Moord in Serooskerke II ‘de zoektocht’

Moord in Serooskerke II ‘de zoektocht’

Hoofdstuk VII

papierwinkel

 

Pierre zag Nederland steeds kleiner worden en uiteindelijk helemaal in de laag hangende bewolking verdwijnen. Op dat moment liep Hollestelle het bureau binnen waar Rinus al klaar stond met de koffie.
“Morge Rinus, beetje goed geslapen?”
“Eigenlijk heel goed Commissaris. Moet zowaar bekennen dat ik er weer zin in krijg.”
“Dat is wat ik graag van je wil horen. Kijk”, haalde Hollestelle zijn portefeuille tevoorschijn toen ze plaats namen aan het dubbele bureau. “Wat maak jij hiervan Rinus?” En voorzichtig ontvouwde Hollestelle de vrijwel perfecte copy van die mysterieuze tekst op de rug van het slachtoffer.
“Shembull?”
“Ja, volgens de Raaf is het vrijwel zeker Albanees. Kan jij aan de juiste vertaling komen?”
“Geen probleem”, en Rinus typte de hun nog niets zeggende letters in het linker vertaalvakje van googletranslate. “Voorbeeld Commissaris, het betekent ‘voorbeeld’.”

Op dat moment kwam de Raaf binnengelopen om zijn bevindingen met het rechercheteam te komen delen.
“Koffie de Raaf?”
“Lekker, ik ben de hele nacht op geweest mensen. Maar ik heb alle informatie en de vitrines zijn weer spik en span. Zojuist heb ik de enveloppe met vingerafdruk en DNA-dingen op de bus gedaan. Geen idee hoelang ze daar normaal gesproken over doen.”
“Meestal drie tot vier werkdagen, exclusief de verzenddagen”, zei Rinus.
“Okay, dus over een week of wat weet ik dit formulier wellicht compleet te maken”, en hij legde zijn rapport duidelijk voor beiden leesbaar op het bureau.  “Daar ik geen standaard pathologische papieren heb, heb ik zelf maar een format in mekaar geflanst. Zelf denk ik dat ik alle aspecten zo wel heb gedekt en denk er aan om deze op te sturen naar het NFI, want ik ben er nu van overtuigd; dat als je boel op gestandaardiseerde wijze vastlegt, dit erg handig is. Nou, toe dan, lees dan.”

PA formulier standaard     d.d. na het holst van de nacht

N.A.W- gegevens: Jan Do
(dit is niet zijn echte naam maar wilde niets leeg laten.)

eerste indruk van het slachtoffer:
Die was verschrikkelijk.
tweede indruk van het slachtoffer:
Heel veel bloed, tattoe inktzwart van vlag Albanië. Vrijwel zeker een hoog geplaatste crimineel.
indruk achteraf:
Op rug met scherp object zijn de letters ‘shembull’ gekerfd na overlijden. Vermoedelijk tijdstip zo rond het holst van de nacht.
Bijzonderheden en conclusie:
Het geheel doet eng veel denken aan iets van een afrekening in dat andere milieu. Het slachtoffer zou zomaar een rechterhand kunnen zijn van een zo mogelijk nog hoger geplaatste crimineel. De linkerhand was namelijk lelijk gekneusd voor overlijden, een duidelijke aanwijzing dat het ging om de rechterhand.

Naar eer en geweten opgetekend d.d. vroeg in de ochtend,

gewaarmerkt door
de Raaf, PA zonder papieren.

“Dat is een zeer gedetailleerd rapport de Raaf waarvoor dank. We zijn er net achter gekomen dat ‘shembull’, vertaald via Rinus, ‘voorbeeld’ betekent. In jouw lijn doorredenerend, moet dit een keiharde afrekening zijn geweest die als voorbeeld moest dienen voor, ja voor wie eigenlijk?”
“Nou, voor die boeven natuurlijk”, zei Rinus.
“Of…, voor ons”, zei Hollestelle veel betekenend.
“Of voor ons ja”, viel de Raaf hem bij, “het zou echt niet de eerste keer zijn dat die schoften een hele samenleving in hun greep hielden…”
“Ik zie dat helemaal niet zo Commissaris. Hoe weet ik nog niet, maar zo dus niet.”
“Wat zei Ruigrok ook al weer op die dag van zijn mishandeling Rinus?”
Snel begon Rinus de notities door te nemen die ze die dag tussen de schetsen door hadden verwerkt. “Ja, hier heb ik het… ‘het hele dorp willen ze ombrengen’ …verdorie jullie hebben gelijk!”
“Ik vind dit allemaal maar niks”, zei de Raaf toen hij aanstalten maakte om te gaan. “Bedankt voor de koffie heren, maar ik ga toch maar weer proberen vandaag mijn draad op te pakken. ‘k Denk dat ik de hamlapjes in de reclame ga zetten, jullie weten me te vinden en heel veel succes met het onderzoek.”
“Nogmaals dank de Raaf en ja, we doen ons best.”

“Zo, eerst wil ik iets recht zetten Rinus. Ik weet niet waar het aan ligt, maar die commissaristitel ligt mij niet. Of je zegt Kamiel tegen me of je valt weer terug naar het vertrouwde ‘Chef’. Heb je daar principiële bezwaren tegen Rinus?”
“Ben blij dat u het zelf zegt Chef, nee geen enkel! Ik kon er ook niet aan wennen.”
“Okay, nu we dat uit de weg hebben, hoe pikken wij onze draad op?”
“Ik denk dat het tijd is geworden voor de bordenwisser Chef.”
“Kijk! Dat bedoel ik dus, prima idee Rinus. Ga je gang!”
Rinus pakte de nog nooit gebruikte wisser uit het gootje van het schoolbord en ging hiermee aan de slag.
“Punt 1 Chef?”
“Dat die trekker van Jan is gestolen staat wat mij betreft nu wel vast, wissen Rinus.”
Met een ferme wis verdween het eerste punt van het bord.
“En punt 2 kan ook weg, dat ze ontsnapt zijn is overduidelijk.”
‘WIS!’
“Punt drie, A.Z.C.?”
“Daar Rinus! Daar moeten we verder! Komaan leg je wisser neer en trek je jas aan. Op naar het AZC!”

Door het ochtendgebed werd Artan wakker gezongen en oh, wat voelde hij eigenlijk vrijwel direct bij opstaan het enorme gemis van zijn spiegel. In de grote blauwe Sani-Tent aan de rand van het terrein stond hij even later in de rij, waar iedereen aan het mopperen was over de vooroorlogse omstandigheden van de opvang. Maar niet Artan. Hij inhaleerde de zilte kleilucht en voelde zich meteen weer gelijk het spreekwoordelijke hoentje. Hij besloot de Sani-Tent links te laten liggen en het kamp te verlaten. Hij kwam per slot van rekening voor zijn trekker. Na de poort te zijn doorgelopen raakte hij even het spoor bijster, want eigenlijk iedere richting waarin hij zijn neus stak, rook gelijk al die andere. Maar heel ver in de verte kon hij toch af en toe iets van minuscule rubberdeeltjes ervaren. Lichtjes weliswaar maar voor hem ontegenzeggelijk hemels. Door al die richtingen had hij moeite met zijn koers te bepalen en zo stond hij midden in de polder vele rondjes te draaien in de hoop zekerheid te ruiken, waar hij naar toe moest lopen.

Op de bagagedrager van Hollestelle wees Rinus naar die rare vluchteling daar ver in de verte. “Daar moet het zijn Chef.”
“Ik zie het Rinus, hou je vast.”
En Rinus sloeg zijn armen om het middel van Hollestelle toen ie steil en vol doortrappend de Zeedijk  verliet. Naderbij gekomen kregen ze medelij met die verwarde man in het veld en boden hun hulp aan.
Artan keek hen niet begrijpend aan en zei: “thank you but I will find my own way.”
“Wat zegt hij Rinus?’, vroeg Hollestelle aan Rinus die veel beter in Engels was, altijd al was geweest.
“Hij zegt dat hij zijn weg zelf gaat vinden Chef.”
“Ah, zo zie ik het graag. Nou veel succes daarmee”, en Hollestelle stak zijn duim op ten teken van het gewenste.
Artan sloeg dit beleefd af; “I do not need lift, I walk.”
“Rinus keek de vluchteling nog even aan en vond die ogen er wel een beetje dreigend uitzien, maar aan de poort van het vluchtelingenkamp verbaasde hij zich nergens meer over. Zoveel mensen, zoveel ogen…, het duizelde hem gewoon.
Bij de receptie stak Hollestelle zijn politiepasje in de lucht en Rinus riep: “Police!”
De enorme rij stagneerde om hen voor te laten gaan en in de bedompte ruimte vroeg Hollestelle naar degene die daar de leiding had. Hem werd een ruimte gewezen waar de leiding moest zitten en inderdaad, achter de pallets levensmiddelen zat een man redelijk wanhopig voor een manshoge muur van gestapelde registratieformulieren.
“Politie, heeft u even?”
“Heu, ja?”
“Goedemorgen, Hollestelle, commissaris van Serooskerke en dit is Rinus, gewezen leesmapdistributeur en sinds kort fulltime rechercheur aan ons bureau.”
“Goedemorgen. Mijn naam is Knepenel, Rik Knepenel; wat kan ik voor u betekenen?”
Rik haalde de Big pen uit zijn mond en stak deze achter zijn oor en hand uit.
Na de plichtplegingen stak Rinus meteen van wal en drie vingers op.”
“Eh ja?”
“Hoeveel vingers steek ik op Rik?”
“Drie.”
“Correct.”
“Neemt u mijn rechercheur niet kwalijk. Wij zijn bezig met een moordonderzoek en dan moeten we nu eenmaal zaken uit kunnen sluiten. Klopt het dat wij ons hier op een A.Z.C. bevinden en u de leiding heeft?”
“Ja, dat klopt. Maar een moordonderzoek? Die kan toch niet gelinkt worden aan ons kamp?”
“Dat willen we uitsluiten Rik. Zijn er de afgelopen dagen nog vluchtelingen binnengekomen uit Albanië?”
“Oh jazeker, maar dit wordt toch niet gelekt naar de media? Ik doe ook alleen maar m’n werk en moet nog anderhalf jaar tot mijn pensioen, dus ik zit niet te wachten op toestanden hoor.”
“Wij zaten ook niet op een moord te wachten Rik.”
“Nee, natuurlijk niet. Ja, er zijn er genoeg die uit of door of langs Albanië zijn gekomen.”
“Hoeveel?”
Rik wees zuchtend naar de hoge stapel.
“Zoveel?”
“Nee, ik denk niet zoveel, maar dit zijn alle registratiegegevens die nog verwerkt moeten worden van de afgelopen week. Daartussen moet iets van een redelijke schatting liggen. Maar ik ben er al heel druk mee bezig.”
“Hoeveel ben je tot nu toe tegengekomen?”
“Tot nu toe denk ik nog geen eentje.”
“Je denkt dat?”
“Ja, niets is zeker in het leven en helemaal niet in het leven van de vluchteling.”
“Maar wanneer ben je dan klaar met de verwerking van de registratiepapieren?”
“Nou ik nooit, dat weet ik wel zeker. Dus dat zou u tegen die tijd dan echt aan mijn opvolger moeten vragen.”
“Wat? Je bedoelt dat dit jaren gaat duren?”
“Natuurlijk, de verwerking moet uiterst zorgvuldig gebeuren. Kijk maar, ik zal u kleine demonstratie geven.”
Rik pakte een A-viertje van de enorme stapel en begon een enorme stapel papieren te verzamelen van de pallets achter hem. Nu pas zagen ze dat deze vanuit deze kant geen levensmiddelen bevatten maar heel veel papierwerk. Na drie uren verzamelen, legde hij de grote stapel op een soort van bureau waar hij achter ging zitten en wees er naar. “Kijk, zien jullie dit? Deze stapel moet aan de hand van het registratieformulier volledig met de hand worden ingevuld. En als er iets niet goed is ingevuld op het registratieformulier bij binnenkomst, moet ik persoonlijk achter die informatie aan. Nou ik zeg jullie nu al dat dit vrijwel bij ieder formulier het geval is. Ondanks het enorme ambtenarenapparaat dat ik mag aansturen, zijn we hierdoor sterk onderbemand gebleken. En bovendien hebben wij te dealen met 40% ziekteverzuim. Maar laten we nou eens aannemen dat alles klopt op het registratieformulier en iedereen beter is en vooral; dat alles naar waarheid is ingevuld want je moet ergens vanuit gaan. Dan moet ik al deze papieren verder invullen en daarna scannen, één voor één. Daarna moet ik van ieder exemplaar een kopie maken, daar bij het kopieerapparaat in de hoek. Nu doet ie het niet, want ik wacht al drie dagen op nieuwe toner. Maar laten we aannemen dat ik kan kopiëren. Ieder kopie moet dan weer gescand worden om zowel digitaal als per analoge post verzonden te worden naar de verschillende ministeriele afdelingen die ons kleine landje rijk is. Dan kan ik ze weer gaan kopiëren en die hele procedure herhalen voor de afzonderlijke Kamerleden, transparantie weet u? Dus stel dat alles op rolletjes loopt, dan heb ik na een maand heel hard werken toch gauw zo drie tot vier registratieformulieren verwerkt. En dan kan je er vergif op innemen dat ik van iedere verwerking een volgende tegemoet kan zien, die van de advocaten pro deo. En, moet ik verder gaan of heeft u een beetje idee kunnen krijgen van het landelijke protocol?”

Pierre liep het CS van Tirana uit en keek op de kaart naast de fietsenstalling. Het zou een stevige wandeling worden naar het plein van de Nieuwe Toren en bij het zien van het gestagneerde verkeer, besloot hij geen taxi te nemen maar een fiets te huren. Na het afgeven kreeg hij zonder papierwerk een vrijwel nieuwe Gazelle mee met GPS-tracking. In de walm van al die stilstaand draaiende motoren wist hij kuchend na een kleine twintig minuten de gezochte Toren te bereiken. Hij parkeerde de Gazelle in de daarvoor bestemde gleuf in de gevel en klikte onder zijn ver openstaande overhemd het kleine verborgen cameraatje aan, dat in vrijwel niets verschilde met de rest van die trendy knoopjes. Zo nonchalant mogelijk liep hij door de enorme draaideur met gouden posten en zag vrijwel onmiddellijk, daar midden in de immense marmeren entreehal, de dienstfiets van Rinus op een eveneens goudgekleurde sokkel staan. Indirect zo verlicht dat hij even slikken moest. Want die fiets leek zo in niets op de fietsen in de polder. Hij checkte zijn mobiel en zag dat het bod al tegen de 2000 Euro was gelopen. Snel meldde hij zich bij een waanzinnig aantrekkelijke receptioniste die heerlijk rook. Even leek het alsof hij weer in de open relatie ging vervallen, maar hij herpakte zich dapper. Hij was hier nu als volwaardig lid van het team en die fiets moest terug naar huis!

Helemaal gaar van de ambtelijke uitleg, zaten Hollestelle en Rinus laat in de middag weer op de fiets terug.
“Onvoorstelbaar Chef, dat krijgen we zelfs met alle inwoners van het dorp niet doorgespit. Ik vrees dat we dit spoor op moeten geven, gewoon onmogelijk. Begrijpt u wat van deze opvang?”
“Ze doen het verkeerd Rinus, helemaal verkeerd.”
“Maar u heeft zelf gehoord toch? Wat doen ze dan verkeerd?”
“Schoolbord Rinus, heb jij daar een schoolbord gezien?”
“Nee, inderdaad.”
“Dat bedoel ik.”

De geur werd steeds sterker en zelfs tegen de wind in zou hij deze niet meer kunnen kwijt raken. Artan liep redelijk vermoeid de Dorpsstraat van Koudekerke in, waar zijn hart nu sneller ging kloppen. Hier moest het zijn! Maar ondanks dat hij er heilig van overtuigd was dat hij op de juiste plek was aangekomen, nergens in het kleine dorp zag hij een trekker geparkeerd staan. Na steeds kleiner wordende rondjes gelopen te hebben, liep hij zijn laatste rondje om een vervallen huisje en stopte hij abrupt ter hoogte van de achtergevel. In een soort van extase nam hij zijn verdiende rust en begon hij te staren naar een vervallen schutting, geduldig wachtend op zonsondergang.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.