Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk IV Ballistisch rubber

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk IV Ballistisch rubber

Hoofdstuk IV    Ballistisch rubber

 

Terug op het bureau werden de summiere data uitgewerkt op het schoolbord, waarmee de zaak alvast schematisch een aanvang kreeg.
“Toch heb ik het gevoel dat we iets over het hoofd zien Chef”, krabde Rinus zich achter de oren naar het bord kijkend. “We hebben te maken met drie moorden. De slachtoffers zijn alle drie gevonden in een Hongaars bestelbusje door Graafeiland en daar mis ik volgens mij iets, of ligt het aan mij?”
“Merkwaardig dat jij dat ook voelt. Ik dacht dat ik de enige was. ‘k Heb ook het gevoel dat we iets missen. Heb ik al sinds de melding binnenkwam trouwens.”
“Dan zet ik hier gewoon een vraagteken, akkoord Chef?” Rinus plaatste een vraagteken op het bord ten teken dat ze beiden het gevoel hadden iets te missen.
“Akkoord Rinus. Drie moorden, in wit busje ter hoogte van het veld van Graafeiland … Dat is het Rinus! De plek waar Adri dat busje vond? Is dat niet precies de plaats waar destijds die arme Jan de Jonghe gevonden werd?”
“Ja! Dat is het ja. De zaak had destijds nogal wat voeten in de aarde kan ik mij nog goed herinneren.”
“Melk, was het niet Jannie die hem geen melk meer wilde verkopen? Ja, dat was het ja. En op weg naar Baarland is ie toen gevonden … en was het niet Adri destijds die Jan gevonden had?”
“Ja Chef, dat was zo. Maar Jan de Jonghe was overleden aan een hartaanval en dat kan toch niks met deze moorden te maken hebben?”
“Niet als het een hartaanval was Rinus”, sprak Hollestelle even meer in zichzelf dan hardop.
“U bedoelt dat er een connectie is?”
“Heu? … Oh nee, dat is onmogelijk Rinus. Ik was slechts aan het gissen en dat is wat een politieagent dus nooit moet doen. We moeten ons bij de feiten houden, mijn excuses Rinus. Zeg, heb jij daar nog een lekkere koffie?”
“Maar natuurlijk Chef”, en met een vers bekertje koffie besloten ze te wachten op nieuws van de Raaf.

De allerlaatste speklapjes verdeelde de Raaf in twee boterhamzakjes en legde daar een knoopje in. Het was achteraf nog een vruchtbare dag gebleken. Dankzij de reclame was er behoorlijk wat volk op komen dagen en hij had aan één stuk door in de slagerij gestaan. Pas nu kon hij weer denken aan het busje, dat ie op het achtererf had geparkeerd. En hoe hem onderweg al iets was opgevallen, dat hij zo snel mogelijk met de rest van het rechercheteam wilde delen. Hij sloot de slagerij af en liep met de speklapjes in boterhamzakjes de hoek om naar het bureau.
“Kijk eens, een stel heerlijke speklapjes!”, overhandigde de Raaf de achtergehouden lapjes zoals toegezegd.
“Dank je wel de Raaf, ik krijg inderdaad meteen honger.”
“Anders ik wel Rinus, stond Hollestelle op vanachter het bureau. “Ik stel voor dat we naar huis gaan om te eten, ik kan niet wachten om die dingen in de pan te gooien. Tenzij jij nog iets dringends hebt de Raaf?”
“Ik ga na het eten beginnen aan het interne onderzoek. Maar inderdaad heren, ik kan nu al iets raars met jullie delen. Ik weet niet of het van belang is; maar dit busje moet heel veel rondjes op de rotonde hebben gereden. Ik bedoel echt heel veel rondjes en niet gewoon. Neen, heel hard. In ieder geval ruim boven de maximum toegestane snelheid aldaar.”
“Ja! Dat hebben we gezien ja! Wat bezielde je toch de Raaf?”
“Wegligging mannen. Ik moest de wegligging voelen. Het extern onderzoek liet mij al namelijk vermoeden, dat de banden van het busje onevenredige slijtage vertoonden. En wel dat met name het rechter deel van het loopvlak vrijwel geen enkel teken van profiel leek weer te geven. In het busje merkte ik dan ook een bijzonder hinderlijke trilling op. Vrijwel direct toen ik weg reed. Maar op de rotonde leek dat minder te worden. En bij ieder rondje nam die hinderlijke vibratie af, totdat ik op maximaal reed. Ik zeg jullie, als een Rolls zweefde ie en dat kan maar één ding betekenen.”
“Ik heb geen idee wat, de Raaf.”
“Laat me dan toelichten met dat, wat algemeen geldt in forensisch onderzoek als een vast gegeven.
Het volledig ontbreken van ongewenste trillingen in een voertuig, buiten die der gemotoriseerd opgewekte, houdt in dat; de rijrichting 100% overeenkomt met de opgelopen slijtage van de rubberen loopvlakken van het desbetreffende voertuig als die waarin het zich voortbewoog ten tijde van de sleet. Zie het als een soort van vast ballistiek gegeven.”
“Wat je hiermee wil zeggen, is dat jij 100% zeker bent van het feit dat dit busje al eerder zo hard over die rotonde moet hebben gereden?”
“Precies ja. Ik weet eerlijk gezegd niet helemaal of dit van belang is voor het onderzoek. Maar dit mag wel gezien worden als een wetenschappelijk bewezen forensisch gegeven. Of als een natuurkundige wetmatigheid zo jullie willen.”


“Ik denk dat ik het af heb”, zei Lonnie onder het zachtjes vlammende licht dat het vuurtje van Molly midden in de loods veroorzaakte. Molly had de verse bolussen aan een takje geprikt en zat deze op te warmen in het vuur.
“Dat komt dan goed uit Lon. De bolussen zijn zowat klaar.”
De twee dampende bolussen aan dat takje werden op de schraag gelegd en de fles cola werd opengedraaid.  “Net op tijd van het eten Lon. Nou eet smakelijk en lees me voor wil je?”
Lonnie nam een klein stukje van de bolus en daarna een slok cola, toen hij zich over zijn schrijven boog en zijn keel schraapte.
“Een diepe depressie
in een wereld somber en zwart
van heel veel familie
naar dit verlaten gat

Kom niet meer uit mijn woorden 
mijn vocabulaire verdwenen
van binnen uitgehold alleen maar zorgen
van lange vingers naar lange tenen

In paniek aangevallen door verdriet en angst
afgewezen als niets meer dan een minkukel
gevoelloos van dag naar hele lange nacht
waar de zee, de zee roept kom maar bij mij  ’s ochtends wakker kukelt 
voor weer een dag vol met medicijnen
verlaten door al de mijnen en …
… verder ben ik nog niet gekomen”, zuchtte Lonnie, alsof iets van ‘m was afgevallen.
Molly voelde een traan over haar wang biggelen.
“Oh Lonnie, wat verschrikkelijk mooi verwoord. Dit is zo waar …”
Ze liep om de schraag heen en omarmde haar Lonnie, die precies net zo’n traan over z’n wang voelde biggelen. Ze zei teder; “en toen kwam Molly in je leven en die begon te roepen; kom maar bij mij, kom maar bij mij…”
Of het het fysieke van de omhelzing was, of de hartenkreet van Molly die hem riep. Het maakte allemaal niks uit want plotseling, zonder een zweem van nog maar een hint van een depressie, gooide hij Molly achterover op de schraag en rukte haar de kleren van het lijf. Toen hij op haar dook, voelde ze dat takje met bolussen knakken. Ze kon niets anders noch meer uitbrengen dan liggend in katzwijm; “oh Lonnie toch …”

Hollestelle zat te genieten van een net niet aangebrand perfect gebraden speklapje. Ze hadden even niet geweten; wat met het voldongen feit, dat uit het rubberen ballistisch onderzoek van de Raaf was gekomen, te doen. Afgesproken werd even naar huis te gaan om te eten. Anders zou het erg zonde van de speklapjes zijn. Ook Rinus proefde intens genietend de explosie aan kruiden waarmee de Raaf zijn speklapjes normaliter inwreef. De Raaf zelf had genoeg aan een snack. Hij was doorgaans niet zo afhankelijk van wat er in zijn vitrine aan reclame lag en was al druk bezig met het interne onderzoek van het bestelbusje.
Hollestelle vond dat het speklapje veel te snel op was en een beetje teleurgesteld dat het maar zo kort had mogen duren; zette hij zijn bord in de gootsteen en liep naar de gang. Toen hij het licht aanknipte staarde het feit hem vol in zijn gedachte en hij greep naar de telefoon aan de muur.
“Rinus met mij. Hoe ver ben je?”
“Ik zet net m’n bord weg Chef. En eerlijk gezegd moet ik me inhouden deze niet schoon te gaan likken.”
“Ja, ik snap wat je bedoelt. Maar ik denk dat ik weet wat de uitkomst van het ballistisch rubberen onderzoek voor het onderzoek zou kunnen betekenen.”
“Ik schiet meteen in m’n jas Chef!
“Dan zie ik je zo!”, en even later zaten ze weer tegenover elkaar aan het bureau.
“In de gang daagde het Rinus. De reden van dat onnavolgbare bochtenwerk bedoel ik. Want waarom zou je in een bestelbusje met Hongaars kenteken zo vaak een rotonde nemen?”
“Ik heb geen idee Chef. Wel weet ik, dat ik eens in Frankrijk ook meerdere keren een rotonde heb genomen. Maar dat kwam doordat ik … ”
“Precies Rinus! Ze waren verdwaald!”
“Dat moet het zijn Chef! Ze hadden werkelijk geen idee meer waar ze naar toe moesten. Voor ons is het een peulenschil, maar voor een buitenlander die afhankelijk is van verkeersborden?”
“Inderdaad en die staan daar niet.”
“Okay, we weten dus dat ze de weg kwijt waren dus ze waren niet van hier”, begon Rinus het schoolbord met een natte spons schoon te vegen. Ongeduldig wachtte hij totdat het zwarte zwart weer gedroogd was. Zo rap mogelijk als de verdamping toeliet, begon Rinus met een lijstje, om hun gedachten te ordenen.

1. drie dooie Hongaren in busje op rotonde zijn de weg kwijt
2.drie dooie Hongaren gevonden door Adri op de Zeedijk
3.

Na punt drie weifelde Rinus opzichtig.
“Chef? Hoe kunnen drie Hongaren de weg kwijt zijn op de rotonde als ze dood zijn?”
“Omdat ze toen nog leefden natuurlijk! Snel, pas punt 1 aan Rinus.

1.drie Hongaren in busje op rotonde zijn de weg kwijt
2.drie dooie Hongaren gevonden door Adri op de Zeedijk
3.

Hollestelle staarde naar het bord en stond op. Hij pakte een krijtje uit het gootje en vulde punt drie zelf aan.
3.drie dooie Hongaren en een moordenaar die de weg weet?

“Allemachtig Chef. Zoals het zo uitziet; zijn ze vermoord door iemand, die hier dus de weg kent. De dader, of daders wellicht, is van hier?”
“Ik durf daar niet aan te denken Rinus. Maar het ligt in deze lijn der verwachtingen, dat we hier misschien te maken hebben met …”
“Met wat Chef? Met wat?”
“Hollestelle had moeite om zijn eigen gedachte te accepteren, toen hij zachtjes sprak; “een seriemoordenaar Rinus, een seriemoordenaar?”
En hij liet het krijtje uit zijn handen en naast de goot op de grond vallen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *