Waargezegde Moord in ’s Gravepolder Hoofdstuk XVI: Laf Game

Waargezegde Moord in ’s Gravepolder Hoofdstuk XVI: Laf Game

Hoofdstuk XVI     Laf Game

 

 

Eenzaam lag Dalisha in het weiland aan de rand van Yerseke. Ze was teruggekeerd naar de plek waar het beest in haar naar boven was gekomen. Door de bol kijkend kon men duidelijk de rode ogen met gele spleetpupillen van het beest zien en het gromde vals. Buiten de bol was het gewoon Dalisha, die zich stevig lag te concentreren met beide handen op de bol.
Dit hier was de plek, waar alles moest gaan gebeuren. Hier zou het beest in haar zich permanent kunnen wortelen. Ze had meer dan genoeg tijd. Eer de rest van het land die knikkers had weten te verwijderen, stond haar huis al stevig hier in het weiland; precies op de plek waar het naar boven was gevallen. Hier zou ze een mega kerk gaan laten bouwen. Was deze mega klus eenmaal klaar; dan zou het beest zijn invloed op de wereld rondom kunnen gaan uitoefenen, ongestoord en onherroepelijk. De tijd van kwaad was eindelijk daar en in de verte kwamen eilandbewoners aangelopen, die haar gebeden gehoord leken te hebben. Men begon tenminste direct met afgraven voor de fundering. En bouwketen verrezen in de vlugheid verspreid over het gehele weiland. Dalisha gaf haar bol een kus en gebaarde aan de werklui, waar het altaar moest komen. Voorzichtig werd een groot vierkant afgegraven, waar de bol precies in het midden in vers gewapend beton gegoten werd.  Ze keurde het leisteen goed, waarmee de bol verder zou worden beschermd en liep over de spontaan ontstane en enorme bouwplaats her en der aanwijzingen te geven. Beetje bij beetje begon er een mega kerk van jewelste te verrijzen, eentje die zijn weerga niet zou kennen.


Vastbesloten om deze ochtend eindelijk weer eens succesvol een lommeletje te gaan maken, liep Molly met vier kakelvers elastieke eitjes de keuken in. Ze zette de pan op het vuur en stopte een Bazooka in haar mond en begon hier heftig op te kauwen, terwijl ze het vuur aandeed. Ze bolde haar wangen zo bol mogelijk en concentreerde zich, alsof ze een ace wilde gaan slaan. Ze tikte eerst drie maal zachtjes op de rand van de pan een eitje om zich goed te focussen. Toen blies ze zo hard als ze kon en tikte een vierde keer heel hard op de rand en het eitje vloog keihard omhoog. Alleen deze keer pingpongde het niet ongehinderd stuiterend het keukentje door; doch drong het zich met grote snelheid in de grote kauwgomballon, die Molly boven de pan aan het blazen was. Het eitje verloor zich volledig in de kauwgomballon en net voor het eitje het plafond dreigde te raken, viel het door de zwaartekracht met ballon en al omlaag en brak sissend en fluitend door de hitte uiteen in het pannetje op het vuur.
“Ba-zoo-ka!!!”, gilde Molly blij en herhaalde haar service nog drie maal. Uiterst tevreden en content keek ze naar haar eitjes in het pannetje, die ze nu simpel zonder elastieke problemen kon roeren. Dat ze daar niet eerder aan had gedacht? Ze zette de radio aan en draaide de volumeknop op level 42.
Lonnie werd wakker van de muziek komende vanuit het keukentje beneden en rook; gebakken eieren? Dat had hij lang niet geroken en sprong enthousiast het bed uit. Op de trap naar beneden bond hij routineus zijn staart in een elastiekje en kon zijn geluk niet op, toen hij zijn Molly daar zag staan bakken.
“Het is je gelukt?!”
“Goedemorgen Lon. Ja; goed hè?”
Aan het tafeltje smeerde hij een sneetje en Molly schraapte de pan leeg. Daarna zette ze een dampend kommetje aan iets van wat oogde als een ietwat verlopen gekleurde lommeletbrei op tafel. Lonnie pakte een lepel en wilde een flinke schep op zijn sneetje doen. Maar de lepel in de lommelet trok stevige draden en deze veerde weer klinkend terug in het kommetje.
“Hier”, zei ze, “en reikte hem een scherp aardappelschilmesje aan. Na een schep hield hij de draden onder spanning en sneed ie deze met het mesje los van de rest van de lommelet en legde een zoet en weeig ruikend stuk lommelette Bazooka special op zijn sneetje. Hij kon niet wachten en zonder verder te snijden, zette hij een finke hap in zijn sneetje. Zijn ogen gingen openstaan toen hij zei: “zo … die’s lekker Mol!”
Ook Molly had inmiddels een hap in haar mik en kon dat moeilijk anders beamen. Zo zaten ze overdreven te kauwen om hun eerste hap lommelet weg te kunnen werken en dat duurde best wel heel erg lang.

Bij de dam stond Sjaak zich serieus af te vragen; of ze hier ooit wel door zouden kunnen komen. Want ondanks de grote gele bulldozers, schoot het helemaal niet op. Er lagen simpelweg veels te veel knikkers en in dit tempo zou het weken, zo niet maanden, gaan duren. Hij had een commandopost laten inrichten op de Banjaard tegen de duinen met zicht op het Veerse meer, dat voor meer dan de helft vervuild was met die knikkers. Desondanks leek hier de knikkermuur het best te slechten en met mobilofoon hield hij Rob met regelmaat op de hoogte. Die was inmiddels druk bezig om de communicatie te herstellen met het eiland, doch het gewicht van de knikkers had zoveel kinken in alle kabels veroorzaakt, dat ook dit een klus van de lange adem bleek te worden. Sjaak had geen enkel idee, wat er in hemelsnaam toch aan de hand was. Maar voelde, dat hij alles moest doen; om zijn collega’s in Serooskerke te kunnen bereiken.

“Verdomme, nou smaken zelfs die bolussen niet meer”, vertolkte de Raaf de gevoelens in de kleine politiepost te Serooskerke. Ze schrokken op van een jammerlijk gelach, dat uit de cel leek te komen. Rinus deed de deur naar de gang open en zag meneer de Dominee in een hoek van zijn cel liggen kronkelen.
“Wat heeft ie?”
“Volgens mij heeft meneer de Dominee de slappe lach Chef.”
En inderdaad lag meneer de Dominee niet bij te kunnen komend van de slappe lach op de grond naast zijn houten brits met sober matrasje van stro.
“Het is te laaaaaat!”, gierde hij aldoor, “het is… te laaaaaat!”
“Hij weet meer”, sprak Billy, die zijn bril begon op te poetsen.”
“Jack voelde zich nu helemaal ongemakkelijk worden en vroeg aan de commissaris; wat meneer de Dominee daarmee bedoelde.
“Geen idee Jack, maar daar moeten we snel achter gaan komen. Rinus, bind ‘m op een stoel en zet ‘m voor het schoolbord.”
Even later zat meneer de Dominee vastgebonden, onverminderd grinnikend, voor het schoolbord en vuurden de mannen allerlei vragen op hem af, die slechts werden beantwoord met meer dan irritante lachsalvo’s.
“Game, set en match hihihi”, herhaalde hij nu continu het bloed onder de nagels van de hoofdcommissaris weg lachend. Hollestelle realiseerde zich, dat ze zo geen steek verder kwamen en hij schoof met een boze ruk het laatje onder het bureau open. Daaruit pakte hij een zakbijbeltje en gooide deze met een ferme kwak op de vloer voor meneer de Dominee. Abrupt stopte deze met lachen en probeerde uit alle macht weg te schuifelen van het bijbeltje, totdat hij klem kwam te zitten onder de goot van het schoolbord, waar het lachen hem eindelijk leek te vergaan. Als een hert gevangen in koplampen keek hij nu schichtig om zich heen en probeerde zich te ontworstelen aan het goed stevig vastgebonden touw om zijn benen en armen. Rinus pakte het houten kruisje van de muur en hield deze voor zich uit, toen hij op meneer de Dominee af begon te stappen.
“Neeeee”, veranderde meneer de Dominee van dat hert in een mager speenvarken en zijn bokkenpootjes begonnen ongeremd te tapdansen, voor zover het touw het toeliet.
“Riverdance!”, siste de Raaf en zocht op zijn mobieltje naar de juiste muziek.
Billy hielp hem en even later klonken de Ierse volkse tonen door het bureau en meneer de Dominee begon nu te smeken, of ze niet alsjeblief konden ophouden.
“Is het genoeg Chef?”
“Nee, bij lange na niet. Jack, jij hebt Iers bloed is het niet?”
Jack had aan een half woord genoeg en begon te tappen op de maat van de muziek en de bokkenpootjes van meneer de Dominee begonnen ongewild ritmisch mee te tappen. Meneer de Dominee probeerde zich te verzetten. Maar de muziek was te overweldigend en Jack gewoon veels te goed.

Jack danste met rechte rug voor meneer de Dominee, de Raaf klapte ritmisch mee met zijn handen en Hollestelle trommelde mee op het bureau.
“Het doet wat Chef!”, riep Rinus vanachter zijn kruisje.
Meneer de Dominee keek schichtig heen en weer van het kruisje naar Jack en weer terug. De muziek naderde een finale en Jack stond met zweetdruppels op zijn voorhoofd te tappen, voor zijn leven leek het wel. Aangemoedigd door Billy tapte Jack zo hard als ie kon op de houten vloer en net voordat hij na een weergaloze tapsolo een buiging wilde maken, brak meneer de Dominee. Hij gilde: “okay okay! Ik geef het op! Ik geef het op! Stel me liever vragen alsjeblief. Alles beter en liever dan dat verschrikkelijke kruis en stop met tappen alsjeblief! Ik zal antwoorden … ”
“Genoeg Jack, ga zitten”, zei Hollestelle.
Nog helemaal in zijn solo liep Jack op zijn stoel af, toen de Raaf de muziek uitzette. Jack draaide nog wel een halve draai en was eigenlijk best teleurgesteld; niet zijn laatste onnavolgbare tapmove tentoon te hebben kunnen tappen. Maar het applaus van de heren maakte veel goed en hijgend nam hij weer plaats op zijn stoel. Rinus echter bleef onvernminderd met het houten kruisje voor zich uit staan en vroeg: “waarom heeft U bokkenpoten meneer de Dominee?”
Het was duidelijk te zien, dat meneer de Dominee helemaal niet wilde antwoorden. Maar de gedachte aan een volgende tapdance kon hij niet weerstaan en moeizaam kwam het eruit. Hij vertelde hoe Dalisha niet alleen hem, maar alle kerkgenoten had weten te raken. Af en toe gromde meneer de Dominee uit protest en kwijlde hij wat uit zijn mondhoek. Maar al met al leek hij nu goed mee te werken.
“Wat is ze van plan?”
“Oh, dat kan ik nu wel onthullen. Want het is toch allemaal te laat. Hij is weer omhoog gevallen en is hier geland. Ze zijn nu bezig met het bouwen van een mega kerk voor de omhoog gevallene en als die eenmaal af is; dan zal de rest van het land, de wereld, zich aan haar… aan hem… aan Het moeten onderwerpen! Game set and match commissaris! Game set and match!”
Rinus had genoeg gehoorde en schoof meneer de Dominee met gebald vuistje weer de gang door en zijn cel in, die daar weer voorzichtig begon te grinniken.
Nadat hij de deur van de gang dicht had gedaan, hing hij het houten kruisje weer aan de muur en keek zijn Chef vragend aan.
Holestelle keek naar zijn adjudant en zei: “we hebben de bevestiging die we niet wilden.”
“Wat is het plan Chef?”
“Als hij wil spelen, dan moeten we het uitdagen.”
“Nee!”, wreef Billy nu weer zijn glazen hol, “geen sprake van, veels te gevaarlijk!”
“We moeten toch wat?”, vroeg de Raaf en Jack wees naar het raam en zei: “kijk… kijk daar eens?”
In de verte zagen ze hoe duizenden knikkers over de Zeedijk rolden en het dorp compleet leken te isoleren. Ze renden naar buiten en zelfs de Raaf op krukken was er nog net op tijd bij om te zien; hoe een grote muur van knikkers zich langs de dorpsgrens had gevormd.
“Het beest isoleert ons nu ook fysiek”, wreef Billy zenuwachtig.
“Ja, maar kijk”, zei Rinus, “geen enkele knikker komt over de dorpsgrens.”
“Inderdaad”, sprak Jack, “het lijkt wel of iets die knikkers tegen weet te houden.”
“Als we zouden weten wat dat was, dan hebben we volgens mij een kans om er nog een tiebreak uit te slepen. Wat jij Kamiel!”, grijnsde de Raaf nu wraakzuchtig hangend op een kruk. Hollestelle knikte stevig en zei: “we moeten weten wat die knikkers tegenhoudt. Dan kunnen we dat gebruiken om tot Yerseke te geraken misschien. En daar zullen we dat mormel uitdagen tot een laatste spelletje! Is ie nou helemaal zeg!”, wist Hollestelle zichzelf en de mannen weer moed in te spreken.
“Maar waarmee gaan we het dan uitdagen Chef?”
“Daar ben ik nog niet over uit Rinus. Ik sta open voor ideetjes, maar alles behalve die verschrikkelijke knikkers.”
“Ja”, zei de Raaf, “om met zoveel knikkers te komen voor een potje is gewoon laf!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *