblief. En zeg in godsnaam niet onze achternaam tegen dat mens! Ik probeerde moeder aan haar jas weg te trekken maar ze hield stand.
“Ja en?”
“Het geval is dat uw zoon Bart het petje van mijn zoon heeft gestolen…”
Voordat ze verder kon reclameren kwam me daar toch een volkse tirade van scheldwoorden waarvan mijn moeder zeker de helft nog nooit gehoord had. Ma Mudde gaf de mijne haar asociale wind van voren op zo een wijze dat mijn moeder verbaasd geschokt mij aan de hand nam. Zwijgzaam zijn we zo teruggelopen. Ik met de gedachte van dat ik haar had moeten waarschuwen en zij zo verbouwereerd dat we niet de kortste route namen. Op de hoek wees ik naar rechts en om het blok heen liepen we nu weer wel direct op huis aan.

maashaven brielselaan

Bij kruidenier de Boer zag ik links aan de overkant de deur van de keuken bij de Chinees openstaan. Een zwetende kok met ontbloot bovenlijf stond met halve sigaret in z’n bek in een enorme pan te roeren. Hij zag dat ik naar ‘m keek en zette een eng gezicht op waar ik danig van schrok. ‘k Snap nu pas dat dat petje waarschijnlijk gewoon diende als afleiding. Alles kwam destijds zo hard binnen dat ik mij beter bezig kon houden met een rare outfit, zo zal ze ongetwijfeld gedacht hebben. Tja, moeders wisten ook in die tijd al alles beter.

Daar moest ik aan denken toen ik las over het bedrijfsuitje met de klemtoon op de verkleining. Onder andere is de Kinderdijk aangedaan waar mijn ouders tegenwoordig aan de overzijde vertoeven. Het ‘uitje’ heeft overal in den lande sporen nagelaten doch op de landelijk hervormde protestante uiterwaarden was de indruk zo mogelijk nog dieper. Ik hoorde over dat de invasie plotseling begon met negentig tanks waaruit zo’n kleine 6500 (!) Chinezen uit kwamen zetten. Op het smalle dijkje fietste net op dat moment niets vermoedend een dame rechtstreeks uit de Hollandse klei van het type rode konen. Op haar bagagedrager zat haar dochter met vuurrode haren die als een magneet op de Chinezen werkten. Zie je het voor je? 6500 Chinezen die met je op de foto willen? De kapitein van de rondvaartboot kwam ook zijn stuurhut niet uit om die reden en was het luchtalarm toen afgegaan; had niemand verbaasd opgekeken. Het was een compleet onwezenlijke drukte van Chinees belang, waar vooral dat roodharige kindje kind van de rekening is geworden. Ach arme meid, denk ik; had ze maar een petje op gehad

Epilogisch moet ik nog kwijt dat Bartje vrij kort erna op vakantie in Spanje is gaan slaapwandelen en van het balkon is afgepleurd op één of andere costa, morsdood.

molendijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.