Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XII Appeltaart van Molly

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XII Appeltaart van Molly

Hoofdstuk XII     Appeltaart van Molly

 

 

Molly had het zichzelf gemakkelijk gemaakt. Ze zat lekker in het zonnetje aan een gammel campingtafeltje in het voortuintje de Kook te versnijden met het vers gemalen tarwemeel van de Spar. Vrolijk wenste ze de weinige dorpsbewoners die voorbij kwamen een hele goedemorgen. Op de vraag wat ze aan het doen was, antwoordde ze heel enthousiast; “appeltaart! Ik ga appeltaart bakken!”
Dus niemand die zich verder bekommerde om de pure Kook, dat in vol zicht versneden werd op het campingtafeltje. Want wie bakte er nu niet een appeltaart op z’n tijd? Eindelijk wist Molly, hoe ze die Kook te gelde moest maken. Want niemand kon betere appeltaarten bakken dan Molly. Na slechts een klein deel van de eerste baal te hebben versneden, begon ze hele emmers vol met de versneden Kook naar de keuken te sjouwen.
Daar ging ze te keer met mixer en de opstuivende Kook bracht haar rap in vervoering. Steeds grotere scheppen schepte ze uit de emmers en wie niet beter wist, zou zweren dat het Ray Liotta was, daar in dat kleine keukentje; die zijn beroemde scene uit Goodfellas aan het spelen was. Alleen hier geen helikopters boven Oudelande, noch een grote pan met spaghettisaus op het vuur. Neen, maar wel heel veel appeltaartdeeg in de oven en met vaste overtuiging in haar ogen snel geld te gaan maken, heel snel en heel veel geld. En hoe harder en meer ze mixte, des te harder ging ze net als Ray lachen. Molly had er echt zin an!

“Nu dan Chef?”, vroeg Rinus beleefd en Hollestelle knikte van ja. Rinus stond op en pakte een krijtje uit de goot en begon, meer in zichzelf dan voor de kijkers, op het schoolbord de tot nu toe vergaarde gegevens te combineren.

1. drie dode Hongaren vermoord gevonden, vermeende dader Lonnie met Molly erbij
2. dode Jan de Jonghe gevonden op zelfde plek als punt 1, o.d. en gewurgd!
3. Jan de Jonghe heeft Jannie van achteren …
4. gemeenschappelijke factor: drugs in de vorm van pure cocaïne
5. verdere onbekende factoren dan wel personen

Daarna nam hij afstand van het bord en liet de punten op zich inwerken. Daarna vroeg hij, of een ieder zich een beetje hier in kon vinden.
“Eindelijk Rinus, eindelijk begint er zich iets van een rode draad te vormen in deze chaos. Dank je wel voor je input.”
“Helemaal eens met de Hoofdcommissaris, gewoon een erg puike lijst. Alles gilt gewoon drugshandel”, sprak de Raaf. Daarna moest de Raaf zich excuseren. Hij wilde nog even een paar uurtjes bij gaan slapen. In de middag zou hij dan de slagerij nog open kunnen doen.
“Wat is in de aanbieding de Raaf?”
“Magere runderlapjes Rinus. Ik hou wel achter voor jullie.”
Ze dankten de Raaf en verzekerd van een heerlijk bordje stoofvlees voor de zondag, schrok Rinus van de vraag van zijn Chef.
“Is er nog wat uit dat Hongaarse kenteken gekomen Rinus?”
“Heu? … Ik dacht dat U die na zou trekken Chef? Zo heeft U dat toch ook gedaan met die Gozer?… Gozer!”, sprong Rinus op en krabbelde met krijt de naam van ‘Gozer’ onder punt 5, met tussen een paar fraaie accolades; ‘notoire drugsdealer’.
“Nee, een Hongaars kenteken moet via de officiële kanalen. Zou jij die nog na kunnen gaan dan?”
“Meteen!”, zei Rinus en voerde het bewuste kenteken in, in de besloten groep van Interpol. “Dat gaat even duren, maar de aanvraag is verzonden Chef.”
“Dan was er toch nog iets? Oh ja, laat even die profielschets van die overvaller van de Spar zien Rinus.”
Rinus overhandigde het proces verbaal, dat hij had opgemaakt aangaande de ramkraak van de Spar. Hij wees op het aanhangsel,  waarop de vluchtige schets van de vermeende verdachte was te zien.
“Okay, kan je deze even kruischecken met een bekende foto van Gozer, Rinus?”
“Heb ik al gedaan Chef. Maar in het systeem staat geen enkele duidelijke foto van Gozer.”
De telefoon ging en Rinus nam op met; “met Rinus, adjudant politiepost Serooskerke en omstreken?”
“Goeiedag Rinus, je spreekt met Sjaak uit Rotterdam; Hoofd divisie drugs voor het gehele havengebied. Zeg, het spijt me je te moeten storen op de zaterdag. Maar hebben jullie niet toevallig laatst een kenteken gecheckt? En wel meer specifiek, het kenteken met GG?”
Hollestelle fronste met zijn wenkbrauwen en ook Rinus kon een lichte frons niet onderdrukken.
“Nou zeg, dat is toevallig Sjaak. Chef en ik hadden het net over Gozer. En ja, dat klopt. Het is een mogelijk spoor, dat we nog verder uit moeten werken. Waarom?”
“Nou, vanmorgen heb ik een overspannen schoonmaakster aan de lijn gehad. Ze kwam voor de schoonmaak van de penthouse van Gozer aan de Maas. Lang verhaal kort; ze vond hem met meerdere kogels doorzeefd in zijn eigen hal.”
“Dat meen je niet Sjaak?”
“Jazeker en nu vroeg ik me af; wat weten jullie van Gozer?”
“Eigenlijk alleen dat ie hier op de provinciale weg ver boven de maximum toegestane snelheid reed Sjaak. Zoals gezegd, zijn we er nog niet aan toegekomen. Maar het feit dat Gozer hier over ons eiland zich zeer verkeersgevaarlijk voortbewoog, doet ons vermoeden; dat hij wellicht een rol heeft gespeeld in een drugsmoord hier.”
“Een drugsmoord? Bij jullie?”
“Ja Sjaak. Ook wij zijn er compleet door overrompeld. Maar alles wijst op moord, een meervoudige waar zeer hoogst waarschijnlijk drugs een bepalende rol in hebben gespeeld. Maar we zijn nog druk doende alle losse uiteindes te onderzoeken.”
“Laat me raden. Er komen steeds meer losse uiteindes bij?”
“Precies ja, hoe weet jij dat?”
“Dat is kenmerkend bij vrijwel alle drugs gerelateerde zaken Rinus. Hebben we het hier over cocaïne?”
“Ja, inderdaad; pure cocaïne daarbij.”
“Pure? Zozo, dat wijst op een grote zaak collega”, en Hollestelle zag Rinus groeien aan de telefoon. Hij genoot ervan te zien, hoe Rinus zich had op weten te werken van simpele dorpsbode naar een onmisbare adjudant van minimaal Interpol-niveau. Hij vond de gedachte; dat met Rinus de toekomst van hun eiland in goede handen was, een erg prettige.
Rinus en Sjaak beloofden elkaar op de hoogte te houden van mogelijke ontwikkelingen en niet zonder trots legde Rinus de telefoon neer.
“Dat was het Hoofd van de drugsdivisie Havengebied Chef, een collega.”
“Dat begreep ik Rinus”, glimlachte de Hoofdcommissaris en vervolgde; “Gozer is vermoord Rinus. Dan moet er kennelijk dus nog een persoon zijn, die de overhand in dze zaak wil hebben. Iemand die wij nog niet kennen. Maar ik zet er mijn hele hebben en houden op dat ie in een dikke Mercedes rond rijdt en lijkt op jou schets.”
“Natuurlijk Chef! Wat goed van U, natuurlijk! Het wordt nu wel heel erg essentieel, dat we achter zijn identiteit komen!” Waarna Rinus punt 6 op het bord zette; 6. meneer of mevrouw X heeft Gozer vermoord.
“Prima gedacht Rinus, het zou inderdaad ook zo maar een dame kunnen zijn; onze X.”
Daarna hulden de agenten zich in stilzwijgen en gingen in gedachten druk aan de slag met deduceren en combineren van de punten op het bord, met alle kennis die ze tot nu toe hadden weten te vergaren.

“Ik heb geen idee”, draaide Adri zich verschrikt om. “Maar ik heb wel iemand in de stal zitten die meer moet weten. Alleen zwijgt ie als het graf.”
“Kopje thee?”, vroeg Jannie ongemakkelijk en Farkan ging aan de ontbijttafel zitten en zei: “graag. En vertel me nu maar eens wat er verdomme hier allemaal is misgegaan en vooral; waar is mij cocaïne!”
“Pickwick of Jasmijn?”
“Wat?”, draaide Farkan zich dreigend om en legde zijn hand op zijn revolver op tafel.
“De thee? Pickwick of Jasmijn?”, vroeg Jannie angstig.
“Pickwick natuurlijk.”
Jannie zette een trillend kopje Pickwickthee op tafel en durfde niet van het aanrecht weg te gaan.
“Hadden wij geen deal?”
“Jazeker”, zei Adri, “op de afgesproken nacht heb ik de staldeuren wagenwijd open laten staan zoals afgesproken. De volgende ochtend ben ik extra vroeg opgestaan, om de waren veilig te stellen. En wat denk je? Niks! Het busje is hier nooit aangekomen. Pas later zag ik het busje even verderop in de berm staan. Daarbinnen was het geen prettig aanzicht kan ik je vertellen. Iedereen binnen was dood. Gruwelijk vermoord. Ik heb gedaan wat ik moest en de politie gebeld. We hebben nooit afgesproken, dat er doden zouden vallen. En ik zweer op de bijbel, dat ik niets met de missende handelswaar te maken heb.”
“Dat weet ik inmiddels ook, denk ik”, zei Farkan en dat veroorzaakte een opluchting bij zowel Adri als Jannie. “Het moet gestolen zijn door een concurrent. Ik heb de waren getraceerd tot aan een woontoren aan de Maas. En daar leerde ik weer, dat de cocaïne ergens hier op het eiland moet zijn. Dus is mijn vraag aan jullie; hebben jullie verdachte personen hier gezien de afgelopen dagen?”
Jannie schudde heel hard van nee. Ondanks dat ze wist wat soort van een man deze man aan de keukentafel was; geheim was nog immer geheim. Adri echter zei; “in de stal zit iemand, die volgens mij meer moet weten. Hij stond op het punt gevonden te worden door de politie. Met gevaar voor eigen leven heb ik de politie uitgeschakeld en hem snel naar de stal gebracht.”
“Adri? Dat heb je me niet verteld? Heb jij de commissaris geslagen?”
“Het ging allemaal zo snel Jannie. Maar ik kon niet hebben, dat onze deal bekend zou worden. En Lonnie zou zomaar aanleiding kunnen geven tot een uitgebreid onderzoek tot hier op de boerderij. Of had ik het niet moeten doen?”
“Natuurlijk niet Adri, maar ik vind dat dit allemaal veel te veel uit de hand loopt. Dit zou in de Spar nooit gebeuren. Als jullie mij niet verder nodig hebben? Ik moet nu echt naar de Spar, ik ben al veel te laat.”

Het was net nadat Jannie huilend haar verhaal had gedaan aan Adri tijdens het avondeten. Adri had het boos aangehoord en zwoor dat hij wraak moest hebben. Hij had die avond voor het eerst in zijn leven zijn bord niet leeg gegeten. Zijn Jannie, zijn mooie Jannie bruut aangerand door Jan de Jonghe?! Was ie nou helemaal? Hij had gehuild uit pure woede, nijd en verdriet. Jannie had hem getroost en ook huilend besloten om Jan geen druppel melk meer te verkopen. Het was een dag en avond waarvan beiden wisten, maar nooit meer over wilden reppen. In die periode werd Adri tijdens het werken op het land benaderd door een verdwaalde Griek. Die vroeg, of hij stalruimte kon inhuren. De prijs die die verdwaalde Griek wilde betalen, was zo enorm; dat Adri had ingestemd. In eerste instantie had Adri geen idee wat er maandelijks in zijn stal werd opgeslagen door dat bestelbusje. En ook niet wanneer na enkele dagen een ander busje de waren weer op kwam halen.
Na een maand had Adri trots het koekblik aan zijn Jannie laten zien, vol met geld. Hij vertelde haar over de ongewone overeenkomst en dat hij dat was aangegaan; zodat zij niet langer meer achter de kassa bij de Spar hoefde te staan. Vertederd door de motivatie van Adri, had ze hem duidelijk gemaakt; dat de kassa na hem haar lust en haar leven was. En daar zou die ene Jan de Jonghe niets aan kunnen veranderen. Zoveel dorpelingen waren haar dankbaar en toen was het eigenlijk al te laat. Adri had zich onbedoeld ingelaten met verkeerd publiek, hoewel met de beste intentie. Het duurde niet lang, of ze kwamen achter de inhoud van die balen; die maandelijks in de stal werden opgeslagen. Overstuur hadden ze achter de piepers gezeten en beseften; dat ze geen kant meer op konden. Ze hadden moeten accepteren, dat hun boerderij vanaf toen ook als drugshub zou moeten fungeren. Dat ging een tijd lang goed, totdat Farkan op een zomerse dag was aan komen wandelen. Farkan had hen ingelicht over de veranderde machtsstructuur en dat ze voortaan alleen voor hem werkten. Ze werden gedwongen de overeenkomst met die verdwaalde Griek stilzwijgend te laten verlopen in een overeenkomst met Farkan. Na een paar maanden zou het nieuwe contract ingaan en net op het moment, dat de eerste levering plaats moest hebben onder supervisie van hun nieuwe zakenpartner, was het vreselijk misgegaan.

“Ik weet het niet!”, gilde Lonnie en stukjes stro brieste hij door zijn afgesloten hok in de paardenstal. “Hoe vaak moet ik het je nog zeggen? Ik weet er niks van!”
“Dat is spijtig”, zei Adri en keek achterom over zijn schouder en zag Farkan de stal in komen lopen.
“Wie is dat nou weer?”, schuimde Lonnie nu bijna. Hij was het gewoon zat, zo voor niks opgesloten te worden door een boer.
Farkan zei niks en opende het hok van Lonnie; die meteen een spurt nam alsof het een hond was, dat na wekenlang opgesloten te zijn geweest, voor het eerst de speelweide in mag. Hij kwam niet voorbij Farkan, die Lonnie met een simpele elleboogstoot een spuitende bloedneus bezorgde.
“Auw! M’n neus! Je hebt m’n neus gebroken!”
Farkan luisterde niet en pakte Lonnie heel hard bij zijn oor en begon hem hardhandig de stal rond te slepen. Na vijf rondjes was Lonnie gebroken en vertelde alles wat ie wist. Farkan gooide Lonnie weer zijn hok in. Van de haak aan de muur trok hij een grijs paardendeken en liep onder die deken naar buiten het erf over en via de achterdeur weer de boerderij binnen.
Achter hem schopte Adri zijn klompen tegen de gevel en vroeg in de keuken, hoe nu verder.
“Ik moet Molly zien te vinden. Zij heeft mijn cocaïne. Ik kan nu niet weg. Is het goed als ik tot donker wacht?”
“Natuurlijk, maar ik moet het land nog verder bewerken.”
“Laat mij je dan niet daarvan afhouden”, zei Farkan en gooide zijn voeten op de keukentafel en verheugde zich op toch op z’n minst een lang verwacht hazenslaapje.
Adri trok buiten z’n klompen weer aan en stapte in zijn combine en onder dieselgereutel reed hij het veld op.

“En dat is twintig!”, zei Molly trots op haar zoveelste appeltaart, die ze als laatste uit de oven pakte. In de achtertuin had ze een oude bolderkar zien staan en even later liep ze met een volle bolderkar aan appeltaarten naar de Spar toe. Tegen die tijd was het gewoonlijk spitsuur in de Spar en alle klanten keken verlekkerd naar Molly, of meer precies naar haar bolderkar; waar ovenverse luchten uit opstegen. De appeltaarten roken zo lekker, dat het zelfs Jannie opviel.
“Goedemiddag Molly, wat kan de Spar voor je betekenen vandaag?”
“Heeft de Spar ook vers gebakken appeltaarten in het assortiment?”
“Nee, dat heeft de Spar niet.”
“Ze ruiken wel heerlijk hoor Jannie” en “hoog tijd dat de Spar ook verse appeltaarten gaat verkopen”, werd onder andere hier en daar hoopvol omfloerst vanuit de gangpaden geroepen.
“Zou de Spar misschien genegen zijn, om mij als leverancier van verse appeltaarten te contracteren? Maar hier, proef eerst maar eens en geef me daarna je antwoord.”
Jannie nam een nog warm stukje appeltaart in haar mond, dat haar meteen licht euforisch deed worden. De smaak was overweldigend en dan was er nog iets, dat ze niet thuis kon brengen. Maar dat ‘iets’ was duidelijk, dat iedere appeltaart eigenlijk al zoveel eerder had moeten hebben.
“Dat is een heerlijke appeltaart Molly. Er zit een geheim ingrediënt in, is het niet?”
“Ja, maar vraag me niet welke. Tenminste niet nu we nog in de prille try-out periode zitten.”
“Okay Molly. Ja, de Spar is de mening toegedaan; dat deze appeltaarten een welkome aanvulling zijn op het huidige assortiment!”, en uit de gangpaden steeg een zacht ingehouden gejuich op. Ze spraken een prijs af, waar beiden heel goed mee en van konden leven.
“Dus”, zei Jannie toen ze haar handtekening zette onder hun overeenkomst, “de Spar verplicht zich om drie weken lang je appeltaarten af te nemen. Na drie weken gaan we dan evalueren; of de prijs aangepast moet worden, dan wel de duur van het contract of wellicht beiden. En mocht de prijs heel erg hoog worden, afhankelijk van de lokale vraag en aanbod uiteraard, dan verplicht de Spar je wel tot het verklappen van het geheime ingrediënt. Na verklappen, zal de Spar je dan alle schulden kwijtschelden en een gunstige hypotheekrente bemiddelen bij de Rabo. Voor het geval we tot een prijs kunnen komen, die wij beiden mijn ouderlijke woning waard vinden. Okay?”
Jannie was zelf nog het meest verbaasd over de inhoud van de overeenkomst. Maar met de appeltaart van Molly zou dan ook een gat in de markt gevuld kunnen worden. Daar was Jannie heilig van overtuigd.
“Yes!”, zei Molly enthousiast en zette haar handtekening in duplo naast die van Jannie. Molly was de Spar nog niet uit, of iedereen had al een appeltaart uit de bolderkar genomen. Jannie had er nog een hele klus aan; om al die kassabonnen nauwgezet te controleren. Maar dat had ze altijd bij een nieuw product in het assortiment. Bovendien zou de omzetverhoging haar extra inspanning meer dan goed maken. Want tot nu toe had de Spar nog nooit een ongewild product in het assortiment opgenomen.

Hard werden Hollestelle en Rinus die avond wakker gerinkeld door de telefoon op het bureau. Ze waren in de namiddag, na die zware nacht, weggedommeld. En vervolgens in een diepe slaap gevallen onder het monotone geronk van hun eigen gesnurk. Maar die fel rinkelende bel deed hen verschieten en Rinus graaide een paar maal naar de hoorn, eer ie echt goed op kon nemen.
“Met Rinus de Ad…”
“Rinus! Met Frank Kuzee! Het is hier een complete chaos! Zevenentwintig ongelukken hier! Zevenentwintig Rinus? Dat haal ik in een jaar tijd nog geeneens!”
“Wat is er in hemelsnaam gebeurd Frank? Dit klinkt verschrikkelijk”, en Rinus was weer helemaal wakker.
“Gek-ken-huis! Ik moet weer hangen, wat zo druk heb ik het nog nooit gehad. Maar ik dacht dat jullie hiervan moesten weten.”
“Waar zit je Frank?”
“Oudelande Rinus! Oudelande is één grote janboel!”
“We komen er zo snel mogelijk aan. Wat schat je zelf in Frank. Ik bedoel, hebben we met veel slachtoffers te maken?”
“Oh nee! Daar rent er net weer één uit het bejaardentehuis zo maar de openbare weg op. Zonder kleren Rinus, zelfs geen rollator!”
“Frank, Hollestelle hier. Hebben we te maken met een kettingbotsing? Is het mistig daar?”
“Meer dan dat commissaris en nee, kraakhelder. Maar de wrakken liggen her en der verspreid van de rotonde tot aan de grote kerk hier.”
“Verschrikkelijk. Voordat we komen Frank; moeten we de pastoor meenemen?”
“De pastoor?”
“Ja, ik bedoel voor slachtofferhulp.”
“Slachtofferhulp? Ze lopen er hier allemaal hysterisch om te lachen commissaris!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.