Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XVII Plan de campagne

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XVII Plan de campagne

Hoofdstuk XVII     Plan de campagne

 

 

Woedend van razernij rende Farkan van boom tot boom. En bij iedere volgende schuilplek zag hij wel iets, dat hem nog woedender maakte. Dat zijn cocaïne op dergelijke schaal aan de man werd gebracht was onverteerbaar voor hem. En hij flipte helemaal, toen hij een oud vrouwtje hoorde zeggen; dat zijn cocaïne voor een huidige marktwaarde van 25 cent per punt ging. Hij zag daar zelf niks van en dat maakte hem weer helemaal boos. Maar toen ie de naam van ‘Molly’ opving, werd hij overvallen door een ijzige kalmte en wist hij wat hem te doen stond. Hij begon Lonnie te volgen en zag in dat kleine straatje vanaf de hoek, hoe Molly haar appeltaartpunten aan het dealen was. Even had de doorgewinterde crimineel in hem een kort moment van respect voor deze ingenieuze vorm van distributie. Dat zijn cocaïne aan 100% van het potentieel werd verkocht, maakte toch indruk. Maar al snel begon hij een omtrekkende beweging te maken, want dat hij met de achterdeur in huis zou vallen; zoveel was wel zeker. Hij wachtte achterom tot het donker werd en klom daarna over de schutting. Zonder dralen beukte hij zijn lichaam tegen de achterdeur, dat rinkelend door het gebroken glas open knalde. Hij vloog het keukentje binnen, net op tijd om het belletje van de oven te horen; ten teken dat de laatste appeltaarten gaar waren.

Werkend tegen de onzekere deadline hadden de mannen voorzichtig een begin van een soort van plattelandsaanpak gemaakt. Of te wel een plan de campagne om Oudelande weer veilig te stellen. Na lange en uitvoerige gesprekken met Sjaak was het Hollestelle duidelijk geworden, dat ze met niet eerder vertoond geweld orde op zaken moesten gaan stellen.
“Maar Chef? U wilt dat we samen met de manschappen die Sjaak beschikbaar kan stellen, met getrokken shiettuig Oudelande terug gaan veroveren? Ik kan mij de laatste keer nog herinneren Chef. En we hadden het bijna niet overleefd.”
“Dat was hier in Serooskerke Rinus. Je bedoelt toen met Seel . Dankzij de vleeshaak van de Raaf hebben we het inderdaad maar ternauwernood weten te overleven. Denk niet dat ik daar niet aan gedacht heb. Ook nu zitten we met een crimineel uit het Oostblok. Maar dat niet alleen. We moeten nou strijden tegen een heel dorp! En ik verdom het om nog langer toe te zien. Het wordt hoog tijd dat de orde in Oudelande hersteld wordt!”
“Hollestelle heeft gelijk Rinus. Als we niks doen, dan zitten we dalijk ook hier met de gebakken peren.”
“Appelen de Raaf, appelen”, corrigeerde Sjaak door het kleine speakertje.
“Sjaak, stuur ze maar naar Serooskerke en laten we bidden dat we nog op tijd zijn.”
“Ik ga iedereen hier mobiliseren. We komen zo snel mogelijk naar je toe. Verzamelen bij bureau Serooskerke?”
“Dat lijkt mij het beste ja. Dan kunnen we vanaf hier nog nader bekijken, hoe we de manschappen het beste kunnen verdelen.”
“Okay. Sjaak, over en uit.”

Farkan keek naar de twee junkies op de vloer en herkende Lonnie meteen. Zelfs met losse haren. En die andere moest dus Molly zijn.
Twee junkies die hem bijna te slim af waren geweest. Maar nou was dat voorgoed klaar! In de gang inspecteerde hij zijn balen en constateerde, dat er gelukkig nog meer dan genoeg van over was, om een behoorlijke winst te garanderen. In zijn wandeltocht van de rotonde naar het ouderlijk huisje van Jannie van de Spar had ook hij geleerd, dat het afzetlint een onneembare hindernis was gebleken. Voor hem was 1+1 nog altijd 2 en concludeerde, dat de locale autoriteiten niet bij machte waren gebleken de orde te herstellen. In plaats van deze met harde hand te herstellen, was hier gekozen voor een afwachtende houding. En die houding moest hem net genoeg tijd geven, om de cocaïne te gaan verhandelen. De verslaving van de dorpelingen zou hen slechts naar meer appeltaart doen verlangen en dat idee sprak hem zeer aan. Hij trok een zetel naar de gang en ging daar rustig zitten wachten, totdat die junkies aan zijn voeten wakker zouden worden. En dat zou dan meteen hun laatste slaapje ooit worden, zo beloofde Farkan zichzelf plechtig. Een paar dagen slechts, meer had hij niet nodig.

“Chef! Ik kan absoluut niet meegaan in deze hele mobilisatie!”, zei Rinus krachtig. “We hebben alledrie gezien hoever de dorpelingen er aan toe zijn. Met genoeg appeltaart in zich, zullen we ze uiteindelijk alleen maar met kogels kunnen doen stoppen. Ruim 700 potentiele slachtoffers Chef! Zeg me dat U dat niets doet!”
“Verdomme Rinus! Natuurlijk doet het me wat! Al die tijd heb ik nauwelijks een oog meer dicht kunnen doen. Lig ik te woelen, hoe Oudelande te redden, want redden wil ik het. Maar nou zitten we met de cache qui rit Rinus! En die cache laat mij geen andere keuze meer!”
De spanningen liepen hoog op en beide agenten gilden tegen elkaar op, beiden wetende dat de ander gelijk had. Ze kwamen er niet uit en toen Hollestelle tot bloedens aan toe zijn hand op het bureaublad sloeg en Rinus al drie volle doosjes krijtjes had verpulverd, was het de Raaf die het evenwicht probeerde te herstellen.
“STOP! Stop hiermee! Zijn jullie nu helemaal betoeterd? Hier!”, en resoluut begon de Raaf met eerst drie verse bekertjes koffie uit de automaat te halen.
“DRINK! En luisterT! Ik ben het met de commissaris eens dat we moeten ingrijpen. Maar ik ben het net zo eens met Rinus, dat het slachtofferpotentieel eenvoudigweg echt onverantwoord is. Hoezeer ik het gevaar van het overschrijden van de deadline begrijp. Ik denk dat ik een oplossing heb, waar jullie beiden mee kunnen leven.”
“Wat is dat dan?”
“Zeg ik nog niet. Eerst koffie. Eerst even kalmeren, want zo kan niemand een goede beslissing nemen!”
De Raaf had gelijk en eindelijk na meerdere slokjes pas, proefden ze de gebrande bonen weer en konden gewoon weer simpel genieten van hun bekertje koffie. De Raaf zette als eerste zijn bekertje op tafel en zei: “de Haan!”
“De Haan?”
“Ja, Pierke! Pierke de Haan!”

Lonnie werd wakker en herkende meteen tot zijn grote schrik de metalen koude klik boven zijn hoofd.
“Jij?”
“Maak ‘r wakker. Werk aan de winkel, heel veel werk.”
“Molly! Wordt wakker! Molly!”
Rozig mompelde Molly: “toe Lon, laat me nog eventjes liggen. Over een uurtje mag je weer.”
“Dat bedoel ik niet!” En hevig schudde hij Molly nu wakker, die op haar beurt geschrokken tegen het pistool van Farkan aankeek.
“Die cocaïne? Daar! Die is van mij. En nou als de sodemieter bakken jullie. En half om half!”
“Half om half? Maar dat is veels te hoog.”
“Mijn cocaïne, mijn dosis! Snijden jij en jij, bakken!”
Farkan zelf begon de nieuwe punten op het tuinpad te verkopen en zei dat er over een paar uurtjes weer nieuwe waren, die nog veel lekkerder zouden zijn. De dorpelingen gingen uit hun dak, hoewel het gebruik nu ook wel aan hun uiterlijk te zien was. Ze hadden al dagen niets anders gegeten dan appeltaart en met de aanstaand verhoogde dosis zou Farkan vrij gemakkelijk zijn balen kunnen slijten. Dat de dorpelingen dit waarschijnlijk niet zouden overleven, was Farkan een zorg. Zolang hij zijn winst maar kon opvoeren, was het hem al lang best. En trouwens, nog zoveel dorpen te gaan hier, wel voor meerdere mensenlevens lang. Hij zag het al helemaal zitten. Nog een paar dagen en dan veilig thuis zijn geld gaan zitten tellen. Want ook nu weer zou er niemand zijn die het kon navertellen. Hij had alles onder controle.

Pierke de Haan was een begrip op heel Walcheren. Eigenlijk heette hij Pierke van de Laan. Maar iedereen heeft hem leren kennen als Pierke de Haan. Pierke was na de oorlogsjaren ‘de’ veearts voor heel het eiland geworden en in die hoedanigheid werd hij al snel erg gewaardeerd. Niets was Pierke ooit te veel. Dag en nacht stond hij klaar voor boeren in nood tot aan zijn pensioen aan toe. Lang is hij nog een belangrijke vraagbaak geweest voor de moderne dierenartspraktijken, die zich later op het eiland kwamen vestigen. Totdat hij noodgedwongen moest stoppen met werken. Zijn collegae vonden zijn onorthodoxe werkwijze niet meer passen in de tijd en Pierke wist wanneer hij teveel was. Na het sluiten van zijn praktijkdeur, heeft ie nooit meer omgekeken. De laatste jaren kwam Pierke niet meer in het openbaar. Alleen op zondag zat hij trouw in de bankjes van de kerk. Iedereen groette Pierke dan altijd met het grootste respect. Want voor Serooskerkers was Pierke nog steeds een held. De laatste jaren moest hij vanwege gezondheidsredenen steeds vaker verstek laten gaan. En dan werd steevast een gebedje voor Pierke gebeden.
Het was vrij kort na de ramp van ’53, dat Pierke op een zondag zijn eeuwige roem in Serooskerke wist te vergaren. Het was een tijd waar men nog veel te maken had met losgebroken vee. Maar waar Serooskerke al wel weer een goed en hoopvol begin had gemaakt met de opbouw na hun grootste dijkdoorbraak ooit.  De voorganger van meneer Pastoor wilde net aanvangen met een mooie psalm, toen hij bruut werd onderbroken door een hevig gekukel. Dermate zo, dat de hele mis in het honderd was gelopen. Buiten op het kerkplein bleek een enorme grote haan te lopen, die continu aan het kukelen was. Nonstop bleef die haan maar kukelen. En na te veel slapeloze nachten besloot de gemeenschap tot het dan maar afschieten van de haan. Net zoals nu op het bureau waren de discussies verhit. En iedereen had gelijk. Totdat Pierke met de oplossing kwam. Pierke had namelijk een paardenmiddel in zijn arsenaal aan medicijnen. Een bijzonder krachtig narcosemiddel, dat gewoonlijk gebruikt werd om olifanten meerdere uren mee weg te maken. Pierke gebruikte steevast zijn paardenmiddel van koeien tot parkietjes. Dus zijn noodgedwongen pensioen was niet helemaal uit de lucht komen vallen. Maar in geval van die continu kukelende haan bleek hij met zijn paardenmiddel een schot in de roos te gaan schieten. Met een luchtdrukgeweer had hij aan een pluimpje een volle ampul met zijn paardenmiddel gebonden. Hij was helemaal in de kerktoren geklommen en had met een perfect puimpje de haan weten te vellen. De ampul brak en een klein kwartier had de haan nog na liggen kukelen. Maar uiteindelijk was ie in een diepe stilte gevallen. De dorpsbewoners waren zo blij, maar tegelijkertijd ook zo moe; dat ze wel wilden feesten, maar heel blij in slaap vielen. De haan zelf heeft Pierke aan Naturalis in Leiden geschonken. De haan had het weliswaar niet overleefd, maar door de haan toch zo een kans te hebben gegeven; kon iedere dorpsbewoner er prima mee leven. Sindsdien, als iemand in Serooskerke een uitzonderlijke goede nachtrust heeft gehad, wordt nog steeds onderling gezegd; “ik heb geslapen als een pier.”

Oudelande inmiddels was nu helemaal de weg kwijt geraakt. Nog erger dan voorheen. Na de verhoogde dosis van Farkan was de vraag alleen maar groter geworden. Molly stond nu nonstop te bakken en Lonnie te snijden. Om de werkdruk aan te kunnen, mochten ze af en toe een schep Kook nemen. Maar iedere onafhankelijke buitenstaander zou zich niet verwonderd hebben, wanneer ze ieder moment dood zouden gaan neervallen.

Ook Rinus was overtuigd van het alternatief van de Raaf en de mannen trokken hun jas aan, om Pierke een bezoek te gaan brengen.
“Zou hij dat paardenmiddel nog wel hebben Chef?”
“Pierke kennende nog wel, maar we zullen het snel genoeg weten Rinus.”
“Af en toe zie ik hem nog in zijn schuurtje wat rommelen. En of het toeval is of niet? Zolang Pierke in zijn schuurtje rommelt, zolang heb ik geen last meer gehad van ongedierte in de slagerij. Zelfs Kievit zegt; dat hij, sinds Pierke met pensioen is, nog geen muisje heeft gezien.”
Ze waren er zo. Pierke woonde rechts van de slagerij en toen ze langs het gesloten rolluik van Kievit liepen, sprak de Raaf; “nou, duimen maar mannen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *