Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk VII Collecte aan de loods

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk VII Collecte aan de loods

Hoofdstuk VII     Collecte aan de loods

 

De Raaf ritste de laatste bodybag dicht. Zijn conclusie in 3D had hij bevestigd zien worden met het ouderwetsere snijwerk. In zijn rapport werd de doodsoorzaak bondig omschreven als; het doelbewust dermate hardhandig omgaan met gereedschap; om de dood zo snel mogelijk en niet te vergeten opzettelijk te laten doen intreden.
Verder hadden de lijken niets om het lijf gehad. Daardoor was het onmogelijk om tot iets van een identificatie te komen. De vingerafdrukken hadden niets opgeleverd en dus restte voor de Raaf slechts de lijken fotografisch vast te leggen met zijn meetlat van 1 meter ernaast, om het zo officieel mogelijk te laten ogen. Alle informatie werd geüpload in de landelijke database en hij sleurde de drie bodybags met inhoud weer in het busje klaar voor transport. Kievit had zich bereid verklaard naar het NFI te rijden, om de stoffelijke overschotten met bus daar verder in bewaring te laten stellen. Hij had namelijk nog een paar fietsen op bestelling staan, die in het Westland moesten worden afgeleverd. Na aflevering zou hij meteen naar het NFI rijden en daar de trein terug pakken. De Raaf hielp Kievit met inladen. En na drie Gazelles, zeven Batavussen en een vouwfiets van Sparta; reed Kievit de poort uit, die de Raaf achter hem weer sloot.
Binnen printte hij het meest duidelijke freezeframe uit van de 3D-reconstructie. Samen met een memorystick van zijn onderzoek deed hij de print in een bruine enveloppe en liep de slagerij uit. Toen hij even later zag dat het bureau onbezet was, schoof hij de enveloppe in de brievenbus en liep snel weer terug om het bordje ‘gesloten’ om te draaien naar ‘open’. Achter de vitrine trok hij een vers gestreken hagelwitte jas aan en begon te wachten op de eerste klant.

“Wat is dat voor geluid Lon?’, keek Molly op van haar wenskaarten. Ook Lonnie begon een zwaar ronkend geluid te horen. Hij liep naar buiten en keek in de verte, waar hij een stofwolk zag; die steeds dichterbij kwam. Lonnie herkende na een tijdje wie er achter het stuur zat van dat racemonster en gilde enthousiast naar de loods: “het is Gozer Molly! Molly, Gozer is er!”
Gozer draaide zijn Ferrari van de spoorbaan en parkeerde op aanwijzingen van Lonnie zijn bolide achter de loods. Vrolijk liep Lonnie met de Ferrari mee en nadat Gozer de motor had laten afslaan, werd het weer doodstil. De deur zwaaide open en Gozer zette een in zwart slangenleer vervaardigde laars knerpend in het grijze gravel.
“Hey Gozer! Wat is dat…”
“KLIK!”, staarde Lonnie onverwacht in het blauwsel van de beretta van Gozer, die de safety er zonder te twijfelen vanaf had geklikt.
“Twee ton Lon! Ruim twee ton! Nu!”
Lonnie viel jammerend op zijn knieën en hield zijn handen ten volledige overgave achter zijn hoofd.
“Ik weet echt niet waar je het over hebt Gozer”, probeerde Lonnie nog uit te stellen.
“Oh nee?”, duwde Gozer nu de loop hard tegen de fontanelstreek.
“Moet ik je helpen herinneren aan hoe je keer op keer geld van me leende bij ieder nieuw wijf dat je tegenkwam? Hoe het nooit aan jou lag, dat je weer eens voor de zoveelste keer uitgekleed voor m’n deur stond? ‘Een lening Gozer, het is en blijft een lening hoor’, zei je dan iedere keer weer jammerend wanneer je ‘mijn’ geld aannam! En toen kwam de dag van terugbetalen. Omdat je m’n vriend was, heb ik al die leningen als renteloos beschouwd. En niet alleen leningen Lonnie! Nee! Op het laatst zat je in de caravan ondergedoken. Mijn caravan! En die heb je gvd ook nog eens verpatst! Je dacht dat wij mekaar nooit meer zouden zien? Nou, dat heb je goed mis. Ik ben hier nu en ik kom collecteren!”
Gozer spande zijn vinger om de trekker, in de vaste overtuiging bij onvoldoende resultaat Lonnie dwars door z’n kop te gaan schieten. Gozer haalde adem en zei doodkalm: “twee ton, nu. Ik tel tot tien Lon en dan knal ik de verraderlijke kop van je romp. Ik kom vandaag collecteren.”
“Ik heb je geld niet Gozer”, jammerde Lonnie nu in doodsangst.
“Tien.”
“Verdomme Gozer, voor die goeie ouwe tijd?”
“Negen.”
Hoe verder Gozer aftelde, des te wanhopiger Lonnie werd. Bij zeven begon hij spontaan te huilen en raakte hij compleet in paniek.
“Eén!”, zei Gozer zelfverzekerd en keek om zich heen. Maar hij zag niemand anders dan Lonnie, die zich aan het bevuilen was.
“Ik zie nergens twee ton Lon, dus de mazzel”, en net op moment dat Gozer de trekker wilde overhalen, kwam Molly naar buiten gestormd en gilde: “aan de loods wordt niet gecollecteerd! Aan onze deur geen collecte! Laat ons met rust!”
Verbaasd keek Gozer naar die dame, die uit de loods was komen rennen. Lonnie wilde nog gillen, dat ie haar met rust moest laten. Maar hij werd onverbiddelijk met de kolf van de beretta bewusteloos geslagen. Vervolgens richtte Gozer zijn pistool op Molly en dwong haar op haar knieën. “Hoeveel personen zitten er nog in die loods?”
“Niemand Gozer en binnen ligt wat je zoekt.”
Gozer liet Molly voorgaan en binnen wees ze hem op de enorme baal canvas met pure cocaïne.
“Uitkleden.”
“Heu?”
“Uitkleden en legge, daar; op die scheur.”
Molly probeerde nog tegen te spartelen, maar Gozer rook toch zo lekker.

Schokkend kwam het politiesmartje onder de oude Spar tot stilstand.
“Het is hier geen drive-in! Wat bezielt jullie?”, zei Jannie boos.
Hollestelle en Rinus stapten enigszins verfomfaaid uit. Maar eenmaal in de plooi liepen ze verder de Spar binnen.
“Het spijt me Jannie”, sprak Rinus, “maar we zijn hier in functie. Het is van groot belang voor het lopende onderzoek, dat we je zo snel mogelijk te spreken zouden krijgen.”
“Jullie zijn er nu. Maar ik weet niet of jullie wat aan mij hebben.
“Jan de Jonghe!”, vuurde Hollestelle geheel onverwacht zijn vraag af op Jannie. “Wat! Is er met Jan de Jonghe gebeurd?”, gilde ie in het linkeroor van Jannie.
“Oh jee”, zei Jannie, “sla ik toch per ongeluk een hele kar levensmiddelen aan, excuus daarvoor heren. Die moet even goed gecontroleerd worden, want de Spar maakt geen fouten.”
En inderdaad zagen Rinus en Hollestelle de langste kassabon ooit uit de kassa van Jannie komen. Er kwam maar geen end aan en Hollestelle wenkte Rinus om weer naar de auto te gaan. De kassabon ratelde en ratelde en even later zat Jannie onder geprinte rol nauwgezet de bon te controleren; dat vrijwel zeker de rest van de dag zou gaan duren, zo niet langer.
“Ze is goed Rinus”, sprak Hollestelle in het smartje.
“Ik heb nog nooit iemand in een splitseconde zoveel huishoudelijke artikelen zien aanslaan Chef. Zelfs als ik haar tegen had willen houden, had ik dat volgens mij geeneens gekund.”
“Ze weet wel degelijk meer wat met Jan de Jonghe is gebeurd en niet alleen met Jan.”
“Hoe bedoelt U Chef?”
“Jan de Jonghe is alweer zolang geleden Rinus. Jannie had nooit en te nimmer zo gereageerd op mijn vraag; als ze niet iets heel recent belangrijks te verbergen had. Iets zo belangrijks dus, dat direct in verband moet staan met ons onderzoek! Dat kan vrijwel niet anders. Ik moest haar, al was het slechts voor een splitseconde van haar stuk weten te brengen. Door zo over Jan de Jonghe te beginnen, is me dat denk ik wel gelukt. Had Jannie niet een nieuw geheim in bewaring, dan had ze nooit zoveel boodschappen aangeslagen. Nee Rinus, Jannie was gewoon heel erg nerveus en dat was ze overduidelijk niet voor niets!”
Rinus floot zachtjes tussen zijn tanden en keek om zich heen. “Ik zie hier weinig verandering Chef. En ook in de Spar zelf heb ik niets uitzonderlijks kunnen ontdekken. ”
“Hoe laat is het nu Rinus?”, vroeg de Hoofdcommissaris genoeglijk, alsof ie Rinus meerdere stappen vooruit was.
“Om en nabij kwart over twaalf Chef.”
“En dat vind jij niet uitzonderlijk?”
Rinus keek naar zijn Chef en naar de Spar. Het duurde even, maar het kwam.
“De Spar gaat al sinds jaar en dag stipt om twaalf uur dicht voor de lunch! Waarom is de Spar nu nog gewoon open dan?”
“Precies Rinus! Ik dacht zelf aan een nieuwe klant wellicht? Een nieuwe klant, die zich nog niet helemaal aan het dorpse ritme heeft aangepast. Of misschien wel twee! Dus wat dacht je van een rondje dorp doen en onze ogen eens goed de kost geven?”
Rinus startte het politiesmartje, dat even later schokkend begon met een rondje door het dorp.

Lonnie werd wakker met ducktape en geboeid ook nog eens. Hij was vastgebonden aan een oude seinpaal en kon nog net schuin de loods inkijken. Daar zag hij Gozer staan bellen, maar geen teken van Molly.  Toen ook Gozer uit beeld verdween, baalde Lonnie stevig; dat ie Gozer zo had onderschat. Eigenlijk had ie bij het zien van die Ferrari al moeten beseffen, dat Gozer niet meer de Gozer van toen was. Hij kon slechts denken aan die enorme hoeveelheid Kook en had al dollartekens in z’n ogen. Aan de overkant zag hij wat bosjes bewegen en hij zag dat Molly uit de bosjes kwam. Hij wilde voorzichtig fluiten ter waarschuwing, toen hij Molly tot zijn schrik hard hoorde gillen: “hier Gozer! Hier ligt de rest.”
lonnie kromp ineen van het sijdende hartzeer en horde Gozer zeggen:  “dat is me wijffie!” Gozer kwam de loods uitgelopen en begon haar vol in het gezicht van Lonnie af te likken. Hij hoorde Molly lachen en zag een tweede stofwolk naderbij komen. Het bleek een busje, waar twee mannen uitsprongen. Op aanwijzing werden de balen canvas ingeladen en meteen daarna vertrok het busje weer. Gozer wees naar de Ferrari en gaf Molly het sleuteltje.
“Oh Gozer!”, huppelde Molly naar de rood blinkende bolide. Gozer liep op Lonnie af en zei: “as je het niet erg vindt, neem ik je wijffie mee okay? Als je nou meteen die Kook had gegeven, was er niks aan de hand. Maar je wilde weer alles voor jezelf of niet?”
Lonnie was niet meer in staat antwoord te geven. Hij werd weer zo bewusteloos geslagen, dat hij niet meer kon zien; dat zijn Molly met wapperende haren samen met Gozer de spoorlijn op scheurde. Gozer had hem tegen eigen verwachting in laten leven, want ze waren weer quitte.

“Tot nu toe nog niets buitengewoons gezien Chef.”
“Nee, ik ook niet. Maar als je eens wat minder zou kunnen schokken?
“Het ging toch best goed?”
“Jawel, maar… Stop de smart! Vol in de remmen Rinus!”
Ze sloegen voorover en Hollestele wees naar de oude monumentale loods in de verte. Of eigenlijk niet, want nu zag ook Rinus iemand bewusteloos aan de oude seinpaal naast het spoor hangen. Ze stapten uit en liepen de spoorbaan op. Dichterbij gekomen kneep Rinus zichzelf in de arm en zei: “het zal toch niet Chef?”
Maar Hollestelle was nu helemaal gefixeerd op die wapperende grijze haren, die voor het gezicht hingen van de gebondene. Een volgende windvlaag onthulde het gezicht van … “Lonnie!”, siste Hollestelle met ingehouden woede; toen met een donderend geraas de bosjes rechts van hen met geweld uiteen werden geduwd. In een flits zagen de agenten nog net, hoe ze door iets enorms werden geraakt waarna het licht bij hen uitging.
Adri trapte op de rem van zijn combine en rende naar Lonnie toe. Hij ontdeed hem van de boeien en begon hem vervolgens in de cabine van de ploeg te hijsen. In zijn achteruit sloegen de uiteen gebogen takken weer terug en de enorme ploegcombiatie was uit het zicht verdwenen.
Een koolmeesje vloog in de teruggekeerde rust driftig boven Hollestelle en Rinus rondjes, waarna het weer in het struikgewas verdween. Eenzaam en verlaten lagen de lichamen van Hollestelle en Rinus op het oude spoor te wachten op bewustzijn.

Na de lunch liep de Raaf een rondje door Serooskerke en kon het niet laten langs het bureau te lopen. Hij keek naar binnen en zag dat het bureau nog immer verlaten was en toen begon hij zich een beetje zorgen te maken. Hij belde het mobiele nummer van Rinus en liet die helemaal overgaan.

De magere boodschapper excuseerde zich nog. Ondanks dat hij zich na de slechte mare in verontschuldigingen had geuit, werd hij door Farkan gewoon koelbloedig door de borst geschoten.
“Farkan, why shoot Mister Messenger?”, vroeg zijn Griekse partner in crime, die daarop ook een kogel kreeg te verwerken. Het werd daarmee ook letterlijk doodstil aan  Cserkesz U. nummer 29 te Budapest. Niemand durfde nog nauwelijks te ademen, laat staan wat te zeggen.
De Zeelandroute was hem aangeraden door zijn Griekse partner, die daar vorig jaar vele successen mee had geboekt. Maar bij de eerste de beste Hongaarse lading, was het al mis gegaan? Dit was in het geheel tegen het zere been van Farkan, die opstond en zei de Mercedes klaar te maken voor lange reis naar Nederland. Farkan was vastbesloten zijn drugs terug te vinden. Want niemand had het ooit opgenomen tegen Farkan en het nog weten na te vertellen.


Hollestelle voelde als eerste een vreselijke koppijn. Helaas ontkwam ook Rinus hier niet aan en bonkte het toen ze naar de oude loods liepen.
“Ze zijn weg?”
“Gevlogen Rinus. Maar wie bindt nou eerst Lonnie vast, om hem vervolgens te bevrijden?”
“Hij was het echt toch Chef?”
“Geen twijfel mogelijk Rinus. Dat tronie staat in mijn geheugen gegrift. Ja, hij was het echt. Heb je nog lint bij je?”
“In de auto Chef, ik ga het subiet pakken”, en Rinus rende naar de auto. Even later werd de gehele loods omwikkeld met het roodwitte afzetlint van Rinus. Pas nadat ze er zeker van waren, dat ze de loods hadden veilig gesteld, kon het enorme geschok terug naar het bureau beginnen.
Tot de rotonde spraken ze hun verbazing uit over Lonnie, die ze toch echt bijna te pakken hadden. Op de rotonde belde Hollestelle naar de Raaf die opgelucht opnam. Ze spraken af op het bureau, want er leek veel meer te spelen dan eerst gedacht. Ze hadden nu, meer dan ooit, behoefte aan het schoolbord. Want hoe ze ook na de rotonde zaken op een rijtje probeerden te zetten, dat mislukte jammerlijk keer op keer.
“Ik weet niet wat het is Chef”, zei Rinus nog voordat ie de dijk af ging proberen te draaien, “maar deze hele zaak lijkt alleen maar chaotischer te zijn geworden.  Iemand heeft ons uitgeschakeld Chef! Beseft U wel wat daar voor nodig is?”
“Ja natuurlijk Rinus”, reageerde Hollestelle en deed er verder het zwijgen toe. Alsof hij niet aanvoelde, dat ze er nog lang niet waren? En om een agent van politie zo uit te schakelen was ronduit brutaal! Maar anders dan Rinus, werd er van hem wel degelijk verwacht; zelfverzekerd te blijven. Dus zat hij zich te verbijten in stilte, toen Rinus het smartje piepend onder de carport tot stilstand bracht. Bij het uitstappen zagen ze de Raaf aan komen lopen, die even inhield bij de oprit. De slager slash patholoog anatoom zonder papieren had niet meer nodig. Hij zag het al direct na eigen oogopslag in hun ogen, deze zaak was nog lang niet klaar.

Adri reed de enorme ploegcombinatie hemelsbreed terug naar de boerderij. Op het erf trok hij Lonnie de cabine uit en sleurde hem de stal in. Aan het einde van de stal parkeerde hij Lonnie op een baal hooi in een afsluitbaar paardenhok. Daarna ging hij weer met de combine het veld op en begon verse sporen te ploegen zoals een boer nu eenmaal doet rond deze tijd van het jaar.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *