Moord in Serooskerke II ‘De trekker van Jan’

Moord in Serooskerke II ‘De trekker van Jan’

serooskerke

Hoofdstuk I

De Courant had er maandenlang vol van gestaan. De oplossing van die laffe moord op hun Katinka was uitvoerig en tot in den treure beschreven. Maar ook in het dorp was uiteindelijk de vooroorlogse rust teruggekeerd. Kamiel Hollestelle zat alleen aan het grote dubbele bureau de laatste zaken door te nemen. Rinus zou vandaag later komen. Ze waren op de vingers getikt door het ministerie; dat ze al jaren zo stijf onderaan het landelijk gemiddelde stonden van snelheidsovertredingen. Dat zinde het ministerie in het geheel niet en begon eisen te stellen aan zijn corps.
Hollestelle had een lange brief gestuurd van vele kantjes dat er wel degelijk gelet werd op de verkeersveiligheid in hun dorp. Hij had alle waarschuwingen aangehaald van het afgelopen jaar en aan kunnen tonen dat Serooskerke één der veiligste gemeentes van Nederland was qua verkeer en na de oplossing van de moord op Katinka vrijwel zeker de veiligste. Maar het ministerie had niks aan waarschuwingen, ze moesten gewoon heel snel verkeersboetes gaan produceren. Hij had tot einde van het jaar gekregen met de dreiging bij geen verbetering; deze aloude politiepost in de polder te gaan sluiten om organisatorische redenen. Hollestelle begreep het ministerie niet. Maar hij zou er alles aan doen om sluiting te voorkomen. Dus had ie Rinus op pad gestuurd met dat nieuwe ding, dat al jaren in het magazijn stof lag te verzamelen.

Achter de grote lindeboom lag Rinus in het najaarsgras van de Zeedijk. Na drie uur liggen, kwam de trekker van boer Ruigrok in de verte aanrijden en Rinus richtte geconcentreerd zijn gun op de grote banden. Maar hoe hij ook richtte; dat schiettuig ging maar niet boven de maximum toegestane limiet. Net toen hij dacht dat ie er misschien overheen zou gaan, sloeg Ruigrok de dijk af en reed het weiland in. Achter zich hoorde Rinus plotseling een hoog geluid dat snel naderde. Hij richtte zijn gun en ja! Dat zou een bon worden! Hij sprong op uit het gras, toen een klein pelotonnetje zondagsfietsers hem keihard voorbij reed. Eer Rinus op z’n fiets zat, waren de coureurs al lang en breed de gemeentegrens gepasseerd. Gefrustreerd keerde hij om en ging teleurgesteld op het bureau aan. Na een paar honderd meter hoorde hij noodskreten slaken, die vanaf het weiland onder hem leken te komen. In de verte zag hij de trekker van Ruigrok hard wegrijden, maar toch bleef hij het gejammer in de verte even hard horen. Snel stuurde hij het talud af en trapte zo hard als ie kon naar de plek van het gekerm. Tussen de oude maisplanten laag Ruigrok in de klei te tieren en te vloeken dat het niet mooi meer was.
“Jan, Jan! Wat is er gebeurd?”, vroeg Rinus zijn fiets tegen een deels vergaande schoeiing aanzettend.
“Ze hebben m’n trekker gestolen! Ze hebben m’n trekker gestolen!”
“Wie Jan, wie?”
“Nou, die lui van dat nieuwe a.z.c. natuurlijk! Wie anders?”
“Met ze hoevelen waren ze en hoe zagen ze eruit Jan?”
“Twee! Langharig tuig allebei!”

Op dat moment kreeg Hollestelle het bericht dat ie nooit had willen ontvangen. Sinds ze nou ook mail konden ontvangen op het bureau, was het bureau niet meer hetzelfde geweest. Dat ding ging te pas en te onpas pingelen en iedere keer was het weer loos alarm. Of ie dit wou kopen of deze aanbieding mocht ie echt niet missen. Maar deze had zo’n tabje van hoge urgentie en droeg zelfs het landelijke logo.

“Bij transport naar meer verzekerde bewaring kreeg de begeleider der veroordeelden een lekke band. Tijdens zijn poging de binnenband in de sloot te houden om het lek te vinden, hebben de veroordeelden die kuierlatten genomen. In kader der privacy vindt u in de bijlage een foto met balk van de ontsnapten. Ze worden niet als vuurwapengevaarlijk beschouwd, doch benadering dient met uiterste zorgvuldigheid plaats te vinden want ze zijn watervlug. Deze opsporing kent urgentie hoog!” 

De deur ging open en Rinus stapte met een over zijn toeren gedraaide boer naar binnen.
“Ik wil aangifte doen! Ik wil m’n trekker terug!”
“Wat is hier aan de hand?”
“Ze hebben de trekker van Jan gestolen Chef.”
“Ze?”
“Jan zegt dat het die lui uit het a.z.c. waren.”
“En of!”, begon boer Ruigrok weer te tieren en pas na het gratis aangeboden kopje koffie kalmeerde hij wat.
“Hoe zagen die lui er uit Jan en wat is precies gebeurd?”, vroeg Hollestelle.
Boer Ruigrok beschreef hoe hij brutaal van z’n trekker was getrokken en na volledige beschrijving van de verdachten tekende hij zijn verklaring met J.R.
“Ik mag hopen dat jullie die verschrikkelijke lui op gaan pakken, want ik heb m’n trekker nodig. Alles moet van het veld af voor de winter.”
“We begrijpen je probleem Jan. We gaan er meteen werk van maken”, begeleidde Rinus hem het bureau uit.
“Hier, neem mijn fietssleutel maar, want dat stuk is veels te lang om te lopen.”
“Dank je Rinus, maar jij dan?”
“Ik woon in het dorp Jan.En morgen is zondag dus geen leesmap om rond te brengen. Als ik ‘m maandag maar weer terug heb okay?”
“Natuurlijk heb jij maandag je fiets weer terug. En hopelijk ik ook m’n trekker, bedankt!”

“Nog een kopje Chef”, vroeg Rinus bij binnenkomst.
“Nee dank je, even niet. Hier Rinus, wat maak jij daar nou van?”, en hij draaide het scherm naar zijn adjudant toe.
“…. Wat? … Maar Chef, dat is hier vlakbij gebeurd. Maar wie begeleid er dan ook twee veroordeelde criminelen op de fiets?”
“Helemaal met je eens Rinus, dat snapte ik ook niet. Maar kijk eens naar die beschrijving.”
“Maar dat zijn…!”
“Ja dat dacht ik dus ook. En was het niet daar in de buurt dat Jan van z’n trekker werd getrokken?”
“Potverdikkie Chef! Na al die moeite!”
“We weten het nog niet zeker Rinus want die balk staat ervoor. Maar ik denk dat ik eens even ga bellen met die begeleider. Kan jij aan z’n nummer komen?”
“Dat denk ik wel, ik zal meteen…”
Op dat moment rinkelde de telefoon en Hollestelle nam op en zette het gesprek op speaker. Weer zo’n nieuwtje die hij dan weer wel kon waarderen. Zo vaak moest hij alles herhalen of vragen en nu konden ze allebei meeluisteren.
“Met Jan! Ze willen ons vermoorden!”
“Jan, Hollenstelle hier. Wie wil wie vermoorden Jan?”
“Het hele dorp willen ze ombrengen!”, schreeuwde boer Ruigrok nu hysterisch door het kleine bureau.
Hollestelle en Rinus lieten zich meevoeren door de doodsangst op de lijn en gilden op hun beurt: “wie Jan, wie?”
“Nou die…”, en toen werd de verbinding abrupt verbroken.
“Bel ‘m terug Rinus. Snel!”
“Ik kom er niet door Chef, de lijn is dood.”
“Wel potverdrie, we moeten er onmiddellijk naar toe. Het zal toch niet dat we dadelijk weer een moord hebben hier?”
“M’n fiets, ik heb m’n fiets aan Jan geleend.”
“Ik weet niet van jou Rinus maar dit alles voelt echt verkeerd aan. Ik ga naar de boerderij van Jan om polshoogte te nemen. Dan ga jij met die begeleider bellen, hoewel ik nu echt niet meer zeker ben wie nou wie wil vermoorden. Daarna leen je van iemand in het dorp een fiets, je mag die in kader van politiewerk ook opeisen, en kom me daarna zo snel mogelijk achterna. Het zal toch niet Rinus? Niet nog eens… En dat in ons dorp!”, was het laatste dat Rinus hoorde, toen hij zijn Chef de hoofdstraat uit zag fietsen.
“Voorzichtig Chef, doe in Godsnaam voorzichtig!”, riep Rinus hem nog na.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.