Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XVIII De dodemanslijn

Nieuwe moord in Oudelande Hoofdstuk XVIII De dodemanslijn

Hoofdstuk XVIII     De dodemanslijn

Farkan had de dosis nog meer opgevoerd tot ongekende hoogte. Het belletje van de oven rinkelde ten teken dat de eerste lading met die absurd hoge dosis klaar was. Met het poeder slordig rondom haar mondhoek wilde Molly routineus de ovenla eruit schuiven en op het fornuis zetten om af te koelen. Maar alle zes de appeltaarten bleken faliekant mislukt! De zes taarten bestonden uit hoopjes zwart geblakerde appelpartjes met een onaantrekkelijk uitziend en soort van gek gestolde deegsaus in de meest amorfe combinaties. Farkan keek naar het mislukte spul en vroeg wat er mis was gegaan.
“De dosis is te hoog. Het meel bestaat vrijwel uit pure Kook en dat bindt niet meer. Ik zei toch dat, dat deeg zelfs voor appelkruimeltaart niet goed genoeg zou zijn?”
“Jij!”, beet Farkan Lonnie toe. “Naar de winkel en kom terug met heel veel volle melk.”
Lonnie kwam even later terug met drie winkelwagens vol met volle melk, die hij naar de keuken sjouwde.
“Cocaïne in melk scheppen en heel snel kloppen!”, kreeg Lonnie opdracht, terwijl Molly weer met veilige dosis een gelukte lading appeltaarten uit de oven schoof. De opgeklopte melk met heel veel cocaïne leek net op slagroom. Farkan pakte zelf een schuimspaan en begon de appeltaarten met een flinke laag opgeklopte cocamelk te bedekken. De dorpelingen aan de deur kregen nu vrijwel pure cocaïne aan die appeltaart binnen, dat direct effect begon te krijgen. Het eerdere hysterische lachen verdween. In plaats daarvan kwam nu een rauw en dierlijk gegrom. En het vrijblijvend achternazitten veranderde al snel tot een serieuze bloedjacht, waar geen echt plezier meer aan werd beleefd.
Farkan keek tevreden naar de gang en zag dat er nog anderhalve baal restte. De winst was nu al enorm te noemen, doch Farkan wilde onderste uit de kan. Lonnie kreeg dat dan ook te horen, toen hij de beslagkom wilde gaan afspoelen; terwijl er nog zeker een eetlepel aan cocamelk afschraapbaar bleek. Met venijnige blik duwde Farkan de lepel diep in de keel van Lonnie, die kokhalzend zijn verontschuldigingen moest maken. Hij zou het nooit meer doen en de hoge dosis had de dorpse verslaving zo geïntensiveerd, dat er een voorzichtige rij op het tuinpad begon te vormen. Dat, en dat het nu als een lopend vuurtje door het dorp ging; dat er nu zelfs appeltaart met slagroom was!
En Molly bakte, Lonnie klopte en Farkan telde.


De mannen zaten aan een ronde eikenhouten tafel met Perzisch kleedje, waarop vier morsige kopjes koffie stonden; waarvan de oortjes al grotendeels van verloren waren gegaan. Het leek of de tijd in het huisje van Pierke had stilgestaan. Boven de schouw hing een groot staatsieportret van Wilhelmina Regina. En op de stoof zelf stond een oude geelkoperen koffiekan, waar Pierke zojuist vier kopjes koffie had uitgeschonken. Rinus nam een voorzichtige slok en probeerde het zonder rare grimas in te houden. Hij wilde uitschreeuwen dat deze koffie minstens een paar dagen oud was. Maar uit respect voor Pierke hield hij zich in. De Raaf en Hollestelle kregen elk op hun wijze te maken met de oude drab, doch beiden lieten er ook zo weinig mogelijk van merken.
“Dat is nog eens wat anders dan dat automatieke spul niet?”
“Dat kun je wel zeggen Pierke. Zeg, waar we voor komen”, stak Hollestelle van wal. “Heb jij nog van dat paardenmiddel liggen?”
Pierke fronste zijn linker wenkbrauw, daar de rechter na een tia niet meer wilde en vroeg: “wat moet jij daarmee?”
Hollestelle bracht Pierke op de hoogte van de gebeurtenissen in Oudelande. Maar Pierke had daar geen boodschap aan. “Dat hebben de mensen aan zichzelf te danken. Nee, ik kan jullie niet helpen. Maar drink vooral jullie koffie op hoor.”
“Pierke”, probeerde de Raaf nu. “Ik weet dat je met een wrok met pensioen bent gegaan. En ja, ik weet ook dat die nieuwe dierenarts destijds in Oudelande je heeft weggestemd. Maar het gaat hier niet om de Oudelanders alleen. Het gaat ook om de beesten daar.”
“Dat verandert de zaak drastisch buurman. Maar stel dat ik nog paardenmiddel had, wat dan nog? Wat zijn jullie dan van plan?”
“We zitten met eigenlijk hetzelfde dilemma als destijds met die haan. We moeten de mensen stoppen …”, zei Hollestelle.
“En de beesten commissaris, vooral de beesten!”, haastte de Raaf, om het moment weer niet te doen kantelen.
“Natuurlijk, vooral die. Ze zijn, net als die haan, onstuitbaar Pierke. En nu dachten we aan die haan, die jij met jou paardenmiddel succesvol hebt weten te vellen.”
“En nou dachten we”, nam Rinus het over; zijn kopje ver van zich afschuivend. “Nou dachten we, dat we de beesten met dat paardenmiddel van je buitenwesten konden krijgen. Dat zou ons hopelijk genoeg tijd geven Oudelande weer Oudelande te doen worden. Dus de gekke koeien weer gewoon koeien.”
“Akkoord”, sprak Pierke. “in m’n schuur heb ik trouwens toch nog zoveel van dat paardenmiddel liggen. Ik krijg dat in mijn leven nooit meer op. Hoeveel hebben jullie nodig?”
“Dat dachten we aan jou over te laten Pierke. Jij bent de expert.”
“Volle dosis raad ik aan. ‘k Heb zelf nooit anders gedaan en dat zouden jullie ook niet moeten doen.”
“Over hoeveel ‘beesten’ hebben we het, schat jij, de Raaf?”
“Ruim 700 maal twee zou voldoende moeten zijn toch?”
“Dat denk ik ook”, knikte Rinus.
“Ik ben niet meer zo goed ter been. Maar in de schuur staan vijf melkbussen vol. Dus jullie zullen zelf moeten sjouwen. Eén bus bevat een kleine tweeduizend shots. Dus aan 1 bus hebben jullie genoeg.”
“Fantastisch Pierke!”, juichte Rinus bijna.
“Allemaal geweldig Pierke en we zijn je eeuwig dankbaar. Maar hoe denk jij, dat we het beste het paardenmiddel kunnen toedienen? Ik bedoel, we zullen het op veilige afstand moeten kunnen doen.”
“Ik heb destijds een pluimpje gebruikt. Maar dat was vanaf de kerktoren. Bovendien was het die dag windstil. Vanaf de grond in dit weer zou ik gewoon kogels gebruiken.”
“Ja! Dat is dus precies wat we juist wilden vermijden Pierke?”, begon Rinus zich te irriteren na die koffie.
“Je vroeg me toch?”
“Ja. Maar is er een alternatief, dat wellicht iets minder drastisch is?”
“Natuurlijk, kogels.”
“Ik schei er mee uit!”, zei Rinus boos en ging met zijn armen over elkaar een beetje zitten mokken. Want wat was die koffie smerig. Pierke of geen Pierke, hij zou er daar heel wat voor gegeven hebben, om gewoon een lekker kopje koffie te kunnen drinken.
“Is ie wel geschikt Camiel?”, vroeg Pierke knikkend richting Rinus.
“Mijn beste adjudant ooit Pierke. Maar kogels als alternatief voor kogels Pierke? Dat is toch geen alternatief?”
Pierke keek nu naar de Raaf en vroeg; “zijn ze tegenwoordig allemaal zo dom buurman?”
“Tja, Pierke. Ik schat de commissaris alsook Rinus erg hoog in. En inderdaad, een kogel voor een kogel is geen alternatief.”
Pierke schudde meewarig zijn hoofd en zei; “vraag me dan wat voor kogels!”
“Okay, zei Hollestelle, “wat voor kogels dan Pierke?”
“Rubberen. Nog iemand koffie?”

Over de snelweg reed een bijzonder lang konvooi van zwaar en uitzonderlijk beladen verkeer richting Zeeland. Sjaak zat in de voorste vrachtwagen en iedere lading was weer anders. Zo reden er veel wagens met speciale pakken. En andere weer met wapentuig en munitie. Hele legertenten zelfs en tussen de vrachtwagens door reden gepantserde personenvoertuigen met alle speciale eenheden, die Sjaak bij mekaar had kunnen krijgen. Sjaak tuurde naar de kaart op het dashboard en gaf met meerdere pijlen aan, waar de explosieven redelijkerwijs veilig geplaatst konden worden. Hij had vier locaties gevonden. Eentje was de rotonde, de ander bij een verlaten loods aan een oude spoorlijn en twee aan zee, aan weerskanten van de bebouwde kom van Oudelande. Hij omcirkelde de locaties met rood viltstift en was er van overtuigd; dat daar geen, dan wel een minimaal aantal slachtoffers zouden vallen. Tevreden keek hij naar de cirkels. Hij kon de manschappen zo vanuit vier richtingen gecalculeerd veilig door de strak gespannen quarantainegrens krijgen zonder al te veel burgerslachtoffers. Het was dan aan het politieteam Serooskerke, met een methode te komen de Oudelanders veilig uit te schakelen. Want anders maakte het geen fluit uit, waar hij de quarantaine op zou blazen en die gedachte bezorgde hem kippenvel.

“Rubberen kogels. Natuurlijk”, siste de Raaf en keek Pierke bewonderend aan. “Dat zou inderdaad kunnen werken Pierke. Maar, hoe dienen we het middel dan toe?”
“Een touwtje met ampul gaat met kruit echt niet werken”, zat Rinus nog na te mokken over die koffie.
“Ik weet alleen dat rubberen kogels de beesten geen echt kwaad kunnen doen. Maar hoe het paardenmiddel daarin te verwerken, dat is niet mijn pakkie aan hoor. Vroeger liepen we gewoon op een gekke koe af. Zo’n beetje tot daar”, en Pierke wees op de afstand tussen hem en Rinus tegenover hem. “En dan gooiden we de spuit met de hand. Werkte altijd. Gevaarlijk ja, maar bijzonder effectief.”
Rinus was inmiddels weer ontdooid en informeerde; of er nou echt geen andere manier was, om het paardenmiddel met de rubberen kogels tot het te vellen beest te krijgen.
“Ik zelf weet het niet Rinus. Zulke kogels bestaan naar mijn weten niet. Ze bestonden in ieder geval niet in mijn tijd.”
“Dus”, dacht Hollestelle hardop, “rubberen kogels met een nieuw ontwerp? Een nieuw ontwerp dat nog steeds zo snel als een kogel moet gaan?”
“Kievit!”, gilde Rinus, “Chef! Kievit!”

Het duurde even, eer ze bij Kievit aankwamen. Pierke had er namelijk op gestaan om mee te gaan. Hoewel nog immer helder van geest, wilde het lichaam niet meer zo goed. Maar uiteindelijk klopte Rinus aan bij Kievit en voeg; “Kievit? Kan je even open doen?”
“Nee! Ik ben er niet!”
“Komaan buurman”, zei de Raaf tegen het rolluik, “we staan hier te vernikkelen.”
“Er is niemand thuis, ga weg!”
“Allee Kievit, ’t is Pierke hier. Voor mij dan?”
“IK BEN NIET THUIS! GA WEG!”
Hollestelle verloor het geduld en bonsde hard tegen het rolluik en brulde: “Open doen! Politie!”
Ze hoorden het rinkelen van vallend gereedschap en zagen even later de zwart omrande teennagels van Kievit onder het rolluik tevoorschijn komen.
“Tja, politie? Had dat dan meteen gezegd.”
In de werkplaats van Kievit opperden ze de idee van rubberen-kogel-en-paardenmiddel-combinatie en vroegen of Kievit hen daarmee kon helpen.
“Laat me dan maar eerst zo’n rubberen kogel zien”, zei Kievit en hij stak zijn handen in afwachting in zijn grijze stofjas, die zoals altijd zwaar rook naar vermengd zweet met smeermiddel. “En ik heb niet alle tijd zoals jullie misschien al hadden begrepen.”
De mannen keken Kievit vertwijfeld aan, want rubberen kogels hadden ze niet.


Farkan had bedreven de merrie met de wagen van Jannie en Adri achteruit in het achtertuintje geparkeerd. Hij gooide de laatste volle emmer met kwartjes op de berg aan kwartjes in de wagen en haalde een dekzeil uit het schuurtje. Na deze over de berg te hebben gespannen, vulde hij de emmer met water en gaf deze liefdevol aan de merrie, die meteen dankbaar begon te drinken. Hij liep de keuken binnen en zag tot zijn tevredenheid, hoe Lonnie net de laatste drie scheppen cocaïne van de op één na laatste baal door de laatste melk aan het kloppen was. Molly was bezweken en hing al een uur bewusteloos half in de gootsteen over het aanrecht. De appeltaarten waren als warme broodjes er doorheen gevlogen. Nu kregen de dorpelingen op het tuinpad, voor een hele Euro per pollepel, pure coca-slagroom; die ze als beesten schoon leeg likten. Met bloed doorlopen ogen stonden ze nu bijzonder agressief met hun beide ellenbogen in de rij te dringen. Om en om en zelfs met drie tegelijk stortten ze zich op de pollepel met slagroom, die Farkan lachend voor zich uit hield. Hij had maar net genoeg, om de laatste dorpeling weer voor een paar uur heel hard grommend weg te zien rennen. Farkan wist dat het slechts een kwestie van uren nu was geworden, eer de eerste het loodje zou gaan leggen. Het zou net genoeg zijn om die laatste baal weg te werken. Hij schopte Lonnie wakker, gewoon omdat ie het kon en lachte. Lonnie wist niet meer van voren dat ie van achteren nog leefde en viel als een slappe pop via het keukenkastje tegen Molly aan. Hij hoorde nog net; “nog even Lon, niet nu… da.. lijk”, voordat hij het gordijntje onder de gootsteen nog wanhopig vast probeerde te grijpen. Doch tevergeefs viel hij bewusteloos op de keukenvloer. Farkan stapte met zijn emmers vol Euro’s over hem heen en leegde deze in de kar. Buiten voelde hij hoe de lucht zwaar aan het worden was, dat het zelfs voor hem gevaarlijk aan het worden was. In de keuken pakte hij een schone theedoek uit de la en bond deze als een struikrover over zijn neus. In de gang ging hij met het zelf gefabriceerd luchtfilter in zijn zetel zitten. Hij zette het alarm van zijn horloge voor over vier uur. Dan zou hij de laatste levensresten uit Lonnie en Molly gaan persen. En ze opdracht geven; om de laatste baal in lijntjes over de straat te gaan verdelen. En terwijl de dorpelingen dan hun laatste dodemanslijntjes aan het snuiven waren, zou hij er tussenuit knijpen. In de oude verlaten loods zou hij dan wachten, totdat de quarantaine was opgeheven.
Rustig en op z’n gemak zou hij dan de merrie Oudelande uit mennen. Niemand zou ooit het fijne gaan weten. Bovenal, niemand zou het na kunnen vertellen en daar was het allemaal om te doen geweest. Tevreden sloot hij voor even de ogen, hij lag precies op schema.

Net voor de rotonde stopte het konvooi en meerdere manschappen stapten uit. Grote witte tenten werden over de commandopost te velde opgezet op zo’n honderd meter afstand van de quarantaine. Sjaak gaf duidelijke opdrachten en de speciale eenheden begonnen met demonteren, schoonmaken en smeren van hun wapens. De spanning was van hun gezichten af te lezen, toen ze met zwart schoensmeer rustig grote vegen over hun gezicht gingen smeren.
Vier teams van de explosievendienst liepen naar de aangegeven vier locaties met zoveel C4, dat er minimaal een lont van 950 meter nodig voor was; om deze veilig voor de operateur te kunnen doen ontploffen. Nadat de manschappen allen klaar waren voor actie, werden vier pelotons gevormd. Elk peloton ging op 950 meter afstand van de aangebrachte C4-lokaties naast de operateur van de lont in het gras, vers geploegde klei, tegen de dijk, dan wel gewoon in de bosjes zitten wachten. Daarna reed Sjaak met enkele wagens verder naar Serooskerke. Links in het weiland zag hij koeien rennen. Die koeien renden tegen de quarantaine op. Verbaasd zag hij dat de dames van geen opgeven wilde weten. Geschrokken zei Sjaak de chauffeur vol gas te geven. Want die dames probeerden Oudelande juist binnen te stormen i.p.v. uit te breken. En dat kon maar één ding betekenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.