MElodie d’amour.

MElodie d’amour.

“En daarmee”, sprak Marcos vroom en uiterst serieus in de microfoon tegen de gehele Kamer, “verklaar ik de begroting voor 2019 nou al eirond!”
Een enthousiast getrommel op de bankjes volgde vrijwel meteen. Ariba moest wel zeven keer met haar hamertje slaan eer de premier weer het woord kon nemen.
“Dus verklaar ik de economie supergezond en het feest voor ons geopend!”
Het hamertje verzoop in een orgie van gejuich en de conciërge knipte het neonlicht aan van het voor deze speciale gelegenheid omgebouwde vak K. Op de lambrisering schreeuwde in fel oranje letters ‘begroting 2019 party’ dat dwars over de sponsorlogo’s was geplakt. De bureaubladen dienden als eindeloos lange toog, waar van alles op stond wat GeeJee op zondag hoort verbieden.
De eerste Kamerleden van de voorste bankjes stonden zich al te verdringen voor een drankje en het werd een nog joligere boel dan de gebruikelijke janboel doorgaans was. De leden van het kabinet stonden amicaal tussen de oppositie en niemand had het nog over principiële tegenstellingen, laat staan over diep gewenste idealen. Nee, het werd al rap een drankgelag waar de bulderende lach van Marcos werd afgewisseld door louter het volgende biertje.
Alexandertje nam met tranen van blijdschap in zijn ogen een volgend drankje aan van Jesse en bekende; dat hij al een beetje dronken was. Jesse, die natuurlijk helemaal niet tegen sterke drank kon, lalde dat hij de accijns op die fles daar wilde afschaffen, dat naast het plankje met plakjes vette worst stond. Want hij werd toch zo vrolijk van dat ‘gezonde’ bronwater uit Schiedam. Dat wenste hij dus de gehele bevolking toe en Alexandertje viel hem in de armen en sprak met dubbel valse tong: “dat gaan wij dan regelen.”
“Is daar dan ruimte voor in de begroting?”
“Enig idee hoeveel een paar procent op die sterk oplopende studieschuld onze staatskas oplevert?”
“Nee?”
“Jawel!”, lachte Alexandertje, “dat weet je wel!” En beiden schoten in een onbedaarlijke lachsalvo.
Dikke bolknakkers werden aangestoken en het was dat het bruine café verboden was geworden. Maar een gemiddeld toeschouwer zou zich toch niet aan de indruk kunnen onttrekken, dat het verbod niet voor iedereen gold. De sfeer werd losser en losser en niemand zag dat er eentje stiekem tussenuit kneep.

“Op je dividend”, proostte GeeJee met de premier. En al snel begon iedereen vrolijk en uitgelaten te proosten met ‘op het dividend!‘. Toen ging de muziek hard aan en werd Alexandertje door Karin losgerukt van Jesse.
“Dansen?”, vroeg ze. Waarop zonder aarzeling ‘nou en of!’ volgde en met een zeldzaam raar gevoel voor ritme liet Alexandertje zich meevoeren op de luide tonen van het huis. Hij pakte uit zijn binnenzak zijn telraampje en begon geconcentreerd, zo goed en zo kwaad als dat ging, mee te tikken op het nummer; waar nu de gehele kamer ruw en hard op stond te dansen. Jasjes gingen uit en mouwen werden opgestroopt en een ieder stond zich in het zweet te swingen. Want het was niet voor niks een waanzinnig verdiend feest. Een volksfeest zowaar volgens de best mogelijk Haagsche traditie.
Zo liep een handvol c.e.o.’s broederlijk gezellig met die andere handvol journalisten tussen de deinende feestvreugde door en iedereen was op dat moment gewoon gelijk.
“Wat denk je Mark? Prinsjesdag bedoel ik, weer zo’n feest?”, sprak Klaas zijn bier al dansende binnen proberen te houden.
“Dolle Disdag gaat het worden man! Dol-le Dis-dag!”
“Mag ik dan de prins zijn?”
“Hoe bedoel je?”
“Je weet hoe me dat aan het hart ligt Mark. Mag ik dan de Prins zijn?”
Marcos zag hoe ernstig Klaas hem aankeek en dat dit heel veel voor hem betekende.
“Klaas”, keek de premier hem diep over zijn pijpje in de ogen aan; “het wordt jouw dagje!”
Meer hoefde Klaas niet te horen en schoot meteen in zijn favoriete feestoutfit.
“Had je die bij je dan?”
“Wat denk jij nou?”
“Ik denk …”, stokte de premier even voordat hij zei: “hahahahahahaha!!!”
En zo verliep het feestgedruis voor een ieder net even anders en toch hetzelfde.
Tiara deed zijn wereldberoemde shuffle. Daarna organiseerde Gee een spontane limbowedstrijd met de bezemstok van de conciërge. De premier won wederom glansrijk en kreeg het kleurboek van Gee als eerste prijs. Uitzinnig werd het laatste volle fust aangesloten en de laatste flessen ontkurkt door een danig verbaasde conciërge. Hij had opdracht gekregen voor de catering te zorgen en was ervan overtuigd, dat ie veel te veel had ingeslagen. Maar het Oranjebitter was al op toen de koning na binnenkomst vrij snel hilarisch met tompoezen begon te gooien. Alle hele vette worsten verdwenen als sneeuw voor de zon en alles werd weg gespoeld met accijnsvrij ingekochte drank. Toen het laatste glas geschonken werd, was het tijd om het feest te laten beëindigen. Het was dan ook ver na middernacht, dat het laatste nummer van de avond op werd gezet. Iedereen die nog wat over had, ging nog even voluit.

Het was de lange versie en toen het nummer af was gelopen, ging het felle licht aan.
Redelijk verbaasd en verdwaasd begonnen de Kamerleden en aanverwante kompanen druppelsgewijs de kamer te verlaten. Het Binnenhof lag er dan ook vrijwel verlaten bij, toen Marcos de overkant poogde te bereiken. Hij had van iedereen in de zuilengalerij afscheid genomen en zoveel beloftes gemaakt, dat ie zich deze nu al niet meer kon herinneren. Steunend tegen een pilaar stond hij zich nu zwaar moed in te ademen. Die overkant naar de fietsenstalling leek opeens toch zo onmogelijk ver weg. Hij kon echter moeilijk de hele nacht blijven staan en begon voorzichtig te lopen. Maar al na de eerste stap raakte hij in de war. In zijn gedachten stapte hij lijnrecht, doch in werkelijkheid zwalkte hij al vanaf den beginne. Na een half uur zwalken stond hij links, of was het rechts, halverwege het plein te kijken naar de fietsenstalling schuin tegenover hem, die zowaar in real time leek te verplaatsen?
“Sssssst ssssta nnnnou ssstil!”, gromde hij en viel hard op zijn knieën. Op één of andere wijze luchtte dat op en bleek hij op handen en voeten zich stukken beter te kunnen voortbewegen. Na een stevig kwartiertje kruipen voelde hij zijn hand tegen de gevel aankomen en opgelucht hees hij zich aan de pui omhoog.
“Ik ben er ….”, hijgde hij en klampte zich verticaal plat tegen de gevel. Vervolgens begon hij zich als een geroutineerde geveltoerist in de richting van het fietsenhok te bewegen. Dat ging verrassend soepel en vrij snel zag hij de bagagedrager van zijn Batavus blinken in het maanlicht.
“Mmmmaanlicht?”, mompelde hij best nog wel verward.
Hij keek ophoog en zag dat het tl-balkje was uitgevallen. Hij nam zich voor dit morgen te melden en zocht naar zijn fietssleuteltje. Deze had hij snel gevonden, maar het slot bleek al rap een inspanning op zich. Hoe hij ook probeerde, het sleuteltje wilde er maar niet in. Eerst rustig en bedaard, daarna danig geïrriteerd, tot hij het zelfs met steeds langere aanloopjes ging proberen.
“En nou is het klaar!”, sprak hij boos en nam weer een zwalkende aanloop, doch deze keer zo hard als hij maar kon. Hard kwam hij met zijn scheenbeen tegen het spatbord tot abrupte stilstand en klapte als een lappenpop voorover. In die onnatuurlijke zwaai van zijn bovenlichaam probeerde hij het momentum aan zijn rechterarm mee te geven en het fietssleuteltje raasde op z’n allersnelst naar het kleine gleufje toe; dat het op een haar na miste. Na een vonkje sprong het sleuteltje uit zijn hand en alsof de duvel ermee speelde, ramde hij met zijn neus precies de robuuste dwarsstang van zijn Batavus. De stang gaf niet mee, zijn neus daarentegen wel en hevig bloedend belandde hij tussen het fietsenrek. Helemaal gekreukeld had hij even nodig om bij te komen. Pijn deed het niet, nog niet. Maar hoewel het slot nog steeds op slot stond, merkte hij optimistisch als altijd; dat de klap hem wel wat had doen ontnuchteren. Hij ging op zoek naar zijn sleuteltje, dat in het maanlicht geen sinecure beloofde. Al bij de eerste blik echter zag hij zijn sleuteltje een paar meter verderop midden op een redelijk helder verlichte klinker liggen. Heel even had hij het geloof, dat iemand van boven hem hielp. Maar toen hij zijn blik omhoog liet gaan; zag hij dat het licht in zijn torenkamertje aan was.
“Hè, ik zou toch zweren dat ik het uit had gedaan”, mompelde hij en liep naar zijn sleuteltje. Hij pakte het op en wilde nu echt naar huis. Hij zou het licht morgen wel uitdoen. Die trap helemaal op en af was echt te veel van het goede nu.
Verrassend snel klikte het slot open en opgelucht wilde hij op zijn fiets springen, toen hij gekreun hoorde.
“Oh…. mmm.. Elodie!”

In de verte hoorde hij een melodie, dat door het bovenlicht van zijn torenkamertje de nacht in dwarrelde.
“Wel potverdikkie!”, gooide hij nijdig zijn fiets op de grond, “er zit iemand in mijn Torentje!”
Boos beende hij naar het oude deurtje en in de gang hoorde hij de melodie mysterieus galmen in het trappenhuis. Hoewel hij nog behoorlijk beschonken was, vloog hij toch met drie treden tegelijk de trap op. Tenminste dat dacht hij. Want hij lag al onderaan de trap eer ie er erg in had. Toch herpakte hij zich snel en begon met behulp van de leuning de trap op te stommelen. In de gang hoorde hij het gekreun steeds harder worden en verblind door een spontaan opkomende woede trapte hij de deur open.
In het zicht van de deuropening, werd hij zo mogelijk nog bozer. Want daar, op zijn mahoniehouten bureau, lag een damesslipje! Wat deed dat daar!?
Snel stapte hij zijn Torenkamertje binnen en had even nodig om aan de zwaar hangende zure zweetlucht te wennen. En toen zag hij Hans ten Broeke uit, die op ‘zijn’ schaapslederen zetel ingespannen zat te draaien.
En dat was nog niet alles. Neen. Pal bovenop Hans zat een blonde dame te hijgen, die het wel heel erg warm moest hebben.
“Potverdomme! Hans!”, gilde de premier zo hard, dat hij met speeksel sprak. “Dat is MIJN stoel!”
“Oh, … ooooh, hé Mark, ik eh … ooooh. Excuseer, dit oeioeieoei… dit is mmm.. Elodie.”
“Leuk dat je haar nog voorstelt. Maar wat stelt dit eigenlijk voor?”
Nu was het overduidelijk; dat Hans hier schuin aan het schaatsen was. Maar Marcos had per slot van rekening zelf net een uur schuinsmarcheren achter de rug. Zijn dronkenschap speelde bovendien behoorlijke parten met zijn minister-presidentschap, dus helemaal helder was de premier niet meer. Daarbij opgeteld zijn eigen intieme ervaringen met dergelijke gemeenschappen en het was in het geheel niet gek; dat Marcos Hans zo om uitleg vroeg.
“Ik … ik ben een vent”, hijgde Hans, “een vent van het dividend!’, en mmElodie slaakte een schril gilletje en begon zenuwachtig te giechelen.
Marcos zag haar zo onbedaarlijk giechelen, dat hij haar lachbui als zodanig duidelijk herkende. Zelf had hij ook zo vaak op zijn stoel zitten wippen van het lachen, dus zijn initiële boosheid temperde.
“Ik ben zo klaar Mark. Toe, beloof dat je niks zal zeggen? Ik doe dit alleen maar uit pure blijdschap van het dividend.”
Dat gaf de doorslag en dus beloofde de premier plechtig te zwijgen. Die belofte kon er ook nog wel bij en toen hij de trap naar beneden afliep, werd hij zelfs een beetje vrolijk van een nieuwe melodie; dat door het trappenhuis begon te galmen. Hij werd er gewoon een beetje nostalgisch van en zag zichzelf als kleine jongen weer voor de buis zitten, toen hij langs de tramhalte fietste. Zijn moeder was enorme fan van Julien C. en toen ie daar destijds zo live op tv optrad, was dat nummer in zijn geheugen gegrift geworden. Hij hield van zijn moeder dus ook van Julien.
Moe maar toch voldaan zette hij zijn fiets in het schuurtje en liep via de keuken op kousenvoeten stilletjes de trap op naar zijn zolderkamertje. In de platenkist zocht hij naar dat nummertje van toen. Naar het nummertje dat Hans in opgekomen verse herinnering voor hem maakte in het Torentje. Na de naald in de groef te hebben gezet, ging hij liggen op zijn Mickey Mouse dekbed met kleren en al aan.
Of de naald kraakte of het bed deed er niet meer toe. Want terwijl Julien zwoel over zijn Melody zong, viel onze premier in een diepe en wederom alles vergetende roes.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.