Moord in Serooskerke III, Hoofdstuk XVII: Operatie kampers

Moord in Serooskerke III, Hoofdstuk XVII: Operatie kampers

Hoofdstuk XVII     Operatie kampers

“En nou heb ik niemand meer”, eindigde Molly haar gelamenteer zo tegen vijf uur in de ochtend. Sjakkelien had uren ademloos naar haar geluisterd. Zo ergens rondom middernacht had ze haar besluit al genomen, ze zou Molly in huis nemen. Ze wilde Molly onderbreken, maar kwam er maar niet tussen. Zo groeide het beeld van Molly als slachtoffer van onrecht gestaag. En was het tegen de ochtend een Gods wonder, dat ze überhaupt nog ademen kon.
“Jemig Molly, ik ben … sprakeloos.”
“Echt hè? En nou zit ik onder de tattoes, loop nog steeds met ongepopte maiskorrels in m’n lijf en hé? Is het al zo laat?”
Molly sprong onverwacht op en rende de tuin in.
“Waar ga je naar toe?”
Maar Molly zag en hoorde Sjak niet meer, toen ze de ren opende en op haar knieën neer viel en zachtjes begon te tokken.
Sjakkelien zag haar vriendin nu, zoals ze was geworden en dat brak haar hart. Molly keek angstig om zich heen en bij iedere tok bewoog ze haar hoofd in soort van mini-spasme. Die eens zo krachtige vrouw kroop nu angstig door de ren als een door schade en schande gevormde jaknikker, een heel bang vogeltje. Al dat getok en geknik had geen enkele betekenis van enigerlei menselijke waarde meer, zo begreep Sjak eigenlijk al, toen ze gisteren Molly weer voor het eerst zag.
“Kukulukuuuuuh!”, klonk keihard uit het nachthok en een trotse haan kwam naar buiten gelopen. Molly wierp zich met wijd opengesperde ogen tegen het gaas en maakte zich zo klein mogelijk.
“Het is maar een haan Molly!”, probeerde Sjak nog tevergeefs. Molly had zich al op haar buik laten vallen en kroop angstig langs het gaas richting het nachthok. De haan kukelde nog maar eens en begon wat in het zand te pikken. Uit haar kontzak pakte Molly wat kippenvoer en wierp dit naar de haan, die nu volledig afgeleid werd. Snel griste ze alle eitjes uit het hok en kroop zo snel als ze kon naar het kleine hekje, waar ze even later doorheen kroop en zei; “zo veilig! En ik heb toch zulke heerlijke eitjes! Ontbijtje Sjak?”
Sjakkelien kon alleen maar wat knikken. Want och, hoezeer moest Molly wel niet beschadigd zijn; dat ze zich zelfs onderdanig opstelde naar de haan toe voor louter het rapen van wat eitjes?

Om geen onnodige aandacht te trekken, had Rinus voorgesteld te voet te gaan. De Raaf vond dat een uitstekend idee, nu ze geen gebruik meer konden maken van the Raven. Met volle bepakking liepen de mannen net voor zonsopgang over de dam. Niemand sprak een woord, alles was al gezegd.
Hollestelle had Rinus de wapens laten uitdelen. Hoewel Jack en Billy hier niet toe gemachtigd waren, liepen ook zij met een jachtgeweer op de rug.
“Nood breekt alle wetten Rinus. We hebben alle vuurkracht nodig nu”, had Hollestelle gezegd.
Het plan was duidelijk uitgetekend op het schoolbord en dat stond nu in hun geheugen gegrift. Ze zouden naar de hoge duinenrij aan het einde van de dam lopen, dat hen uitzicht gaf over het vakantiepark van Kamperland. Daar zouden Jack en Billy zich als snipers onzichtbaar maken, om een mogelijke ontsnapping te doen voorkomen. Maar alleen als het niet anders kon, mochten ze de trekker over halen.
Hollestelle, Rinus en de Raaf zouden dan de duinen afdalen en zich onderaan opsplitsen om zo huisje voor huisje langs te gaan. Zodra het huisje van Molly en Lonnie zou worden gelokaliseerd, zou dit via hun oortjes meegedeeld worden; opdat ze het bewuste huisje dan van drie kanten zouden kunnen benaderen. De vierde kant zou dan de enig mogelijke ontsnappingsroute kunnen opleveren. Maar die werd dan bestreken door de twee snipers in de duinen.
Met die swat-tactiek was niks mis en Jack liet zich als eerste in het zand vallen en kroop naar de rand van de duintop. Even verderop liet Billy zich vallen aan de voet van de naast gelegen duin en begon naar de top te kruipen. De resterende SWAT leden begonnen nu gehurkt voorzichtig een kronkelig pad naar beneden te volgen. Halverwege konden ze de branding al bijna niet meer horen. En niet veel later stonden ze op de enige asfaltweg die naar het park leidde. Hollestelle draaide zich om en keek omhoog. Door zijn combatmike fluisterde hij; “team Hollestelle down, over.”
Door hun oortjes hoorden ze Jack zeggen; “sniper alfa in position.”

“Sniper beta?”

“Billy? Are you there? Come in Billy, over”, fluisterde Rinus in het Engels. Want Noord-Beveland voelde toch een beetje als het buitenland voor hem.
“Jaja”, hoorde ze nu gehijg; “sniper beta in position. Enig idee hoe hoog deze duin wel niet is? Maar ja ik ben ook in positie en all clear.”


Al bij het breken van het eerste eitje brak Molly weer. Ze begon aan het fornuis onbedaarlijk te huilen. Sjak nam haar stevig in haar armen. Ze voelde haar vriendin schokkend van emotie alle tranen laten, die haar door al die tattoes aangedane traanklieren nog konden produceren.
“Stil maar meid. Weet je wat? Jij gaat met mij mee.”
“Heu?”, keek Molly haar heel zielig aan.
“Ja natuurlijk, ik ben ook maar alleen. En dat huis van mij is groot genoeg voor ons allebei. Dan heb je alle tijd van de wereld om bij te komen, want allemachtig; dat heb jij echt nodig.”
“Meen je dat Sjak?”, snikte Molly nog wat na.
“Ja natuurlijk. Kom, niet langer getreuzeld. Hoe eerder je hier weg bent, des te beter het voor je is.”
In haar armen liep ze zo met Molly naar buiten naar de Harley Davidson op het tuinpad.
“Oh neeeee”, viel Molly nu overmand door intens verdriet op het gras van het kleine gazonnetje; “Lon had er ook zo eentje!”
Nu werd Sjak het wel een beetje beu en ze sloeg Molly heel hard met haar vlakke hand in haar gezicht. Maar wat ze verwacht had, gebeurde niet. De klap, die toch echt heel hard was, leek Molly in het geheel niet te deren.
“Molly! Kom op meid, sta nou op.”
Maar Molly leek in een irreversibele trance van zelfmedelijden vast te zitten. Wat Sjak ook poogde, ze gaf Molly zelfs een schop onder haar hol, niets hielp.
“Dit gaat niet werken Molly. Je moet wel een beetje meewerken hoor.”
In een helder moment, meer instinctief dan beredenerend, besloot Sjakkelien eens keihard te gaan kukelen. Dat had meteen wel resultaat en mak als een lammetje liet Molly zich op de grote Harley hijsen. Sjak startte de motor en reed voorzichtig het pad af. Het zware geronk van de motor klonk door het park en Molly zat stijf als een plank achterop.
“Hou me nou vast Molly, dalijk val je er nog af.”
Het was pas toen ze linksaf de provinciale weg opdraaide, dat ze Molly wat voelde ontspannen en aarzelend twee armen om haar buik zag sluiten.
Sjakkelien moest nu ook bijna huilen.
“Waar heb je je niet laten tatoeren meisje voor die lul?”, vroeg ze zich in haar motorhelm af, toen ze die vingers van Molly ineen zag gaan en ze toen pas ‘Lonnie for ever’ kon lezen.

“Man met hond”, hoorde de mannen beneden door hun oortjes, waarop ze meteen de bosjes indoken.
Even later zagen ze door de takken een Duitse toerist in paarse badjas en witte crocs voorbij komen. Toen die de hoek om was, kwamen ze uit de bosjes. Hollestelle wees de Raaf naar links en Rinus naar rechts. Zelf begon hij rechtdoor te lopen en ging op zijn hurken zitten bij het eerste huisje.
“Kukelukuuuuh!”
“Haan links van mij Chef!”, hoorden ze Rinus met adrenaline zeggen.
“Haan pal voor mij”, sprak Hollestelle.
“Eyes on the kippenren dead ahead”, hoorden ze de Raaf even later zeggen.
“De Raaf, je kan gewoon Nederlands spreken hoor.”
Maar nu was er geen tijd meer voor dergelijke details. De mannen begonnen professioneel onopvallend het huisje met kippenren te omsingelen.
Rinus boog ter hoogte van de laatste bomenrij de combatmike wat verder van zich af. Hij had het idee, dat ze anders zijn hartslag zouden kunnen horen.
“Rinus ter plaatse”, fluisterde hij even later, toen hij tot aan de rand van het kleine gazon was genaderd.
“Ik kijk nu tegen wat volgens mij een slaapkamerraam is. Ik zie geen beweging”, hoorden ze de Raaf zeggen.
“In het keukentje is ook alles stil”, zei Hollestelle, toen hij zich behoedzaam op één knie liet zakken en door zijn vizier keek. “Snipers?”
“Tuinpad all clear”, zei Jack.
“Toegangsweg leeg met uitzondering van die Duitser met hond”, sprak Billy, die zowat in het vizier was gekropen. Die krampachtige houding was tekenend voor het gehele team. Nu het moment van invallen daar was, voelden ze allen hun vezels aanspannen. Het was slechts wachten op Hollestelle, die het commando geven moest.

Langzaam bewoog de hoofdcommissaris zijn loop van links naar rechts en weer terug. Zo kon hij zich een goed beeld vormen en zich ervan te vergewissen, dat ze nog steeds onopgemerkt waren. Na de zoveelste ‘sweep’ was hij ervan overtuigd; dat nu het moment daar was en bracht de combatmike wat dichter aan zijn lippen.  Hij haalde nog één keer diep adem. Net toen hij het commando wilde geven, kraakte het oortje en hoorden ze; “man met hond! Standdown!”
“Verdulleme Billy, we stonden net op het punt …”
“Het spijt mij commissaris, die Duitser loopt toch sneller dan ik in kon schatten.”
Even later hoorden ze een deur dicht gaan van een huisje vlakbij. Daarna zei Billy; “man met hond binnen, all clear.”
“NU!”, gilde Hollestelle zo hard, dat hij geeneens zijn combatmike daarvoor nodig had. “NU!”
Billy schok daar zo van, dat hij in een schrikreactie de trekker reflexmatig overhaalde. De kogel verbrijzelde het kleine vensterglas van de WC.
“Ze schieten Chef!”, gilde Rinus, die zich onmiddellijk liet vallen en zich zo over het gazon liet rollen.
“Jeronimo!”, hoorden ze de Raaf gillen in het ontstane tumult.
“Politie! Politie!”, gilde Hollestelle en voelde dat hij nu rende op pure adrenaline. Hij liet zich hard vallen tegen de gevel naast de tuindeuren en gilde hard; “ik sta aan de gevel Zuid, waar zijn jullie?”
Rinus rolde en rolde maar door en haalde zijn linker hand open aan het verbrijzelde glas van het WC raampje. Hij voelde het niet, toen hij gilde; “gevel Oost Chef! Ter hoogte van de WC!”
Onmiddellijk daarna hoorden ze de Raaf gillen; “gevel West mannen! Ik zit onder het slaapkamerraam!”
“Billy? Jack?”; gilde Hollestelle.
“We zien jullie! We zien jullie! Het was Billy die …”
Maar verdoofd door de gewelddadig ondervonden wijze van inval, luisterde Hollestelle niet meer en gilde; “naar binnen, nu!”
Hij had het nog niet gezegd, of hij trapte heel hard de twee openslaande tuindeuren kapot. Dat viel nog in het geheel niet mee, want meerdere harde trappen waren benodigd.
Onderwijl sloeg de Raaf met zijn kolf het slaapkamerraam aan diggelen en nam daarna een aanloop; om door de gordijnen heen woest naar binnen te duiken. Rinus had zich ondertussen al halverwege door het kleine WC raampje lopen murwen, maar begon ernstig klem te geraken met zijn rugzak.
De Raaf was de eerste die zich naar binnen wierp. In het donker kwam hij hard tegen de kleren kast aan. Hij had zich zo hard afgezet, dat ie het tweepersoonsbed volledig gemist had.
Hollestelle volgde en zette drie ferme stappen toen hij plotseling ergens op uitgleed. Met een doffe dreun viel hij hard op zijn stuitje en wilde snel opstaan. Maar zijn hand gleed onder hem weg en verbaasd rook hij aan de smeurie die hij voelde.
“Eigeel?”, dat moest dus Molly haar werk zijn. Hij gilde heel hard: “EIGEEL! Mannen pas op voor boobytraps!”
Rinus kon op dat moment net bij het lichtknopje en wist het WC lichtje aan te knippen.
“Jack!”, gilde Billy, nu de mannen beneden onbereikbaar voor zijn communicatie bleken.
“I got this”, hoorde hij Jack ijzig kalm zeggen. Een tweede schot volgde, waarmee het plafondarmatuurtje uiteen spatte en Rinus in het pikkedonker gilde; “ze schieten op me! Hellup, ik zit vast!”
Hollestelle rolde zich om en vond houvast aan een morsig fluwelen bank en wist zich zo omhoog te hijsen. De Raaf liet zich met zijn volle gewicht tegen de slaapkamerdeur vallen en beide mannen botsten tegen mekaar op in het kleine halletje.
“Slaapkamer clear Kamiel!”
“Woonkamer met open keukentje clear de Raaf.”
Op dat moment realiseerden de mannen, dat de verdachten zich op het toilet moesten hebben verschanst.
“Ze hebben Rinus!”, gilde de Raaf, in blinde paniek.
“Nee, verdulleme nee!”, stootte Hollestelle uit. Beide mannen stortten zich met alles wat ze in zich hadden op de WC deur. De deur versplinterde en de Raaf viel tegen de pot aan en Hollestelle vrijwel tegelijkertijd tegen het fonteintje.
“Rinus! Rinus! Waar ben je?!”
“Hier Chef. Omhoog Chef”, en toen pas drong het tot de mannen door, dat ze te laat waren.
“Ik zit vast Chef.”
“Verdomme Rinus!”, zei de Raaf, “waarom heb je niet gezegd; ‘WC all clear’?”
“Dat zei ik ook, maar jullie hoorden me niet. Kan iemand me nou helpen?”

Terneergeslagen zat het SWATteam Serooskerke even later in het huisje bijeen.
“Het spijt mij”, zei Billy.
“Het is niet jouw fout Billy”, sprak Hollestelle berustend.
“We waren gewoon net te laat”, zei de Raaf, “verdomme! De bank voelt nog warm aan!”
“Gaat het zo Rinus?’, vroeg Jack, toen hij de pleister op zijn hand plakte.
“Dank je Jack. Ja, zo gaat het wel. Maar jongens wat waren we toch allemachtig dichtbij!”
“Ja, we hadden ze inderdaad bijna. Ze moeten, toen wij over de dam liepen, zijn vertrokken.”
“Kunnen we ze dan niet achterna gaan?”, vroeg Billy, die zijn fout zo snel mogelijk goed wilde maken.
“Nee Billy. Ze vallen nu buiten mijn jurisdictie. We zijn ze niet tegengekomen, dus zijn ze ongetwijfeld het eiland al af. En eerlijk gezegd, weet ik geeneens zeker of Noord-Beveland nog onder de mijne valt.”
“Nee Chef, het is Serooskerke en omstreken. Tenminste dat zeg ik altijd, als ik de telefoon op neem.”
“Dan”, hees Hollestelle zich omhoog, “moeten we maar snel weer op huis aan.”
Hij keek de mannen één voor één aan en zei toen; “maar niet voordat ik jullie heb laten weten; dat ik verdulleme trots op jullie ben!”
“Maar we waren te laat?”
“Ja en? Pech, pure pech. Maar met de operatie op zich was helemaal niks mis! Zelfs de man met hond is nog gewoon veilig.”
“Hollestelle heeft gelijk”, sprak Jack, die nu ook op stond. “Als wij in Amerika zo’n grote operatie uitvoeren, hebben we gemiddeld heel wat meer collateral damage dan wij hier nu hebben veroorzaakt.”
“Ergens hebben jullie wel gelijk”, zei de Raaf. “Zo’n peertje is natuurlijk snel vervangen.”
“Dus kom op mannen, job wel done! En nou naar huis want ik heb enorme zin in …”
“KOFFIE!”, spraken de mannen als uit één mond.


In het opkomende zonnetje liepen de mannen terug over de dam, naar daar waar het gewone leven dankzij het eiervaccin weer langzaam begon. Jack en Billy bleven nog tot en met zondag. Ze moesten en zouden een mis van meneer Pastoor meemaken, dat inderdaad een hele aparte ervaring voor ze was. In Vlissingen namen ze afscheid van elkaar, nadat ze nog een uur tevergeefs voor het dichte rolluik van Kievit hadden staan wachten om ook afscheid van hem te kunnen nemen.  Ze beloofden elkaar de contacten beter te gaan onderhouden, dan ze eerder gedaan hadden. Rinus werd fulltime geïnstalleerd als trotse adjudant van Hollestelle en was daarmee definitief bladenman af. De Raaf bracht al weer gauw zijn speklapjes rond en begon zelfs al stiekem op Marktplaats te kijken naar tweedehands Campers. De mannen hervonden hun innerlijke rust met de bewustwording; dat ze in ieder geval ervoor hebben gezorgd, dat de criminele activiteiten van Molly en Lonnie wel staande zijn gehouden. En zoals het er nu naar uitziet voorgoed.
Wat er van Molly en Lonnie is geworden?
Dat weet slechts een handvol mensen. En die bewaren dat als een enorm geheim. Dat kan niemand hen eigenlijk kwalijk nemen. De publieke opinie zou anders te ongenadig hard blijken. Maar mocht er in de toekomst toch nog wat onverkwikkelijks gebeuren, dan kunnen we uiteraard weer rekenen op de mannen van politiepost Serooskerke e.o., zoals we al die jaren hebben gedaan.
Mannen, namens het hele land, bedankt!

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

RSS
Follow by Email