Moord op Staten Island hoofdstuk VII

Moord op Staten Island hoofdstuk VII

stripverhaal

“Oh ja, voordat ik het vergeet. Hier is de bril van meneer Bill. Meneer is zo verzwakt, dat hij deze maximaal 30 minuten op mag. Dus als U daar rekening mee wilt houden?”
“Is het dan wel verstandig dat wij hem bezoeken?”, vroeg Hollestelle zorgelijk.
“Juist wel”, lachte de verpleegster vriendelijk, “de dokter heeft gezegd; dat ie er over moet praten. Maar niet te lang, want alles waar ‘te’ voorstaat, begrijpt U? Toe ga maar, U heeft een half uur.”
De mannen liepen de kamer binnen en daar lag Bill. Van top tot teen onder de slangen en in de hoek stond een crash cart voor het geval dat. Twee stoelen stonden aan het raam met het beeld van Manhattan op de achtergrond, waar Bill op uit kon kijken; als ie z’n bril op zou hebben.
“Morgen Bill, je hebt ons laten schrikken hoor”, probeerde Rinus voorzichtig toen ze gingen zitten.”
“Anders ik mezelf wel”, zuchtte Bill zachtjes. “Maar het vervelendste van al is, dat ik niks kan zien. Ze zeggen dat het terug komt en dat ik geduld …”
“Sorry dat ik je onderbreek Bill, hier; beter?”, vroeg Hollestelle, nadat hij voorzichtig de bril over Bill z’n neus had geschoven.
“Het is een wonder! Ik …”
“Nee Bill, je bent nog erg verzwakt. Zo zeer dat je niet de hele tijd met je bril op mag liggen. Doktersadvies weet je.”
“Oh, zo. Maar toch ben ik blij. Blij dat ik jullie weer kan zien. En? Hebben jullie mijn gezin ontmoet?”
“Ja Bill, ze zijn even maar de …”, zei Rinus, die door het fijnzinnig harde gekuch van Hollestelle werd onderbroken.
“Ze zijn even wat gaan drinken Bill. Als wij niet waren gekomen, zou Bes nooit weg zijn gegaan. Maar ik zag dat Bes de hele nacht op is gebleven en weinig had gedronken. Vandaar dat ik ze even naar beneden heb gestuurd.”
“Dat is aardig van je commissaris. Ik heb jullie trouwens nog niet kunnen bedanken voor het redden van mijn leven. Bij deze, heel erg bedankt.”
“Geen dank Bill, iedereen zou hetzelfde gedaan hebben. We zijn blij dat je het hebt overleefd.”
Ze spraken over koetjes en kalfjes en de klok tikte maar door, dus was het Rinus die de eerste echte vraag stelde.
“Zeg Bill, wij hebben inmiddels vier van de vijf punten te pakken, die naar de dader leiden. En nou ‘hoorden’ we, dat we deze met een lijn moeten verbinden. Alleen dat mocht geen rechte zijn en jij zou weten hoe dan wel. Enig idee?”
“… Ah, jullie hebben een ‘boodschap’ gehad?”
“Nu ja, een boodschap… “, probeerde Rinus het nu wel tactisch.
“Ja een boodschap, in de vorm van een raar briefje”, nam Hollestelle het initiatief over.
“Laat me zien.”
“Eh, dat is het nu juist …”
“Dat kunnen jullie niet. Het was namelijk geen gewone brief … Ik zeg dit in alle vertrouwen en omdat ik jullie hoog heb zitten. Ga naar huis. Nu! Pak je koffers en ga. Vergeet dat dit allemaal gebeurd is. Zodra ik kan, ga ik samen met Bes terug naar Yorkshire. Terug naar mijn geboortedorp en ook ik zal vergeten. En nooit meer terug komen.”
Bill klonk aangebrand, toen hij dit zo stellig zei en vertrok van de pijn; “okay okay! Ik blijf hier! Samen met jullie!”
“Was dat, wat ik denk dat het was Bill?”, vroeg Hollestelle bezorgd.
Rinus tilde het laken op en door het verband kon hij moeilijk, maar toch, lichtbruine omtrekken van die vreselijke letters zien en rook hij die brandlucht weer lichtjes.
Bill begon te huilen en zei snikkend, “help me. Alsjeblieft, ik smeek jullie. Help me.”
“Hoe dan Bill?”
Bill keek hen aan en zei: “wat maakt mij het ook uit. Jullie zijn al ook gevangen. Dus kunnen jullie net zo goed alles van me weten. Jullie hebben gezien; dat de macht nog steeds mijn lot bepaald. Zonet nog hebben jullie gemerkt”, en Bill wees naar zijn buik, of hij kon door zijn zwakte simpelweg niet hoger wijzen. “Of beter gezegd bepaald de macht nu ‘ons’ lot. Ik mag niet weg, kan niet weg en geen woord tegen Bes hierover! Dat moeten jullie me beloven. ”
“Dat beloven we Bill. Hoe kunnen we je helpen?”
“Door opgelopen schade en schande weet ik dat er meer is. Ik denk dat jullie dat nu onderhand ook weten.”
“Voodoo, ja; dat weten we Bill. Die brief en meer dingen zijn ons overkomen.”
“Alleen is bij mij niet de gebruikelijke pop met speldenprikken gebruikt. Bij mij is een strip gebruikt. Met gom en zo’n dikke marker die onuitwisbare letters kan schrijven, die ondraaglijk veel pijn doen.”
“Een strip? Een strip van wat Bill?”
“Een strip. Zoals in een strip zeg ik toch? Zo’n verhaal met kleurplaatjes en tekstballonnetjes.”
De mannen zaten Bill beiden vragend aan te kijken.
“Allemachtig. Okay daar gaat ie dan. Ik kom van origine uit Groot Brittannië en mijn achternaam is Bunter. Zo, ik heb het gezegd!”
“Bunter? Sorry Bill, nooit van gehoord, jij Rinus?”
“Nee, echt geen idee.”
“Oh ja, in Nederland heb ik in de Libelle gestaan. Daar heeft één of andere vertaler me de achternaam Turf gegeven. As in Billy Turf?”
“Verrek?! Ben jij dat?!”
“Ja, nou je het zegt; zie ik het ook!”

billyturf
Billy by Frank Richards

Jack waaide het opgestoven stof weg tot een meer adembare verdunning en vroeg kuchend aan de Raaf; of ie voortaan wat minder hard op die oude boeken wilde slaan. Want zo vaak werden die niet uitgeleend.
“Oh sorrie Jack. Maar kijk toch eens hier. Ik zie hier vijf punten verbonden door een lijn! En niet in een rechte! Ik zweer het je!”
Snel stond Jack op en liep naar de andere kant van de tafel, waar de Raaf zijn wijsvinger op een al te bekend teken liet rusten.
“Dat is een pentagram! De Raaf, dat is een pentagram! Natuurlijk, vijf punten niet in één lijn. Ja, dat zou het best eens kunnen zijn. Maar wat heeft Bill daar dan mee van doen?”
“Wij zijn met vier Jack. Plus 1 maakt 5! De vijf punten van een pentagram! Kennelijk moeten we samen met Bill een pentagram vormen of zo?”
“Maar waarom met Bill? En hoe dan?”
“Geen idee, maar laten we eerst maar eens uitzoeken; wat dat ding eigenlijk betekent. Hier, op deze kaft staat ook zo’n pentagram. Lees jij die, dan kijk ik verder in deze.”
Ze lazen over de meer dan 4000 jaren oude geschiedenis van het pentagram. Daar was op zich niets vreemds aan. Het was slechts een symbool, waar geen kwaad in leek te zitten. Halverwege de negentiende eeuw echter veranderde dat radicaal, toen het van teken voor heidenen tot die van het absolute kwaad verbasterde.
“Want”, zo las de Raaf nu hardop zijn stukje voor, “wanneer het symbool ondersteboven wordt gehouden, wijzen de twee punten naar boven.”
Jack vervolgde met: “men raakte ervan overtuigd, dat deze wel heel veel op hoorns leken van de … duivel. Het staat hier echt de Raaf. En op een gegeven ogenblik is die ondersteboven getekende pentagram een het teken van het kwaad geworden …”
De mannen keken elkaar aan en wisten genoeg.
“Naar het ziekenhuis?”
“Als de sodemieter!”, zei de Raaf. Ze lieten de boeken liggen waar ze lagen en vlogen zowat de gemetselde trap op naar boven.

Molly nam even een korte pauze om zich in het achterkamertje te prepareren voor haar act die middag. Er waren al enkele reservaties binnengekomen van zakenlui uit het Midden Oosten. Die hadden laten weten, het erg op prijs te stellen; een andere show dan het gangbare voorgeschoteld te krijgen. Iets met meer bedekking, in ieder geval voor het begin.
Molly ging achter de coulissen aan een klein naaimachientje zitten en begon te naaien, dat ze best goed kon. En ze had al voorpret over mogelijke extra tips die middag. Ze overlegde met de manager, die dat een prima idee vond en buiten met de letters van het enorme reclameboord aan de gang ging.
Lonnie sliep. Hij was vast van plan pas wakker te worden, als Molly met wat te eten thuis zou komen. Hij had het niet met zoveel woorden gevraagd, maar ze wist dat ie dol was op hamburgers. En het water stroomde hem al om de weinige kiezen, die ie nog over had.

“Dus, jij wilt beweren, dat door jou in die strip te laten tekenen; dat Carmen zo macht over je heeft?”
“Carmen, het kwaad; hoe je wilt. Maar ja. Vraag me niet hoe ze het heeft geflikt, maar iemand met de juiste foute kennis van zaken kan met slechts één stripbeeltenis van mij de verschrikkelijkste dingen met me doen.
“Maar, die Carmen is toch echt dood Chef?”, vroeg Rinus die weer even angstig begon te kijken. Want had Bill niet gezegd, dat zij ook gevangen waren?
“Rinus! We zouden ons houden bij de feiten. Niet speculeren nu! Dus vraag ik je nogmaals Bill, wat kunnen wij voor je doen?”
“Als jullie mij uit die strip kunnen halen, dan zou ik jullie eeuwig dankbaar zijn”, zuchtte Billy, die opeens steeds dieper met zijn hoofd in het kussen kwam te liggen; dat verstikking niet ver weg meer leek.
“Z’n bril Rinus! Zet ‘m af, nu!”
Rinus griste zo snel als ie kon de zware hoornen bril van Bill van zijn neus en legde hem in het kokertje naast hem op het nachtkastje. Bill prevelde: “ik ben zo moe, zo … moe…”
“We laten je met rust Bill, we praten morgenochtend verder.”
“Rust goed uit Bill, tot morgen”, en de mannen verlieten de kamer.
Bij de lift kwamen ze Bes met drie milkshakes tegen en zeiden dat Bill net was gaan slapen. Bes dankte hen voor de haar gegeven quality time en liep met haar milkshakes naar het geverniste bankje toe. Daar gingen ze op zitten wachten, totdat Bill weer wat was bijgekomen.
Buiten zagen ze Jack en de Raaf wild gebarend aan komen rennen. Buiten adem begonnen ze door elkaar heen te praten. “Pentagram!”
“Het is het teken van het kwaad! Een duivelsteken!” “Pentagram en Bill is de vijfde!”
“Waar hebben jullie het over?”
Jack en de Raaf legden uit wat ze hadden ontdekt in de bibliotheek en dat ze onmiddellijk met Bill moesten gaan praten om achter het fijne van die brief te komen.
“Dat gaat nu niet mannen. Bill is dermate verzwakt, dat we morgen pas verder kunnen praten.”
“Verdorie” zei Jack, “en wat moeten wij dan in de tussentijd doen? Het antwoord ligt ergens met, of bij, Bill.”
Ze liepen de grote stenen trap af naar de straat en Hollestelle stelde voor, dat het tijd voor ontspanning was. Hun boog was al dagen zo gespannen, dat het zou gaan breken als ze niet op zouden passen.
“Gewoon iets leuks mannen. Ik vind dat we dat nodig hebben, zo niet verdiend.”
“Als U het zegt Chef, maar wat dan?”, sprak Rinus, die zich daar op die trap ineens bewust werd van het feit; dat ie al sinds gisteren iets van een tic aan het onderdrukken was.
“Tja, ik ga altijd voor ontspanning oude mislukte zaken doornemen om uit te zoeken, waar het toch mis is gegaan”, sprak Jack.
“Laat dit dan een wijze les voor je zijn Jack. Je kan je onmogelijk goed inspannen, als je niet van tijd tot tijd echt ontspant. Dus, iemand een idee?”
Maar niemand had een idee.
“Niemand een idee?”, probeerde Hollestelle nogmaals. Maar Jack wist niet wat en de rest snakte heimelijk naar het Oranjeboomcafé op het dorpsplein. Serooskerke leek ineens zo ver weg.
“Misschien”, begon de Raaf aarzelend, “misschien heb ik een ideetje.”
“Okay, de Raaf mag zeggen”, zei Rinus, waar de rest mee instemde.
“Nou, ik heb wel eens op tv gezien; dat mensen naar Hooters gingen. En je meende toch, dat ik mocht kiezen?”
“Hahaha die de Raaf”, lachte Jack, “een nudie bar! Hahaha, eigenlijk vind ik dat geeneens zo’n slecht idee.”
“Hooters?”, vroeg Rinus geïnteresseerd, wat is dat?”
“Een bar, waar je wat kan drinken Rinus”, legde Jack uit met een knipoog naar de Raaf.
“Dan gaan ‘wij’ naar de nudie bar!”, zei Rinus enthousiast. En Hollestelle vroeg aan Jack, waar ze zo’n bar konden vinden.
“Er zijn er maar een paar op dit eiland. Maar als ik de collegae hier in uniform moet geloven, moeten we bij The Gentleman’s Club zijn.”
“Gentleman’s Club klinkt goed Jack. Hoe komen we daar?”
“Met de 49, die stopt daar vlak naast.”
“Naar de Gentleman’s Club!”, commandeerde Hollestelle en ze liepen naar de eerste de beste bushalte aan de overkant.

Bus 49 stopte onder het grote reclamebord van The Gentleman’s Club en alsof ze op schoolreis waren naar iets heel spannends, stapten de mannen vrolijk uit. Ze lazen het bord, dat las: ‘Venice Night with Venus!’
“Zo! Dat belooft mannen!”, en ze liepen het onverharde parkeerterrein op; dat, verscholen van de weg, door een hoge schutting aan het openbare zicht werd ontnomen. Door een klein kijkluikje moesten ze hun id. laten zien en na goedkeuring werd de deur open gedaan en ze mochten naar binnen. Het was donker binnen en ze werden een tafeltje gewezen dichtbij het podium met een massief glimmende paal in het midden. Toen ze eenmaal hun jas uit hadden gedaan en plaats hadden genomen, viel Rinus bijna achterover en wist even niet meer hoe ie z’n mond moest sluiten.
Of ze wat te drinken wilde, vroeg the niets verhullende waitress en de Raaf bestelde vier bier.
“Die… die dame heeft … haar kleren vergeten”, bracht Rinus uiteindelijk uit en de mannen schoten in een daverende lach en Jack bestelde tijdens haar serveren alvast een tweede rondje. De zaak zat niet bijster vol, maar dat maakte de mannen niets uit. Want ze hadden nu al lol voor tien.
“Mannen!”, zei de Raaf, “het is ECHT waar!”, en lachte en lachte. Zo aanstekelijk, dat ze niets anders konden dan mee te lachen. Tijdens het derde rondje doofde het weinige licht nog verder en de muziek ging aan. En niet zo’n beetje ook. De tonen dreunden door lijf en leden op de begintune van Big Spender. Een spot ging aan en een klein gordijntje ging tergend langzaam in dat felle licht omhoog.
“Het gaat beginnen! Het gaat beginnen!”, schreeuwde de Raaf nu voor de tweede keer heel hard om Shirley te overstemmen. Dat lukte hem niet, maar iedereen zat gebiologeerd naar dat gordijn te kijken. En dat was maar goed ook, want de gedachte aan een haarbal zou nu echt een afknapper zijn geweest.

Molly kwam op in een lange donkere cape met dito capuchon ver over haar gezicht getrokken. Uitdagend wilde ze de paal pakken. Maar speelde alsof ze met iets heel stouts bezig was en alsof ze wel wilde maar niet durfde. De mannen van die andere tafeltjes gilden rauw: “grap that pole!”
En voor ze het in de gaten hadden, zaten de mannen haar ook aan te sporen; om toch eens eindelijk die paal vast te pakken. Zelfs Rinus zonder enig gevoel van schaamte, die tussen het gillen door zich afvroeg; waarom ze dit nooit eens eerder hadden gedaan?
Na het nodige getease greep Molly de paal en zwaaide zo hard haar eerste zwaai; dat haar mantel van haar af wapperde door het spotlicht dat daarop gedoofd werd. Enthousiast gefluit klonk vanuit het kleine zaaltje en het eerste dollarbiljet vloog al het podium op. De manager keek tevreden en zag Molly haar zwaai zwaaien, die erg in de smaak leek te vallen. Molly was nu gehuld in een weinig verhullend lijfje en het was maar goed, dat die sfeerverlichting veel verhulde. Toch was er meer dan genoeg licht, om te zien dat Molly haar gezicht had bedekt met een inderhaast zelf genaaid masker, dat aan een bal masqué deed denken. De mannen zagen die gemaskerde Venus uit Venetië hoger en hoger in die paal klimmen. Zo hoog, dat ze uit het zicht verdween.
De manager gaf de waitress opdracht en deze kleine intermezzo bezorgde de bar alzo overuren. De manager keek tevreden, hoe er meer dollarbiljetten het podium op werden gegooid om Molly weer naar beneden te verleiden. Pas toen er een aanzienlijke verhoging van het podium aan dollarbiljetten lag, kwam Molly heel langzaam weer in het zicht glijden. In het kleine zaaltje joelde en dronk men zich een ongeluk.
Zo zag Rinus inmiddels twee dames aan die paal en Jack dacht geen moment meer aan Marylin. De Raaf was tot in zijn nopjes. En Hollestelle aanschouwde zijn team met gepaste rozige trots en dacht, dat dit best wel een goed idee van de Raaf was.
Halverwege de paal stopte Molly met glijden en begon zich in een vrijwel onmogelijke bocht te wringen en wist daar met al haar inspanning voor een moment sur place te blijven hangen en het spotlicht flitste weer aan.
“Een vogelnestje! Een per-fect vogelnestje!”, gilde de Raaf in verwondering over deze schier olympische prestatie. De dollarbiljetten vlogen weer en zachtjes zwaaide Molly naar de grond toe, waar het spotlicht weer uit ging. Ze liet de paal los en danste naar de rand van het podium. Nu leken alle remmen los te gaan bij die zakenlui en werden er zelfs dollars in haar niets verhullend lijfje gepropt en werd gegild: “mask off! Mask off!”
Ook de Raaf gilde enthousiast mee en de rest lachte en lachte over dit spontaan en vol geuite enthousiasme van de Raaf.
Uitdagend draaide Molly zich om en begon zowaar met haar kippebilletjes te schudden! Onderwijl knoopte ze één voor één de knoopjes van haar lijfje op haar rug los en de zaal werd helemaal gek. Hele portemonnees werden nu op het podium gegooid, nadat ze haar lijfje van zich af had geworpen en verlegen met haar handen haar borsten bedekte.
“Turn around!”, werd gegild en, “mask off! Mask off”, gilden de mannen aan dat andere tafeltje uit volle borst. Hollestelle met zijn team kon op dit moment slechts in verwondering ademloos staren naar deze tintelende show.
Molly twijfelde even, of ze haar masker uit zou doen en dat liet ze het zaaltje met haar getreuzel opzichtig weten.
Drie. Nee, vier. Nee, wel zeven! chequeboekjes werden het podium op gegooid en met een sierlijke haal trok ze daarop het knoopje van haar masker los. De spot ging aan!
En toen draaide Molly zich in vol ornaat om naar het meest luidruchtigste tafeltje. Breeduit lachend met haar armen hoog in de lucht wachtte ze op het applaus, toen haar eindtune werd ingezet en ze als toegift ging playbacken op Venus. Wat kon haar het schelen? Zoveel geld danste ze inmiddels op, dat die mannen daar aan dat zakentafeltje dat wel hadden verdiend. Terwijl Molly zogenaamd zong, werden die eerder zo luidruchtige mannen nu doodstil. Ze waren natuurlijk in een soort van shock, van waar ze naar zaten te kijken; dacht Molly. Ze zong haar laatste woordjes en toen werd het stil in het zaaltje. Verlegen lachend graaide Molly al het geld bij mekaar en bewoog zich zo graaiend op haar knieën naar het tafeltje van Hollestelle met zijn team. Ze lachte zogenaamd verlegen, toen ze daar het laatste briefje oppikte.
“Chef! Chef! Chef!”, bleef Rinus gillen en wees naar Molly. Hollestelle kon zijn ogen even niet geloven en toen werd dat luidruchtige tafeltje weer heel luidruchtig, Wat heet! De mannen werden ronduit agressief en gilden: “that’s een old lady! Hey, give us our money back!”, en dreigend stonden ze op.
“Chef! Chef! Chef!”, kon Rinus maar niet stoppen met gillen. En toen gilden de Raaf en Hollestelle vrijwel gelijktijdig: “Molly? … Molly! Dat is Molly!”, en ook zij maakten aanstalten op te gaan staan. Alleen de drank speelde hun parten, waardoor Molly snel wist op te staan en te verdwijnen achter het gordijn. Ook zij had die agenten uit Serooskerke herkent. Helemaal in de war greep ze haar kleren van de haak en kleedde zich bij de achterdeur haastig om. Ze vluchtte de deur uit en zette het op een rennen, dat het niet mooi meer was. Even later sprong ze verhit de 49 in en keek angstig op de achterbank achterom, of ze niet gevolgd werd. Ze haalde opgelucht adem, maar haar hart bonsde in haar keel. Hoe wisten ze dat ze hier zat? En waarom net nu, nu ze eindelijk haar droombaan had gevonden? Nadat ze van de eerste schrik bekomen was, overheerste het gevoel dat dit niet eerlijk was. Ze stapte uit bij Wendy’s, bestelde twee hamburgers en liep de rest van de weg binnendoor naar de kijkdoos.

In dronkenmansloop was geen der aanwezigen snel genoeg om Molly bij te benen. Daarbij waren ze geen partij voor de security, die direct ingreep. Want in iedere fatsoelijke nudie bar geldt de gouden regel ‘look don’t touch’.
De mannen werden één voor één in hun kraag gevat ondanks dat stuk erin of juist dankzij. Hard belandden de mannen op de onverharde parkeerplaats van The Gentleman’s Club en voelden zich allesbehalve dat.
“Waar the hell ging dat allemaal over?”, vroeg Jack wrijvend over zijn pijnlijke bilpartij.
Met dubbele tongen en zo goed en zo kwaad als het verder ging, vertelden de mannen dat; dat Molly was.
“Molly van Lonnie Jack!”
“Toch niet die Molly uit die boeken over jullie?”
“Precies die ja”, zei Hollestelle, terwijl hij zich via een bumper probeerde op te hijsen. Hij werd geholpen door Rinus en even later stonden de mannen licht te wankelen. Ze waren nog net in staat, om elkaar ondersteunend; naar de bushalte te lopen. Gedurende de gehele busrit spraken ze geen woord en dacht een ieder even voor zich. Pas bij het uitstappen zei de Raaf: “het teken van het kwaad mannen. Het komt door dat teken van het kwaad.”
“Wat bedoel je daar nou weer mee?”
“Het teken van het kwaad. Want wat zou meneer pastoor wel niet zeggen, als ie ons daar zo in de bar had gezien?”, herinnerde de Raaf de mannen fijntjes aan de ingebakken mores hun geboortedorp.
“Misschien heb je wel gelijk de Raaf”, sprak Hollestelle verbaasd over hun uitspattend vermogen van die middag.
“Het kan niet anders”, knikte Rinus zelfverzekerd, “ik zei toch, dat die dame veels te weinig aan had?  Dat is iets, dat wij in en van Serooskerke helemaal niet gewoon zijn. En dus moet het inderdaad die pentagram wel geweest zijn.”
“Ik denk niet dat het uitmaakt, waar je vandaan komt”, bekende Jack op het tuinpad. “Zelf heb ik heb geen seconde aan Marylin gedacht. We waren overmand door een soort van dierlijke lust, leek het wel.”
“Ja, verdomme!”zei de Raaf nu boos, “eentje met bokkenpoten en al!”
Niemand wilde daar nog op reageren. Iedereen wilde naar bed om deze roemloze toestand zo snel mogelijk kwijt te raken. Jack kreeg de keuken toegewezen, waar ook een bed in stond. Want hij was echt niet meer in staat alleen thuis te geraken. En Rinus liet nog steeds hoofdschuddend over de afgelopen uren van Goddeloosheid de deur in het slot vallen van 110, Westervelt Avenue.

Door zijn reet schrok Lonnie zich een hoedje in focus. Hij zag het duidelijk in zijn zoekertje. Daar aan de overkant gingen die agenten uit Serooskerke naar binnen! Hij schrok van de flap die openging en Molly kwam binnengekropen. Ze gooide de hamburgers op de vetvlek op de grond en zei vrijwel gelijktijdig met Lonnie: “je raadt nooit wie ik net heb gezien!”

pentagram

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *