Moord in Serooskerke II ‘Molly speelt gevaarlijk spel’

Moord in Serooskerke II ‘Molly speelt gevaarlijk spel’

Hoofdstuk VIII

pennelikker

 

Lonnie keek naar Molly, die van de honger in slaap was gevallen in de zetel beneden, waar geen enkele Kringloop in geïnteresseerd zou zijn. Enkele stompen van kaarsen hadden ze gevonden in het huisje rijp voor de sloop. Hij had beloofd voor wat eten te gaan zorgen. Maar nu ze niet meer in haar kippenhok kon verdwijnen, had hij moeite zo maar weg te gaan. Liever deed hij dat zo geheimzinnig mogelijk en nu pas was de tijd rijp. Zachtjes trok hij de voordeur dicht en stak de straat over om buiten de bebouwde komverlichting te verdwijnen.
Artan zag Lonnie het pas gerooide veld inlopen en onder het licht van een klein zaklantaarntje hier en daar een vergeten aardappel in zijn zak steken. Hij liep voorzichtig achter Lonnie aan en zag dat Lonnie al vrij snel z’n zakken vol had met piepers. Maar Lonnie ging niet naar huis, nee. Lonnie liep rechtdoor en het enige dat daar nog lag, was Serooskerke. Lonnie leek hem in het geheel niet het type dat trekker reed, maar zijn neus had hem nog nooit in de steek gelaten. Hij keek op zijn horloge en berekende hoeveel tijd hij had en dat was meer dan genoeg. Achter die schutting moest hij zien te komen en snel.

Op het bureau zaten Hollestelle en Rinus ondertussen zich de kop te breken, hoe ze die papiermolen van de overheid konden omzeilen.
“We zouden heel wat verder komen als we nou eens precies wisten hoeveel van de Albanezen hier zitten Rinus.”
“Het kan natuurlijk dat die bende hier illegaal naar toe is gekomen Chef.”
“Ja, maar waar overnachten ze dan? Mijn gok was het AZC, de perfecte dekmantel. Hier is nergens een pension, laat staan hotelletje, te bekennen en de dichtstbijzijnde camping is te ver weg.”
“Zouden er niet nog andere locaties mogelijk zijn?”
“Nee. Serooskerkers zouden deze lui nooit herbergen.”
“Dat bedoel ik niet Chef.”
“Potverdrie, je wil toch niet zeggen dat ze mensen tegen hun wil onderdak hebben laten verlenen? Maar dan moeten we met een gijzeling te maken hebben!”
“Nee, nee Chef. Iedere inwoner was present bij de schoonmaakactie van het Kerkplein. Zelf dacht ik meer aan een verlaten loods of zo.”
“Bij mijn weten hebben we hier geen leegstand. Maar het kan geen kwaad dit na te gaan. Maar hoe?”
“Ik kan eens een rondje gaan bellen Chef, daar ben ik dan wel even mee bezig.”
“Het is een naald in een hooiberg, maar beter dat dan niets. Als ik nou even een koffietje voor ons maak, dan ga jij bellen en ga ik het schoolbord updaten.”
Zo gezegd, zo gedaan. Rinus belde alle boeren in de omgeving af terwijl Hollestelle met de wisser en krijt aan de gang ging.

1. A.Z.C. : papierwinkel, ambtenaar kon ons niet helpen, is er nog een andere optie?
2. Dit was punt 4, maar die heb ik gewist. Ruigrok is sowieso al aan de betere hand.
3. Dit was punt 5 en mogelijke moordaanslag is definitief geworden!
4. Dienstfiets van Rinus staat op Marktplaats, is echt gestolen! Pierre onderweg met verborgen cameraatje.
5. Dit was 7, verdachte moet brandwonden hebben.
6. PA rapport is in de la. Zeg niet wie, wat of waarom, dat heb ik beloofd.

Artan probeerde door de schutting te kijken. Ondanks dat deze in deplorabele staat was, kon hij nergens doorheen kijken door het uitbundig gegroeide onkruid. Er zat niets anders op; hij moest door de voordeur om de achtertuin in te komen. Ongetwijfeld zou er een manier zijn om de schutting te verwijderen, want er was niet voor niets een trekker doorheen gegaan. Maar daar was het te donker voor geworden en hij wilde niet nog langer wachten. De voordeur had ie in een mum van tijd open en snel stond hij in een schemerige gang en hij had even de tijd nodig om zijn ogen hieraan te laten wennen. De smalle korte gang werd nauwelijks verlicht door een wakkerend kaarsvlammetje, dat op de toog in het kleine voorkamertje stond dat tevens achterkamer bleek. Hij wilde doorlopen naar de keukendeur, maar toen zag hij in zijn ooghoek Molly liggen.

Rinus legde de hoorn neer en maakte twee notities. Hollestelle ging weer zitten en beide heren waren wel weer toe aan een koffie.
“Vertel Rinus, wat heb je?”
“Nou, toch best wel wat Chef. Ik heb alle boeren in de omgeving afgebeld, tot Koudekerke aan toe.”
“Zozo, dat heb je grondig aangepakt zeg.”
“Dank u. Het gaat inderdaad veel beter met Jan en hij wist me als enige te vertellen dat er hier precies achter het bureau een oude vervallen stal moet staan. In de verte in dat kleine bosje tegen de dijk aan.”
“Nee toch? Precies achter ons bureau? Dat zou wel heel brutaal zijn! Dat moet dan die oude schuur van Stijn zijn Rinus. Maar die is enkele jaren geleden vrijwel volledig ingestort door die hevige storm, weet je nog?”
“Ja, dat ging goed tekeer toen. Maar niemand die daar ooit nog geweest is, dus heb ik deze locatie toch maar als mogelijk genoteerd. Maar een tweede meer voor de hand liggende kwam van een zekere boer Ardewijn. Die zei dat er in zijn hele omgeving geen schuur leegstond, maar wel een huis.”
“Potdomme Rinus, hier voel ik instinctief wel iets bij hoor. Waar staat dat huis?”
“In Koudekerke Chef. Een hoekwoning naar ik heb begrepen, die op de nominatie staat om gesloopt te worden. Maar het schijnt nogal lastig te zijn de financiering rond te krijgen. In ieder geval is die woning onbewoonbaar verklaard tot moment van de sloop en tot die tijd staat daar dus een leeg huis.”
“Dan moeten we daar naartoe. Het valt weliswaar buiten onze dorpsgrens, maar kijken mag altijd niet?”
“Ja, maar Koudekerke is nogal een stevige fietstocht en als ik denk al die tijd op de bagagedrager…”
“Had je al een advertentie gezet?”
“Glad vergeten Chef, sorrie.”
“Weet je wat, bel de Raaf en vraag of je zijn fiets mag lenen. Volgens mij komt ie voorlopig toch zijn slagerij niet uit, zolang die lui hier los rond kunnen lopen.”
“Dat is een idee”, en na een kort gesprek bevestigde Rinus dat de Raaf zo dadelijk z’n fiets zou komen brengen.”
“Maar wij kunnen die fiets toch ook zelf ophalen?”
“Volgens mij had de Raaf even behoefte aan gezelschap Chef, dus heb ik dat niet voorgesteld.”
“Ja, dat snap ik wel, okay. Maar wat vind je nou van de nieuwe punten op het bord?”
Rinus draaide zich om en begon langdurig het bord te bestuderen. Maar even later gaf hij toch zijn eerlijke mening.
“Ik blijf dit een geweldige vondst van u vinden Chef. In één oogopslag wordt alles ineens zo veel duidelijker. Zelf denk ik aan hier en daar een kleine aanpassing, mag ik?”
“Rinus! Vanzelfsprekend!”
Rinus wiste en vulde hier en daar aan.

1. A.Z.C., hoe tem je papieren tijger?
2. Pierre in Tirana, afwachten op nieuws.
3. Brandwonden verdachte.
4. 2 mogelijke locaties voor de bende.

Zoiets Chef, wat denkt u van zoiets?”
“Dat is nog duidelijker Rinus! Prima kerel, laten we meteen de huisartsen bellen wie er de afgelopen dagen brandwonden op spreekuur heeft gekregen!”
“Ja, natuurlijk Chef!” Die brandwonden, dat ik dat niet eerder zag?”
“Ik zag het ook niet Rinus, maar samen zien we het uiteindelijk wel!”

“Brutaal als ie is, stapte Artan de muffe schemerige woonkamer binnen en zijn voetstappen klonken doordringend hol op de bedompte houten vloer. Molly werd loom wakker van het geluid en begon zich nog lomer en heel lang uit te rekken. Artan staarde naar die Zeeuwsche boezem en werd helemaal bevangen door de ontwakende Molly.
“Lonnie, ben jij dat schatje?”
“No it is I, Artan!”, sprak Artan zelfverzekerd, want die trekker was even op plaats twee gekomen. Hoe wist ie niet, maar dat was gewoon zo.
“Aaaah!”, schrok Molly zich te pletter, “aaaaahhh!”
“No, ARTAN is my name, it is I Artan!”
Molly staarde in de donkere ogen van Artan en durfde zich niet te bewegen. Waar was Lonnie toch?
“What is your name?”, sprak Artan helemaal op z’n gemak en ging zitten tegenover Mollie.”
Die kalmte straalde op één of andere manier af op Mollie, die antwoordde: “my name is Molly.”
“Molly, what a wonderful name. Fit for the most beautiful woman I have ever seen.”
De eerste angst van Molly was nu veranderd in een verlegen lachje. Het was zo lang geleden dat ze een complimentje van Lonnie had gekregen, laat staan van een andere man. En ze kon niet ontkennen dat dit een hele andere echte man was. Zo heel anders dan Lonnie fluisterde hij niet in haar oor, maar sprak met luide stem zijn gedacht.
“Tell me price.”
“Ehe, price? What ever do you mean by price?”, en ze voelde zich vreemd genoeg steeds meer op haar gemak.
“Every man has his price. So every woman too. Name your price.”
“But why?”
“Molly, I find you terrible in attractive way and want to mary you. So what do you need to be convinced to come away with me; Artan your man to be.”
Molly werd nu helemaal rood en begon nerveus te giechelen. Het was een gok en ze was ervan overtuigd dat alleen Lonnie daarvoor kon zorgen, maar toch probeerde ze het en zei op goed geluk: “I like chickens Artan,  a lot. Actually I adore them.”
“I give you all the chickens in the whole world!”
Zei hij nou dat hij haar alle kippen in de wereld wilde geven? Zou hij zover gaan als…, ze gokte gewoon door.
“But they need place to sleep too.”
“I build palace for your chickens! I am Artan, VIC from Albania!”
“VIC?”
“Very Important Criminal!”
“Oooooh Artan…”, en Molly werd nog roder.

“Ja, kom binnen de Raaf, kom binnen.”
“Dank heren, ik heb de fiets op slot gezet. Hij staat voor de deur.”
Rinus nam het sleuteltje in ontvangst en gaf hem een bekertje koffie.
“En zijn jullie al wat verder?”
“Nou, we hebben twee locaties op het oog waar ze zouden kunnen zitten”, en Hollestelle wees naar het schoolbord. “Liever zouden we weten met wie, of op z’n minst met hoeveel van die lui, we te maken hebben. Maar dat zal voorlopig ongewis blijven.”
“Zo zo, jullie hebben het al aardig ingekort, mijn complimenten hoor.”
“Dank je. Ja we hebben net alle artsen gebeld, niemand met brandwonden daar. Dus gaan we ons nu richten op de mogelijke slaapplaatsen.”
“Ongedierte moet je inderdaad met nest en al uitroeien.”
“Hoe ging het trouwens dan bij het AZC, ik zie papieren tijger?”
En ze vertelden de Raaf hun teleurstelling over de proceduregang en dat ze zich noodgedwongen nu op de verblijfplaatsen gingen richten.”
“Dat heeft wel veel risico in zich zo. Je weet niet met hoeveel ze zijn en staat dat wel in die papieren van het AZC?”
“Volgens Rik moet het er instaan, maar eer ze dat hebben verwerkt.”
“Rik? Rik wie?
“Rik Knepenel, de hoogste ambtenaar van het AZC hier.”
“Oh nee toch, niet Rik Knepenel, toch niet Rik Knepenel?”
Rinus en Hollestelle waren behoorlijk verbaasd over die vraag, maar knikten beiden van ja.
“Ik ken die Rik Knepenel wel. Zie je wel; was ik toch niet zo dronken!”
“Hoe bedoel je de Raaf?”
“Nou, jullie weten van mijn ontberingen in de grote stad. Natuurlijk heb ik destijds meteen aangifte gedaan en ik werd verwezen naar de afdeling immigratie. Van Albanezen hadden ze toen op het bureau vanzelfsprekend nog nooit gehoord. Ik heb toen een hoopvol gesprek gehad met de afdelingschef van immigratie destijds. In ieder geval begon het hoopvol. En dat was diezelfde Rik Knepenel die nu het AZC runt! Hij heeft me een hele dag om de oren geslagen met allerlei papieren en protocollen. Aan het einde van die dag was ik zo murw geworden, dat ik uiteindelijk van verdere aangifte heb afgezien toen. Later vernam ik; dat hij hierom bekend stond en is door de toenmalige overheid op non-actief gesteld. Hij bleek al jaren te veel zaken te hebben getraineerd en als ie geen ambtenaar was, was ie zeker en vast ontslagen. Maar voor mij was dat al te laat. Nou zat ik laatst in het café mijn posttraumatische inzinking te verdrinken, komt die Knepenel binnenlopen voor een biertje. Ik heb ‘m aangekeken en toen ie afrekende, heb ik gezegd dat ik ‘m ergens van kende. Die dag met papieren staat mij namelijk nog heel goed bij. Hij deed net alsof hij mij niet meer kende en wandelde het café uit. Achteraf dacht ik dat ik me het ingebeeld moet hebben. Maar nu ik dit van jullie hoor, was ik dus nog helemaal niet zo dronken, ha!”, en de Raaf keek hen trots vragend aan, alsof hij iets wist dat zij nog niet wisten.
“Erg interessant de Raaf. Maar wat hebben wij daar nou mee te maken, ik bedoel waarom kijk je nou zo? Alsof je op het punt staat eureka te gaan gillen.
“Eureka!”
“Jemig de Raaf! Wat heb je?”
“Die Knepenel ken ik dus. Maar toen heette ie helemaal nog geen Knepenel, zo!”, en de Raaf keek uiterst tevreden de mannen aan.
Hollestelle raakte nu wat geïrriteerd en eiste meer duidelijkheid.
“De ambtenaar die destijds op non-actief is gezet heette geen …, wacht; mag ik?”, en de Raaf wees naar het bord.
Beide mannen gebaarden ‘natuurlijk’ en de Raaf schreef Rik Knepenel op het bord.
“Ik doe heel veel puzzelen en ineens viel dat kwartje. Kijk nou eens goed naar die naam.”
Hoe beide mannen ook staarden, ze zagen alleen maar Rik Knepenel.
“Dan zal ik het maar verklappen. Als je die letters door mekaar husselt”, en de Raaf begon nu afzonderlijk de letters te wissen met de wisser en ze in een andere volgorde op te schrijven.
“Dan krijg je hoe ie destijds heette en dat is: Pennelikker!”
“Je wil toch niet beweren dat hij toen echt Pennelikker heette de Raaf?”
“Dat wil ik niet alleen, dat doe ik. En ik kan het jullie nog sterker vertellen, dat was hij ook!”
“Wel potverdrie de Raaf, dan is ie dat nog steeds! Punt 1 heeft weer meer perspectief gekregen!”
“Dat bedoel ik dus. Jullie hoeven alleen maar de juiste ambtenaar te vinden, die wel die dingen snel kan verwerken. En dan heb je meteen meer duidelijkheid over jullie punt 1.”
“Maar als ie dan zo slecht is in z’n werk, waarom is ie dan uit die non-activiteit gehaald?”
“Ander kabinet.”
Dat klonk plausibel dus werden de plannen voor morgen drastisch gewijzigd.
“Chef, ik zie Rik nog die Big pen uit z’n mond halen! Hij zat toen gewoon te likken!”
“Rinus, wij gaan morgen eerst naar het AZC, en nemen al die registratieformulieren in beslag!”
“Maar dat mogen we toch niet?”
“Niet zonder reden nee, maar als ik nu hoor van de Raaf dat er een pennelikker de boel runt! Wij hebben hem zelf zien likken nota bene en met dat onbekende lijk en de dreiging van nog meer! Een knappe rechter die ons dan zal tegenhouden.”
“Dus morgenochtend gaan we eerst de rechter bellen?”
“Precies, ik dien in ieder geval het verzoek in. In de tussentijd gaan wij naar Koudekerke die woning bekijken, op de terugweg de schuur van Stijn en dan hebben we nog speling genoeg om die registratieformulieren op te halen. De Raaf, bedankt voor je input, kerel.”
“Geen dank.”
Het was al laat en morgenochtend vroeg zouden ze beginnen met de dagplanning zojuist geschetst. Niet de Raaf uiteraard, die had het te druk met de hamlappen. Die bleken nu als zoete broodjes over de toonbank te gaan en morgen was de laatste actiedag.

“So, what you say?”
Molly was helemaal euforisch geworden van Artan en zei: “I say yes, hihihi.”
“You make me very happy. We need transport, you have trekker?”
“How do you know that?”
Artan wees naar zijn neus en Molly naar de achtertuin.

Lonnie was stiekem Serooskerke binnengeslopen en had het deurruitje van de oude dorpsfotograaf zachtjes met een pieper ingetikt. In het donker vond hij op de tast wat hij zocht, toen hij buiten stemmen hoorde. Snel dook hij achter de toonbank en keek langs de vele lijstjes met familiefoto’s in de etalage naar buiten. Hij zag drie mannen waarvan hij duidelijk die twee verschrikkelijke agenten herkende. Uitgerekend voor de etalage stopten ze en het hart van Lonnie voelde heel erg hoog kloppend aan. Gelukkig viel niemand het gebroken glas op. De dommeriken hadden het te druk met het bewonderen van die propere keitjes? Niet veel later liepen de mannen door en toen hun voetstappen weg waren geëbd, liep Lonnie de deur uit en versnelde zijn pas in tegenovergestelde richting. Als ie hard door zou lopen, dan zou ie net voor zonsopgang bij Molly kunnen zijn. En die wist heus wel hoe zijn pieper lekker te maken. Nu pas merkte hij hoeveel honger hij had. Maar het vooruitzicht weer mooie kiekjes te kunnen schieten, verdrong deze naar achteren. Want snel zou ie al zijn honger weer kunnen stillen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *