Waargezegde Moord in ’s Gravenpolder Hoofdstuk II: Koffie en Bol

Waargezegde Moord in ’s Gravenpolder Hoofdstuk II: Koffie en Bol

Hoofdstuk II     Koffie en Bol

 

“Heb je nog steeds een drukkend gevoel daar?”, vroeg Dalisha en wees op de blote navel van Molly.
“Nee”, zei Molly verheugd. “Ik heb alles wat knelde van me af gegooid zoals je me hebt aangeraden. En dat heeft echt geholpen.”
Het ging na de dramatische gebeurtenissen in Oudelande helemaal niet goed met Molly. Ze was volledig verslaafd geraakt en vrat de hele dag appeltaarten met kook. Totdat Lonnie op een dag niet meer om die navel heen kon en haar kleren al helemaal niet meer. Het was Lonnie geweest, die haar in contact bracht met Dalisha. Of zij misschien wat aan die navel kon doen, want zo had hij er niet zo’n veel zin meer in. Terwijl ie normaal gesproken niet bepaald kieskeurig was. Maar ook Lonnie zag, dat Molly er steeds slechter uit ging zien en het verbieden van appeltaart leverde zoveel  spanningen op, dat ze hun toevlucht hadden gezocht tot Dalisha. Ze leefden low profile en daar Dalisha geen verantwoording had af te leggen aan de autoriteiten, was de keuze voor haar als personal coach snel gemaakt.
“De eerste stap is altijd moeilijk Molly. Maar nou je zelf erkend hebt, dat jij geen probleem hebt maar anderen, kunnen we samen gaan werken om die obesieclus van je te gaan doorbreken. Wat heeft je zoveel appeltaart doen gaan eten?”
“Ik werd gedwongen door criminelen en …”
“Dat weet ik en daar gaan we zeker ook nog aan werken Molly. Ik bedoelde; waarom ben je ook nadat de lucht boven Oudelande geklaard was, door blijven eten met appeltaart? Appeltaart met kook bedoel ik dus.”
“… Ik mag niet meer … ik wil niet … Lonnie mag niet… “, en Molly barste in huilen uit.
“Ja”, keek Dalisha naar de antieke klok op de schouw, “ik denk dat we dit volgende keer maar weer moeten oppikken. Dat is dan 65,45.”
Molly rekende af en maakte een nieuwe afspraak voor de volgende week, toen de deurbel ging.
Peerke had met al zijn bijeen geraapte moed aangebeld. De deur ging open en schichtig werd hij gegroet door Molly, die net naar buiten glipte. Dalisha verscheen in de deuropening en vroeg meer met gelaatsuitdrukking dan met woorden, wat hij beliefde.
“Ik heb Uw kaartje van meneer de Dominee. Ik kom van Yerseke.”
“Meneer de Dominee zeg je? Dan moet het ernstig met je gesteld zijn. Heb je pijn daar?”, en ze wees naar zijn navel.


“Een laatste dan Rinus. Maar dan gaan we echt op huis aan.”
Rinus zette twee bekertjes in de automaat en even later zaten ze achter een heerlijk bekertje koffie. Langzaam hadden ze weer hun gebruikelijke routines weten te hervatten. Het had even tijd gekost om alles te verwerken. Maar nu werd weer veel over koetjes en kalfjes gebabbeld op politiepost Serooskerke, waar de Raaf ook weer af en toe aan kwam waaien. Ze hadden de gehele ochtend nodig gehad om de post te verwerken. In de middag had Rinus gestofzuigd en Hollestelle gedweild. Tot en met het magazijn kon de zaak nu door een ringetje worden gehaald. Bij het dichtknopen van de waszak had Rinus nog voorgesteld om een laatste koffietje te doen. Zo zaten ze tegenover elkaar op hun vertrouwde plek achter het bureau. Ze genoten van de koffie en keken vergenoegzaam in het rond. Ze voelden zich tevreden en opgeruimd. En ze zouden de volgende ochtend pas gaan bedenken, welke zware klus ze dan weer zouden gaan aanpakken.
“Echt lekker was ie deze keer Rinus.”
“Dank U Chef, ik heb de maling iets aangepast.”
“Dus dat was het!”, stond Hollestelle op en trok zijn jas aan.
Rinus glunderde van het compliment en keek naar buiten.
“Geen regenjas meer nodig Chef. Het is zojuist gestopt met regenen zie ik.”
Rinus sloot af en op de stoep wensten ze elkander een goede nachtrust en een; “tot morgen Chef.”
“Tot morgen Rinus.”

“Ik heb het eigenlijk heel druk. Maar ik zie een hele donkere wolk om je heen … Heb je geld?”
Perke knikte, waarop Dalisha vrolijk zei: “kom dan maar even naar binnen.”
Peerke liep door de smalle entree en volgde Dalisha naar de kleine woonkamer met zware donker fluwelen gordijnen stijf voor de ramen hingen. Het enige licht kwam van twee gloeilampen in kaarsvorm, die tegen een met donkere schroten beklede wand hingen. In het midden van de kamer stond een ronde tafel met een persje, waarop een grote glazen bol stond.
“Ga zitten. Ik ben Dalisha. Waarmee kan ik je helpen?”
Peerke wist zich geen houding te geven en sloeg weer dicht. Na een poosje wist ie eruit te werken; “ik ben Peerke. Peerke van Oester van Yerseke, mosselboer”, waarna hij er weer het zwijgen op nahield.
Dalisha voelde dat Peerke uit zichzelf niets zou loslaten, dus begon ze met haar standaard riedel. Peerke moest kiezen voor zichzelf en alle schepen achter zich laten, het liefst verbrand. Het leven was te kort om met jezelf in onmin te leven en meer van die deprimerende oppeppers. Hierna viel een lange stilte, tijdens welke ze beiden diep in de bol bleven staren. Dalisha telde het tikken van de klok. Maar Peerke sprak eindelijk zachtjes.
“Mijn moeder heeft geen woord meer met me gewisseld na de dood van pa.”
“Dat moet echt vreselijk voelen Peerke. Heb je er aan gedacht om de banden te verbreken? Is het niet eens eindelijk tijd om voor Peerke te gaan kiezen?”
Peerke keek haar niet begrijpend aan en zei: “nee, nee; je begrijpt me niet.”
“Of wil jij jouw eigen jij niet begrijpen? Toe zeg het maar gewoon Peerke, ik ben er hier voor jou.”
“Ma is naar de mosselbank met pa. En nou is mijn zusje er ook naar toe.”
“En jij wil bij ze zijn?”
“Ja”, knikte Peerke bedeesd.
“Je moet ze loslaten Peerke. Ze hebben alleen maar in jouw weg gestaan. Het is tijd voor jou Peerke, voor jou alleen.”
“Ik zei toch, dat je me niet begrijpt. Ze zijn dood.”
Die had Dalisha niet zien aankomen en greep terug naar haar alter ego.
“Naast personal coach Peerke, ben ik ook waarzegster. Misschien wil je weten, wat de bol over jou te zeggen heeft?”
Peerke knikte en Dalisha legde beide handen op de glazen bol en sloot haar ogen.
“Sluit je ogen Peerke en concentreer je op de bol.”

“Hoe was het?”, voeg Lonnie, toen Molly de keuken binnen stapte.
“Ik denk dat het een schat van een vrouw is. Ze was zo lief voor me, dat ik echt denk dat ze mij kan helpen. Zullen we een bakkie doen?”
Dat was zo lang geleden, dat ze dat aan hem gevraagd had; dat Lonnie even waande dat Molly weer helemaal de oude was. Terwijl Molly het filtertje van Melitta uit het doosje haalde, had hij zich plotsklaps in de hare gedrongen. Lonnie stootte wild, terwijl Molly stoïcijns het filtertje met gemalen koffie van DE vulde. Tien stoten slechts en Lonnie was gedaan. Hij liet zich wankelend achterover op het keukenstoeltje vallen, toen het apparaat begon te pruttelen. Molly draaide zich om en vroeg; of ze een klein appeltaartpuntje erbij zouden nemen. Molly was nog lang niet de oude. Ze had al tijden nul komma nul behoefte aan enige fysieke toenadering en had geeneens in de gaten gehad, hoe druk Lonnie met haar bezig was geweest. Zo erg dus.
“Eh? … Eentje dan Molly en niet meer okay?”
“Je bent een schat en blij als een verslaafde sneed ze twee forse punten aan en serveerde deze met de koffie. Ze ging ook aan de keukentafel zitten en zei: “hier ben ik gewoon effe aan toe Lon. En oh ja, je gulp staat open.”

“Je moeder zegt dat het goed met haar gaat. Ook je vader laat je dat weten.”
“Mijn zusje? Zie je daar ook mijn zusje?”, zat Peerke nu betraand in die bol te staren.
“Ik probeer het Peerke. Ik zie … ja, daar staat ze! Ze staat tussen je ouders in en lacht naar je. Oh Peerke, wat een mooie zus heb jij zeg!”
Abrupt opende Peerke zijn ogen en zei vol overtuiging: “jij bent een leugenaar.”
“Peerk toch. Ik bedoelde mooi van binnen. Ze heeft een hartje van goud, net als je ouders en net al jij trouwens.”
“Oplichter!”, zei Peerke nu. “Je bent een oplichtster! Hoe kan je?”
“Hoe kan ik?!”, verhief Dalisha nu even haar stem, doch had haar ogen nog immer gesloten en haar handen stijf gedrukt op de bol.
“Ik voel dat iemand je heel veel pijn heeft gedaan Peerke. Dit gaat niet om je ouders, is het niet? Er is hier iemand anders in het spel. Ja, dat moet wel. Was het een vrouw, die je pijn heeft gedaan? Peerke, ik ben weliswaar een vrouw, maar ik heb jou geen pijn gedaan. Toe, laat me je helpen Peerke.”
Peerke voelde zich verward en sprak emotioneel: “ze had een mossel en daarmee heeft ze pa gedood!”
Peerke stortte zijn hele hebben en houden over de glazen bol en zat aan het einde uitgeput in de bol te staren.
“Lieve, lieve Peerke. Wat ben jij een bijzonder lieve man. Ze hebben je nooit verteld dat; dat wat jij een mossel dacht te zijn, helemaal geen mossel was?”
“Het was geen mossel?”
“Nee lieverd. Wij volwassen mensen met eigenwaarde noemen dat een kutje. En niet zij heeft jou vader gedood, maar dogma heeft je vader gedood. En daar heb jij nou ook mee te maken. En je zus is natuurlijk helemaal niet dood. Is het niet zo, dat zij een eigen leven wilde en daar voor heeft gekozen? Is het niet zo, dat je zus voor zichzelf heeft gekozen? Is het dan niet hoog tijd, dat jij ook voor ‘jij’ gaat kiezen? Laat ze los Peerke, laat je ouders los”, sprak Dalisha nu in een zekere trance gekomen. Ze ratelde nu door en door over loslaten en voor jezelf kiezen, dat Peerke het beu werd. Hij wilde helemaal niet loslaten. Hij wilde alleen maar leren omgaan met die ondraaglijke pijn en die voelde hij helemaal niet in z’n navel. In plaats daarvan zat deze waarzegster te ratelen; dat hij zijn ouders moest vergeten? Het duizelde hem toen hij heel hard gilde: “waarzegsters zijn kut!”

Dalisha kon veel hebben van haar klanten, maar dit? Nog in volle trance begon ze een oude chant te zingen. Steeds monotoner en luider, totdat ze haar ogen opende en naar Peerke staarde. Peerke schrok van die koolzwarte gaten, waar geen ziel in kon leven en wilde opstappen. Dalisha sperde haar ogen nog wijder en twee vuurstralen spoten uit haar kassen. Om de glazenbol heen, om Peerke heen en toen de beide vuurstralen achter Peerke contact maakten, begon ze stevig te headbangen. Steeds harder en heftiger schudde ze haar hoofd op en neer, opdat de stralen zich nu loeiend in hete werveling om Peerke heen vormden. Steeds harder en harder, loeiden de vlammen met vuurtongen, die het schroeiende vlees van zijn lijf af begonnen te likken. Dat was het laatste wat Peerke hoorde, zag en rook; die enorme kooi van likkende vuurtongen, dat steeds harder om hem heen begon te draaien. Nu liet Dalisha de glazen bol los en hief haar handen in de lucht. Gelijktijdig begon de vuurkooi ook steeds hoger te zweven. Toen Dalisha haar armen zo ver mogelijk achter zich had geheven, zweefde de kooi precies boven de bol waar het glas van begon te smelten. Met een ijselijke gil gooide ze haar armen voorover op tafel en de vuurkooi drong met donderend geraas de bol binnen. Toen rolden haar ogen weer terug en gooide ze een spaatje blauw over de bol, die direct sissend afkoelde en Peerke was, of wat er nog van hem over was, voorgoed in de bol gevangen. Heel even gloeide de bol nog geel na. Maar nadat Dalisha haar laptop had aangezet, stond er weer die grote glazen bol op het persje keurig in het midden van de tafel. In haar messenger typte ze: “Wat vreselijk. Maar voel jij druk daar, rond je navel?”

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *