Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XIV Onbewust gevangen

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XIV Onbewust gevangen

Hoofdstuk XIV     Onbewust gevangen

De nacht was door alle drie de mannen verschillend ervaren, doch Rinus had met afstand de zwaarste gehad.
“Ik heb de hele nacht liggen woelen Chef en ben er weet ik niet hoe vaak uit geweest. Ieder keer net als ik in slaap dreigde te vallen, zag ik die rokken van Mathilde van de Meulenborg weer voor me. Was het niet Mathilde, dan zag ik wel meneer de Dominee en oh zo levensgroot. Chef? Ben ik mijn verstand aan het verliezen?”
Hollestelle voelde vanachter zijn bekertje koffie een enorme rilling door zijn lijf gaan. Ook hij had zowat de zwaarste nacht van zijn leven achter de rug en dreigde het ook te verliezen. Ondanks de diepe twijfel die hij voelde zei hij: “nee Rinus. Het is helaas een zeer uitzonderlijke situatie. Laten we wachten op de Raaf, okay?”, probeerde hij Rinus zowel gerust te stellen, als ervoor te zorgen; dat ie even met geen woord meer over gisterenavond repte. Ook de commissaris was danig van slag opgestaan. Het was dat ze bij hoge uitzondering hadden afgesproken; om op zondag op het bureau samen te komen. Het liefst was hij pas opgestaan als ‘iemand’ de onverkwikkelijke gebeurtenissen in Oudelande had weten op te lossen. Zelf was hij ten einde raad.
“Ik weet niet van jullie heren. Maar ik heb de hele nacht met dat beeld van zwaar copulerend Oudelande liggen worstelen”, zei de Raaf als soort van groet. Ook bij de Raaf was het niet in de koude kleren gaan zitten. Hij hielp zichzelf aan koffie en nam plaats aan het bureau, waar Rinus hem aanklampte.
“De Raaf? Raken we ons verstand kwijt? Ik bedoel, misschien zijn wij wel de uitzonderingen hier. Een heel dorp De Raaf? En oh, dan meneer de Dominee!”
“Rustig Rinus, rustig; eerst m’n koffie”, en de Raaf zette zijn lippen aan het prefab bekertje.
Hollestelle keek de mannen aan met hun ernstige twijfels en begon zich af te vragen; of hij er niet verstandig aan zou doen om slachtofferhulp in te schakelen. Niet voor de Oudelanders, maar voor hunzelf. Maar vrijwel tegelijkertijd herpakte Hollestelle zich als eerste. Hij was niet voor niets Hoofdcommissaris van Serooskerke en omgeving.

Farkan stapte na de barre tocht dwars door de vers geploegde akkers in zijn dikke Mercedes. Hij was meer moe dan hij dacht en viel meteen achter het stuur in slaap. En het was dus maar goed, dat hij nog niet aan het rijden was.
Jannie en Adri lagen zoals altijd op zondag, eens goed uit te slapen van de week. Ze konden zo onmogelijk zien; dat er een steeds grote molshoop aan het einde van de paardenstal naast de muur omhoog aan het komen was. De molshoop werd zo groot, dat dit geen gewone mol kon wezen. Pas veel later zou men over een ‘mollieshoop’ kunnen spreken, maar zover was Lonnie nog lang niet.
Molly zelf was inmiddels in functie als c.e.o. van het zojuist gefuseerde conglomeraat ‘Apple&Pie’ op het bijkantoor in Manhattan aangekomen. Haar laatste geniale vondst was de ‘appeltaart met wifi’ en ze werd dan ook door de directie met alle egards ontvangen en genoot enorm van haar succes. Zo enorm, dat die ook voorlopig niet van plan was om wakker te worden.

De telefoon rinkelde scherp op het bureau en Rinus was niet bij machte om op te nemen. Hollestelle boog zich voorover en zei: “met Hollestelle, politiepost Serooskerke en omgeving.”
Aan de andere kant van de lijn klonk een natuurlijk autoritaire hete aardappel, die zei; “met Polman, commissaris van de Koning provincie Zeeland.”
“Goedemorgen meneer.”
“Laat dat goede maar weg. Ik vernam zojuist, dat de provinciale weg bij Oudelande is afgesloten? Zeg me dat het niet waar is.”
“Eigenlijk wel ja. Ik heb Oudelande gisterenavond in quarantaine moeten zetten.”
“Quarantaine? Maar dat is één stap verwijderd van de staat van beleg kerel? Ga dat onmiddellijk opheffen!”
“Nee”, sprak Hollestelle zeer tegen zijn zin. Het ging tegen zijn natuur in om een meerdere tegen te spreken. Maar hij had de beslissing genomen en stond daar dan ook bij. In korte zinnen probeerde hij de recente gebeurtenissen in Oudelande te schetsen en daarmee zijn onvermijdelijke beslissing. “Ik zag geen andere uitweg meer.”
“Zeg commissarisje!”, werd die hete aardappel venijnig. “Ik heb je een opdracht gegeven. Heb je me niet verstaan?”
Dat had hij wel verwacht. Polman geloofde hem niet, dacht dat hij het kwijt was. En eerlijk gedacht, zou zelfs Hollestelle zijn twijfels hebben, als hij aan de andere kant van die lijn had gezeten.
“Laat de Hoofdcommissaris met rust!”, mengde Rinus zich onverwacht nijdig in het gesprek. “Chef heeft gedaan wat hij moest doen. Oudelande is niet zomaar lichtelijk afgegrendeld. Heeft u soms niet geluisterd naar wat de commissaris over Oudelande U vertelde?”
“Wat krijgen we nou? Zeg! Wie is dat?”
“Dat is Rinus en ik ben de Raaf. Het gehele politieteam van Serooskerke staat achter de beslissing van de commissaris. Oudelande blijft onder quarantaine!”, vormde de Raaf één front tegen de autoritaire stem door het speakertje en hij lipsyncte er nog opzichtig bij; ‘commissarisje’.
“Jullie begrijpen, dat ik zo gedwongen wordt om jullie te gaan overrulen niet? Ik kan deze weigering niet accepteren. Tegen de tijd dat ik uit Den Haag terug ben”, dreigde Polman, “zijn jullie permanent ontslagen en voorgoed ontheven uit functie, want dit is gewoon onacceptabel. Wie denken jullie wel niet dat jullie zijn? Dan wel dat ik ben!”
“En nou moet jij eens goed luisteren verdomme!”, sloeg Hollestelle met zijn vlakke hand hard op het bureaublad.
“Oudelande is van God los, van-God-los! Het dorp is vergeven van de cocaïne! Co-ca-i-ne! Had ik niet gedaan, wat ik heb gedaan; dan was tegen het middaguur ook Middelburg van God los geraakt en binnen afzienbare tijd heel Zeeland! Mooie commissaris ben je, als je daarbij dom en uit de hoogte hebt zitten toekijken zonder daadkrachtig in te grijpen zoals het moet en hoort! Maar ik weiger zeg ik je!En je kan hoog springen of laag, ik weiger gewoon om de openbare orde te grabbel te gooien aan die verdomde drugs! Dus je zegt het maar Polman; of wel blijft de quarantaine gehandhaafd, dan wel lig jij vanmiddag met je chauffeur te … te … te rampetampen op de achterbank op een morsig parkeerterreintje aan de snelweg naar Den Haag om mij te overrulen! Want dat je gepakt gaat worden op plekken, waar je geeneens weet van hebt, staat voor mij vast! Ik heb het zelf met mijn eigen ogen zien gebeuren! Maar je zegt het maar! Commissarisje!”
Rinus en de Raaf zaten Hollestelle onder de indruk aan te kijken en aan de andere kant van de lijn bleef het even stil. Na een tijdje hoorden ze Polman terugkrabbelend zeggen: “los het zo snel mogelijk op”, waarna de verbinding werd verbroken.
“Zo! Die heb jij even op z’n nummer gezet zeg”, sprak de Raaf.
“Ik denk, dat wij wel een vers bekertje koffie hebben verdiend. Rinus?”
Natuurlijk Chef! Komt eraan!”
“Check even je mail Rinus. Dat kenteken?”
“Oh ja!”, en in plaats van de returmail te lezen, printte hij deze uit en legde hem op het bureau.
“Farkan?”
“Ja, dat staat er Chef. De dikke Mercedes staat geregistreerd op ene Farkan.”
“Nooit van gehoord”, sprak de Raaf en dat had niemand in het bureau.
Hollestelle keek naar het lijstje op het schoolbord en wees naar punt 6.

1. drie dode Hongaren vermoord gevonden, vermeende dader Lonnie met Molly erbij
2. dode Jan de Jonghe gevonden op zelfde plek als punt 1, o.d. en gewurgd!
3. Jan de Jonghe heeft Jannie van achteren …
4. gemeenschappelijke factor: drugs in de vorm van pure cocaïne
5. verdere onbekende factoren dan wel personen Gozer {notoir drugsdealer}
6. meneer of mevrouw X heeft Gozer vermoord.

“Die X? Dat moet wel die Farkan zijn. Maar wat is dan de connectie met Oudelande?”
“Parkeergeld Chef!”, verslikte Rinus zich bijna in zijn koffie.
“Parkeergeld?”
“Ja Chef. Het moet in het proces verbaal staan of anders moet ik dat alsnog noteren. Ik heb er helemaal geen aandacht meer aan besteed. Maar toen ik Jannie vroeg; waarom iemand in een dikke Mercedes vijf Euro wilde stelen? Antwoordde ze me. dat ik dat moest uitzoeken. En ze mompelde bijna, zoals ik me heug; dat die Farkan iets over ‘parkeergeld’ zei.”
“Hè? Parkeergeld?”
“Oudelande heeft helemaal geen parkeermeters!”, zei de Raaf. “Wat moet die Farkan dan met parkeergeld?”
“Die had hij dus nodig voor ergens waar wel parkeermeters staan”, sprak Hollestelle.
“Natuurlijk Chef! Ik durf te wedden; dat waar Gozer woonde heel veel parkeermeters staan!”
“Precies Rinus”, zag Hollestelle het helder voor zich afspelen.
“Farkan moet na zijn dikke Mercedes te hebben geparkeerd, vijf Euro in de parkeermeter hebben gegooid. Dat gaf hem meer dan genoeg parkeergeld om Gozer te vermoorden.”
“Meer dan genoeg Chef!”
“Ik denk ook dat het zo gegaan moet zijn.”
De Raaf zei: “ik zit alleen met het motief. Waarom zou Farkan Gozer überhaupt willen vermoorden?”
“Rinus, bel Sjaak van de Drugsdivisie en zet ‘m op speaker.”

“Sjaak? Hollestelle hier.”
“Ah goedemorgen commissaris, wat verschaft mij het genoegen?”
“Rinus heeft zojuist de eigenaar van dat kenteken van die dikke Mercedes weten te achterhalen. En wij denken dat hij wel eens de moordenaar van Gozer zou kunnen zijn, moeten zijn eigenlijk.”
“Dat is interessant. En over wie hebben we het dan?”
“De dikke Mercedes staat geregistreerd op ene Farkan?”
“Oh jee. Dat is een heel, echt heel gevaarlijk heerschap commissaris. Ik ken die naam, die duikt zo af en toe steeds vaker op, waar het zware drugsdelicten betreft. En met zwaar bedoel ik de zwaarste. Die Farkan schijnt aan het hoofd te staan van alle zware jongens in Hongarije. Samen met een verdwaalde Griek runt hij de misdaad daar. Maar dat hij dat ook nu hier in Nederland van plan is te gaan runnen, dat is nieuw voor mij. Ik wist wel, dat er meer achter de moord van Gozer moest zitten, maar dit?”
“Wij vallen ook van de ene verbazing in de andere Sjaak. En het valt niet mee, drugs gerelateerde zaken bedoel ik.”
“Ja commissaris, daar kom je helaas snel genoeg achter. En dan is het soms buitengewoon frustrerend als ze in Den Haag je werk gewoon zitten tegen te werken. Tenminste zo lijkt het soms. Maar ik dank je voor het zo snel delen van deze informatie commissaris.”
“Camiel Sjaak, zeg maar Camiel. Een fijne zondag verder.”
“Insgelijks Camiel en de groeten aan de rest van het team daar.”
“Echt een vriendelijke collega”, zei Rinus en de Raaf keek alweer naar het lijstje en zei: “dan moet het motief wel Kook zijn!”
Rinus liep naar het schoolbord en vroeg of hij de zaak mocht simplificeren.
“Ja Rinus, zat ik ook aan te denken. We weten nou wel; dat we met drie dooie Hongaren zitten en een hoop drugs. En ook Jan de Jonghe staat uitgebreid genoeg al in het dossier vermeld. Goed gedacht van je Rinus. We moeten ons verder gaan concentreren op de laatste informatie, dus ga vooral je gang.”

1. Farkan rijdt vanuit Oudelande helemaal naar Penthouse met uitzicht over de Maas en vermoordt Gozer 
2. Wat is connectie Farkan-Oudelande? Vrijwel zeker drugs!
3. Oudelande in quarantaine

“Het lijstje wordt nu al een stuk overzichtelijker zo”, sprak Hollestelle met hervonden optimisme. Ook de Raaf siste met hernieuwd elan tussen zijn tanden. Zoals Rinus het nu deed voorkomen, waren ze eigenlijk al best wel ver met deze zaak.
Rinus ging tevreden weer zitten en langzaam voelden ze dat de zaak eindelijk schot begon te krijgen. Het hielp ze daarbij enorm; om hun gedachten aan Oudelande in een meer afstandelijk en professioneel perspectief te plaatsen. De intense pijn was zeker daar, maar bepaalde nu niet meer hun gehele gedacht.
“Oudelande is van God los toch Chef?”
“Ik heb het niet voor niets in quarantaine moeten doen Rinus.”
“Is het dan gek te denken; dat de gemeenschappelijke factor van drugs in Oudelande ligt?”
“Natuurlijk Rinus! Camiel! Rinus zegt het!”, gilde de Raaf enthousiast. “Gegeven onze observaties gisteren, moet er wel een hele berg Kook in Oudelande liggen! Had ik niet beter geweten, dan had ik gezegd; dat Gozer een drugshub in Oudelande had gevestigd. Maar nou is Gozer vermoord.”
“Dus, in jouw trant door redenerend de Raaf”, zei Rinus, “Gozer had die berg drugs van Farkan gestolen? En ja, dan zijn ze in dat milieu inderdaad niet misselijk.”
“Laten we aannemen dat Oudelande nou op een hele grote berg drugs zit”, sprak Hollestelle nu. “Want zo’n risico neem je niet voor een klein beetje. Dan moet er iemand zijn, die aan het dealen is! Maar ik kan niet direct inzien; dat die dealer dan ook onze Farkan is?”
“Dat lijkt mij ook sterk Camiel”, zei de Raaf. “Farkan is een volslagen onbekende hier op ons eiland. Zelfs wij hadden nog nooit van ‘m gehoord tot een paar minuten geleden. Nee, die drugsdealer, die Oudelande aan het vergiftigen is; moet een bekende daar zijn. Ons eilanders zijn sowieso niet gewoon om drugs te nemen. En al helemaal niet van een volslagen onbekende.”
“Daar zeg je iets heel verontrustends de Raaf”, schrok Rinus zich een hoedje. “Dat van dat het een bekende moet zijn, die daar aan het dealen is, bedoel ik.”
“Hoezo?”
“Verdorie Rinus”, schrok nu ook de commissaris zich een ander hoedje. “Een bekende is iemand van hier, of iemand die hier de weg kent! Lonnie en Molly? Zou het echt?!”
“Dus dan is die berg drugs afkomstig van die Hongaar toch?”, vroeg de Raaf nog voor de zekerheid.
“Ja, van Farkan ja! En als dat zo is?”
“Dan moet Farkan nou vast in Oudelande zitten!”, gilden ze alledrie als één man. “En Molly en Lonnie ook!”
“Chef! Over die quarantaine? Uw beste beslissing ooit!”
“Als ik een hoed op zou hebben, dan had ik ‘m nou voor je afgedaan. Maar bij gebrek aan beter hoop ik dat je een diepe buiging weet te waarderen? Inderdaad, Serooskerke mag zich gelukkig prijzen met zo’n fantastische Hoofdcommissaris!”, lachte de Raaf breeduit.
“Heren, heren, dat is te veel eer. Het is nu zaak om een plan de campagne te verzinnen, waarbij niets over het hoofd mag worden gezien. Het gajus mag dan wel vast zitten. Dat betekent nog niet, dat we ze zomaar in de boeien kunnen slaan.”
“Nee Chef, maar het betekent wel; dat Oudelande misschien toch niet helemaal verloren is.”

“De Raaf? Waar heb jij the Raven geparkeerd?”
“Hier, precies voor de deur. Ik was lui vandaag. Hoezo?”
“Nou, ik zou niet graag met onze voorganger in aanraking willen komen.”
“U bedoelt Chef, dat we deze zondag niet naar de kerk gaan?”
“Dat bedoel ik Rinus. Ik weet zeker dat de Heer het ons zal vergeven. Maar onze voorganger? Daar ben ik niet zo zeker van.”
“Die praat dus de eerste maand niet meer met ons”, zei de Raaf. “Maar ik vind het niet erg hoor. Die organist speelt de laatste tijd toch zo zwaar op m’n gemoed.”
Het was bij hoge uitzondering, dat ze met voorbedachte rade de mis expres gingen missen deze zondag. Maar alle leden van het politieteam waren ervan overtuigd, dat ze simpelweg niet anders konden dan wel mochten.

Proestend kwam Lonnie uit de molshoop naast de paardenstal gekropen. Buiten klopte hij het zand van zich af en begon heel hard te rennen naar de bosjes in de verte. Hij wilde zo ver mogelijk van de boerderij vandaan en rende en rende. Buiten adem rende hij de dijk op en liet de boerderij ver achter zich. Hij lachte, toen hij de zee weer voelde roepen. Verfrist door de zilte wind rende hij verder en voelde zich weer helemaal alive and kicking worden. Zo zeer zelfs, dat het door zijn hoofd schoot; om weer eens een mooie fotocamera aan te gaan schaffen. Want hoe lang was het niet geleden? Dat hij door de polder fietste in geile string?
“Te lang! Te lang!”, hijgde hij lachend, toen hij tegen een onzichtbare muur opknalde. De klap kwam zo onverwacht; dat Lonnie rechtsom al helemaal bewusteloos de dijk afrolde. In het helmgras lag daar Lonnie knock-out uit het zicht van alles en iedereen. En bovendien compleet onwetend van het gegeven dat; wanneer Rinus iets af moet zetten, hij dat dan ook meer dan uitstekend doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *