Moord in Serooskerke II ‘knallende liefde’

Moord in Serooskerke II ‘knallende liefde’

Hoofdstuk IX

In de enorme hal dat rook naar nieuw, wachtte Pierre geduldig op het hoofd verkoop. Nadat hij zich had gemeld bij de balie, had hij om onderhoud verzocht met de verantwoordelijke man die over de koop ging van die prominent verlichte fiets. Een deur in de verte ging open en een klein mannetje met een enorm hoofd wierp een enorme schaduw door de hal. Hoe dichterbij hij kwam, des te groter zijn schaduw werd. Maar toen hij de fiets voorbij was gelopen, verdween deze plotsklaps in het zonlicht dat door de enorme voorgevel van glas viel. Wat over bleef was een disproportioneel groot hoofd op een raar klein lichaam; dat zijn buitengewone verkoopkwaliteiten verried.
Het kleine ventje stak zijn nog kleinere handje uit en stelde zich voor als: “Seel, Seel Menger.”
“Een goedendag heer Menger. Mijn naam is Pierre, Pierre le Frost.”
“PieRRe? Toch niet de Pierre van ‘misdaadeiland‘? En zeg maar Seel hoor.”
‘Eh, jawel”, bekende Pierre verbaasd. Dat zijn programma zelfs hier bekend was, had hij totaal geen rekening mee gehouden.
“Welkom, welkom”, zei het kleine mannetje met het grote verkoophoofd enthousiast, “ik heb al uw uitzendingen gezien. U bent heel populair in Albanië! Bent u hier voor een uitzending? Want dat we hier stof voldoende hebben, lijkt mij niet overdreven. Maar kom verder, dan praten we verder in de Conferentieruimte.”
Pierre volgde Seel zwijgend, want hoe nou verder? Zijn verborgen cameraatje had ie dus voor niks aangezet. En naarstig probeerde hij een uitvlucht te ontdekken, want die draden van de audio moesten weg! Als Seel die zou ontdekken, dan was ie helemaal voor niets gekomen of waarschijnlijk nog zeker veel erger.
Naast de imposante hardhouten deur van de Conferentiekamer zag hij eindelijk opgelucht het wegwijzertje naar het sanitair en hij excuseerde zich even om te gaan toiletteren.
“Ga je gang Pierre, dan schenk ik vast wat pruimenjenever in.”

Pruimenjenever is de olie waar heel Albanië al sinds jaar en dag op drijft. En ook in den vreemde is een beetje Albanees in die olie. Zo ook de bende van Artan die de tijd door moest blijven drinken in afwachting van hun baas. Hij had hun zojuist via de besloten crimi-app laten weten; dat hij onderweg was en dat ze zich onmiddellijk klaar moesten maken voor vertrek.
Artan zelf zat op een meer dan luidruchtige trekker heel gelukkig te wezen en reed samen met Molly Koudekerke uit. Haar haren waaiden uitbundig en smoorverliefd door de kleine hevig vibrerende cabine. Artan was met haar tegen zonsopgang weggereden en keek haar aan met een misdadige grijns van oor tot oor. Onderweg gilden ze tegen mekaar koosnaampjes heen en weer en heen en weer. Artan had zich nimmer zo gelukkig gevoeld. In de ultieme trekker cruisen, met een waanzinnig mooie vrouw bovendien; gaf hem een sterk gevoel van onoverwinnelijkheid. En hij besloot niet hemelsbreed door de akkers naar Serooskerke te rijden. In plaats daarvan zette hij koers naar zee. Paraderen door de branding zou dit gevoel ook visueel in de juiste proporties brengen. En als verliefde pubers scheurden ze door de duinen en sloeg Artan linksaf de branding in. De enorme banden leken zowaar gemaakt voor zee, want in een continu opgeworpen douche van zeewater ploegden ze zo romantisch door de branding richting Serooskerke. Molly’s haren waaiden niet meer zo uitbundig, maar ze zag er zo voor hem nog veel aantrekkelijker dan die dame destijds uit die Fa-reclame. Drijfnat kon ze haar ogen niet van haar held afhouden en hij niet van haar. Molly kon gewoon niet stoppen met lachen toen Artan maar bleef gillen: “top of the world Molly! Top of the world!”

Tegen die tijd fietsten Hollestelle en Rinus Serooskerke juist uit. Hollestelle had hun verzoek tot inbeslagname van de registratieformulieren voor dag en dauw ingediend en hoopvol trapten ze door de verlaten pas gerooide akkers. Ze voelden beiden dat ze eindelijk ergens toe leken te komen. Zo lang was hun gevoel ongewis gebleven, maar nu ze plan van actie hadden ontwikkeld; voelden ze zich weer in hun nopjes.

Lonnie sjouwde ondertussen vermoeid door de weerbarstige klei en hoorde in de verte het onmiskenbare geluid van fietsbanden. Hij liet zich intuïtief en terstond vallen en inderdaad. Daar in de verte zag hij twee figuren naderen en één van die twee leek toch echt in wapperende rokpartij te fietsen! Het kwijl liep langs zijn mondhoeken, toen hij zenuwachtig gehaast naar zijn camera graaide. Vloekend op de dauw ging hij vervolgens kronkelend op zoek tussen al die piepers naar iets van een zakdoek. Hij kon niet scherpstellen en moest heel snel die vochtige lens zien te drogen. Het zou toch niet dat ie deze mogelijkheid aan zich voorbij zou moeten laten gaan? Verdomme, hij hoorde nu al het opwindende gewapper steeds meer dichterbij komen! Snel blies hij op de beslagen lens en gebruikte uit pure wanhoop toen maar zijn paardenstaart. In zijn zoeker probeerde hij weer te focussen en ja! Hij zag duidelijk wat wits! Tijd om te zoomen had ie niet meer en brutaal bleef hij liggen focussen. Hij zou die zo lang gemiste kick nou echt niet gaan missen! In het vooruitzicht op het zo lang gemiste kant bracht hij zijn meer dan gespannen wijsvinger naar het knopje van de ontspanner. En net toen hij de hagelwitte fietstassen van Hollestelle herkende; barstte hij uit in een spontane huilbui van jewelste en meer dan grondige teleurstelling.
“Zo, kijk nou wie we daar hebben Chef!”
“Ha Rinus, de dag begint uitstekend kerel. Lonnie, je staat onder arrest! Rinus, fouilleer en sla dit serpent in de boeien!”
Lonnie had zijn lust niet kunnen bedwingen en was zo recht in de armen van de Hermandad gelopen. Wel, ‘gelegen’ eigenlijk. Alle piepers moest hij netjes terugleggen in het veld en de camera ging in de fietstas van Hollestelle. Ze waren al meer dan halverwege hun fietstocht, dus besloten ze Lonnie mee te nemen naar Koudekerke. Ze zouden dan via het bureau terugfietsen en Lonnie veilig in het magazijn opbergen. Om vervolgens gewapend naar de vervallen oude schuur van Stijn te gaan. Zo zouden ze nog tijd genoeg over houden voor de hopelijk dan verleende toestemming tot tentzoeking van het AZC en zo gedacht, zo gedaan. Lonnie werd met de snelbinders van de Raaf op de bagagedrager vastgespannen. En gelukkig had Hollestelle nog een mobielere versie van snelbinders; in de vorm van zo’n spin in zijn fietstas, waarmee Lonnie afdoende verzekerd meegenomen kon worden.
“Auw! Je doet me pijn!”, klaagde Lonnie.
Rinus reageerde door een grote pieper in zijn mond te duwen. De pieper snoerde hij vakkundig muurvast met een gelukkig overgebleven elastische spinnenarm en zette deze bovendien op meer dan voldoende spanning door het haakje van deze stevig in zijn paardenstaart te haken. Zo kon Lonnie alleen nog maar omhoog kijken. Iedere poging vooruit te kijken, veroorzaakte zo’n verschrikkelijk pijn in zijn schedel; dat ie dat na één poging wel liet. Tevreden over deze meer dan verzekerde bewaarstelling, hervatten ze hun trots hun fietstocht. Rinus zei zich even zich net als Wyatt Earp te voelen. En ook Hollestelle moest lachen om dit heerlijk jongensboekachtige gevoel over hun tevredenheid. Ze hadden Lonnie gepakt!
“Potverdikkie Rinus, dit is een onverwachte meevaller. Dat belooft!”, en gelijk twee cowboys in volhardende ‘posse’ fietsten ze verder vol vertrouwen het nu door hun verder te temmen westen in, met de versterkte wens de wet te gaan handhaven.

In het kleine wc-hokje ontdeed Pierre zich pijnlijk van de tape en spoelde deze met draden en enkele haren door. Daarna belde hij naar de redactie en bracht ze op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en uploadde de reeds gemaakte beelden die als spectaculair werden geclassificeerd.
“Ik ben hier bekend dus verder filmen is geen optie meer… Dat klopt, maar ik heb wel de fiets gezien! Als het goed is komen de beelden nu ook bij jullie aan… Ja, het is 100% zeker te weten de dienstfiets van Rinus, jaja dank je… Nou, tot hoever mag ik gaan? Hij staat al op 2000 Euro nu… Ja, okay. Ik weet zeker dat het die investering waard zal zijn. Maar is dat inclusief verzekering?”

Terwijl Artan en Molly luid gillend bij het Schelphoekje aankwamen, parkeerden Rinus en Hollestelle hun fietsen tegen de afbrokkelende gevel van het kleine huisje, dat op de nominatie voor sloop stond. Lonnie begon zo hard mogelijk te gillen om Molly te waarschuwen, maar het gedompt zielig zachte gekreun kon nauwelijks de licht opkomende zeebries overstemmen.
“De voordeur staat open Chef.”
“Rinus, als jij achterom ga, dan neem ik de voordeur.”
Na het gelijkstellen van hun horloges, liep Hollestelle precies om 09:13 naar binnen. Hij drukte zich met zijn rug tegen het bladderende behang dat geen goed idee bleek. Geschrokken van het geruis stapte hij het kleine lege woonkamertje binnen.
“Het ruikt hier naar Glorix Chef!”, hoorde hij Rinus vanuit het keukentje rapporteren. In de gang kwamen ze elkaar weer tegen.
“En?”
“Niemand, en jij?”
“De hele schutting ligt eruit Chef. Volgens mij zijn we ze net misgelopen. Of ze liggen nog te slapen!”, ging hij snel fluisterend verder.
Elkaar om en om dekkende, liepen ze de trap op en doorzochten ze de twee kleine slaapkamers en badcel boven.
“Leeg, verdomme!”
“Zeker is dat deze onbewoonbare woning tot voor zeer kort wel bewoond was Chef.”
“Dat lijkt mij ook Rinus, maar volgens mij waren dat zeker geen Albanezen.”
“Hoe weet u dat zo zeker Chef?”
“Glorix Rinus, Glorix.”
“Natuurlijk, dat …, dat moet dan…”
“Molly!”, gilden ze gezamenlijk en renden de trap af om Lonnie aan een impulsief verhoor te onderwerpen.

Artan liet de trekker nog even natrillend afslaan en alle bendeleden kwamen enorm onder de indruk naar de machtig mooie trekker kijken. Niemand had oog voor Molly, die enthousiast uit de cabine sprong want ze zag langs de sloot enkele pikkende kippen los lopen.
“Oh Artan! Kippen! Toe, mag ik eitjes gaan zoeken?”
“But of course my love. Go and get your precious eggs while I plan big escape.”
Een hevige discussie in het Albanees ontstond, want Artan vroeg om de meest directe verbinding naar Tirana. Hun werk zat er bijna op en hoopvol kwamen de bendeleden met de meest uiteen lopende ideeën van transport. Maar zoals altijd was het Artan die, na iedereen aangehoord hebbende, de knoop doorhakte.
“We need jetfuel!”
“Kerosine?”, vroegen meerdere bendeleden meer dan verbaasd, want die hadden ze echt niet zien aankomen.
Boos om zoveel domheid verviel Artan furieus vanuit zijn onderkoelde Engels in het meer dan emotioneel klinkend plaatselijke dialect van zijn geboortedorp. Angstig keken de bendeleden naar hun zo tekeergaande leider. Toen hij de rechterhand in koele bloede stond te vermoorden, sprak hij nog gewoon Engels. Maar nu hij zo in dialect sprak, wisten ze allemaal dat hij nu echt heel erg boos was. Gelukkig was er een enkel lid dat het dialect van Artan machtig was en deze vertaalde zo goed en zo kwaad mogelijk als het kon de tirade van Artan.
“Baas wil kerosine. Baas wil nu naar huis. Hij wil met vliegend tuig, is enige manier. Baas wil… jaja Baas, ik begrijp! Mannen! Laat de diesel uit de trekker lopen! Baas wil trekker vullen met kerosine! Maak de trekker ready for take off!”
“Finally someone who understands me!”, en Artan bevorderde de tolk uit zijn geboortestreek terstond tot rechterhand.
“Maar we hebben geen kerosine rechterhand! Waar kunnen we hier nou in hemelsnaam zo snel kerosine vandaan halen?”
“Nee, dat klopt! Maar wij hebben iets veel explosievers! Pruimenjenever! Vul de trekker met pruimenjenever!”

“Waar is ze Lonnie?”
Rinus had de pieper verwijderd, maar desondanks bleef Lonnie hen met open mond aankijken die niet meer dicht leek te gaan. Hoe ze hem ook onderwierpen aan de meest onconventionele verhoortechnieken, Lonnie bleef hen met open mond aangapen.
“Verdulleme Rinus, hij weet echt niet waar ze is.”
“Nee Chef, maar duidelijk is wel dat zij zich hier al die tijd hebben weten te verbergen. Statistisch gezien moet nou de oude schuur van Stijn de meest realistische optie zijn.”
“Precies, komaan Rinus! Stand ter pedale terug naar Serooskerke!”
De pieper werd weer verzekerd aan de staart en zo hard ze konden, fietsten ze weg. Zo haastig dat ze die enorme sporen van de trekkerbanden in het kleine achtertuintje compleet misten. Maar ook al zouden ze die ontdekt hebben, dan nog hadden de Albanezen nu de hoogste prioriteit. Een tweede voorbeeld moesten ze ten koste van alles proberen te vermijden.

Voordat Pierre de Conferentiekamer binnen mocht, werd hij eerst door twee hele zware jongens nauwkeurig nagezien. Opgelucht over zijn sanitaire stop liep hij de met schapenleer behangen ruimte binnen en nam plaats aan de enorme tafel, waar Seel al druk doende was met de pruimenjenever.
“Laat ik meteen van wal steken Seel. Ik wil die fiets en ben bereid daar de hoofdprijs voor te betalen.”
“Eerst pruimenjenever Pierre, rustig aan, eerst pruimenjenever. Die moet je geproefd hebben, daarna praten we verder.”
Kundig mengde Seel vier soorten pruimjenever gedestilleerd in en afkomstig uit alle vier uithoeken van Albanië.
“Proost Pierre!”, en in één keer sloeg Seel een halve koffiemok tweedubbele pruimenjenever achterover. Pierre volgde uit beleefdheid zijn voorbeeld en sloeg eigenlijk meteen zelf ook steil achterover. Op de grond draaide alles hem voor de ogen en het regende vallende sterren op zijn netvlies. Na een kwartier op apegapen te hebben gelegen, krabbelde Pierre weer op en hees zich in een niet omgevallen stoel.
“Zo…, dat is een stuk sterker dan koffie zeg!”
“Ik ben blij dat je onze pruimenjenever weet te waarderen. Okay, nu de zaken. Terwijl je out was, hebben we je verder doorzocht en ik ben verheugd te melden dat we je niet langer wantrouwen. Jaja, voor heel even dacht ik dat je hier met verborgen agenda naartoe was gekomen. Maar je hebt mijn vertrouwen gelukkig niet beschaamd en ja, het is inderdaad een prachtfiets niet?”
“Een geweldig exemplaar Seel, hoeveel wil je ervoor hebben?”
Seel keek naar Marktplaats en zag dat het laatste bod nu op 4375 Euro stond met nog drie minuten te gaan.
“15.000 en we maken ‘m meteen rijklaar.”
“15.000? Maar dat is echt heel veel Seel. Wat dacht je van vijf?”
“Vijfduizend? Je hebt geen repect voor mij?”, en dreigend begon Seel weer zijn vier soorten pruimenjenever te mengen.
“Nee, nee”, haastte hij zich en kwam meteen tot het maximale bod dat hij mocht doen, “tienduizend, ik bedoelde natuurlijk tienduizend Seel.”
Seel zetten de fles neer en zag dat de biedingen nu slechts met 5 Eurocent per bod opliepen en besloot eieren voor zijn fiets te kiezen.
“Tienduizend, exclusief all-risk.”
“Hoeveel is die all-risk dan?”
“Hoe lang is het geleden dat je een fietsongeluk hebt gehad?”
“Jemig Seel, dat kan ik me geeneens herinneren. Dat moet geweest zijn als klein kind, als ik überhaupt gevallen ben bedoel ik daarmee.”
“Okay dan heb je het voordeel van de maximale trapper en kom je op…”
Seel pakte snel zijn rekenmachientje erbij en liet dat ding schier onuitvoerbaar hoofdrekenwerk verrichten.
“Twee euro vijfenzeventig per jaar, met een vaste looptijd van vijf jaar. Maar die moet wel cash vooruit worden voldaan uiteraard, want je bent niet ingezeten hier. En die tienduizend mag telefonisch meteen worden voldaan, deal?”
Pierre belde de bank en liet ter plaatse tienduizend Euro overmaken van de bankrekening van Omroep Zeeland naar het opgegeven bankrekeningnummer door Seel. Uit zijn portemonnee haalde hij wat kleingeld en voldeed de premie van vijf jaren met gepast geld. Seel telde dit nauwkeurig na en begon te lachen toen hij 13 Euro vijfenzeventig telde. “De fiets is van jou!”
Met veel bombarie werd de fiets van Rinus van zijn sokkel getakeld en de banden op druk gebracht. Met de bagagedrager in zijn rechterhand het achterwiel opheffend en het stuur in zijn linker, sjouwde Seel de dienstfiets van Rinus de enorme draaideur door en zette deze op zijn standaard op de stoep.
“Nou, veel succes Pierre!”, en zonder verder wat te zeggen, verdween hij door de draaideur. Vrijwel meteen gingen alle elektronische rolluiken omlaag, om het meer dan logische verzoek naar het sleuteltje te vermijden. Maar Pierre had het reservesleuteltje en optimistisch begon hij de fiets over het plein te sjouwen. En eenmaal uit zicht duwde hij het reservesleuteltje van Rinus in het slot dat, perfect onderhouden door de originele eigenaar, hard en soepel open klikte. Hij zwaaide zijn rechterbeen over het kleine zwaailichtje op de bagagedrager en moest inderdaad bekennen dat die fiets van Rinus echt heel lekker fietste. En dat was maar goed ook, want hij was nog lang niet thuis.

“Clear the runway!”, commandeerde Artan zijn bendeleden, nadat de trekker met volle tank pruimenjenever klaar stond voor vertrek. De mannen begonnen druk alle achtergebleven aardappelen op het veld aan de kant te gooien; om zo een veilige baan te creëren voor de aanloop van de trekker. Vrij snel kreeg Artan het teken van zijn rechterhand, dat hij de vervallen schuur kon verlaten. Hij zou Molly oppikken tijdens het taxiën. Hij kon echt niet langer wachten met het luchtruim te kiezen om Molly hun nieuwe onderkomen te laten zien. Als het goed was, zou er bij aankomst minimaal een begin zijn gemaakt met de verbouwing. Hij had thuis opdracht gegeven het dakterras van zijn penthouse om te bouwen tot een groot kippenhok. En oh, wat zou ze gelukkig stralen en dus hij ook! Ongeduldig draaide hij het contactsleuteltje om en toen ging al het licht uit.
Een enorme explosie deed de trekker in een onmetelijk razende paddenstoel van vuur uiteen spatten. En de vrijwel gelijktijdige luchtdrukgolf deed zelfs het haantje aan de kerktoren van Koudekerke heftig tegen de heersende zeewindrichting indraaien. Molly werd ver over de sloot geworpen en verloor tussen vele veertjes en eitjes haar bewustzijn. De paar bendeleden die de enorme explosie wisten te overleven, renden helemaal verward het riet in richting het AZC.

2014-01-10 SEROOSKERKE - Een enorme vuurbal is te zien bij een explosie in een landbouwloods in Serooskerke. Die ontstond vermoedelijk toen bij een brand vaten met brandstof en een lasuitrusting met het gas acetyleen vlam vatten. Er raakte niemand gewond bij de brand. ANP PROVICOM
2014-01-10 SEROOSKERKE – Een enorme vuurbal is te zien bij een explosie in een landbouwloods in Serooskerke.

Hollestelle en Rinus werden ter hoogte van de plek waar ze Lonnie hadden gesnapt, abrupt van hun fiets geblazen en zagen tot hun schrik en afschuw de grootste explosie die Serooskerke ooit had gezien. Rinus keek na die door botten gaande dreun en harde klap hooglijk verbaasd en in de war naar zijn Chef. Maar ook Hollestelle kon niets anders doen dan hooglijk verbaasd terugkijken; om weer totaal in de war zijn blik te wenden naar die gigantische paddenstoel, die zich almaar hoger uitbreidde en hoger; boven hun zo geliefde Serooskerke. De vele opgeblazen piepers vielen in ontelbare partjes als in een droom na die dreun druppelsgewijs als haastig opgebakken kliekjes rondom hen neer, toen ze weer de moed wisten te vatten om op te staan.
“Mijn God, Rinus!”
“Mijn hemel, Chef!”, en nog volledig verdwaasd pakten ze hun fiets op; om met Lonnie en al zich naar huis te spoeden. Hun Serooskerke was ten prooi gevallen aan de grootste ramp na het wassende water en ze konden hun blik niet afwenden van die nog immer stijgende bal van vuur.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *