Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XVI Smiley in cache

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XVI Smiley in cache

Hoofdstuk XVI     Smiley in cache

 

 

Nadat ie zijn jeuk kwijt was, liet Lonnie de geplette bes voor wat het was en stond op.
“Joehoe! Neem jij lekkere appeltaart voor me mee? Dan mag je me weer achterna rennen”, zei het onverzadigbare Besje. Lonnie had inderdaad honger gekregen. Nou ie appeltaart hoorde, moest ie onwillekeurig toch weer aan Molly denken. Want goh, wat kon die toch heerlijke appeltaarten bakken.
“Daar in het steegje achter de kerk. Daar kan je heerlijke appeltaartpunten halen bij Molly.”
“Bij Molly?!”, en hij nam geeneens de moeite meer om zich uit te kleden en rende richting de kerk. Hij voelde zich bevrijd met die heerlijke bries door zijn klokkenspel en iedereen vond het heel normaal. Dus was het tijd, om zijn laatste kledingstuk van zich af te werpen. Met een ruk aan zijn paardenstaart trok hij het kleine ronde elastiekje eraf en gooide het weg. Met wapperende grijze manen rende hij het steegje in en verdomd, hij rook appeltaart. Snel had hij het juiste huis geroken en klopte aan.
Molly deed open en zag Lonnie daar heel aantrekkelijk voor haar staan in een zacht licht. Met van die grijze lange lokken over zijn schouders tot aan zijn bil bijna. Voor het eerst die dag vergat ze, dat ze een appeltaart in de oven had staan en besprong haar adonis op het stoepje al. Lonnie duwde haar naar binnen en ze vielen op hun vertrouwde baal met scheur, waar ze weer nieuwe energie hervonden in zo’n wolk van poeder van wel bijna twee meter cc.

“Genoeg is genoeg!”, sprak Hollestelle en vroeg aan de mannen, of ze al een idee hadden; hoe Oudelande van de drugs te bevrijden. Hij werd onderbroken toen de telefoon ging.
“Met Sjaak. Zeg, hebben jullie dat gezien?”
“Gezien? Wat Sjaak?”
“Is Rinus daar ook?”
“Ja Sjaak, ik zit hier tegenover Chef.”
“Check je mail en bel me dan later terug.”
Rinus opende Uitkijk en zag inderdaad een nieuwe boodschap staan, die zojuist binnen was gekomen.
“Wat is het Rinus?”
“Ik weet het nog niet Chef. Maar volgens mij is het een link. Oh ja. Het is een link hoor”, en hoorbaar klikte Rinus met zijn muis en de mannen keken op het scherm naar een live webcamfeed van de rotonde bij Oudelande.
“Ik wist geeneens dat dat kon?”, sprak Hollestelle.
“Er moet een camera op die paal staan, om die waar jij die dubbele knoop hebt gelegd Rinus”, zei de Raaf.
Maar hun verbazing veranderde al snel in interesse, toen ze die dikke Mercedes total loss zagen liggen tegen het afzetlint.
“Is dat die dikke Mercedes? Had ie dat lint dan niet gezien?”
“Het lijkt er wel op. Kunnen we niet inzoomen?”
“Nee Chef, dit is live.”
“Zouden die beelden ergens ook opgeslagen worden?”
“Bel Sjaak!”, zeiden de Raaf en Hollestelle daarop bijna gelijktijdig.

Sjaak had uit hoofde van zijn functie als Hoofd drugsdivisie Havengebied toegang tot alle feeds van alle gemeentelijke webcams en dus ook die van Oudelande. Hij had in kader van het Gozerdossier dat, wat er nog over was van de dikke Mercedes van Farkan, op de rotonde zien staan. Hij had direct de politiepost Serooskerke gecontacteerd, want het zou zo maar kunnen zijn; dat Farkan nu te voet was. En dat zou een mogelijke aanhouding tot een realistische mogelijkheid maken. Eentje die ook nog eens aanstaande zou kunnen zijn.
“Ja”, zei Sjaak door het speakertje. En hij legde uit, dat er wellicht een kleine kans was; dat er zich nog eerdere beelden in de cache van de camera zelf bevonden.
“De beelden die jullie nu zien zijn live. In kader van de privacywet mogen alleen beelden van de snelwegen centraal worden bewaard. Snelheidsovertredingen hebben helaas de prioriteit. Maar beelden van provinciale wegen en die der bebouwde kommen mogen niet centraal opgeslagen worden. Die opslag schijnt namelijk niet kostendekkend te zijn. Afhankelijk van het type webcam echter, zou het goed mogelijk kunnen zijn; dat deze in de camera zelf nog wel te vinden zijn. De cache bewaart de beelden net zolang, totdat deze weer overschreven worden met nieuwe beelden.”
“Ik weet genoeg Chef”, en Rinus rende het bureau uit en sprong op zijn fiets.
“Rinus is er nu naartoe Sjaak.”
“Hopelijk is ie op tijd. Is de rotonde nog steeds afgezet?”
“Niet alleen de rotonde Sjaak, maar heel Oudelande hebben we in quarantaine gezet.”
“Heel Oudelande?”, vroeg Sjaak verbaasd. Waarna Hollestele en de Raaf vooral, in geuren en kleuren vertelden; wat ze allemaal hadden mee moeten maken.
“Maar dan is deze zaak nog groter dan ik vermoedde. Een heel dorp zeiden jullie toch?”
“Van wat wij gezien hebben, ja.”
“Hebben jullie enig idee, hoeveel coke je daarvoor dan wel niet nodig moet hebben? En daarbij, ik kan niet geloven, dat iedereen in Oudelande vrijwillig heeft besloten te gaan trippen.”
“Dat idee hadden wij ook al. Bedoel je dat ze gedwongen zijn?”
“Dat zeg ik niet. Ik denk eerder aan onbewuste inname. Zie het als vervuiling van het drinkwater. Daar kan ook een heel dorp van aan de dunne gaan. Maar dat hoeft dan nog niet te zeggen, dat ze het bewust hebben gedronken.”
“Jij denkt aan een carrier Sjaak?”, vroeg de Raaf.
“Zoiets ja. En dat maakt deze zaak eentje van nationale proportie, zo niet groter. Als een heel dorp zo snel aan dat spul komt, dan heb je er met die bijzonder zware quarantaine-maatregel er echt heel goed aan gedaan Hollestelle… Camiel.”
“Dank je. Ik zal niet zeggen dat ik dat even nodig had. Maar daar denkt de commissaris van de Koning heel anders over.”
“Oh Polman, ja. Die heeft hele andere agenda dan de onze. Maar geloof me, hier kan en moet jij hem overrulen.”
“Heeft ie al gedaan Sjaak! Je had ‘m moeten horen.”
“Maar Sjaak”, zei Hollestelle, “betekent dat dan ook, dat jullie het gaan overnemen?”
“Protocol schrijft voor van wel. Maar, er is een grote maar; dat protocol geldt voor zaken met duidelijk omschreven omgevingsfactoren. Daar is hier geen sprake van. Deze zaak is uniek. Zo zeer, dat ik niemand anders meer zou willen vertrouwen deze zaak te managen dan jij en je team Camiel. Mijn mannen zouden alleen maar in de weg lopen ben ik bang.”
“Jammer, want eerlijk gezegd hebben we nog geen idee; hoe we dit alles moeten gaan aanpakken.”
“Daarom werk ik op de achtergrond nauw samen met jullie. Samen zullen we er het beste van moeten proberen te maken.”

Rinus klom de paal in en om geen onnodige tijd te verliezen, trok hij het voedingskabeltje eruit alsook het utp-stekkertje. Daarna wrikte hij de webcam los en liet zich soepel naar beneden glijden. Net toen hij weer op zijn fiets wilde stappen, kwamen enkele bewoners heel hard de rotonde oprennen. Zonder zich wat van de afzetting aan te trekken, renden ze op hem af. Hoewel hij het lint zelf had gespannen; deed hij instinctief toch een paar stappen achteruit. Ze botsten hard tegen de afzetting aan en Rinus was blij te zien, dat het lint geen krimp leek te geven. Hij pakte zijn pasje uit zijn binnenzak en stak die ter waarschuwing in de lucht; “politie! Jullie zijn in quarantaine gezet. Doe verder geen poging uit te breken. Jullie zouden jezelf alleen maar ernstig kunnen bezeren.”
“Bezeren?”, lachten de dorpelingen high. “Echt niet, want wij hebben appeltaart op!” En ze namen weer een aanloop. Rinus kon het niet langer aanzien, hoe de dorpelingen keer op keer zich tegen het lint aangooiden en stapte snel op zijn fiets. Met het webcammetje onder de snelbinders trapte hij rap uit het zicht van de dorpelingen, die daarna weer naar het dorp terug renden; op zoek naar hun volgende fix.

Lonnie keek verlekkerd naar hoe zijn Molly appeltaartpunten voor een kwartje per stuk op het tuinpad stond te verkopen. Hij keek naar al het geld, dat zich begon op te stapelen in de woonkamer en besloot zichzelf nuttig te gaan maken. Hij nam plaats aan het campingtafeltje in de voortuin en begon de volgende partij Kook te snijden. Tegen de avond hoorde hij het onrustgevende rumoer uit het dorp en hij liep met de laatste emmer naar het keukentje.
“Molly, dit is een goudmijn!”
“Ja Lon, en blijf je nou bij mij? Want eerlijk gezegd, weet ik niet of ik een volgende scheiding nog te boven kan komen. Dus wil ik nou van je weten; blijf je of ga je? En bij twijfel heb ik liever dat je nou gaat.”
Lonnie keek zijn Molly aan, die dus blijkbaar al compleet verslaafd was geworden aan het bakken van appeltaart. Hij zag dat het geen nut meer had, haar uit te leggen; dat niet hij met Gozer er vandoor was gegaan maar zij. Toen hoorde hij het rumoer weer uit het dorp en ondanks dat het hemels klonk, voelde hij diep van binnen dat er iets niet klopte. Dat gevoel van twijfel wilde hij niet meer voelen, dus pakte hij een flinke schep Kook en vrat die in één keer op. Hij kon nog net zeggen: “ik blijf bij jou voor altijd!”, toen hij achterover out viel.
“Oh Lonnie schatje!”, sprak Molly vertederd en schoof een hele ovenlade met zes appeltaarten in de oven. Het was de laatste partij van de zondag en na de oven op timer te hebben gezet, nam ze zelf een halve schep Kook en ging tevreden naast haar Lonnie liggen zweven.

“Ik heb ‘m!” Rinus hield het kleine cameraatje trots omhoog, toen hij die avond het bureau binnenliep.
“De Raaf is al naar huis Rinus. En morgenochtend belt Sjaak om 8 uur voor een plan van aanpak. Leg de camera in de kast, hoog tijd voor onze nachtrust nu.”
Ze sloten af en wilden net de stoep oplopen, toen een behoorlijk boze meneer Pastoor verhaal kwam halen en driftig zei: “ik heb jullie gemist! Waarom zaten jullie vandaag niet in de kerk?!”
“Meneer Pastoor?”
“Zeg Rinus! Je weet wat voor een enorme hekel ik heb aan dat ‘meneer Pastoor’! Meneer de Predikant is het! Dat weet jij duvelsgoed!”
Onbewust had Rinus meneer de Predikant bij zijn bijnaam genoemd, terwijl ie er zelf bij was, dat nu eenmaal zo in een eerder verhaaltje was ontstaan. Niemand wist meer wie het was, de Raaf zou de beste gok zijn, die meneer de Predikant zomaar meneer Pastoor was gaan noemen. Gewoon om te pesten natuurlijk. Hoewel binnen het protestantisme het woord pastoor synoniem is aan predikant, nemen de echt streng hervormden toch liever het woord pastoor niet in de mond. Beiden wonen desondanks in een pastorie en beiden hechten enorm veel waarde aan kerkbezoek. Zo zeer dat ze bij afwezigheid persoonlijk verhaal gaan halen. Maar meneer Pastoor, zo staat ie nu eenmaal bekend of ie wil of niet; wenste aangesproken te worden met meneer de Predikant. Het gaf hem een wat meer hemelse en vooral autoritairdere uitstraling vond hij. En een dergelijke gedachte is nu eenmaal niet aan de gemiddelde Serooskerker besteed. Dus meneer Pastoor zou het blijven in de volksmond.
Hollestelle nam zijn natuurgetrouwe pose van gezag aan en legde in enkele rake zinnen uit, dat hij en zijn team de laatste hindernis vormden; die de duivel nog had te nemen.
Meneer Pastoor keek hem met grote ogen aan en draaide zich terstond om. “Ik ga voor jullie, voor ons, bidden!”, en hij wandelde snel terug naar de pastorie alsof ie enorme haast had.

 

de pastorie te Serooskerke

 

Na het weekend zaten Rinus en Hollestelle met Sjaak aan de lijn, om de beelden uit de webcam te krijgen. Ze hadden een besloten chatgroep aangemaakt en konden nu samen op afstand naar de webcam op het bureau te kijken. Stap voor stap leidde Sjaak Rinus door de software online. Nadat alle parameters goed stonden, moest hij het utp kabeltje dat uit de router kwam in de webcam stoppen.
“En als het goed is”, sprak Sjaak door het kleine speakertje, “moeten we zo dadelijk de beelden zien, die nog in de cache zijn opgeslagen.”
Maar ondanks het optimisme in zijn stem duurde het en duurde het maar.
“Heb je wel op enter gedrukt Rinus?”
“Oh ja!”, waarna alsnog de beelden op het scherm begonnen te verschijnen. Maar dit waren helemaal geen beelden van de rotonde? Sterker, dit waren helemaal geen bewegende beelden. Want ze keken tegen een enorme smiley van beeldscherm vullend jewelste aan, die maar continu in een oneindige tijdloop dezelfde olijke knipoog bleef geven.
“Wat is dit?”, keek Hollestelle verbaasd naar die smiley en ook Rinus vroeg het zich hardop af.
“Oh nee”, hoorde ze Sjaak aan de andere kant vrijwel letterlijk door de grond gaan.
“Wat is dit Sjaak?”
“…”
“Sjaak?”
“Eh ja, ik ben er nog. Maar gvd nog an toe zeg!”
De mannen schrokken enorm van de hardgrondige vloek, die Sjaak daarnet had geslagen. In de korte tijd dat ze Sjaak hadden leren kennen, was het hen duidelijk geworden; dat Sjaak niet zo maar vloekte. Er moest iets zijn, dat hem danig van zijn stuk had gebracht.
“Sjaak? Waar kijken we nou naar?”
“Naar een enorme smiley mannen.”
“Ja Sjaak, dat zien wij ook wel. Maar hoe komt ie daar? Heb ik de verkeerde parameters gebruikt?”
“Nee Rinus, was het dat maar”, klonk het verslagen en de mannen begonnen zich nu toch wel af te vragen; wat Sjaak wist dat zij niet wisten.
“Hoe komt die smiley daar Sjaak? Waarom zien we niet gewoon beelden van de rotonde?”
“Excuses heren, maar ik denk dat we met een nog groter probleem zijn komen te zitten en dat is tijd.”
“Hoe bedoel je Sjaak?”
“Ik bedoel de quarantaine, die houdt echt geen veertig dagen stand zo.”
“Nou Sjaak, ik heb het lint zelf gespannen hoor”, sprak Rinus zelfverzekerd. “Als een dikke Mercedes er niet door kan breken, wat dan wel?”
“Dampen Rinus, de dampen van pure cocaïne. Daar heb ik het over. Kijk”, begon Sjaak zijn gedachtegang te verwoorden. “In de hoogtijdagen van Escobar liet Pablo opzettelijk wel eens balen cocaïne onderscheppen. Om zo de echte ladingen het land binnen te krijgen.”
“Je bedoelt als afleiding?”
“Ja, terwijl de hele DEA druk doende was met het trots wegen van de onderschepte lading, brachten ze achter hun rug om een veelvoud daarvan de grens over. Iedere partij die Pablo zo opzettelijk liet onderscheppen, was voorzien van stickers, met precies zo een smiley als waar wij nu naar kijken!”
“Heu? Dan nog begrijp ik je niet helemaal Sjaak.”
“In die tijd hadden we nog niet de beschikking over webcams Rinus. Toen ze eindelijk Pablo hadden uitgeschakeld, hebben ze een hele grote drukkerij ontmanteld. Die drukkerij hield zich met één ding bezig. En dat was met het printen van stickers met een hele doodgewone normale smiley. Een gewone smiley dus! Wat bleek nou na dat jarenlange onderzoek? Als je zo’n gewone smiley maar lang genoeg in een ruimte met pure cocaïne plakte; deze smiley er net zo uit ging zien als die smiley waar wij nu tegenaan kijken!”
“Potverdikkie! Wil jij beweren dat we geen normale beelden meer kunnen zien door een te hoge concentratie aan cocaïne in de atmosfeer?”
“Dat bedoel ik. Wij hebben hier een verschrikkelijke primeur heren. Kijk naar deze cache uit de webcam en zeg hallo tegen ‘la cache qui rit!‘”
“La cache qui rit?!”
“Sjaak heeft gelijk Rinus. Wij zijn, helaas helaas,  de eerste agenten ter wereld; die te maken krijgen met deze cache qui rit. Verdulleme! Ik zie nou weer die koe met die vier idioten staan …”
“Die koe leek inderdaad te lachen Chef.”

Op dat moment kwam de Raaf buurten en werd op de hoogte gesteld van de laatste ontwikkelingen.
Ontzet keek hij naar het scherm en siste: “la cache qui rit? La cache qui rit?!”
“Dus is mijn vraag aan jullie”, begon Sjaak, nadat de Raaf wat was bijgekomen, “tot hoe hoog reikt die afzetting van jullie?”
Nu was het de beurt aan de mannen om even een reactie schuldig te blijven. Pas na enige tijd zei Hollestelle, dat ie geen idee had.
“Ik ook niet”, moest Rinus bekennen, “maar dat er een limiet aan de hoogte moet zitten, is een vast gegeven.”
De Raaf zat nog die cache qui rit te verwerken.
“Hoe hoog hing die webcam Rinus?”
“Drie meter, om en nabij.”
“En de omtrek van de afzetting? Waar heb je die aan aangepast?”
“Ik heb als oriëntatiepunt de torenspits van de kerk aangehouden.”
“En hoe hoog is die?”
“De toren bestaat uit een rijzig bakstenen bouwwerk van omstreeks 1400. Met steunberen, die met veel versnijdingen opgaan tot aan de klokkenverdieping. Boogfries onder de spits. Benedenruimte met gewelf op gebeeldhouwde kraagsteentjes. Klokkenstoel met een buiten gebruik gestelde klok van anonieme gieter, 1817, diameter 47 cm en een moderne klok, die nu iedere zondag de gemeente bijeen roept. In 1925 raakte de toren zwaar beschadigd door blikseminslag. Maar inmiddels is ie weer uit de steigers. Dat is wat ik van de kerk weet. Maar de exacte hoogte, inclusief haantje? Dat kan ik je niet precies zeggen”, somde Rinus monotoon op, al dat hij wist van de kerk te Oudelande.
“Dat maakt het alleen maar onzekerder. We weten dat in een weekendtijd de concentratie aan pure cocaïne is gestegen tot minimaal drie meter hoogte. Ik denk daarom, dat we nog maar ongeveer een kwart aan quarantainetijd over hebben. Het blijft schatten, maar op gegeven ogenblik zal de cocaïne-concentratie de bovenste luchtlagen van de spits bereiken. Is het eenmaal daar, is er niets meer dat het nog kan stoppen …”
De Raaf schreef op het schoolbord: drie meter cc in paar dagen tijd.
“Dan moeten we voor die tijd een oplossing hebben!”, sprak Hollestelle vastberaden. “Oudelande opgeven was al geen optie, het gehele eiland opgeven dus helemaal niet!”
“Drie meter cc in twee dagen, dan kom ik tot zes meter cc in vier. Ik denk dat we nog geen tien dagen hebben eer de cc, ik bedoel dus de concentratie cocaïne, de kritieke hoogte bereikt. Want wie zegt, dat die cc nu daadwerkelijk tot drie meter is gestegen en niet al hoger?”
“Potverdikkie Chef, de Raaf heeft gelijk”, keek Rinus naar het sommetje van de Raaf op het bord. “We weten geeneens hoeveel dagen we nog echt hebben?!”
Hollestelle werd rood, maar hield zich in. Hij wilde heel hard met vlakke hand op het bureaublad gaan slaan. Maar in plaats daarvan herpakte hij zich en informeerde professioneel, of Rinus nog iets bijzonders was opgevallen op de rotonde.
“Hè? Oh ja, nu U het vraagt”, en Rinus vertelde over de zich tegen het afzetlint werpende dorpelingen. “Ik zei nog dat ze daarmee moesten stoppen Chef. Maar ze vonden dat ze er toch niks van merkten, want ze hadden appeltaart op?”
“Appeltaart?”, vroegen Sjaak en de Raaf tegelijk, want dit hadden ze niet zien aankomen.
Het was Hollestelle die kalm zei: “daar hebben we onze carrier mannen. We weten in ieder geval nu, dat de cocaïne wordt verspreid met appeltaart!”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.