Oranje is gestolen!

Oranje is gestolen!

Onbewust van de verre toekomst zong Becaud zo lang geleden al als een waardige telg van Verne zijn profetie. Over gemene leugenaars en iedereen beschuldigt iedereen van diefstal. De gezamenlijke markt is oververhit geraakt door niets ontziende spelersmakelaars, die high zijn geworden van Arabische en Chinese miljoenen. Het wantrouwen klotst tegen de klippen op en ik kan niet helpen de associatie verder door te trekken dan naar alleen ‘het is maar een spelletje’.
In ieder geval is het wereldvreemd; om een half miljard voor een ballenjongen uit te trekken, onderwijl opzichtig wegkijkend van de meer wereldse ellende.
Maar hoe ik ook tuur zonder hulp van Regilio; nergens kan ik nog iets meer van de Hollandse school ontdekken, die zovelen gevormd heeft. Alles is in het teken van de Euro komen te staan. Commerciële belangen overstijgen de sportieve al vele jaren. Maar nog nooit was het effect zo pijnlijk duidelijk te zien als gisterenavond bij #FRANED.

Als het niet het grote geld is, wat dan wel?
Het is simpel en heel eenvoudig; ons Oranje is gestolen! We hebben met open ogen de boot gemist.
De vraag is alleen door wie of door wat.
De plaats van het delict is duidelijk.
Het is gebeurd op de markt, of onder de paraplu van de marktwerking zo U wilt.
Gestolen door figuren, die alleen nog maar aan graaien kunnen denken en onwetendheid heeft daardoor de onkunde ingehaald.
Dick aanstellen na Blind is als een slechte film gebleken, toen we alleen nog maar zwartwit kenden dat iets te snel werd afgedraaid. Zo stond de kleine generaal slapstickachtig langs te lijn zich tevergeefs op te winden. De tekst van Becaud bleek daarmee een voorspellende te worden.
Hij steekt schril af in de huidige tijd, waar dergelijke expressionisten niet meer mogen. Want ook hier liever miljoenen voor een digitale DJ, dan een sober inkomen voor de analoge expressionist; die zich oprecht bestolen moet voelen.
E
n ja, zijn tu le regretteras was o.a. nog zo’n waarschuwing aan ons. Maar Hans kende al ten tijde van zijn polletje geen woord Frans meer. En de rest van de directie had en heeft al helemaal geen benul meer. Desondanks hadden we nog altijd wel het Oranjegevoel. Iets waar we trots op konden zijn, trots op mochten zijn. 


Indirect redeneren kan wellicht enig inzicht bieden. Ik bedoel, wanneer het zetten van een tattoo meer standing aan de eigen ik geeft dan gewoon een goal scoren; kan het niet anders zijn, dan dat de teamgeest uit de fles is geraakt. Of wanneer het hoog opscheren van de haardracht belangrijker is geworden dan hoog verdedigen. Liever heb ik het niet over al dat waterstofperoxide vandaag de dag, dat wel degelijk een negatieve invloed blijkt te hebben op het resultaat. Maar dat is slechts een gevolg van, vermoed ik.


Is dat dan zucht naar meer of gewoon onwetendheid?
Eigenlijk maakt die nuance niet meer uit, want iemand heeft potdomme gewoon ons Oranje gestolen!
En Becaud windt zich nu danig op.
Langzaam begin ik zijn performance beter te zien en meer op waarde in te schatten. Want hebben we vandaag de dag überhaupt nog wel mensen met fantasie?
Mensen die expressief zo hun intense gevoelens kunnen vertolken; dat ze hun elan op natuurlijke wijze overbrengen aan de groep, aan Oranje. Gewoon leven en handelen zonder het verstikkende keurslijf van protocollen. Op gevoel, waardoor tegenstanders simpelweg geen vat op de leeuw kunnen krijgen.
Zo denk ik met weemoed aan Rensenbrink, aan dat moment voor die Argentijnse paal. En met nog immer boosheid aan der Bomber; hoe die met zijn reet draaide en ons droog inspiratieloos het toernooi uitknalde. Maar we hadden redenen te over om trots te zijn. Hoewel dat EK nu nog steeds voelt als een pleister zonder kans op genezing.
Nu stonden er oude krom gebogen vedettes van weleer tegenover vitale jongens van 18 van twee meter bij twee meter. De ene kwam zonder rijbewijs aan met eigen Lambo met chauffeur, de ander evenzo verzadigd door bankrekening met de laatste Porsche. En dat moet dan tegen mekaar gaan ballen? Niet het krachtsverschil was zo groot, of zij waren zo geweldig. Maar wij waren gewoon zo heel erg slecht. Sec als schouwspel al meer dan dramatisch.

Nog zonder rollator dringt Robin zich als supersub aan het einde voor het eerst het strafschopgebied van de Fransen binnen. Pijnlijk is het te zien; dat hij zijn eens slangachtige moves ala Rensenbrink kwijt is geraakt. Niks geen zweefduik meer maar een nogal ongemakkelijke landing zonder aan iets van opstijgen te kunnen denken. Stram stort hij neer op het gras en heeft meteen een hele pijnlijke knie.
Ik neem het de oudjes niet kwalijk. Met moeite ook geeneens de technische staf. Zij vertrouwden op helden uit het verleden en niet meer realistisch op meer actuele spelers die wel wekelijks spelen. Niet zij hebben Oranje gestolen, maar de markt en zij die hun oren hiernaar hebben laten hangen.
Wat anders kan de reden zijn van dat kunstgras?
Vanaf we die nepvelden zijn gaan leggen omwille van de clubkas, ging het wel heel hard achteruit. Hoewel die motivatie ook financieel zeer aannemelijk was, er blijft hier wel degelijk sprake van diefstal!
Hoe anders valt het nog uit leggen? Dat juist in die landen, die aan het economische universele infuus liggen; de miljarden over de velden lopen?
Ik zie de ene na de andere Europese naheffing voorbijkomen in blauw en dan steekt dat oranje sjaaltje van de premier wel heel lachwekkend af. 

Verward en niet begrijpend zie ik de premier om zich heen kijken, toen hij door Macron minzaam werd uitgelachen. Want hoe dan? We betalen toch altijd netjes onze bijdrages? Zelfs als die achteraf nog op de proppen komen. En zijn wij niet de enige meesters in het formeren? Net nou het zo goed gaat met onze economie, wil niemand meer bij ons spelen?
Dat kan niet alleen aan dat verfoeide plastic liggen.
Nee, het is duidelijk. Men heeft hier gestolen!
En daarom doet het zo’n pijn.
Op het stelen van gevoelens zou de hoogste straf moeten staan. Onafhankelijk van uitzendrechten. exposure-royalties of oligarchen die hun brein compenseren met hun portemonnee. Neen, men zou de tering weer gewoon naar de nering moeten zetten; om die bubbel eens voorgoed uiteen te laten spatten.
 


Hongerig zie ik Elia dan dartel langs de lijn flitsen, terugleggend op Toornstra die het spel naar rechts verschuift. Daar vertrekt de perfecte voorzet van de schoen van een nieuw talent. Een nieuw talent, omdat geld niet meer alles bepaalt, kan vrijuit spelen want de Ligt zorgt naast Jan-Scharie voor rugdekking. Gewoon weer met speelvreugde en de eer om voor je land uit te mogen komen.
Robin staat aan een rollator helemaal vrij te wachten op de penaltystip. Hij wordt daarom door geen enkele verdediger meer serieus genomen. Hij hoeft geeneens te springen. De bal stuit perfect vanaf zijn hoofd in de linker bovenhoek. Iedereen juicht, iedereen is weer trots op dit Oranje. En iedereen voelt; dat ze ons dit niet kunnen afpakken! Zo evenwichtig speelt het team, dat iedere poging om te storen bij voorbaat nutteloos is.
Maar dromen zijn ook een vorm van bedrog.

In werkelijkheid jat iedereen maar door en Becaud krimpt tegen het einde van zijn chanson over het gestolen Oranje ineen.
Hysterisch gilt hij nog, dat hij het niet gestolen heeft.
Hadden we maar naar hem geluisterd.
Dan had het niet zo ver hoeven komen.
Tot aan zijn dood toe, heeft hij ons gewaarschuwd. Hij stierf op een woonboot op de Seine en ik denk; hoe Hollandscher wil je het hebben? Maar die nuchterheid, of nononsense voor mijn part, lijkt gisteren in het stade de France voorgoed te zijn verdwenen.
De fantasie, frivoliteit, de wil om het gras op te vreten, ’s lands eer … gestolen. En we hebben het allemaal zien aankomen.
Ik ben zo boos, dat ik aangifte wil gaan doen. Tegen beter weten in, maar je moet toch wat?
“Wat is er dan gestolen?’, vraagt een kerel die eens mijn oom was.
“Nou, Oranje. Heeft U die wedstrijd dan niet gezien?”
“Oh”, minzaam lachend noteert de agent voor de vorm iets op een kladblokje.
“Hallo! Ik wil wel serieus genomen worden. Het gaat wel om het Oranjegevoel agent!”
“Jaja … en wie heeft het dan gestolen?”
“Duh! De tijdsgeest natuurlijk! Dat snapt toch iedereen?”
“De tijdsgeest zegt U … Tja, dan moet U niet bij ons zijn”, en ik word hardhandig het bureau uitgewerkt.
Terwijl ik Jimmy uit Zevenbergen nog om hulp hoor roepen, sta ik even later vol van opgekropte frustratie weer op de stoep. Na wat gekalmeerd te zijn, weet ik natuurlijk ook wel waar ik moet zijn.
Dat is helaas zo goed van het volk afgeschermd; dat deze diefstal een historisch feitje lijkt te zijn geworden, waar ik mee zal moeten leren leven. Maar dat maakt het er allemaal niet minder erg om.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.